De IJzeren Eeuw: Abraham de Geweldige

Abraham Kuyper (bron: Fotoarchief Eerste Kamer).

De elfde aflevering van de IJzeren Eeuw is helemaal gewijd aan Abraham Kuyper (1837-1920), de voorvechter van de ‘kleyne luyden’, de grondlegger van de confessionele politiek in Nederland, oprichter van de eerste Nederlandse politieke partij, oprichter van de Vrije Universiteit (VU) en dagblad De Standaard, strijder voor door de overheid gefinancierd bijzonder onderwijs en premier in een roerige tijd (1901-1905). Bewonderd door zijn volgelingen, maar verguisd door zijn tegenstanders onder met name de liberalen en de socialisten. ‘Abraham de geweldige’ was een geliefd object van spotprenten, waarvan de jonggestorven tekenaar en socialist Albert Hahn (1877-1918) er enkele honderden maakte. In de aflevering blijkt Kuyper zelfs aan zijn eigen VU niet meer herkend te worden. In de Verenigde Staten, en dan met name in het door veel Amerikanen met Nederlandse wortels bevolkte Michigan, is hij echter nog steeds een grote man.

Het geloof speelde een dominante rol in het leven van Abraham Kuyper. Op zijn elfde had hij een heftige religieuze ervaring die leidde tot een ‘bekering’. Deze werd schriftelijk vastgelegd en dit briefje is bewaard gebleven. In de aflevering wordt het getoond. Kuypers vader was predikant en in 1863 ging de jonge Abraham zelf ook als predikant aan de slag, en wel in de Nederlands-Hervormde Kerk te Beesd. Daar zou hij zijn geraakt door het geloof en godsvertrouwen van Pietje Baltus (1830-1914), een arme vrouw die de Nederlands-Hervormde Kerk maar slap vond en een veel orthodoxer geloof voorstond. Kuyper-biograaf Jeroen Koch, ook bekend van zijn boek over Koning Willem I, laat in de aflevering weinig heel van dit verhaal. Dat Kuyper uiteindelijk het orthodoxe protestantisme omarmde, was veeleer het gevolg van de briefwisseling met zijn verloofde en latere echtgenote Johanna Hendrika Schaay (1842-1899). Jo Schaay ergerde zich aan de twijfel op religieus gebied die Kuyper voortdurend in zijn brieven toonde. Ze spoorde hem aan niet te denken, maar te gelóven. Dat was de echte overgang van Kuyper naar de orthodoxie.

Gereformeerde Kerk te Hoogeveen. Op de gevel de jaartallen 1834 (de Afscheiding) en 1886 (de Doleantie).

Terwijl hij actief was als predikant te Amsterdam richtte Kuyper in 1872 een krant op, De Standaard. Daarin schreef hij zelf columns, die vanwege het teken dat erboven werd geplaatst – drie sterretjes – ‘Driestarren’ werden genoemd. Twee jaar later werd Kuyper voor het district Gouda in de Tweede Kamer gekozen. Zijn periode daar was geen onverdeeld succes. Kuyper opereerde als een workaholic en raakte spoedig overspannen. Voor zijn gezondheid vluchtte hij naar Zwitserland om een beetje bij te komen. In 1877 hield hij ten slotte de Tweede Kamer voor gezien. Dat betekende echter niet het einde van zijn politieke carrière. Toen een herziening van de Onderwijswet van 1857 alleen overheidsfinanciering voor het openbaar onderwijs regelde, kwam Kuyper in actie. Algemeen kiesrecht bestond nog lang niet en slechts 100.000 Nederlanders waren kiesgerechtigd. Het petitierecht – destijds artikel 9 van de Grondwet van 1848 – kwam echter aan ‘ieder ingezeten’ toe. In 1878 lanceerde Kuyper het Volkspetitionnement dat gelijke rechten voor het bijzonder onderwijs eiste. Meer dan 300.000 protestanten en zo’n 164.000 katholieken zetten hun handtekening onder de petitie. Wie ongeletterd was, zette een kruisje.

Het Volkspetitionnement draaide om een stuk dat de titel Smeekschrift om een school met den Bijbel had gekregen. De benaming ‘smeekschrift’ was bewust gekozen; het was een rechtstreekse verwijzing naar de Opstand tegen de Spanjaarden en het destijds, in 1566, door de lagere edelen – de Geuzen – aangeboden Smeekschrift. Bij de gebeurtenissen rondom het petitionnement toonde Kuyper ook zijn gaven als organisator. De handtekeningen werden overal in het land in de kerk verzameld onder de kleyne luyden. Het Volkspetitionnement leverde evenwel politiek niets op. Koning Willem III nam het Smeekschrift in ontvangst, en deed er vervolgens niets mee. Kuyper had nu echter de smaak te pakken. In 1879 werd de Anti-Revolutionaire Partij (ARP) opgericht, de eerste politieke partij van Nederland. Dat was om vele redenen een mijlpaal. Hiermee werd formeel afscheid genomen van de idee dat Kamerleden onafhankelijk en zonder ruggenspraak opereerden. Voor de emancipatie van de kleyne luyden was de oprichting van de ARP ook van groot belang.

Abraham de geweldige, cartoon van Albert Hahn uit 1904.

De ARP ging fungeren als het speerpunt in wat Kuyper in een geschrift had aangeduid als de ‘antithese’, de door hem geziene scheiding in de maatschappij tussen confessionelen enerzijds en liberalen en later socialisten anderzijds. Als partijleider was Kuyper ook bepaald geen verbinder. Integendeel, hij was een tamelijk polariserend figuur, dat met iedereen ruziemaakte. De liberale elite die het land bestuurde en geen oog had voor de gewone man deugde niet. De door Kuyper geleide gereformeerden[1], de hardwerkende mensen, dat was het échte volk. En dat volk moest gemobiliseerd worden, waarbij de zeer charismatische Kuyper de populistische retoriek niet schuwde. In de aflevering wordt hij door zijn biograaf zelfs met Pim Fortuyn vergeleken.

Hoewel de ARP altijd een zeer koningsgezinde politieke partij is geweest, miste Kuyper de inhuldiging van Koningin Wilhelmina in 1898 omdat hij toen in de Verenigde Staten verbleef. In Princeton (New Jersey) kreeg hij van de plaatselijke universiteit een eredoctoraat, zijn eerste van vier. Daarna trok hij verder naar het westen en bezocht hij de staat Michigan, waar vele immigranten uit Nederland waren neergestreken. Deze mensen waren vanaf 1870 naar de Verenigde Staten verhuisd, voornamelijk vanwege economische redenen. Boeren hadden het toen heel moeilijk vanwege de massale import van graan uit juist de Verenigde Staten. Wie nu de kaart van Michigan bestudeert, ziet duidelijk de Nederlandse invloeden. Er liggen plaatsjes met namen als Holland, Zeeland, Overisel en Borculo, en in de grote plaats Grand Rapids vinden we een Kuyper College. Kuypers tournee werd een groot succes. In zijn lezingen – in het Nederlands! – hield hij zijn publiek voor vooral te integreren; ‘Be Americanized’, zo vatten Amerikaanse kranten de lezingen samen.

Cartoon van Albert Hahn over de spoorwegstaking van 1903.

Bejubeld onder gelijkgestemden in Amerika, maar omstreden in eigen land. In 1901 ging Kuyper het naar hem genoemde kabinet-Kuyper leiden als vaste voorzitter van de ministerraad, zeg maar als minister-president. Het kabinet bestond uit antirevolutionairen en katholieken[2] en kreeg in 1903 te maken met een grote spoorwegstaking, door Albert Hahn vereeuwigd met zijn beroemde prent met de tekst ‘Gansch het raderwerk staat stil, als uw machtige arm het wil’. De spoorwegarbeiders wilden betere werkomstandigheden en het recht om lid te worden van een vakbond. Hoewel Kuyper pretendeerde een sociale agenda te hebben, bleek die in de praktijk alleen voor zijn eigen, keurig christelijke kleyne luyden te gelden. De spoorwegarbeiders, die meer sympathie voor de socialisten hadden, werden daarentegen hard aangepakt. Militairen bewaakten de stations om te voorkomen dat het treinverkeer ontregeld werd.

De regering besloot bovendien voorstellen in te dienen voor antistakingswetten voor ambtenaren. Deze door de socialisten als ‘worgwetten’ aangeduide wetten waren ook van toepassing op spoorwegarbeiders. Honderden van hen verloren als gevolg van deze wetten hun baan en Hahn tekende zich suf om het onrecht van Abraham de geweldige treffend in beeld te brengen. De socialisten hadden hierbij het voordeel dat in De Standaard geen cartoons verschenen. De gereformeerden waren namelijk dusdanig streng in de leer dat het karikaturaal afbeelden van mensen in strijd met de Bijbel werd geacht. In 1904 deed het kabinet-Kuyper nog iets wat sindsdien niet meer is voorgekomen: de regering ontbond toen de Eerste Kamer, waarin zij geen meerderheid had, om politieke redenen. Overigens zit deze gebeurtenis niet in de aflevering.

Vergaderzaal van de Eerste Kamer.

Het optreden van het kabinet in de spoorwegkwestie had veel kwaad bloed gezet, vooral bij de socialisten. Die gingen onder leiding van Pieter Jelles Troelstra (1860-1930) de verkiezingen van 1905 in met de leus ‘Kuyper moet weg’. En hoewel de SDAP – opgericht in 1894 – zelf geen zetels won, werd Kuypers ARP afgestraft. De partij verloor 8 van de 23 zetels, terwijl de drie liberale partijen samen 10 zetels winst boekten. Verder regeren was voor Kuyper nu onmogelijk. Zijn kabinet werd opgevolgd door een liberaal minderheidskabinet onder leiding van De Meester. Abraham de geweldige voelde zich ‘als een schelm weggejaagd’. Niettemin bleef Kuyper zich actief bemoeien met de ARP, dit zeer tegen de zin van anderen. In 1908 formeerde Theo Heemskerk (1852-1932) , ook ARP, een nieuw kabinet en werd daarvan de premier, wat tot een conflict met Kuyper leidde omdat deze laatste overal buiten was gehouden. Kuyper belandde een jaar later nog in de zogenaamde Lintjesaffaire, wat zijn aanzien geen goed deed. Van 1913 tot vlak voor zijn dood in 1920 zat Kuyper in de Eerste Kamer. Op 8 november 1920 overleed hij, 83 jaar oud, vader van de Nederlandse Verzuiling.

Noten

[1] In 1892 waren de Gereformeerde Kerken in Nederland ontstaan.

[2] De aflevering spreekt in dit verband van de KVP, maar die werd pas na de Tweede Wereldoorlog opgericht. Voorlopers van de KVP waren de in 1904 opgerichte Algemeene Bond van RK-kiesverenigingen en de in 1926 opgerichte Roomsch-Katholieke Staatspartij (RKSP).

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *