Geheimen van het Binnenhof IV: Gouden Willem

Willem IIDe naam ‘Willem’ is tamelijk populair onder degenen die Nederland of belangrijke delen daarvan in de laatste 800 jaar hebben geregeerd. Zes graven van Holland droegen de naam Willem, terwijl ook vijf stadhouders en drie koningen zo heetten. Als we ook de namen Wilhelmina en Willem-Alexander meerekenen, komt het aantal koning(inn)en zelfs op vijf. Er is echter maar één Willem altijd zichtbaar op het Binnenhof aanwezig. Dat is graaf Willem II en als je als bezoeker niet weet dat hij het is, zie je hem gemakkelijk over het hoofd.

Willem II (1227-1256) was graaf van Holland en Zeeland. Tijdens zijn regering kregen steden als Haarlem (1245), Delft (1246) en Alkmaar (1254) stadsrechten. Samen met zijn vader Floris IV en zijn zoon Floris V was Willem bovendien verantwoordelijk voor de ontwikkeling van het Binnenhof als grafelijke residentie. Wie precies wat heeft gedaan, is niet geheel vast te stellen, maar onder de heerschappij van Willem II zal in elk geval aan de Ridderzaal zijn gewerkt. Het is dan ook passend dat graaf Willem voor zijn eigen zaal te vinden is, en wel als verguld beeld op de top van de fontein die op het plein voor de Ridderzaal staat. Wie de moeite neemt helemaal rond het bassin van de fontein te lopen, kan op de rand daarvan de volgende tekst lezen:

“Ter nagedachtenis van Willem II Roomsch Koning en Graaf van Holland, Begunstiger der stedelijke vrijheden, beschermer der kunst, stichter der kasteelen in ‘s-Gravenhage en Haarlem, geb. MCCXXVII †MCCLVI†”

Met nog meer moeite ziet de bezoeker dat op de fontein zelf ook een tekst staat. Die is in het Latijn en vanwege het gebruikte lettertype lastig te lezen. Er staat:

“Domine spes mea a iuventute mea; in te confirmatus sum ex utero de ventre matris meae tu es protector meus.”

Die tekst is Psalmen 70, vers 5 en 6, maar dan wel uit de Vulgaat. Dit komt overeen met Psalmen 71, vers 5 en 6 uit de Nieuwe Bijbelvertaling. Die luidt:

“U bent mijn enige hoop, HEER, mijn God, van jongs af vertrouw ik op u. Al vanaf mijn geboorte steun ik op u, al in de moederschoot was u het die mij droeg.”

Fontein2De Latijnse tekst en de keuze voor de zogenaamde Griekse nummering van de Psalmen verraadt de katholieke achtergrond van de ontwerper van de fontein. Deze is een creatie van Pierre Cuypers, de man die ook verantwoordelijk was voor de restauratie van de Ridderzaal en de bouw van het Rijksmuseum. Willem is afgebeeld met kroon, scepter en slagzwaard, ongetwijfeld de regalia die behoorden bij de koning van het Heilige Roomse Rijk. De schilden op de fontein tonen afwisselend de klimmende leeuw van Holland en de Duitse adelaar. Want zoals de tekst op het bassin al aangeeft, Willem was niet alleen een Hollandse graaf, maar ook Rooms koning van Duitsland. In wezen was hij door zijn oom, hertog Hendrik II van Brabant, naar voren geschoven in een groot politiek conflict binnen het Duitse keizerrijk. Wat was er gebeurd?

De Duitse keizer Frederik II (keizer vanaf 1220) was in 1245 – niet voor het eerst – door de paus geëxcommuniceerd en afgezet als keizer. Frederik (1194-1250) was zonder enige twijfel een van de grootste vorsten van de 13e eeuw en zijn bijnaam stupor mundi – Latijn voor “verwondering der wereld” – geeft daar blijk van. Hij was als groot intellectueel zeer geïnteresseerd in wetenschap en sprak meerdere talen vloeiend, waaronder ook het Arabisch. Dat hij deze taal beheerste, was niet zo vreemd, want Frederik was niet alleen de zoon van de Duitse keizer Hendrik VI, maar tevens de zoon van een Siciliaanse koningsdochter, zodat hij op zijn vierde al koning van Normandisch Sicilië werd. Sicilië kende in die tijd een substantiële Arabisch-islamitische minderheid. In de 9e eeuw was er namelijk een emiraat op Sicilië gevestigd, dat pas in 1091 geheel door Normandische troepen werd veroverd. Die verovering betekende zeker niet het einde van de islam op Sicilië en in de tijd van Frederik II, ruim een eeuw later, woonden er nog grote groepen moslims op het eiland. Frederik was uiteraard katholiek, maar toonde grote belangstelling voor de islam en grote bewondering voor het werk van islamitische geleerden. In een tijd van religieus fanatisme en kruistochten bezorgde dat hem een slechte reputatie. Er was maar één manier om die reputatie te herstellen: zelf op kruistocht gaan.

