De Gouden Eeuw: De prijs van de kunst

De Anatomische Les van Dr. Nicolaes Tulp door Rembrandt (Mauritshuis, Den Haag).

In aflevering negen van De Gouden Eeuw staat de kunsthandel centraal. Een hoofdrol is weggelegd voor de hedendaagse kunsthandelaar Jan Six jr. (1978), oftewel Jan Six nummer elf.[1] Stamvader van het geslacht-Six is de zeventiende-eeuwse Amsterdamse textielhandelaar Jan Six (1618-1700). Six werd onderdeel van het Amsterdamse establishment door zijn huwelijk met Margaretha, de dochter van de beroemde arts en regent Nicolaes Tulp (1593-1674). Tulp is natuurlijk overbekend door het schilderij van zijn anatomische les door Rembrandt van Rijn (1606-1669). Jan Six en Rembrandt waren bevriend. In 1654 schilderde de grote meester het portret van de eerste Jan Six, dat nog steeds in het bezit is van de familie.

Een belangrijk punt in de aflevering is dat er ook in de zeventiende eeuw al kunsthandel bestond. Voorheen was de Rooms-katholieke Kerk de belangrijkste broodheer van kunstenaars geweest, maar de Reformatie had daar een einde aan gemaakt. Dit zorgde ervoor dat schilders en andere kunstenaars in de Republiek zich gingen richten op andere thema’s. De focus lag nu op portretten, landschappen, stadsgezichten en stillevens. In plaats van kerkelijke functionarissen waren nu gegoede burgers de opdrachtgevers. Omdat de kunstenaars doorgaans heel goed waren in het maken van kunst, maar veel minder goed in het aan de man brengen ervan, hadden ze vertegenwoordigers nodig. Deze fungeerden als tussenpersonen en vormden zo de trait-d’union tussen de vraag- en de aanbodzijde.

Portret van een meisje – Rembrandt (1632; Brera Museum, Milaan).

Uit de aflevering blijkt dat in de zeventiende eeuw wel zo’n vijf miljoen schilderijen zijn geproduceerd. Die waren natuurlijk niet allemaal van topkwaliteit. Voor burgers met minder geld waren werken van mindere kwaliteit te koop, vervaardigd door mindere goden die daarvoor ook veel minder rekenden. Zo konden ook de bierbrouwers en de bakkers schilderijen kopen, die ze zelfs tot in de keuken ophingen. Ook deze mensen konden hun portret laten schilderen, al was het resultaat niet altijd om over naar huis te schrijven. De prijs van een doek werd ook bepaald door de gebruikte verf. Azuurblauwe verf was extreem duur, want deze werd gemaakt van gemalen lapis lazuli. Dat gesteente kwam helemaal uit het huidige Afghanistan en was dus zeer kostbaar.

Ook een grote schilder als Rembrandt had aanvankelijk een agent nodig. In zijn geval was dat Hendrick van Uylenburgh (ca. 1587-1661), een telg uit een Fries geslacht. De Firma Van Uylenburgh koppelde gegoede opdrachtgevers aan de schilder, die daarop grote bekendheid verwierf en een fortuin vergaarde. De al genoemde Anatomische Les van Dr. Nicolaes Tulp (1632) was waarschijnlijk één van de producten van de samenwerking tussen Rembrandt en Uylenburgh. In 1634 trouwde de schilder in het Friese Sint Annaparochie met een nichtje van zijn agent, de bekende Saskia van Uylenburgh (1612-1642). Haar graf behoort tot de bekendste in de Amsterdamse Oude Kerk.

Monumentje voor Rembrandt en Saskia in Sint Annaparochie.

Mede dankzij zijn agent werd Rembrandt een vermogend man. Zijn vermogen stelde hem in staat Van Uylenburgh opzij te schuiven en zelfstandig verder te gaan. Voor het destijds astronomische bedrag van 13.000 gulden kocht de schilder in 1639 een prachtig dubbelbreed koopmanshuis aan de Amsterdamse Jodenbreestraat, tegenwoordig het Rembrandthuis. Hij zou er tot 1658 wonen. In dat jaar werd hij failliet verklaard. Bij het faillissement speelden vele factoren een rol. Rembrandt nam veel jonge kunstenaars in dienst, die daarvoor 100 gulden per jaar betaalden, voor die tijd veel geld. Tegelijkertijd leefde de kunstenaar echter ver boven zijn stand en gaf hij veel te veel geld uit. Bovendien had Rembrandt al gauw geen interesse meer in het schilderen van portretten en ging hij zich richten op Bijbelse taferelen en historiestukken.

Rembrandt weigerde zijn clientèle te behagen en bleef experimenteren met zijn nieuwe stijl met grove penseelstreken. Die moest het echter afleggen tegen de ‘gladde stijl’ die werd gepropageerd door de Haarlemmer Bartholomeus van der Helst (1613-1670). Leerlingen van Rembrandt zoals Govert Flinck (1615-1660) en Ferdinand Bol (1616-1680) kopieerden de stijl van Van der Helst en streefden daardoor hun meester in populariteit voorbij. Inmiddels heeft Rembrandt dat echter weer ruimschoots goedgemaakt.

Noot

[1] Niet lang na uitzending van de aflevering werd Jan Six nummer 12 geboren.

 

One Comment:

  1. Pingback: De Gouden Eeuw: Een nieuwe wetenschap – – Corvinus –

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *