Boekbespreking: Een korte geschiedenis van de Tachtigjarige Oorlog

Tanja 80Het boek Een korte geschiedenis van de Tachtigjarige Oorlog van auteur Roel Tanja uit 2014 leest gemakkelijk weg. In minder dan 200 pagina’s wordt de lezer meegevoerd langs de belangrijkste gebeurtenissen tijdens dit voor Nederland cruciale conflict, dat tegenwoordig overigens vaker en wellicht ook correcter ‘De Opstand’ wordt genoemd. Het boek is chronologisch opgebouwd. Tanja heeft een aantal jaartallen uitgekozen waarin belangrijke beslissingen werden genomen, veldslagen werden uitgevochten, belegeringen werden afgerond of overeenkomsten werden gesloten. Aan zo’n jaartal worden dan één of twee pagina’s gewijd.

Een korte geschiedenis van de Tachtigjarige Oorlog bespreekt alle belangrijke gebeurtenissen tijdens de Opstand. Alles komt langs: de troonsafstand van Karel V, het vertrek van Philips II naar Spanje, het Smeekschrift, de Beeldenstorm, de belegeringen van Haarlem, Alkmaar en Leiden, de moord op Willem van Oranje, de successen en nederlagen van Maurits, de strijd tussen remonstranten en contraremonstranten, de executie van Johan van Oldenbarnevelt, de oprichting van VOC en WIC, de veldtochten van Frederik Hendrik en de Vrede van Münster. Terecht besteedt het boek ook aandacht aan minder bekende, maar niet minder spraakmakende historische figuren. Een mooi voorbeeld is Cristóbal de Mondragón (ca. 1504-1596), een grote Spaanse generaal die op extreem hoge leeftijd – hij was al in de negentig! – nog actief was in het veld en zelfs bewondering bij stadhouder Maurits afdwong.

Cristóbal de Mondragón

Cristóbal de Mondragón

Soms is een jaartal zo belangrijk dat het meerdere keren voorkomt. Dat is bijvoorbeeld bij het jaar 1573 het geval. Eerst komt het beleg van Haarlem ter sprake, waarbij ook Kenau Simonsdochter Hasselaar wordt besproken. Die komt er niet al te best vanaf: ze was “een ruziezoekende eigenaresse van een houthandel, die achteraf nog een rekening stuurde voor het tijdens het beleg geleverde hout”. Nog tijdens het beleg van Haarlem vond de slag op het Haarlemmermeer plaats, waarin de watergeuzen een gevoelige nederlaag leden tegen de schepen van admiraal Bossu, die later overigens de kant van Willem van Oranje koos. Andere gebeurtenissen in 1573 worden daarna ook nog besproken: de slag op de Diemerdijk, de val van Haarlem, de Victorie bij Alkmaar op 8 oktober, de zeeslag op de Zuiderzee, de wederwaardigheden van de hertog van Medina Cerli en de vervanging van de hertog van Alva.

Wederzijdse wreedheden

Het boek geeft een genuanceerd beeld van de Nederlandse Opstand. Enerzijds is het een conflict tussen een vorst die naar modern centralisme streeft en een adel en gewesten die hun oude privileges proberen te verdedigen. Aan de andere kant speelt de godsdienst een grote rol. Zowel aan protestantse zijde als aan die van de katholieken bevinden zich vele geloofsfanatici en die worden in het boek op diverse plaatsen in al hun ellendigheid beschreven. Aan katholieke zijde is er daarbij uiteraard aandacht voor de Inquisitie – “de best geïnformeerde en wreedste veiligheidsdienst ter wereld” – en voor de Raad van Beroerten, beter bekend als de Bloedraad. Bij het jaar 1567 wordt de rechter Jacob Hessels genoemd, die tijdens de processen voortdurend in slaap viel en als hij gewekt werd automatisch “ad patibulum” (“naar de galg”) zou hebben geroepen.

Ook de wandaden aan protestantse zijde worden belicht. Natuurlijk komt hier de Beeldenstorm aan de orde, maar er is ook aandacht voor het lot van de martelaren van Gorcum en de moord op de priester (en vriend van Willem van Oranje) Cornelis Musius in 1572. De Opstand was een oorlog met weinig veldslagen en vele belegeringen. Die laatste liepen regelmatig op vreselijke bloedbaden uit, al gebeurde het ook wel eens dat de belegeraars de belegerden toestonden “met slaande trom, vliegende vaandels, brandende lonten en een kogel in de mond” te vertrekken. Tanja maakt met zijn vlotte pen wel duidelijk dat het geen oorlog van dappere Nederlanders tegen vreemde overheersers was. Veel soldaten in de Nederlandse legers waren huurlingen uit Engeland, Schotland, Frankrijk of Duitsland. Aan Spaanse zijde vochten niet alleen Spanjaarden, maar ook veel Italianen en de grote ‘Spaanse’ veldheren Ambrogio Spinola (1569-1630) en Alexander Farnese, hertog van Parma (1545-1592), kwamen eveneens uit Italië. En uiteraard vochten aan Spaanse zijde ook diverse inwoners van de Noordelijke en – vooral – Zuidelijke Nederlanden mee.

Maurits (rechts) en zijn halfbroer Frederik Hendrik (links), detail van een schilderij van Adriaen van Nieulandt, Eerste Kamer, Den Haag.

Maurits (rechts) en zijn halfbroer Frederik Hendrik (links), detail van een schilderij van Adriaen van Nieulandt (Eerste Kamer, Den Haag).

Stadhouder Frederik Hendrik stond bij het beleg van Grol (Groenlo) in 1627 tegenover zijn volle neef Hendrik (in het boek abusievelijk ‘Willem’ genoemd) van den Bergh. Deze Hendrik was een zoon van Willem IV van den Bergh, een graaf die was gehuwd met Maria van Nassau, de oudste zus van Willem van Oranje. Het echtpaar kreeg zeventien kinderen. Aan Willem IV worden bij het jaar 1581 ook twee pagina’s gewijd. Terecht, want de familie Van den Bergh vormt een mooie illustratie van de vaak wisselende loyaliteiten tijdens de Opstand. Willem IV was protestants en stond aanvankelijk aan de kant van de opstandelingen en Willem van Oranje. Later liep hij over naar de Spanjaarden, net als zijn zoons Herman en Oswald. Een derde zoon was de reeds genoemde Hendrik, die de omgekeerde weg bewandelde. Enkele jaren na het beleg van Grol liep hij over naar de Staatse kant en hij vergezelde Frederik Hendrik op zijn veldtocht langs de Maas in 1632 (hoewel het boek deze tocht vreemd genoeg onder het jaartal 1629 plaatst). En zo worden er nog veel meer overlopers beschreven. De graaf van Rennenberg koos de Spaanse kant, maar de eerder genoemde Bossu, door de geuzen gevangen genomen na de zeeslag op de Zuiderzee, sloot zich na zijn vrijlating juist aan bij Willem van Oranje.

Weetjes en anekdotes

Een korte geschiedenis van de Tachtigjarige Oorlog staat vol leuke weetjes en anekdotes. Hiervóór zijn (de mythe rond) Kenau Simonsdochter Hasselaar en de kreet van rechter Jacob Hessels al genoemd. Vermakelijk is de mythe rond het beleg van Oostende (1601-1604), een beleg dat zelf vanwege de lange duur en het zeer hoge aantal slachtoffers overigens allerminst vermakelijk was. Het verhaal rondom Isabella van Spanje, dochter van koning Philips II en echtgenote van landvoogd Albrecht van Oostenrijk, is dat echter wel. Zij zou hebben verkondigd dat ze haar ondergoed pas weer zou verschonen als Oostende veroverd was. Het beleg duurde uiteindelijk drie jaar… Zo zou de kleur Isabellageel zijn ontstaan, al is er alle reden om aan het waarheidsgehalte van dit verhaal te twijfelen.

Doorgaans wordt het begin van de Opstand geplaatst in het jaar 1568, het jaar waarin de slag bij Heiligerlee plaatsvond. Terecht neemt het boek van Tanja echter aan dat op 13 maart 1567 al een gewapend treffen plaatsvond, de slag bij Oosterweel. De auteur meent dat latere historici voor Heiligerlee hebben gekozen, omdat daarmee de oorlog echt 80 jaar en niet 81 jaar had geduurd. Het is niet ondenkbaar dat hier ook andere redenen hebben meegespeeld. Zo was Oosterweel, in tegenstelling tot Heiligerlee, een verpletterende nederlaag voor de opstandelingen. Het legertje van Jan van Marnix, broer van de bekendere Philips van Marnix van Sint-Aldegonde, werd in de pan gehakt. De burggraaf van Antwerpen stak om nooit volledig opgehelderde redenen geen poot uit om de troepen van Marnix te helpen. Die burggraaf was Willem van Oranje, en het staat natuurlijk niet zo fraai om de Opstand te laten beginnen met een dubieuze daad van de latere Vader des Vaderlands.

De slag bij Gibraltar in 1607, detail van een schilderij van Geeret op Gielder (Eerste Kamer, Den Haag).

De slag bij Gibraltar in 1607, detail van een schilderij van Geeret op Gielder (Eerste Kamer, Den Haag).

Wat ook nog kan hebben meegespeeld, is dat Oosterweel in het huidige België ligt, niet ver van Antwerpen. De Opstand vond plaats in een gebied dat naast de Benelux ook delen van Noord-Frankrijk en Duitsland omvatte. Het zwaartepunt van zowel het protestantisme als het verzet tegen de Spanjaarden lag aanvankelijk zelfs in het zuiden. Denk bijvoorbeeld aan de calvinistische Republiek van Gent (1577-1584), die ook in het boek beschreven wordt. Juist in het zuiden – “België” – werd het Spaanse gezag echter weer hersteld, net als de katholieke eredienst. In het noorden – “Nederland” – was de Opstand daarentegen succesvol en ontstond een Republiek die korte tijd een wereldmacht was. Het is niet vreemd dat historici bij het beschrijven van het ontstaan van die Republiek een veldslag op Nederlandse bodem kiezen. Want daar is Heiligerlee te vinden (voorafgaand aan Heiligerlee vond er in 1568 nog een slag bij Dalheim of Rheindahlen plaats, en dat is tegenwoordig Duits grondgebied).

Enige kanttekeningen

Het boek van Tanja oogt enigszins onevenwichtig. Als we aannemen dat de Tachtigjarige Oorlog inderdaad 80 jaar heeft geduurd, dan valt op dat aan de periode 1568-1608 maar liefst 125 bladzijden worden gewijd (p. 33-158) en aan de periode 1608-1648 slechts 28 (p. 159-187). Natuurlijk valt in die periode precies het Twaalfjarig Bestand, zodat er geen veldslagen of belegeringen te beschrijven zijn, maar het verschil in balans blijft. Een belangrijke figuur als Willem Lodewijk van Nassau-Dillenburg (1560-1620), de stadhouder van Friesland en Groningen, krijgt nauwelijks aandacht. Bij het jaar 1621 – over de ontsnapping van Hugo de Groot met de boekenkist – wordt enigszins terloops opgemerkt dat Willem Lodewijk een jaar eerder was overleden. Daarmee wordt deze neef van prins Maurits en belangrijke generaal geen recht gedaan. Zijn rol tijdens de veldtochten van het Staatse leger was groot en zijn overlijden een grote klap voor de Republiek. Dat gold ook voor de moord in 1610 op Hendrik IV, de formeel katholieke maar protestants gezinde koning van Frankrijk. Hendrik had altijd aan de kant van de Republiek gestaan en daarmee voorkomen dat de Spanjaarden hun volledige militaire macht op de Republiek konden richten. Zijn zoon en opvolger Lodewijk XIII trouwde met een Spaanse prinses, dochter van koning Philips III. Weg bondgenoot. Helaas komt dit aspect niet aan de orde.

Monument voor de slag van Lekkerbeetje.

Monument voor de slag van Lekkerbeetje.

Ook de Slag van Lekkerbeetje uit 1600 komt niet in het boek voor. Dit betrof een gearrangeerd ruiterduel op de Vughterheide. Franse ruiters in dienst van de Staten dolven het onderspit tegen een troep ruiters uit Den Bosch onder aanvoering van Gerard Abramsz. van Houwelingen, bijgenaamd Lekkerbeetje. Lekkerbeetje sneuvelde, de aanvoerder van de Fransen werd gevangengenomen en wreed afgemaakt. Deze Pierre de Bréauté was een jochie van 19 jaar. Hoewel het duel militair onbelangrijk was, illustreert het wel mooi een aantal zaken: het eergevoel dat ook in deze tijd nog altijd zeer groot was, de wreedheid die soms met de strijd gepaard ging én het feit dat hier Fransen in ‘Nederlandse’ dienst vochten tegen ‘Nederlanders’ in Spaanse dienst. De zaken lagen niet zo zwart-wit tijdens De Opstand.

Het boek bevat een aantal slordigheden, die zeker te vermijden waren. Hiervóór is er reeds op gewezen dat Willem en Hendrik van den Bergh door elkaar worden gehaald (p. 174) en de veldtocht van Frederik Hendrik langs de Maas wordt in 1629 gesitueerd, wat 1632 moet zijn. De inname van Gorcum zou op 26 april 1572 hebben plaatsgevonden (p. 47), maar de correcte datum is 26 juni. Op p. 80 wordt een Staatse bevelhebber genaamd ‘Glymes’ geïntroduceerd, maar een pagina later wordt hij ‘Glimes’ genoemd. Zeker aan het begin van het boek staan er allerhande tikfouten in de jaartallen. Enige voorbeelden: Karel V heeft in 1950 het Bloedplakkaat afgekondigd (p. 15), het Smeekschrift werd op 5 april 1966 aangeboden aan Margaretha van Parma (p. 21), Alva kwam in augustus 1967 aan in de Nederlanden (p. 29) en Gent kwam in 1840 in opstand tegen Karel V (p. 88). Op p. 153-154 valt dan nog te lezen dat Oostende in september 1604 in Spaanse handen viel, nadat het beleg in juli 1609 begonnen was met de aanleg van forten en schansen. De geoefende lezer kan hier natuurlijk telkens wel de juiste jaartallen invullen, maar het punt is dat dit soort slordigheden er gewoon door een corrector uitgehaald behoren te worden voordat het boek naar de drukker gaat.

Het voorgaande neemt niet weg dat Een korte geschiedenis van de Tachtigjarige Oorlog alleszins boeit en lekker wegleest. Het boek vormt een goede introductie voor wie zich verder wil verdiepen in de geschiedenis van de Nederlandse Opstand.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *