De IJzeren Eeuw: Vrouwen voorwaarts

Betsy Perk (bron: Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis, Amsterdam).

Gedurende het grootste gedeelte van de negentiende eeuw gold het adagium dat vrouwen binnen behoorden te zitten. Zelfs onbegeleid over straat lopen en winkelen werden als ongepast beschouwd. Op straat vertoonden zich namelijk alleen dienstmaagden en prostituees. Eerbare vrouwen zaten thuis en kwamen nauwelijks de deur uit. Dit was een opmerkelijk verschil met de zeventiende en achttiende eeuw, toen Nederlandse vrouwen meer zelfstandigheid kenden. Zo zeer zelfs dat het buitenlandse auteurs opviel. Maar in de IJzeren Eeuw gold een burgerlijkheidscultuur die de vrouw een vaste rol binnenshuis toekende. Natuurlijk kwam er ook verzet tegen die cultuur. De vijfde aflevering van de IJzeren Eeuw besteedt aandacht aan een van de vrouwen die in verzet kwamen, de inmiddels vrijwel vergeten schrijfster en activiste Betsy Perk (1833-1906).

Betsy Perk werd geboren in Delft en groeide op in een redelijk welgesteld gezin. Ze was een tante van de bekende dichter Jacques Perk (1859-1881). Al op zeventienjarige leeftijd begon Betsy Perk met schrijven en dat ging haar goed af. Cruciale gebeurtenissen in haar leven waren vervolgens het afketsen van haar verloving in 1866 en de dood van haar vader in 1867. Vader Perk was uiteraard kostwinner geweest, en zijn dood zorgde voor het wegvallen van veel inkomsten. Betsy Perk moest nu noodgedwongen naar een slechtere buurt in Delft verhuizen. Als ongetrouwde vrouw van in de dertig was ze een zogenaamde ‘oude jonge juffrouw’. Omdat vrouwen geacht werden niet te werken en eigen inkomsten te verdienen, was ze feitelijk afhankelijk van aalmoezen van familie. Dat accepteerde Betsy Perk niet, en de aflevering maakt duidelijk dat er meer vrouwen waren die hun rol niet accepteerden. Vrouwen, vooral uit de gegoede klasse, wilden zich ook maatschappelijk nuttig maken. De taken binnenshuis boden geen voldoening; het feminisme ontstond, in zekere zin, uit verveling.

Oude Kerk te Delft.

Betsy Perk ging fanatiek aan de slag om verandering te bewerkstelligen. Begin 1870 verscheen het eerste exemplaar van Ons Streven. Weekblad gewijd aan de ontwikkeling van de vrouw. Het was het eerste Nederlandse vrouwentijdschrift. Perk raakte echter al gauw in conflict met de uitgever en richtte toen een nieuw tijdschrift op, Onze Roeping. Ze was eveneens verantwoordelijk voor de oprichting van de vereniging Arbeid Adelt in 1871. Deze vereniging, die nog steeds bestaat, beoogde de economische onafhankelijkheid van vrouwen te vergroten door vrouwen in de gelegenheid te stellen hun handwerkproducten voor geld te verkopen. Ook hier ontstonden echter conflicten, onder meer over de vraag of producten onder eigen naam of anoniem verkocht moesten worden. Voor veel vrouwen gold dat eerste nog als een brug te ver. De tamelijk autoritaire Betsy Perk werd uiteindelijk uit haar eigen vereniging gezet.

Omdat Perk niet kon leven van haar boeken besloot ze de samenwerking te zoeken met de voordrachtkunstenares Mina Kruseman (1839-1922). De vrouwen gingen samen op tournee door het land, waarbij ze vanaf het podium hun visie op de wereld en de positie van de vrouw met het publiek deelden. Hun voorstellingen waren echter niet alleen idealistisch van aard: ze golden zeker ook als een vorm van werk waarmee geld verdiend moest worden. De tournee was, kortom, tevens een commerciële onderneming, en velen – mannen, maar ook vrouwen – vonden dat dat iets was wat alleen mannen behoorden te doen. In twee maanden hielden Perk en Kruseman veertig voordrachten, maar gaandeweg ontstond steeds meer wrijving tussen hen beiden. Mina Kruseman was een ravissante verschijning, die haar vrouwelijkheid inzette om haar doel te bereiken, volgens de aflevering een ‘atypische feministe’. Vergeleken met Kruseman oogde Perk maar zwak en bleekjes.

Koningin Wilhelmina door Johannes Elsinga, naar Willy Sluiter (Museum Prinsenhof, Delft).

Nu hun tournee trokken de vrouwen naar Wiesbaden in Duitsland, waar de grote schrijver Eduard Douwes Dekker, beter bekend als Multatuli (1820-1887), in ballingschap leefde. Multatuli was voor Perk en Kruseman interessant vanwege zijn radicale denkbeelden, ook voor wat betreft de positie van de vrouw. Als tegenstander van democratie was hij tegen het kiesrecht, maar als het dan toch werd toegekend, dan ook aan vrouwen, aldus de schrijver. Rond deze tijd kwam het ook tot een openlijke breuk tussen Betsy Perk en Mina Kruseman. Mede vanwege haar zwakke gezondheid trok Perk zich terug in Valkenburg in Limburg, waar ze rondtrok op een ezeltje en ‘luchtbaden’ nam. Ze voerde ook gesprekken met het ezeltje en beweerde dat het dier soms terugpraatte. In het boek Mijn ezeltje en ik. Een boek voor vriend en vijand rekende Perk vervolgens af met haar vijanden, onder wie de vrouwen die haar te radicaal vonden en haar niet hadden gesteund.

Betsy Perk was vervolgens jarenlang uit de publiciteit, terwijl zich op sociaal gebied belangrijke gebeurtenissen voltrokken. In de jaren 1890 gingen vrouwen bijvoorbeeld fietsen en in 1898 werd de achttienjarige Koningin Wilhelmina ingehuldigd in Amsterdam. Ter gelegenheid van de inhuldiging werd gedurende drie maanden in Den Haag de Nationale Tentoonstelling van Vrouwenarbeid gehouden. Deze tentoonstelling was een geweldig succes en trok 90.000 bezoekers. Voor de acceptatie van werkende vrouwen was de tentoonstelling een doorbraak. Betsy Perk had echter slechts een bijrolletje. In 1906 kwam ze te overlijden, 73 jaar oud. Ze werd bijgezet op de begraafplaats Rustoord te Nijmegen. De toekenning van passief en actief kiesrecht aan vrouwen – in respectievelijk 1917 en 1919 – maakte ze helaas niet meer mee.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *