Rome: Santi Giovanni e Paolo

De Clivo di Scauro.

Deze kerk – een titelkerk en basilica minor – staat op de heuvel de Caelius. De Caelius (Celio in modern Italiaans) bevindt zich ten oosten van de Palatijn en ten zuiden van het Colosseum. De Santi Giovanni e Paolo is te bereiken via de Clivo di Scauro, een oude weg die naar de top van de heuvel leidt. Tijdens de klim naar de top kan men onmogelijk de reeks bogen missen die de straat overspannen. De eerste boog is de oudste, mogelijk daterend uit het midden van de vijfde eeuw. De andere zes zijn zo’n 800 jaar jonger: ze zijn gebouwd in de dertiende eeuw. Hoewel de bogen beslist decoratief en pittoresk zijn, hebben ze zeker ook nut: ze stutten de linkerzijde van de basiliek die we nu verder zullen verkennen, de Santi Giovanni e Paolo.

De broers

De kerk is vernoemd naar haar twee beschermheiligen, Johannes en Paulus. Dit zijn niet Johannes de Doper en de apostel Paulus – of Johannes de Evangelist en de apostel Paulus – maar twee functionarissen aan het hof van keizer Constantijn de Grote. Constantijn was zoals bekend de eerste christelijke, of op z’n minst de eerste openlijk pro-christelijke Romeinse keizer. Johannes en Paulus, twee christelijke broers die kennelijk ook eunuch waren, hadden volgens de overlevering Constantijn trouw gediend en daarna een huis op de Caelius gekocht om daar van hun oude dag te genieten. Toen later keizer Julianus de Apostaat een beroep deed op de broers om ook hem te dienen, weigerden ze pertinent. Julianus was niet erg gecharmeerd van het Christendom en wilde juist de oude heidense religie herstellen. Het was dus logisch dat de christelijke Johannes en Paulus niet op kwamen dagen toen een beroep op hen gedaan werd. Toen de broers vervolgens het bevel kregen hun geloof op te geven, weigerden ze dat en stierven de marteldood. Ze werden begraven onder hun eigen huis en dit huis zou uiteindelijk tot een kerk zijn omgevormd. De man die Johannes en Paulus had onthoofd, ene Terentianus, bekeerde zich later tot het Christendom, althans zo wil de traditie het.

De Santi Giovanni e Paolo, gezien vanaf het Circus Maximus.

Zoals echter met veel verhalen over heiligen en martelaren het geval is, is het bewijs vrij dun. Constantijn stierf in 337 en Julianus werd pas keizer in 361, dus er zit een gat van minstens 24 jaar tussen de twee keizers. Als Johannes en Paulus met pensioen gingen rond 337 (of vroeger) en zich toen op de Caelius vestigden, dan zouden ze naar Romeinse maatstaven echt stokoud zijn geweest tegen de tijd dat Julianus een beroep op hen deed. Misschien kan dit probleem nog opgelost worden door aan te nemen dat de broers aan het hof van Constantijns dochter Constantina dienden. Zij stierf in 354.

Deze oplossing laat ons echter zitten met een ander probleem: hoewel Julianus antichristelijke maatregelen nam en het Christendom openlijk vijandig gezind was, keek hij wel uit om nieuwe martelaren te creëren. Van de christenvervolgingen van zijn voorgangers had hij geleerd dat deze uiteindelijk de positie van de christenen in het Romeinse Rijk eerder versterkt dan verzwakt hadden. Het martelaarschap inspireerde simpelweg nieuwe martelaren. Het lijkt er dan ook op dat er geen grootschalige vervolgingen zijn geïnstigeerd tijdens Julianus’ regering, die overigens ook nog eens minder dan twee jaar duurde (361-363). Opgravingen onder de huidige kerk hebben inderdaad bewijs opgeleverd voor christelijke activiteiten sinds de tweede helft van de vierde eeuw. Een confessio met fresco’s die christelijke martelaren voorstellen is blootgelegd, maar deze lijkt geen onderdeel van een publiek gebouw te zijn geweest. Een plausibelere interpretatie is dat het hier om een kleine privé kapel in een particuliere woning gaat. Pas in de vroege vijfde eeuw werd een echte kerk op deze plek gebouwd. De Santi Giovanni e Paolo is dus nog steeds een zeer oude kerk, ook al kunnen we de stichtingslegende op goede gronden verwerpen.

De Santi Giovanni e Paolo.

Exterieur

Een van de eerste zaken die opvallen, is dat de klokkentoren niet verbonden is met de kerk zelf. Deze campanile uit het midden van de twaalfde eeuw is gebouwd op de restanten van de tempel van de Vergoddelijkte Claudius, de keizer die in het jaar 54 was gestorven. Aan de voet van de toren ziet men nog de grote blokken travertijn die ooit onderdeel waren van de omheining van het tempelcomplex.

Het portiek van de kerk, bestaande uit acht antieke zuilen, werd gebouwd tijdens het pontificaat van de enige Engelse paus in de geschiedenis, Adrianus IV (geboren als Nicholas Breakspear), die paus was van 1154 tot 1159. Een enorme, tamelijk modern uitziende koepel is ook onderdeel van de kerk. Dit is de koepel van de kapel van de Heilige Paulus van het Kruis (1694-1775), de achttiende-eeuwse Italiaanse mysticus en stichter van de Orde van de Passionisten. De Passionisten zijn op deze plek aanwezig sinds 1773. Genoemde Paulus werd in 1853 eerst zalig verklaard, en vervolgens in 1867 heilig. De bouw van zijn kapel was al in 1857 begonnen en het project werd in 1880 voltooid. De koepel ervan zie je al van verre, zeker vanaf de Palatijn, maar ook vanaf het Circus Maximus, zoals ik zelf kon vaststellen tijdens mijn bezoek aan Rome in oktober 2011 (zie de afbeelding hierboven).

Het schip

Het schip van de basiliek.

In het schip van de kerk vinden we een interieur in de stijl van de Late Barok. Het is het resultaat van een achttiende-eeuwse restauratie door de Lazaristen, een religieuze orde uit Frankrijk die de kerk beheerde voordat deze aan de Passionisten werd gegeven. De kerk heeft een Cosmatenvloer die gelukkig gespaard is tijdens de restauratie (in tegenstelling tot bijvoorbeeld de vloer van de Santa Cecilia), hoewel grote delen ervan vervangen zijn door marmeren tegels. De muren zien eruit alsof ze zijn gemaakt van veelkleurig marmer, maar dat is slechts uiterlijke schijn. De waarheid is dat ze zo geschilderd zijn in 1911. Het hoogaltaar van de kerk is daarentegen wel in echt veelkleurig marmer uitgevoerd.

In de apsis vinden we drie grote achttiende-eeuwse schilderen met als thema het leven en de dood van Johannes en Paulus. Veel interessanter is echter het kleurrijke fresco in de schelp van de apsis. Hier zien we Christus de Verlosser en de Hemelse Schare, geschilderd in 1588 door Niccolò Circignani, ook bekend als Il Pomarancio (nog twee kunstenaars hadden deze bijnaam: Niccolò’s zoon Antonio en Cristoforo Roncalli).

Sint Johannes en Sint Paulus, ‘waarlijk broeders’.

Als we omhoog kijken, kunnen we de twee broers zelf zien als onderdeel van een paneel van het plafond. De tekst op het paneel luidt:

VERE GERMANI

Deze tekst gaat natuurlijk niet over Germanen. ‘Germanus’ is het Latijnse woord voor ‘broeder’, dus de tekst kan worden vertaald als ‘waarlijk broeders’.

De kerk wordt vaak gebruikt voor trouwerijen en het leek er sterk op dat voorbereidingen werden getroffen voor zo’n bruiloft toen ik de Santi Giovanni e Paolo in November 2015 bezocht. Ik moest wel glimlachen toen ik las dat “Sour comments have been made concerning the effect on the Cosmatesque floor of the spiked (stiletto) heels worn by the women at these celebrations, but these are certain to have no result.”

Case Romane

Het interessantste deel van de kerk maakt er feitelijk geen deel meer van uit. In 1887 begonnen de Passionisten onder de kerk te graven en daar troffen ze de restanten aan van oude Romeinse huizen, de zogenaamde Case Romane del Celio. De opgravingen gingen door tot 1958. In de jaren 80 ging de verantwoordelijkheid voor de Case vervolgens over naar het ministerie van Binnenlandse Zaken, en de huizen zijn tegenwoordig onderdeel van een museum. Een kaartje kost 8 euro, wat niet goedkoop is. Bezoekers krijgen echter zeker waar voor hun geld. Ze kunnen een flink aantal ruimtes verkennen van een “magnificent residential complex comprising several Roman houses of different periods”, zoals een brochure van het museum het formuleert.

Fresco uit het middeleeuwse oratorium.

Direct rechts van de entreeruimte, waar je je kaartje koopt, bevindt zich het Oratorio medievale. De naam verwijst naar een middeleeuwse kapel die hier sinds grofweg de achtste eeuw stond. Deze werd gesloten en volgestort toen de zes hierboven genoemde steunbogen werden gebouwd in de dertiende eeuw. Tegenwoordig kunnen we in deze ruimte nog resten van fresco’s zien, maar het interessantste fresco is verplaatst naar het Antiquarium aan de andere zijde van de kerk. Op dit fresco zien we Christus in het midden, geflankeerd door de aartsengelen Michaël (links) en Gabriel (rechts). De man uiterst rechts heeft geen hoofd meer. Hij is waarschijnlijk Paulus, beschermheilige van de kerk. Zijn broer Johannes ontbreekt, maar was vermoedelijk te zien aan de andere kant van het fresco. Het fresco is van zijn originele plaats overgebracht naar het Antiquarium in 1955. Het is gemaakt in de twaalfde eeuw, en de begeleidende tekst spreekt van een mogelijke “revival of a more ancient painting” uit de achtste eeuw.

De naam Stanza dei Geni verwijst naar een ruimte met prachtige fresco’s waarop naakte jongelingen, vogels en eroten zijn te zien (derde of vierde eeuw). De details van de fresco’s zijn erg indrukwekkend. Een van de vogels, een fazant, heeft een klein beestje gevangen, vermoedelijk een muis. Dit is biologisch correct: fazanten zijn geen vegetariërs; ze eten ook kleine zoogdieren.

Stanza dei Geni.

De Aula dell’Orante, jammerlijk verward met een christelijke huiskerk.

Verder naar het oosten bevindt zich de Aula dell’Orante. Ik moet bekennen dat ik de orante compleet gemist heb tijdens mijn eerste bezoek. In een van de hoeken van de ruimte zien we een figuurtje met de handen opgeheven in de orans (biddende) houding. Degenen die de eerste opgravingen verrichtten, dachten dat ze op een christelijke huiskerk waren gestuit toen ze deze ruimte vonden. Ze meenden dat het fresco het bewijs was van een georganiseerde christelijke eredienst op deze plek vanaf de derde of vierde eeuw. Helaas hadden ze er niet méér naast kunnen zitten. De orans houding was zeker niet exclusief christelijk; ook joden en heidenen baden op deze wijze. De orante neemt bepaald geen prominente plaats in tussen al het imitatiemarmer en alle flora en fauna die op de muren van de ruimte zijn geschilderd. De benaming die aan de Aula is gegeven lijkt nogal misplaatst te zijn.

Echter, nog iets verder naar het oosten vinden we de confessio waar we wél een christelijke thematiek aantreffen. Deze ruimte kan geïnterpreteerd worden als de kleine privé kapel die hierboven al genoemd werd. De confessio heeft een reeks beschadigde fresco’s uit de late vierde eeuw. In het midden is een man afgebeeld – een gladgeschoren Christus? – met zijn armen in de orans houding. Hij neemt duidelijk een centrale plaats in, heel anders dan het figuurtje in de Aula dell’Orante. Boven hem staan twee figuren zonder hoofd. Let op de letter (wellicht een gamma) op de kleding van de persoon rechts. Voor de interpretatie van de andere scènes verwijs ik naar het zeer betrouwbare Churches of Rome Wiki:

“Abandoning any attempt to match these frescoes to the foundation legend of the church, what we have here is a late 4th century Christian fresco cycle which seems to depict the arrest of three martyrs (two men and a woman) to the top left, and their martyrdom by beheading with a sword to the top right. If this is correct, then this is the earliest depiction extant of any martyrdom. The young man straight ahead is possibly a depiction of the resurrected Christ as the New Adam (see Michelangelo’s take on this very ancient iconographic tradition at the Cappella Sistina). The identity of his worshippers, and of the other six figures depicted, cannot be deduced from what is depicted.”

Fresco’s van de confessio.

Hoewel ik zeer onder de indruk was van de gedachte dat ik zojuist misschien wel de oudste afbeelding van een martelaarschap had gezien, was ik nog veel meer onder de indruk van het enorme fresco in het Ninfeo di Proserpina. Dat is, in één woord, verbluffend. De naam van de ruimte verwijst naar Proserpina, of Persephone in het Grieks. Zij is waarschijnlijk de naakte vrouw in het midden van het fresco (een alternatieve interpretatie is dat ze Venus Marina moet voorstellen). Links van haar is een volledig gekleed figuur te zien, terwijl de man aan haar rechterzijde een lendendoek draagt. Hij lijkt een vloeistof te gieten in de schaal die Proserpina (of Venus) vasthoudt. Links en rechts van de centrale figuren zien we eroten in boten. De sereniteit van de hele scène zal beslist bij menigeen een snaar raken.

Fresco in het Ninfeo di Proserpina.

Bronnen

  • Capitool Reisgidsen Rome, 2009, p. 190-192;
  • Luc Verhuyck, SPQR. Anekdotische reisgids voor Rome, p. 49;
  • Santi Giovanni e Paolo op Churches of Rome Wiki.

3 Comments:

  1. Pingback: Rome: Santi Giovanni e Paolo – – Corvinus –

  2. Pingback: Rome: San Gregorio Magno al Celio – – Corvinus –

  3. Pingback: Rome: Santo Stefano Rotondo – – Corvinus –

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.