Fontein1De heilige stad Jeruzalem was in 1099 door de kruisvaarders van de Eerste Kruistocht veroverd, maar sinds 1187 weer in islamitische handen. Frederik trof wel voorbereidingen om de stad te heroveren, maar talmde naar het oordeel van paus Gregorius IX veel te lang. Toen Frederik in 1227 alsnog op kruistocht ging, werd hij ernstig ziek. Gregorius had daar weinig begrip voor en ging over tot excommunicatie, een handeling die hij het volgende jaar zou herhalen toen Frederik richting Jeruzalem trok. Desalniettemin zette Frederik zijn kruistocht voort en hij wist als geëxcommuniceerde zondaar een vredesverdrag voor tien jaar met sultan Al-Kamil van Caïro te sluiten. Op grond van dit verdrag kwam Jeruzalem zonder dat er ook maar een druppel bloed gevloeid was weer in handen van de christenen, samen met de plaatsen Nazareth en Bethlehem. Jeruzalem zou tot 1244 in christelijke handen blijven.

Hoewel hij als geëxcommuniceerde de heiligste stad van het Christendom had betreden, maakte paus Gregorius de excommunicatie van Frederik ongedaan, om hem in 1239 opnieuw met een banvloek te treffen. Gregorius overleed in 1241, maar zijn opvolger Innocentius IV stond nauwelijks sympathieker tegenover de Duitse keizer. Als gezegd verklaarde de paus keizer Frederik in 1245 – met de nodige lelijke woorden – afgezet. Frederik had in Duitsland, waar zijn zoon Koenraad sinds 1237 Rooms koning was, nog veel aanhang, maar zijn tegenstanders – die dus vooral aanhangers van de paus waren – kozen een tegenkoning in de persoon van Hendrik Raspe (het Heilige Roomse Rijk was een kiesmonarchie). Toen die al spoedig overleed, was het de beurt aan graaf Willem II. Met onder meer de steun van de machtige aartsbisschop van Keulen werd hij in 1247 tot de nieuwe tegenkoning gekozen. Pas een jaar later kon hij zich ook daadwerkelijk te Aken tot koning laten kronen, en die kroning was ook nog eens maar half geldig, aangezien de officiële regalia als de Rijkskroon en het Rijkszwaard nog in handen van Frederik, Koenraad en hun aanhangers waren.

Willem-II-2Het kostte Willem de nodige jaren om zijn gezag in Duitsland te vestigen. Daarbij werd hij in niet geringe mate geholpen door de dood van Frederik in 1250 en die van Koenraad in 1254. Het geluk leek Willem toe te lachen. Hij had een grote overwinning op aartsrivaal Vlaanderen geboekt, een uitnodiging van de paus ontvangen om zich in Rome tot keizer te laten kronen én in 1255 eindelijk de kroningsinsignia buitgemaakt, zodat niets zijn kroning tot keizer van het Heilige Roomse Rijk in de weg leek te staan. Alvorens naar Rome te reizen voor de kroning, besloot Willem nog even de opstandige West-Friezen te tuchtigen. Dat liep op een fatale mislukking uit. In januari 1256 reed Willem bij Hoogwoud ver voor zijn troepen uit en zakte met zijn paard door het ijs. Aanstormende Friezen sloegen hem vervolgens de hersens in.

Graaf Willem II had dus de eerste en enige Hollandse keizer van het Heilige Roomse Rijk kunnen worden, maar het heeft allemaal niet zo mogen zijn. Wat resteert is een fraaie fontein op het Binnenhof.

3 Comments:

  1. Pingback: Boekbespreking: Willem II, graaf van Holland en Roomskoning – Corvinus

  2. Pingback: Onze keizerin – Corvinus

  3. Pingback: Boekbespreking: In de marge van de beschaving – Corvinus

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *