Filmrecensie: Michiel de Ruyter

(foto van imdb.com)

(foto van imdb.com)

Deze spannende film over het leven van zeeheld Michiel de Ruyter (1607-1676) van regisseur Roel Reiné verscheen in 2015. De film moet het hebben van de prachtige beelden, de uitstekende muziek van de Canadese componist Trevor Morris, het prima acteerwerk van de hoofdrolspelers en last but not least: de zeer indrukwekkende actiescènes met spectaculaire zeeslagen. Michiel de Ruyter is natuurlijk geen documentaire. De film is wel deels bedoeld ter lering, maar dient uiteindelijk toch vooral ter vermaak. En vermaken doet Michiel de Ruyter alleszins. Wie daarna meer wil weten over Nederlands bekendste zeeheld kan altijd nog een biografie over De Ruyter ter hand nemen.

Twee verhaallijnen lopen als rode draad door de film. In de eerste plaats is daar de politieke strijd tussen de staatsgezinden (aanhangers van het regime van de Ware Vrijheid van raadspensionaris Johan de Witt) en de prinsgezinden (aanhangers van de Prins van Oranje, de jeugdige Willem III). Deze strijd, die onder meer in de vergaderingen van de Staten-Generaal wordt uitgevochten, bedreigt de eenheid in de Republiek van binnenuit. In deze context zien we Michiel de Ruyter, gespeeld door Frank Lammers, behoedzaam opereren. Hij heeft niet zoveel op met politiek en kiest geen partij, maar kan het op persoonlijk vlak wel prima vinden met de raadspensionaris. De Ruyter is bescheiden, weigert aanvankelijk de hoogste functie bij de marine en toont zich een echte familieman.

Daarnaast is er de dreiging van buitenaf, de tweede rode draad van de film. Michiel de Ruyter opent met de Zeeslag bij Ter Heijde in 1653 tijdens de Eerste Nederlands-Engelse Zeeoorlog. De Engelsen zijn ook de tegenstander in de Tweede Nederlands-Engelse Zeeoorlog (1665-1667), terwijl de Republiek in het rampjaar 1672 tegenover een schijnbaar onoverwinnelijke coalitie van Engeland, Frankrijk, Münster en Keulen komt te staan. Van een groot aantal zeeslagen krijgen we indrukwekkende beelden te zien: naast de reeds genoemde Zeeslag bij Ter Heijde zijn dat de Vierdaagse Zeeslag (juni 1666), de Tweedaagse Zeeslag (augustus 1666), de Tocht naar Chatham (juni 1667), de Zeeslag bij Kijkduin (augustus 1673) en ten slotte de Zeeslag bij Agosta in april 1676, waarbij Michiel de Ruyter levensgevaarlijk gewond raakte. De beelden maken één ding meer dan duidelijk: het was een complete hel aan boord van de schepen tijdens zo’n zeeslag.

Buste van Johan de Witt (Eerste Kamer, Den Haag).

Buste van Johan de Witt (Eerste Kamer, Den Haag).

De film toont ons prachtige beelden van zeventiende-eeuwse steden als Amsterdam, Den Haag, Londen en Vlissingen. De makers hebben zeer veel oog voor detail gehad. Zo zien we aan het begin van de film iemand een vat Grolsch bier voortrollen. Historisch correct, want Grolsch – uit Grol of Groenlo – wordt sinds 1615 gebrouwen. Cornelis de Witt wordt geplaagd door jicht, eveneens historisch juist. En wie goed kijkt, ziet in de werkkamer van broer Johan de Witt een portret van hun beider vader Jacob de Witt aan de muur hangen (nu in het Dordrechts Museum).

Volgens regisseur Reiné zijn zo’n 14 bekende schilderijen uit de Gouden Eeuw op de een of andere manier in de film verwerkt. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om schilderijen van zeeslagen of een tekening van de begrafenis van Michiel de Ruyter in de Nieuwe Kerk te Amsterdam. Die hebben als inspiratie gediend voor scènes in de film. Maar soms komen de schilderijen zélf langs. De dienstmeid van de familie De Ruyter beeldt Het Melkmeisje van Johannes Vermeer uit, terwijl we in Amsterdam Rembrandt over straat zien lopen met een half afgedekt schilderij onder zijn arm. Het is duidelijk De Staalmeesters. Verder heeft Johan de Witt thuis De bedreigde zwaan van Jan Asselijn hangen en zien we na de moord op Johan en zijn broer het gruwelijke doek De lijken van de gebroeders De Witt van Jan de Baen hangen.

Ondanks alle aandacht voor details hebben de makers soms zaken bewust aangepast. De film speelt zich af tussen 1653 en 1676, maar de hoofdrolspelers worden geen dag ouder. Actrice Sanne Langelaar speelt Anna van Gelder (ca. 1613-1687), de vrouw van Michiel de Ruyter. Anna was al 38 jaar en weduwe toen zij en Michiel trouwden, en 62 of 63 toen hij in 1676 stierf, maar de hele film door blijft ze de frisse jonge verschijning van begin dertig. Ook Frank Lammers veroudert niet, terwijl zoon Engel de Ruyter (1649-1683) van begin tot eind als snotneus wordt neergezet. In werkelijkheid voer hij als tiener al op de vloot mee tijdens de Tweede Nederlands-Engelse Zeeoorlog.

De Gevangenpoort.

De Gevangenpoort.

Ook in andere opzichten zijn de historische feiten soms aangepast om het verhaal mooier te maken of niet nodeloos te compliceren. De Engelse admiraal George Monck overleed reeds in 1670, maar in de film zien we hem nog in actie tijdens de Zeeslag bij Kijkduin in augustus 1673. De Nederlandse admiraal Willem Joseph van Ghent (gespeeld door Tygo Gernandt) is zelfs nog aanwezig bij de begrafenis van Michiel de Ruyter op 18 maart 1677. In werkelijkheid sneuvelde hij echter al in 1672 in de Zeeslag bij Solebay. De film suggereert verder dat Johan de Witt naar de Gevangenpoort is gelokt, om vervolgens samen met zijn broer vermoord te worden. Uit de reconstructie van de moord door historicus Ronald Prud’homme van Reine blijkt echter dat van een valstrik voor Johan geen sprake was. Hij was gewoon gekomen om zijn broer op te halen, die na het aanhoren van zijn vonnis op zichzelf vrij was om te vertrekken (en in ballingschap te gaan). Grappig is de scène waarin Michiel de Ruyter en Johan de Witt discussiëren over de zeesoldaten die De Ruyter aan het opleiden is. “Hoe noem je die ook alweer?”, vraagt De Witt. “Mariniers”, bromt De Ruyter. Uit de biografie van De Ruyter, eveneens van de hand van Prud’homme van Reine, blijkt evenwel dat deze laatste nauwelijks bemoeienis heeft gehad met de oprichting van het Korps Mariniers.

Het voorgaande doet er eigenlijk niet veel toe: het is allemaal film. Een goede film hoeft niet per se honderd procent realistisch te zijn, zolang hij maar authentiek overkomt. En dat geldt voor Michiel de Ruyter zeker. Eigenlijk heb ik maar één echte historische fout die ik hier nog wil noemen. Aan het begin van de film zit een long shot van het Binnenhof. Wie goed kijkt, ziet duidelijk dat dit niet het zeventiende-eeuwse Binnenhof is. De Ridderzaal is in wezen de moderne Ridderzaal. De gebouwtjes die toen voor de Grote Zaal stonden, zijn afwezig, net als de twee enorme potviskaken die aan het voorste gebouwtje waren bevestigd. Ook de torentjes van de Ridderzaal zijn niet correct. Hier kun je zien hoe de Ridderzaal er omstreeks 1650-1660 wél uitzag. Nog iets erger is dat rechts in beeld het paleis van stadhouder Willem V al te zien is. De bouw van dat paleis, waarvan de balzaal later de vergaderzaal van de Tweede Kamer werd[1], begon pas in 1777.

De Ridderzaal anno 2014.

De Ridderzaal anno 2014.

Dit foutje streep ik dan maar weg tegen een hilarische scène later in de film waarin Koning Charles II van Engeland (gespeeld door Charles Dance) zijn bediende opdracht geeft een brief af te leveren bij de koning van Frankrijk, “His Majesty King Louis the Sixteenth”. In de bioscoop sprong ik destijds bijna uit mijn stoel om door de zaal te schreeuwen dat dat niet klopt. Het moet natuurlijk Louis the Fourteenth zijn. Wat een blunder van de makers! Maar opspringen was helemaal niet nodig, want Charles werd al keurig door zijn Franse maîtresse gecorrigeerd. De Engelse koning maakt dan nog een sarcastische opmerking over het enorme aantal Franse koningen met de naam Louis en zo is de fout op humoristische wijze hersteld.

Michiel de Ruyter is een prima film over een interessante historische figuur in een roerige tijd. Zo mogen er meer gemaakt worden.

Noot

[1] Zie Haagse taferelen II: Het Paleis aan de Vijver.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *