Boekbespreking: Moresnet

Ik moet bekennen dat ik tot ongeveer een jaar geleden nog nooit van Neutraal Moresnet had gehoord. En ik zal zeker niet de enige zijn. De geschiedenis van dit ministaatje – als het dat al was – behoort bepaald niet tot de Nederlandse canon. Te klein, te onbeduidend, te lang geleden en wellicht: te veel een kwestie tussen België en Duitsland. Vorig jaar was het 200 jaar geleden dat Moresnet ‘gesticht’ werd in een grensverdrag tussen het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden en Pruisen. Ter gelegenheid hiervan verschenen diverse publicaties over het in 1920 weer verdwenen landje. Dit boek van Philip Dröge – Moresnet: opkomst en ondergang van een vergeten buurlandje – is daar een goed voorbeeld van.

Moresnet was deels een kind van het Congres van Wenen dat in 1814 en 1815 vergaderde na de val van Napoleon Bonaparte. De kaart van Europa moest opnieuw getekend worden. De Noordelijke en Zuidelijke Nederlanden – zeg maar Nederland en België – werden samengevoegd tot een koninkrijk, de door de geallieerden gewenste sterke staat ten noorden van Frankrijk. Het Congres regelde in zijn slotakte echter ook de grens tussen het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden en Pruisen en bepaalde daarmee dat plaatsen als Venlo Nederlands grondgebied werden (met andere woorden, Geert Wilders had een Duitser kunnen zijn). Maar heel helder was die slotakte niet, hetgeen ertoe leidde dat het Koninkrijk en Pruisen op 26 juni 1816 nog een apart grenstraktaat moesten sluiten om vast te leggen waar de grens nu precies liep. Dat werd het befaamde Grenstraktaat Aken, dat in 1919 nog tot belangrijke staatsrechtelijke jurisprudentie zou leiden.

Kaart van Neutraal Moresnet uit 1862 (Ed Stevenhagen/Wikipedia).

Gemakkelijk waren de onderhandelingen tussen het Koninkrijk en zijn oosterbuur niet. Op 31 mei 1816 waren er al zestig vergaderingen aan het trekken van de definitieve grens tussen beide landen gewijd. Op één punt kwam men sowieso niet tot overeenstemming: het gebied rondom een waardevolle zinkspaatgroeve bleef onverdeeld. Zink was een belangrijk metaal en de mijn was in potentie een belangrijke bron van inkomsten (vooral voor het Koninkrijk) dan wel een belangrijke concurrent (voor Pruisen, dat in Kattowitz al een soortgelijke mijn had). Beide landen werden gezamenlijk eigenaar van het taartpuntige gebied rondom de mijn, ten zuiden van Vaals. Het gebied werd Moresnet genoemd – al lag het plaatsje Moresnet er verwarrend genoeg net buiten – en neutraal verklaard. Het hoogste gezag werd uitgeoefend door twee commissarissen, één namens het Koninkrijk en één namens Pruisen. In de dagelijkse praktijk was de benoemde burgemeester de voornaamste gezagsdrager, terwijl de twee commissarissen bijna alle diplomatieke problemen escaleerden naar het niveau van hun regeringen, zodat de besluitvorming doorgaans extreem stroperig verliep. Het politiekorps van Moresnet bestond uit welgeteld één veldwachter, en die beschikte alleen over een knuppel.

In de jaren na 1816 slaagden beide landen er niet in tot een definitieve regeling van de situatie rond Moresnet te komen. Nederland raakte na de Belgische Opstand van 1830 grotendeels buiten beeld: de kwestie regardeerde vanaf dan het jonge België en zijn oosterbuur Pruisen, na 1871 het Duitse Rijk. De inwoners van Moresnet trokken zich niet zo veel aan van de moeizame geopolitieke ontwikkelingen om hen heen. Zij gingen voornamelijk hun eigen gang. Wel groeide de bevolking aanzienlijk. In 1817 woonden er nog maar 256 mensen, maar dat aantal zou tot aan de opheffing in 1920 bijna vertwintigvoudigen. De belangrijkste plaats in Moresnet – zeg maar de ‘hoofdstad’ – was het dorp Kelmis. De gemeenschap bestond uit een mix van Duitsers, Belgen, Nederlanders en ‘neutralen’, mensen zonder nationaliteit, en dan ook nog een handjevol Fransen, Zwitsers en een enkele verdwaalde Amerikaan. Uiteindelijk leek er zelfs iets te ontstaan als een nationale identiteit. Als in de aanloop naar de Eerste Wereldoorlog de Duitsers aansturen op annexatie en de Belgen lauw reageren, ontstaat zelfs de kreet “Neutraal altijd, België misschien, Duitsland nooit”.

Ansichtkaart uit 1905.

Het boek maakt echter duidelijk dat die kreet en het gevoel dat er onder zat niet geheel door idealisme ingegeven waren. De neutraliteit bracht ook financiële voordelen met zich mee, want noch het Nederlandse of Belgische, noch het Pruisische of Duitse recht golden er. Men moest het meestal doen met de zwaar achterhaalde (Franse!) Code Napoleon. Aan de ene kant leverde dat problemen op met huwelijken of stateloosheid, maar aan de andere kant betekende het ook dat de belastingwetgeving van geen van beide buurlanden van toepassing was. Moresnet werd dus een belastingparadijs en – omdat er ook geen accijnzen hoefden te worden betaald – een smokkelaarsnest. Het landje trok voortvluchtige misdadigers en dienstweigeraars aan, en ook prostituees en hun souteneurs. Toen op een gegeven moment de zinkmijn uitgeput dreigde te raken, werd het gokken ontdekt, in navolging van een ander ministaatje, Monaco. Ook daar was het handig dat regelgeving ontbrak. Alhoewel, de Code Napoléon bevatte een bepaald niet voor het gokken geschreven artikel over een verbod op samenscholingen van meer dan twintig personen. Dit werd vervolgens als juridische deus ex machina tegen gokhallen in hotels ingezet. Het leidde zelfs – in 1903 – tot tijdelijke opheffing van de neutraliteit van Moresnet, toen agenten uit België en Duitsland de grens passeerden om de burgemeester te assisteren in het handhavend optreden. Veel haalde dit machtsvertoon echter niet uit: het gokken ging achter gesloten deuren gewoon door. “In Moresnet mag erg veel, als je het maar niet aan de grote klok hangt” (p. 159).

Jean-Jacques Dony.

Auteur Dröge neemt de lezer in zijn vlot geschreven boek mee langs allerhande schilderachtige figuren. We maken kennis met Hans Christoph von Gagern (1766-1852), de diplomaat en lobbyist die namens Willem I meeonderhandelde in Wenen (en door de zuinige Willem aanvankelijk met een snuifdoos als beloning voor geleverde diensten werd afgescheept). Jean-Jacques Dony (1759-1819) speelt een zeer grote rol, de Luikse uitvinder van de zogenaamde reductieoven die een zinken bad voor Napoleon maakte en zijn zinnen zette op de zinkspaatgroeve ten noorden van Kelmis. Hij kreeg een concessie voor 50 jaar, maar zijn Dony et Compagnie werd uiteindelijk overgenomen door de ondernemer François-Dominique Mosselman (1754-1840) en zijn broer. We ontmoeten ook andere leden van de familie Mosselman, de beeldschone en hyperintelligente Fanny Mosselman en haar echtgenoot Charles le Hon. De familie stond aan de basis van het bedrijf Vieille-Montagne, dat sinds zijn oprichting in 1837 de zinkmijn exploiteerde (vanaf 1856 op grond van een eeuwigdurende concessie) en vanwege zijn economische machtspositie feitelijk de baas was in Moresnet.

Dokter Wilhelm Molly.

Tot de meer idealistische figuren die de revue passeren, behoort zeker Wilhelm Molly (1838-1919), bedrijfsarts van Vieille-Montagne en huisarts van Kelmis. Hij zou een soort Vader des Vaderlands van Moresnet worden, en wel vanwege twee gedurfde acties. Allereerst liet hij postzegels van Moresnet uitgeven. Die waren waardeloos voor het internationale postverkeer, maar voor Moresnet golden ze als een soort onafhankelijkheidsverklaring. Het ministaatje was formeel een ‘condominium’, bestuurd door commissarissen uit twee landen en een door deze benoemde burgemeester, maar het uitgeven van de postzegels was duidelijk een handeling van een soevereine staat. België en Duitsland keurden de actie af en het initiatief stierf een zachte dood, maar in 1907 was Molly terug met een nog gewaagdere actie. Nu had hij samen met het Franse talenwonder Gustave Roy – een medelid van de vrijmetselarij – het plan bedacht dat Moresnet de eerste staat moest worden waar standaard Esperanto gesproken werd. Deze kunsttaal van de Poolse jood Ludwik Lejzer Zamenhof (1859-1917) moest vanuit Moresnet dan doorbreken in de rest van het Europese continent en uiteindelijk een grote bijdrage aan de wereldvrede leveren. De jonge Karl Schriewer (1889-1916) werd het boegbeeld van deze beweging, Moresnet kreeg een volkslied en het landje werd omgedoopt tot Amikejo, ‘oord van vrienden’.

Ansichtkaart uit ca. 1900.

Maar uiteindelijk liep het allemaal anders. Duitsland – in de ban van het nationalisme – lag dwars, het Centrale Bureau van de Esperanto-beweging zag toch maar af van vestiging in Kelmis en ‘consul’ Schriewer sneuvelde op 31 december 1916 als vrijwilliger in het Belgische leger aan de oever van het Tanganyika-Meer in Afrika. Op het moment dat Schriewer zijn laatste adem uitblies, was Moresnet al ingenomen door Duitse troepen. Maar Duitsland verloor de oorlog en per 10 januari 1920 werd Moresnet officieel Belgisch grondgebied. Het sprookje van ons ‘vergeten buurlandje’ was daarmee definitief uit.

Philip Dröge neemt ons kundig mee langs meer dan honderd jaar grotendeels onbekende geschiedenis. Daarbij zij hem vergeven dat hij soms wat slordig is. Zo was Willem I in 1814 nog geen koning, maar soeverein vorst, en het land waarover hij regeerde heette tussen 1814 en 1815 niet ‘Nederland’ maar ‘De Vereenigde Nederlanden’ en tussen 1815 en 1830 ‘het Koningrijk der Nederlanden’, ook wel Verenigd Koninkrijk der Nederlanden genoemd. Dröge noemt bovendien het Nederlandse Burgerlijk Wetboek – dat van 1 oktober 1838 dateert – bij de bespreking van de eerste jaren van Moresnet, een tijd dat dit wetboek nog niet van kracht was (p. 56). Een voorbeeld van een anachronisme dus. De bewering dat twee (anonieme) heren Moresnet uitkozen voor een duel omdat dit in de rest van Europa al verboden zou zijn, lijkt me zelfs pertinent onjuist. De bewering slaat op de periode vóór 1859, maar Nederland verbood het duel pas formeel op 1 september 1886, toen het Wetboek van Strafrecht in werking trad (zie ook deze bijdrage). Maar ach, het zal een uitvloeisel zijn van wat Dröge, van huis uit journalist, op p. 121 schrijft: journalisten zijn nu eenmaal meestal iets minder precies dan juristen. Aan de kwaliteit van het boek doen deze incidentele slordigheden in elk geval niets af.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *