Een hof dat de doctorstitel serieus neemt

logo-uvaChapeau voor het Hof Amsterdam! In een recent arrest heeft dit hof eens goed duidelijk gemaakt dat niet iedereen zich zomaar doctor mag noemen. Het Hof Arnhem-Leeuwarden had in april van dit jaar in een zwak gemotiveerde uitspraak de waarde van een doctorstitel flink op de tocht gezet door te oordelen dat een in Nederland werkzame Mexicaanse chiropractor met een hbo-achtige opleiding in de Verenigde Staten best “dr.” voor zijn naam mocht zetten zonder ooit gepromoveerd te zijn. Gelukkig is tegen dit arrest cassatie ingesteld [NB. dit is in 2016 weer ingetrokken]. Vooruitlopend op de uitspraak van de Hoge Raad is het fijn kennis te kunnen nemen van de opvattingen van het Amsterdamse hof, dat de doctorstitel wél serieus neemt.

De casus waarover het hof te oordelen had, betrof een ‘malafide dienstverlener’ (kwalificatie van het hof) die zich schuldig had gemaakt aan meerdere gevallen van oplichting, meerdere gevallen van valsheid in geschrifte en verduistering van een groot geldbedrag. De slachtoffers van de oplichting bevonden zich meestal in benarde financiële omstandigheden. In plaats van hen te helpen, maakte de verdachte hen forse geldbedragen afhandig. Het delict oplichting (artikel 326 Wetboek van Strafrecht) stelt als eis dat sprake is van het aannemen van een valse naam of van een valse hoedanigheid, van listige kunstgrepen of van een samenweefsel van verdichtsels. Tot die listige kunstgrepen behoorde volgens de advocaat-generaal dat de verdachte zich ‘jurist’ had genoemd. Dat mag echter volgens het hof, want ‘jurist’ is geen wettelijk beschermde titel. ‘Advocaat’ is wel een beschermde titel, maar het hof acht niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich werkelijk actief voor advocaat heeft uitgegeven. Ten slotte zou de verdachte zich hebben voorgedaan als doctor door zich “dr. X” te noemen. Het hof overweegt daaromtrent:

“Dat geldt niet voor het gebruik van de doctorsgraad. Daarover heeft de verdachte telkens verklaard dat hij die titel mocht voeren en gebruiken, omdat hij die bij het London Institute for Applied Research (verder: het instituut) heeft behaald. Het hof gaat er van uit, – mede in aanmerking genomen het feit dat de eerste letters van de naam van dit instituut samen het woord “liar”, oftewel, vertaald uit het Engels naar het Nederlands, “leugenaar” vormen, dat het hier niet om een serieus te nemen onderwijsinstelling gaat. Dat dat anders zou zijn, is door de verdediging op geen enkele wijze onderbouwd. Uit hetgeen de advocaat-generaal daarover ter terechtzitting in hoger beroep nog naar voren heeft gebracht naar aanleiding van enig onderzoek op het internet, volgt voorts dat de door dit instituut “uitgereikte” certificaten een grap zijn geweest, en dat ene [betrokkene 1], kennelijk dezelfde persoon over wie de verdachte heeft verklaard dat deze hem in contact heeft gebracht met het instituut, op enig moment de beschikking heeft gekregen over een aantal van deze nepcertificaten die nog blanco waren. Het hof houdt het er daarom voor dat de verdachte via deze [betrokkene 1] aan zijn als nep te kwalificeren certificaat is gekomen. Naar het oordeel van het hof is daarom niet aannemelijk geworden dat de verdachte de graad van ‘doctor’, in welke wetenschap dan ook, heeft behaald en dat hij op grond hiervan zich als zodanig mocht presenteren. Het voorgaande is echter voor deze zaak verder niet van belang, nu het hof niet bewezen acht dat een van de aangevers zich (mede) door het onterechte gebruik van deze titel door de verdachte heeft laten brengen tot de afgifte van enig goed of het aangaan van enige verbintenis.”

Het hof stelt dus vast dat verdachte de doctorstitel heeft gevoerd zonder daartoe gerechtigd te zijn. Voor beschuldiging van oplichting is dat verder niet van belang, nu niet bewezen kan worden dat de titelfraude de slachtoffers tot bepaalde handelingen heeft bewogen. Titelfraude als zelfstandig delict (artikel 435 Wetboek van Strafrecht) was kennelijk niet ten laste gelegd.

Rik Mayall (foto: Hhjggd4557; CC BY-SA 4.0 licentie).

Rik Mayall (foto: Hhjggd4557; CC BY-SA 4.0 licentie).

Het genoemde London Institute for Applied Research (L.I.A.R.) is overigens buitengewoon fascinerend (zie de reactie van John Bear hier). Ik moest bij dit instituut direct denken aan de onlangs op veel te jonge leeftijd overleden Britse komiek Rik Mayall. Deze speelde in de jaren 80 en 90 de hoofdrol in de comedyserie The New Statesman, waarin de Conservatieve Partij op de hak genomen werd. Mayall vertolkte op briljante wijze de intelligente, maar tevens elitaire, reactionaire, xenofobische, seksistische, sadistische en op geld beluste politicus Alan B’Stard. B’Stard was voortdurend bezig met het oprichten van nieuwe liefdadigheidsinstellingen. Die heetten dan bijvoorbeeld Central Amazon Spiritual Healers, Conservative Association for South Humberside, Christian Approach to Society Handbooks, Campaign for the Alleviation of Severe Hernias en Christmas Appeal for Saharian Horsebreeders. Met andere woorden, de afkorting was telkens C.A.S.H. en het enige doel van de instellingen was dan ook het vullen van de zakken van de oprichter.

Hoewel het bij mijn weten nergens in de serie wordt gemeld, zou het mij niets verbazen als Alan B’Stard zijn diploma’s ook aan het London Institute for Applied Research heeft behaald!

Dit artikel verscheen in 2014 op het weblog Publiekrecht & Politiek.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *