De Gouden Eeuw: Het begin van het einde

Buste van stadhouder-koning Willem III door Jan Blommendael (Mauritshuis, Den Haag).

De laatste aflevering van De Gouden Eeuw gaat over het einde van het sprookje. De Republiek raakt vanaf het laatste kwart van de zeventiende eeuw haar dominante positie op het gebied van handel, kunst, wetenschap en oorlogsvoering langzaamaan kwijt. Andere staten nemen die positie over, in het bijzonder Engeland, met Londen als bruisend centrum. De opkomst van Engeland als koloniale wereldmacht heeft een Nederlands tintje, aangezien stadhouder-koning Willem III er een belangrijke rol in speelde.

De aflevering begint met het Rampjaar 1672. In dat jaar vielen de Fransen, de Engelsen en de bisschoppen van Munster en Keulen de Republiek aan. De Fransen dreigden daarbij door te stoten tot het commerciële hart van het land: Amsterdam. Het land was reddeloos, de regenten radeloos en het volk redeloos. In pamfletten werden de regenten beschuldigd van heulen met de vijand en dat zorgde voor razernij bij het gewone volk. Op 20 augustus 1672 vermoordde een woedende menigte de broers De Witt, raadspensionaris Johan en zijn broer Cornelis. Deze gruwelijke moorden zijn eerder op deze website aan de orde gekomen. De broers werden ondersteboven aan de wipgalg opgehangen en daarna letterlijk geslacht. Lichaamsdelen die werden afgesneden werden vervolgens verhandeld. Het Haags Historisch Museum bezit nog steeds de tong van Johan de Witt en een wijsvinger van broer Cornelis.

Buste van Johan de Witt (Eerste Kamer, Den Haag).

De Franse opmars vergrootte het gevoel dat nu alleen nog een telg uit het Huis van Oranje het land kon redden, zoals in het verleden ook was gebeurd. Willem III was die telg. Willem was geboren in 1650, kort na de dood van zijn vader, stadhouder Willem II (1647-1650). Na diens dood waren vijf van de zeven provincies welbewust stadhouderloos verdergegaan. Johan de Witt had Willem ook altijd van hoge functies afgehouden. In het regime van de Ware Vrijheid was dus geen plaats voor een Oranje, maar in het Rampjaar wel. Al in juli was de 21-jarige Willem tot stadhouder benoemd en had hij de leiding over de oorlogshandelingen genomen. Met succes: de Hollandse Waterlinie hield de Fransen tegen en Willem bleek op diplomatiek gebied zeer begaafd. Hij kreeg de Duitse keizer aan de kant van de Republiek en wist zelfs van de oude aartsvijand Spanje een bondgenoot te maken. Willem werd de held van de natie.

In 1678 werd de Vrede met Frankrijk gesloten. Willem bleef de Franse koning Lodewijk XIV echter als een grote bedreiging voor alle buurlanden zien. Historicus Luc Panhuysen, die later een boek over deze materie schreef, legt uit dat Willem een duidelijke rol voor zichzelf zag om de krachten in Europa te bundelen tégen de expansiedrang van de Zonnekoning. Daarbij maakte de stadhouder ook gebruik van informanten, die hem van de situatie in andere landen en aan andere hoven op de hoogte konden stellen. Zo werd hem duidelijk dat in Engeland het door protestanten gedomineerde parlement op ramkoers lag met de katholieke koning Jacobus (of James) II, Willems schoonvader. Het feit dat Jacobus steun zocht bij zijn geloofsgenoot de Franse koning en dus een bondgenootschap tussen Engeland en Frankrijk dreigde, was voor een groep van zeven edelen aanleiding om Willem te verzoeken militair in Engeland te interveniëren.

Stadhouder-koning Willem III door Godfrey Kneller.

Willem besloot het verzoek te honoreren. Als de interventie de banden tussen Engeland en Frankrijk kon doorsnijden en de Engelsen aan de Nederlandse kant kon brengen, dan zou dat de positie van de Republiek flink versterken. Bovendien kon Willem zo zijn ‘Engelse erfenis’ veiligstellen. De stadhouder was immers getrouwd met Mary Stuart (1662-1694), dochter van Jacobus. De protestantse Mary zou aanvankelijk haar katholieke vader opvolgen na diens dood, ware het niet dat in 1688 alsnog een zoontje werd geboren, ook Jacobus geheten. Mary’s recht op de troon was daarmee in rook opgegaan en dat was onacceptabel. Willem verzamelde een invasievloot van 400 schepen met 25.000-30.000 man aan boord, zeelieden en soldaten. De vloot vertrok in een hevige storm en werd door een ‘katholieke wind’ aanvankelijk teruggedreven. Een daaropvolgende ‘protestantse wind’ maakte de overtocht alsnog mogelijk.

Op 5 november landde Willem bij Torbay in Devon, ver van de hoofdstad Londen. Zijn eerste taak was de bevolking ervan te overtuigen dat hij als verdediger van het protestantse geloof en als vriend van het Engelse volk was gekomen. Het ging hem erom zieltjes te winnen en vooral niet te vechten tegen wie dan ook. Om misstanden te voorkomen werd het leger onder strikte discipline gehouden. Geweld tegen burgers werd zwaar gestraft. Onder beroerde weersomstandigheden trok het leger vervolgens naar het noorden, waar na vier dagen de grote stad Exeter werd bereikt. Volgens één bron maakte de entree van de stadhouder grote indruk op de lokale bevolking. Willem had volgens deze bron namelijk ook een paar honderd Laplanders en Surinamers meegenomen toen hij Exeter binnentrok. Het feit dat hij 6.000 paar schoenen voor zijn soldaten bestelde, wat de lokale economie een boost gaf, droeg bij aan het enthousiasme van de stadsbevolking voor een regime change.

Wellicht geïnspireerd door zijn adviseur, de theoloog Gilbert Burnet (1643-1715), hield Willem vervolgens een gloedvolle rede van de kansel van de kathedraal van Exeter, waarin hij de rechten van een vrij en wettig parlement verdedigde. Tien dagen later zette hij de opmars naar Londen in gang. Tegenwerking van medestanders van Jacobus was er nauwelijks en protestantse legerofficieren liepen over naar Willem. De Glorious Revolution werd een succes. Jacobus moest vluchten en het parlement bood Willem en Mary in 1689 de kroon van Engeland, Schotland en Ierland aan. Aan die kroon hing wel een prijskaartje: de positie en bevoegdheden van de Commons en de Lords werden constitutioneel verankerd en voortaan moesten de parlementariërs toestemming geven voor allerhande zaken, zoals de omvang van het leger en het heffen van belastingen. Zoals ontstond een constitutionele monarchie en werd het zaadje geplant waaruit de parlementaire democratie zou ontstaan.

Paleis ‘t Loo, het favoriete verblijf van de stadhouder-koning.

Mede dankzij de inspanningen van stadhouder-koning Willem III begon Engeland de Republiek voorbij te streven. Bij de dood van Willem in 1702 ging de Republiek al gebukt onder een enorme schuldenlast, mede veroorzaakt door de vele oorlogen die zij had gevoerd. Verdediging van de commerciële belangen van het land overal ter wereld trok ook een zware wissel op de economie. De Republiek verloor haar toonaangevende positie aan concurrenten en kreeg deze nooit meer terug. Zoals in de aflevering tot besluit terecht wordt geconcludeerd, de Gouden Eeuw kwam als een gast uit Antwerpen en ging vervolgens naar Londen, Engeland, om later weer door te reizen naar New York en daarna wellicht Beijing.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *