Milaan: Pinacoteca di Brera

Binnenplaats van het Palazzo Brera.

De naam “Brera” is klaarblijkelijk afgeleid van een Germaans woord, braida, dat “grasveld” betekent. In deze Milanese wijk wonen niet alleen veel kunstenaars, we vinden er ook de wereldberoemde Pinacoteca di Brera. Deze is gehuisvest in een palazzo dat in de zestiende en zeventiende eeuw werd gebouwd voor de Jezuïeten. Zij vormden het palazzo om tot een cultureel centrum, dat onder meer bestond uit een prestigieuze school, een bibliotheek en een astronomisch observatorium. Daarbij kregen ze steun van de Oostenrijkse keizerin Maria Theresia, en toen de Orde van de Jezuïeten in 1773 door Paus Clemens XIV werd ontbonden, stichtte de keizerin drie jaar later de Accademia di Belli Arte. In 1809 werd een museum gericht op het grote publiek geopend, dat werd gevuld met vele kunstwerken die afkomstig waren uit afgebroken of geseculariseerde kerken in Noord-Italië. In 1882 werd de Pinacoteca onafhankelijk van de Accademia. Haar verzameling nam vervolgens als gevolg van vele schenkingen aanzienlijk in omvang toe. Tegenwoordig is de Pinacoteca di Brera met haar immense schilderijenverzameling een van de belangrijkste en indrukwekkendste musea in Italië.

Napoleon als Mars de Vredesstichter.

Het museum verkennen

Op de bekoorlijke binnenplaats van het Palazzo Brera staat een bronzen kopie van Napoleon als Mars de Vredesstichter. Het origineel is van de beeldhouwer Antonio Canova (1757-1822) en bevindt zich in Apsley House, Londen. De kopie werd in 1811 gemaakt en hier in 1859 neergezet. Op de binnenplaats springen verder de dubbele zuilen in de galerijen en de mooie dubbele trap die naar de ingang van het museum leidt in het oog. Het museum heeft zo’n 38 zalen, hetgeen het onmogelijk maakt hier alle kunstwerken of zelfs maar de hoogtepunten van het museum te bespreken. Ik zal het daarom laten bij mijn persoonlijke favorieten en enkele opmerkingen maken over deze schilderijen. Dit wordt een bijdrage met veel plaatjes, want het heeft volgens mij geen zin schilderijen te bespreken als ik ze niet tevens kan laten zien.

Gentile da Fabriano (gestorven in 1427) was een schilder uit de Marche. Hij moet in zijn eigen tijd zeer beroemd zijn geweest, want hij werd door Paus Martinus V (1417-1431) naar Rome ontboden, samen met zijn leerling Pisanello (ca. 1395-1455) en zijn tijdgenoot Masaccio (1401-1428). Gentile begon met het schilderen van fresco’s in de Sint Jan van Lateranen, maar stierf voordat het werk voltooid was.

Kruisiging – Gentile da Fabriano.

De Pinacoteca di Brera heeft twee interessante schilderijen van zijn hand. Het eerste is de zogenaamde Polittico di Valle Romita (ca. 1410-1412), geschilderd voor een Franciscaanse kluis in Valdisasso, in de buurt van Gentiles geboortestad Fabriano. Het veelluik – zie de slideshow hieronder – heeft een centraal paneel met de Kroning van de Maagd. In het onderste gedeelte zien we aan weerszijden grote panelen waarop Sint Hiëronymus (met een miniatuurmodel van de kerk), Sint Franciscus, Sint Dominicus en Maria Magdalena zijn afgebeeld. Het bovenste gedeelte van het veelluik bestaat uit vier kleinere panelen met de martelaarschap van Sint Petrus van Verona, Johannes de Doper biddend in de woestijn, Sint Franciscus die de stigmata ontvangt en een lezende Franciscaanse heilige.

Het tweede werk van Gentile in de Brera is een Kruisiging. De gekruisigde Christus wordt geflankeerd door de Maagd Maria aan de linkerkant en de discipel Johannes aan de rechterkant. Er stroomt bloed uit de wond op de borst van Jezus en aan de voet van het kruis zien we eveneens bloed. Er bestaat een – aanlokkelijke, maar niet bewezen – theorie dat deze Kruisiging oorspronkelijk onderdeel was van het veelluik van Valle Romita. Dat is zeker niet onmogelijk. Het veelluik werd al lang geleden uit elkaar gehaald en sommige delen ervan kunnen zijn verdwenen. Het werk zit ook niet in zijn originele frame; het huidige frame dateert uit de vroege twintigste eeuw.

Montefeltro Altaarstuk – Piero della Francesca.

Piero della Francesca (ca. 1415-1492) uit Sansepolcro schilderde zijn beroemde altaarstuk voor Federico da Montefeltro, Hertog van Urbino, in 1474. Rechts op het schilderij zien we de kalende hertog, een beroemde huurlingenaanvoerder of condottiero, knielen en bidden. Hij draagt een volledig plaatharnas. De Madonna en het Kind in het midden worden geflankeerd door – van links naar rechts – Johannes de Doper, Sint Bernardinus van Siena, Sint Hiëronymus (in woestijnkleding, terwijl hij zichzelf slaat met een steen), Sint Franciscus (die zijn verwonding toont), Sint Petrus van Verona (met een hoofdwond) en ten slotte Johannes de Evangelist (of de Apostel Andreas). Achter deze hoofdrolspelers staan de aartsengelen. Het struisvogelei dat boven het hoofd van de Maagd hangt is een symbool van zowel de Schepping als van de Onbevlekte Ontvangenis.

Benozzo Gozzoli (ca. 1421-1497) geniet de meeste bekendheid vanwege zijn fresco’s in de Cappella dei Magi in het Palazzo Medici Riccardi in Florence. Van hem heeft de Pinacoteca di Brera een klein paneeltje – 35 bij 25 centimeter; zie de slideshow beneden – met daarop Sint Dominicus die het jongetje Napoleone Orsini weer tot leven wekt. Hij is het neefje van een kardinaal en is net door een paard doodgetrapt. Ik kende het verhaal niet, maar kennelijk is het heel beroemd in Milaan en omstreken. In het Castello Sforzesco treft men een soortgelijke voorstelling aan. Voor zover ik kon nagaan, liet Gozzoli geen zelfportret achter op het paneeltje. Hij was daar dol op, getuige het feit dat hij het driemaal deed in de Cappella dei Magi.

Andrea Mantegna (ca. 1431-1506) werd in de Republiek Venetië geboren, niet ver van Padova. Voor een kapel in de Abdij van Santa Giustina in datzelfde Padova schilderde hij zijn beroemde San Luca-altaarstuk (ca. 1453-1454; zie de slideshow hieronder). De centrale figuur op het grote panel van Mantegna – dat 230 bij 177 centimeter meet – is de Evangelist Lucas. We zien hem zijn eigen Evangelie schrijven. De andere figuren in het onderste gedeelte van het altaarstuk zijn allemaal op de een of andere manier verbonden met de voornoemde Benedictijnse abdij. Zij zijn – volgens de relevante pagina op Wikipedia – Sint Scholastica (zuster van Benedictus), Sint Prosdocimus (de eerste bisschop van Padova), Sint Benedictus van Nursia en Sint Justina, beschermheilige van Padova. Boven Lucas zien we een Pietà met de Maagd Maria en de discipel Johannes. De andere personen zijn Sint Daniël van Padova (een diaken), Sint Hiëronymus (wederom met een steen), Sint Augustinus of Sint Maximus (de tweede bisschop van Padova) en ten slotte Sint Sebastiaan.

This slideshow requires JavaScript.

Christus tegen de Zuil – Bramante.

Maar het beste werk van Mantegna werd pas ongeveer twintig jaar later geschilderd, toen de schilder op artistiek vlak aanzienlijk was gegroeid. Ik doel op De Bewening van de Dode Christus (ca. 1470-1474; zie de slideshow hierboven). Het schilderij is erg bijzonder, al was het alleen maar vanwege het extreem verkorte perspectief, de vreselijke verwondingen en het levenloze lichaam van Christus, en de emoties bij de rouwende mensen. Misschien was het doek bedoeld voor privé verering door Mantegna zelf, aangezien het vermoedelijk nog in zijn bezit was toen hij in 1506 stierf. Toen ik de Pinacoteca in augustus 2016 bezocht, contrasteerde het museum Mantegna’s schilderij met een soortgelijk werk van Annibale Carracci (1560-1609). De Brera had diens Lijk van Christus op dat moment in bruikleen van de Staatsgalerie Stuttgart in Duitsland. Het laatstgenoemde werk is duidelijk geïnspireerd door Mantegna’s werk, en het is minstens net zo dramatisch.

Een aangename verrassing was een schilderij van Christus tegen de Zuil van Donato Bramante (1444-1514). Bramante is vooral bekend als architect. Hij ontwierp bijvoorbeeld het Tempietto in Rome en was de eerste architect van de nieuwe Sint Pieter. Daarnaast was hij verantwoordelijk voor de bouw van de Chiostri Bramanteschi in Milaan, de kloostergangen naast de Sant’Ambrogio. Kennelijk was hij tevens een volleerd schilder (net als trouwens Leonardo da Vinci, Michelangelo en Bernini), en zijn schilderij van de gemartelde Christus is zeer indrukwekkend. Christus heeft een touw om zijn nek en tranen op zijn gezicht (zichtbaar op de afbeelding in hoge resolutie op de website van het museum).

Pala Sforzesca.

De zogenaamde Pala Sforzesca, oftewel het Sforza-altaarstuk, werd in 1494 geschilderd door een onbekende kunstenaar, de zogenaamde Meester van de Pala Sforzesca. We zien Ludovico “Il Moro” Sforza (1452-1508), Hertog van Milaan, terwijl hij knielt voor de Madonna en het Kind. Ook zijn vrouw Beatrice d’Este (1475-1497) en twee van zijn kinderen zitten geknield. Daarnaast zien we de vier Kerkleraren, van links naar rechts Sint Ambrosius (met zijn hand op de schouder van Ludovico), Sint Gregorius de Grote, Sint Augustinus en Sint Hiëronymus. Beatrice d’Este stierf op slechts 21-jarige leeftijd in het kraambed; haar zoon werd dood geboren. Ze had toen al twee zonen voor Ludovico gebaard, Massimiliano (1493) en Francesco (1495). Misschien is Massimiliano het knielende jongetje links, maar Francesco was waarschijnlijk nog niet eens geboren toen het altaarstuk werd voltooid. Het is ook mogelijk dat Massimiliano juist het kind rechts is. Het iets oudere kind is dan een buitenechtelijke zoon genaamd Cesare Sforza (1491). Het Sforza-altaarstuk is in zekere zin een stuk politieke propaganda. Ludovico had zich ten koste van zijn neef Gian Galeazzo Sforza meester gemaakt van de titel Hertog van Milaan, en hij zou heel goed betrokken kunnen zijn geweest bij diens dood. Nu probeerde hij zijn positie te legitimeren door zichzelf als een vrome leider te laten portretteren.

Het Huwelijk van de Maagd – Rafaël.

Het Huwelijk van de Maagd van Rafaël is een volgend hoogtepunt in de Pinacoteca. Rafaello Sanzio (1483-1520) schilderde dit werk in 1504. We zien dit jaar – MDIIII in Romeinse cijfers – op de tempel op de achtergrond. Daar signeerde Rafaël het schilderij ook: “Raphael Urbinas”, een verwijzing naar Urbino, de geboorteplaats van de schilder in de Marche. Het schilderij is duidelijk geïnspireerd op een vergelijkbaar werk van Perugino, de leraar van Rafaël. Mijn reisgids beweert dat sommige experts menen dat de jongen die een stok op zijn knie breekt een zelfportret van de schilder is. Aangezien deze experts echter helemaal niet bij naam genoemd worden, is dit wellicht een urban legend.

Het schilderij Sint Marcus Predikt op een Plein in Alexandrië in Egypte is misschien wel het grootste schilderij in het hele museum (zie de slideshow hieronder). Het werd gemaakt door Gentile en Giovanni Bellini uit Venetië. Met een omvang van 770 bij 347 centimeter is het schilderij werkelijk enorm. Er werd aan gewerkt tussen 1504 en 1507. Gentile begon eraan, maar stierf in 1507. Zijn jongere broer Giovanni voltooide het schilderij vervolgens. De opdracht ervoor kwam van de Broederschap van San Marco, waarvan het clubgebouw in Venetië – de Scuola Grande di San Marco – op dat moment herbouwd werd na een verwoestende brand in 1485. Noch Gentile, noch Giovanni waren ooit in Alexandrië geweest, maar Gentile had wel in 1479 in Constantinopel gewerkt voor de Ottomaanse sultan Mehmet II de Veroveraar. Dat zou de aanwezigheid van Islamitische elementen op het schilderij verklaren, bijvoorbeeld de mensen in het publiek met de tulbanden en de minaretten. De meest in het oog springende deelnemer in de hele voorstelling is een giraf. Het dier staat aan de rechterkant, bij de traptreden die naar de kerk leiden.

Jacopo Comin, beter bekend als Tintoretto (1518-1594), was een zeer productieve schilder die net als de gebroeders Bellini uit Venetië kwam. Zijn dramatische Vondst van het Lichaam van Sint Marcus, nu in de Pinacoteca, werd eveneens voor de Scuola Grande di San Marco geschilderd. Op het schilderij zien we de Venetianen naar het lichaam van de heilige zoeken en graftomben openen. Links verschijnt de Heilige Marcus zelf en hij geeft hun de opdracht het zoeken te staken omdat zijn lichaam al gevonden is: het ligt aan zijn voeten. De knielende man in het oranje gewaad is Tommaso Rangone, Beschermer van de Scuola di San Marco. Hij was tevens de man die de opdracht gaf voor het schilderij, dat tussen 1562 en 1566 werd gemaakt samen met een tweede schilderij genaamd Het Lichaam van Sint Marcus naar Venetië Gebracht. Hier kan men meer lezen over hoe de Venetianen het lichaam van de heilige uit Alexandrië weghaalden en meenamen naar Venetië.

This slideshow requires JavaScript.

Madonna met Kind, God de Vader en engelen.

Madonna del Velo.

De Pinacoteca heeft diverse schilderijen van Ambrogio Bergognone (gestorven in 1524). Ik had al een van de zijn fresco’s gezien in de San Simpliciano in Milaan en het bovenste gedeelte van zijn Kroning en Tenhemelopneming van de Maagd in de Brera vertoont gelijkenissen met dat fresco. De Kroning werd in 1522 geschilderd, dus het behoort tot de laatste werken van Bergognone, die twee jaar later stierf. De twee bisschoppen in de voorstelling zijn Sint Augustinus en Sint Ambrosius. De Brera heeft tevens enkele vroegere werken van Bergognone. Zijn Madonna met Kind, God de Vader en engelen is feitelijk een fresco dat later op doek is overgebracht. Het werk werd tussen 1488 en 1494 geschilderd. Zo’n twintig jaar later werkte de kunstenaar aan een ontroerende Madonna del Velo, geschilderd tussen 1512 en 1515. Het slapende kindje Jezus is heel aandoenlijk, en de appel rechts verwijst naar de Erfzonde, i.e. Eva’s misstap in het Paradijs. Op de achtergrond zien we nog twee monniken van de Orde der Kartuizers aan de oevers van een meer.

Sint Franciscus Mediterend op de Dood – El Greco (atelier van).

Caravaggio‘s Avondmaal in Emmaüs (zie de slideshow hierboven) behoort tot de beroemdste werken in het museum, maar het werd pas relatief recent verworven: tot 1939 was het onderdeel van een privé verzameling. Caravaggio is overigens een stadje in Lombardije; de schilder heette in het echt Michelangelo Merisi (1571-1610), maar iedereen noemt hem Caravaggio. Caravaggio schilderde zijn Avondmaal tussen 1605 en 1606. Typerend voor zijn werk is het afwisselend gebruik van licht en donker (chiaroscuro). Het onderwerp van het schilderij komt uit het Evangelie volgens Lucas. Na zijn Wederopstanding ontmoet Jezus twee van zijn discipelen op de weg naar Emmaüs, een dorp in de buurt van Jeruzalem. Zij herkennen hem niet en bieden hem aan met hen het avondmaal te gebruiken. Wanneer het eten wordt opgediend en Jezus het brood breekt, herkennen de discipelen hem plotseling wel. Caravaggio oefende grote invloed uit op andere schilders. Onder meer de grote Nederlandse schilder Rembrandt van Rijn (1606-1669) kopieerde het nodige van zijn stijl. In de Pinacoteca hangt één Rembrandt, een klein Portret van een Meisje, geschilderd in 1632. Zie de slideshow hierboven.

Het Brera-museum bezit verder één werk van El Greco, de bijnaam van de Kretenzische schilder Doménikos Theotokópoulos (1571-1614), die in Fodele of Heraklion werd geboren. Zijn Sint Franciscus Mediterend op de Dood werd tussen 1600 en 1610 geschilderd. Waarschijnlijk is het geen werk van de meester zelf, maar van zijn assistenten. Op het schilderij zien we een knielende heilige, met een schedel – symbool van de dood – in zijn handen.

De Kus – Francesco Hayez.

Tot de andere werken in de Pinacoteca die ik erg mooi vond, behoren twee schilderijen van plekken in Venetië van Canaletto (1697-1768) en het beroemde schilderij De Kus van de Romantische schilder Francesco Hayez (1791-1882), geschilderd in 1859. De Brera noemt dit in 1886 verworven schilderij nogal bombastisch “the most widely reproduced Italian painting of the whole of the 19th century, created with the aim of symbolizing the love of the motherland and thirst for life on the part of the young nation that had emerged from the Second War of Independence and which now placed so many hopes in its new rulers”. De “jonge natie” waarvan wordt gerept is natuurlijk Italië, dat tot stand kwam als gevolg van een eenwordingsproces dat bekendstaat als de Risorgimento. De Oorlog van 1859 – het jaar waarin De Kus werd geschilderd – wrikte Lombardije los van Oostenrijk en droeg in belangrijke mate bij aan de unificatie. De beroemdste veldslag van deze oorlog vond plaats bij Solferino. Een jonge Henry Dunant bezocht na afloop het slagveld en was zo geschokt door wat hij zag dat hij vier jaar later het Internationale Rode Kruis oprichtte.

Ten slotte wijs ik op de enorme Menselijke Vloedgolf van Giuseppe Pellizza da Volpedo, geschilderd in 1895-1896. Het schilderij werd nooit voltooid, en Pellizza da Volpedo stak in plaats daarvan zijn energie in een nieuwe en veel beroemdere versie die bekendstaat als de Vierde Macht. Beide schilderijen gaan over stakende massa’s arbeiders.

Menselijke Vloedgolf – Giuseppe Pellizza da Volpedo.

 

One Comment:

  1. Pingback: Milaan: De Duomo – – Corvinus –

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.