Boekbespreking: Willem II, graaf van Holland en Roomskoning

Boek WillemDit boek van E.H.P. Cordfunke uit 2013 draagt als ondertitel “Een zoektocht naar het koningsgraf in Middelburg”. Met de figuur van graaf Willem II en diens begraafplaats in Middelburg komen twee onderwerpen samen waarover ik al eerder heb geschreven: de politieke en militaire daden van deze Hollandse graaf en Roomskoning enerzijds en de laatste rustplaatsen van de verschillende graven van Holland anderzijds. Het boek sprak mij dan ook bijzonder aan en ik heb het in één ruk uitgelezen.

In 1817 werd in een nis in de Koorkerk te Middelburg een skelet teruggevonden. Het skelet zou van Willem II zijn geweest, die volgens de overlevering inderdaad in Middelburg begraven werd. Niettemin ontstond over de identiteit van de persoon aan wie het skelet had toebehoord al snel discussie en die discussie duurt nu al bijna 200 jaar. Het skelet zou ook van Willems broer Floris de Voogd (gestorven in 1258) kunnen zijn geweest. Deze werd eveneens in de abdij van Middelburg bijgezet. Of wellicht was het skelet van een onbekende derde. Zoals bekend sneuvelde Willem in 1256 bij Hoogwoud tijdens een veldtocht tegen de West-Friezen en werd zijn lichaam bij de haardplaats van een woning begraven, waar Willems zoon Floris V het pas in 1282 terugvond. Wellicht had hij het gebeente van een complete vreemde naar Middelburg laten brengen?

Graaf Willem II, Roomskoning

Willem II 2

Graaf Willem II van Holland, Roomskoning. Let op de Duitse adelaar op het wapenschild (laat 16e eeuws portret, Eerste Kamer, Den Haag).

Het boek begint met een korte beschrijving van het leven van Willem II en diens politieke en militaire verrichtingen. De nadruk ligt daarbij op zijn daden in Duitsland, waar hij sinds 1247 als tegenkoning werd ingezet tegen keizer Frederik II en diens zoon Koenraad IV, die overhoop lagen met paus Innocentius IV. Willem had succes en groeide uit tot een machtige vorst. De zeer vrome Willem was een trouw medestander van de paus, die Willems steun tegen de Duitse keizer zeer waardeerde en hem na de dood van Frederik (in 1250) en Koenraad (in 1254) uitnodigde om naar Rome te komen om zich tot keizer van het Heilige Roomse Rijk te laten kronen. Willem besloot echter eerst tegen de West-Friezen op te treden. Deze trokken vaak de rivier de Rekere over om Hollands gebied te plunderen. De Hollanders reageerden daarop met strafexpedities.

De afloop van Willems campagne in januari 1256 is bekend. Willem zakte met zijn paard door het ijs en werd door de Friezen doodgeslagen, waarop ze zijn lijk meenamen en begroeven. Interessant – en voor mij nieuw – is dat er kennelijk geen overeenstemming bestaat over de motieven van de Friezen. Bij Melis Stoke (ca. 1235-1305) en Willem Procurator (ca. 1295-1332) lezen we het verhaal dat de Friezen de graaf doodsloegen zonder te weten wie hij was. Twee tijdgenoten – de abt Menko en de monnik Matthew Paris – vertellen daarentegen dat sprake was van een koelbloedige moord. Bij de laatste lezen we zelfs dat Willem nog een flink losgeld in ruil voor zijn leven aanbod. Dit werd echter geweigerd. Pas 26 jaar later zou Floris V het lichaam van zijn vader bergen en laten bijzetten in de abdij van Middelburg.

Naar Middelburg

Eerdere en ook latere graven van Holland zijn bijgezet in de abdijkerken van Egmond of Rijnsburg, zoals ik al in een eerdere bijdrage heb aangegeven. In hoofdstuk 3 legt het boek uit waarom Willem II een laatste rustplaats kreeg in de abdijkerk van Middelburg. Dit hoofdstuk gaat in op de geschiedenis van de abdij en de relaties tussen Holland en Vlaanderen in de 13e eeuw. Het was een periode waarin de graven van beide landstreken flink met elkaar in de clinch lagen over Zeeland. Deze ‘Zeeuwse kwestie’ begon in feite al in 1128, toen Petronilla, de moeder van graaf Dirk VI van Holland en de weduwe van graaf Floris II, steun verleende aan haar halfbroer Dirk van de Elzas in diens succesvolle strijd om het graafschap Vlaanderen. Als beloning werd Dirk VI door de nieuwe Vlaamse graaf vermoedelijk beleend met Zeeland ‘bewesten Schelde’ (i.e. Walcheren en de Bevelanden). Dat was een ingewikkelde feodale constructie, want de Vlaamse graaf had de gebieden in leen van de Duitse keizer en gaf ze dus in achterleen aan de Hollandse graaf.

De Koorkerk te Middelburg (foto: Chris06).

De Koorkerk te Middelburg (foto: Chris06).

Het hoofdstuk laat de familiebanden zien die er bestonden tussen de huizen van Holland en Vlaanderen, die in Geertruida van Saksen (ca. 1033-1113) een gemeenschappelijke stammoeder hadden. Zij was eerst getrouwd met Floris I van Holland en trouwde later met Robrecht (of Robert) de Fries, een jongere broer van de graaf van Vlaanderen die later zelf graaf van Vlaanderen werd. Ondanks de familiebanden ging het er weinig vriendschappelijk aan toe en werd om Zeeland meermaals strijd geleverd tussen beide graafschappen. Ook tijdens de regering van graaf Willem II was dat het geval. In 1253 leed een Vlaams leger bij Westkapelle een zware nederlaag tegen de Hollanders. Floris V zou de leenband met Vlaanderen eenzijdig opzeggen en in 1323 werd deze situatie geformaliseerd. Het hoofdstuk maakt duidelijk dat het Hollandse gravenhuis een sterke band met de abdij van de belangrijke stad Middelburg had. Dat verklaart waarom Willem II en zijn broer Floris de Voogd hier werden bijgezet.

Het graf

Tijdens een grote brand in de abdijkerk in 1492 bleef de tombe met het skelet van Willem II gespaard. Tussen 1542 en 1546 werd zelfs een nieuw grafmonument gemaakt. Het boek bevat een schets van hoe dit monument eruit zou kunnen hebben gezien. Deze is nogal knullig. Het is jammer dat hier geen moderne technologie is ingezet om een realistische reconstructie te maken, te meer daar zulke technologie wel is ingezet bij de ouderdomsbepaling van het skelet, het fysisch antropologisch onderzoek en het DNA-onderzoek (zie hierna). In 1566 raasde de Beeldenstorm door de kerk, in 1568 was er opnieuw een grote brand die het interieur vernielde, inclusief het monument. Vermoedelijk werd tijdens de Beeldenstorm de nis waarin de grafkist stond dichtgemetseld en daarmee aan het oog van de geloofsfanatici onttrokken.

Bovenop de kist lag een fraaie grafzerk met een figuur van een ridder. Deze is in de loop der eeuwen sterk afgesleten. Zichtbaar is nog een schild met de klimmende Hollandse leeuw. Omdat de Duitse rijksadelaar ontbreekt, is wel betoogd dat het skelet van Willems broer Floris de Voogd moet zijn geweest. Cordfunke toont echter aan dat dit argument geen hout snijdt. Hij laat enerzijds zien dat in eigentijdse kronieken (weer wordt Matthew Paris genoemd, ca. 1250) alleen de Hollandse leeuw werd afgebeeld als het wapen van de Roomskoning. Het ontbreken van de adelaar, die bijvoorbeeld wel te zien is op het gravenportret in de Eerste Kamer (zie hierboven) of op de fontein van Cuypers voor de Ridderzaal (zie hieronder), zegt dus niet zo veel. Veel belangrijker is echter dat de zerk niets zegt over het skelet, omdat het duidelijk is dat de zerk niet op de grafkist hoort. De aannemelijkste theorie is dat de zerk inderdaad het graf van Floris dekte, en in 1566 in allerijl is losgehakt (daar zijn nog sporen van) en is verstopt in de nis waar het lichaam van Willem II al in een kist lag.

Gouden Willem

Gouden beeldje van Willem II met de regalia van de Roomskoning op een fontein voor de Ridderzaal te Den Haag.

Het skelet

Als gezegd werd het skelet in 1817 teruggevonden. De rest van het boek is gewijd aan het onderzoek dat op het skelet is uitgevoerd. Hoofdstuk 5 gaat over de ouderdomsbepaling ervan met de C14-methode. Dat hoofdstuk is kort, technisch en voor een leek wat lastig. Voor hoofdstuk 6 tekende George Maat, de patholoog-anatoom die nationale bekendheid verwierf door zijn geschil met minister Ard van der Steur van Veiligheid en Justitie. Dit hoofdstuk betreft het fysisch antropologisch onderzoek naar het skelet en bouwt voort op eerder onderzoek van de KNO-arts Dijkstra uit 1980. Maat onderzoekt of zijn bevindingen meer bij Willem II of bij Floris de Voogd passen en zijn conclusies zal ik niet verklappen.

Het boek gaat in hoofdstuk 7 verder met het DNA-onderzoek. Medewerkers van het Forensisch Laboratorium voor DNA-onderzoek van het Leids Universitair Medisch Centrum verzorgden dit hoofdstuk. Voor hun onderzoek vergeleken zij DNA-materiaal van het skelet met dat van skeletresten van andere leden van het Hollandse gravenhuis. Dat wil zeggen, zij vergeleken het met DNA-materiaal van resten uit Egmond, Rijnsburg en Velsen die vermoedelijk van graaf Floris I, diens zoon Floris jr (die nooit graaf is geweest), graaf Dirk IV of V, graaf ‘Floris V’ en Willem van Brederode zijn geweest. ‘Floris V’ staat hier tussen aanhalingstekens, want het staat al vast dat dit skelet uit Rijnsburg nooit aan Floris kan hebben toebehoord. Willem van Brederode was een edelman die Willem II vergezelde op zijn veldtocht tegen de Friezen en een mogelijke verwant, al zijn de bewijzen hiervoor eigenlijk afwezig.

Graaf Floris V, standbeeld te Rijnsburg.

Graaf Floris V, standbeeld te Rijnsburg.

Het DNA-onderzoek blijkt uiteindelijk alleen uitvoerbaar met materiaal van Floris I (1025-1061), Willem II (1227-1256), ‘Floris V’ en Willem van Brederode. Dit onderzoek levert geen overeenkomsten op. Dat kan volgens de auteurs betekenen dat de identiteit van een van de skeletresten niet juist is of er sprake is van ‘vals vaderschap’, kortom: van overspel in de familie. Nu ben ik geen expert, maar volgens mij kan die conclusie alleen slaan op de relatie tussen Floris I en zijn 200 jaar later geboren nazaat Willem II, aangezien ‘Floris V’ niet Floris V is (zie hiervoor) en Willem van Brederode naar alle waarschijnlijkheid geen familie. Het laatste hoofdstuk van het boek gaat niettemin nog even in op overspel in de Middeleeuwen.

Dit laatste hoofdstuk vat in de nabeschouwing de resultaten van al het onderzoek samen. We krijgen hier onder meer een (gedeeltelijke) reconstructie van het gezicht van Willem II te zien. In het slothoofdstuk wordt naar aanleiding van het ontbreken van DNA-overeenkomsten nogmaals de theorie opgeworpen dat Floris V het gebeente van een complete vreemde – een anonieme West-Fries – naar Middelburg had laten brengen. Die theorie wordt echter op goede gronden verworpen, waarna de conclusie over de identiteit van het skelet niet meer hoeft te verrassen. Met deze conclusie eindigt een fraai geïllustreerd boek dat van begin tot einde boeit.

2 Comments:

  1. Pingback: Boekbespreking: Floris V, een politieke moord in 1296 – Corvinus

  2. Pingback: Onze keizerin – Corvinus

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *