Rome: San Paolo fuori le Mura

De San Paolo fuori le Mura.

In januari 2017 keerde ik terug naar de San Paolo fuori le Mura (Sint Paulus buiten de Muren), een van de vijf pauselijke basilieken in Rome.[1] Ik had de basiliek eerder bezocht in 2011 en was erop gebrand haar nogmaals te zien. De San Paolo is de op twee na belangrijkste kerk in de Rome; alleen de San Giovanni in Laterano (de zetel van de Paus als Bisschop van Rome) en de Sint Pieter staan hoger in rang. De San Paolo is tevens de op één na grootste basiliek in Rome. Bij aankomst werd me meteen duidelijk dat er wel het een en ander veranderd was sinds mijn laatste bezoek. Vanwege internationale spanningen en terroristische aanslagen waren er extra veiligheidsmaatregelen genomen. De oude ingang in het dwarsschip was gesloten; bezoekers konden de kerk alleen nog maar via het atrium binnenkomen en werden daar gecheckt door de politie. Het was gelukkig maar een klein ongemak, waarbij de attente politiemensen er ook nog eens voor zorgden dat ik mijn telefoon niet vergat.

Geschiedenis van de kerk

Volgens de overlevering stierf de Apostel Paulus de marteldood in Rome tijdens de regering van keizer Nero, mogelijk in het jaar 67. Anders dan zijn collega, de Apostel Petrus, werd hij niet gekruisigd. Omdat Paulus een Romeins burger uit Tarsus was, werd hij met het zwaard onthoofd, wat in die tijd beschouwd werd als een waardiger manier om te sterven. Paulus werd ter aarde besteld op een begraafplaats aan de Via Ostiense, de weg naar Ostia. Op die plek bouwde de Romeinse keizer Constantijn (306-337) een kleine kerk over het graf van Paulus heen. Deze kerk zou op 18 november 324 gewijd zijn en werd later weer afgebroken. Vier keizers waren vervolgens verantwoordelijk voor de bouw van een nieuwe en veel grotere basiliek, die tussen 384 en 395 verrees: Valentinianus II, Theodosius de Grote en diens zoons Arcadius en Honorius.

Zijaanzicht van de basiliek, met de zij-ingang en de klokkentoren.

De basiliek bevindt zich zo’n twee kilometer buiten de Aureliaanse muren (“fuori le Mura”) en lag oorspronkelijk op het platteland. Dat betekende dat ze ook kwetsbaar was. Tweemaal werd de San Paolo geplunderd door Lombardische indringers, in 739 en nogmaals in 773. Eenmaal, in 846, was ze het slachtoffer van Arabische piraten, die naar verluidt meer dan vijf ton goud en zilver meenamen (een typisch geval van overdrijving). Precies om deze reden liet Paus Johannes VIII (872-882) de kerk omringen met verdedigingsmuren en torens. Hiermee werd een klein stadje gecreëerd dat naar de Paus Johannipolis werd genoemd. De verdedigingswerken konden misschien plunderende hordes tegenhouden, maar ze waren geen partij voor de rivier de Tiber. De basiliek ligt nogal dicht bij een bocht in de rivier: deze meandert net boven de San Paolo naar het westen, om vervolgens weer naar het zuiden en het oosten af te buigen. Daardoor lag de kerk in een gebied dat nogal eens onder water liep. De beroemdste overstroming vond in 1700 plaats, nota bene een Heilig Jaar. Het gevolg was dat pelgrims de kerk niet meer konden bezoeken en moesten uitwijken naar de Santa Maria in Trastevere.

De ernstigste ramp die de San Paolo ooit trof, was echter een grote brand tijdens de nacht van 15 op 16 juli 1823. Deze veranderde de basiliek in een ruïne. Zoals een van mijn reisgidsen het treffend verwoordt: in iets meer dan vijf uur werden vijftien eeuwen cultuurgeschiedenis verwoest. Het vuur was veroorzaakt door een onvoorzichtige arbeider die betrokken was bij de reparatie van het lood van het dak. Hij zou een vuurpot hebben laten branden. Al snel waren de vlammen niet meer onder controle te krijgen. Volgens de overlevering durfde niemand Paus Pius VII (1800-1823), die op sterven lag, over de brand te informeren. De Paus stierf iets meer dan een maand later, nog steeds onwetend van het lot van een van de belangrijkste kerken in de Rooms-Katholieke wereld.

Pius’ opvolger was Paus Leo XII (1823-1831). Hij besloot geen nieuwe en moderne kerk te laten bouwen, maar de Sao Paolo te laten herrijzen uit haar eigen as. Het proces van de herbouw zou tot ongeveer 1930 duren, maar er werd meteen al zoveel tempo gemaakt dat de nieuwe kerk al in 1854 kon worden gewijd door Paus Pius IX (1846-1878). Volgens een van mijn reisgidsen werden bij de herbouw veroordeelde criminelen ingezet als dwangarbeiders. Ze zouden als galeislaven aan elkaar vastgeketend zijn. Ik heb echter geen bron voor dit verhaal kunnen vinden. Eerlijk gezegd klinkt het tamelijk belachelijk en ongeveer net zo overtuigend als de theorie dat de piramiden in Egypte door slaven zijn gebouwd.

Interieur van de basiliek.

En over Egypte gesproken: zelfs heersers van Islamitische landen hielpen bij de herbouw. In 1840 stuurde Mohammed Ali – niet de bokser, maar de kedive van Egypte – zuilen van albast naar Rome. Een van Ali’s opvolgers, Foead I, Sultan (1917-1922) en later Koning (1922-1936) van Egypte, stelde albasten ruiten voor de ramen ter beschikking. Tsaar Nicolaas I van Rusland (1825-1855), die bekendstond als de gendarme van Europa vanwege zijn vele buitenlandse interventies, toonde zich eveneens behulpzaam: hij stuurde kostbare malachiet en lapis lazuli naar Rome voor de altaren in het dwarsschip.

Het resultaat van de herbouw is een basiliek die in feite een kopie is van de basiliek die Valentinianus II, Theodosius, Arcadius en Honorius in de vierde eeuw lieten bouwen. “Een getrouwe, maar ietwat saaie reconstructie” volgens een van mijn reisgidsen. Daar ben ik het dus niet mee eens. De kerk is allesbehalve saai. Ze is immens, overweldigend en onvergetelijk, maar ook tamelijk leeg. Het middenschip is een enorme lege ruimte, zonder kerkbanken of zelfs maar stoelen. Alleen de Paus zelf mag de mis lezen vanaf het hoogaltaar; dit is immers een pauselijke basiliek. De Heilige Vader is echter meestal afwezig, dus wie een dienst wil bijwonen, kan de Kapel van het Heilig Sacrament proberen. Toen ik de San Paolo begin 2017 bezocht, werd daar de mis gehouden.

Atrium en gevel

Mozaïek op de gevel.

Laten we nu de basiliek eens verkennen, om vast te kunnen stellen dat deze zeker niet saai is. Voor de kerk bevindt zich een mooi atrium met palmbomen. Het atrium is een recente toevoeging. Natuurlijk had de oorspronkelijke basiliek uit de vierde eeuw ook een atrium, maar dit werd net als bij veel andere middeleeuwse kerken in Rome in de veertiende eeuw afgebroken. Het huidige atrium werd ontworpen door Luigi Poletti (1792-1869) en voltooid lang na zijn dood. Het is met een omvang van zo’n 70 bij 68 meter veel groter dan het oorspronkelijke atrium. In het midden staat een standbeeld van Paulus van de hand van Giuseppe Obici (1807-1878). Paulus houdt een zwaard vast, een verwijzing naar het feit dat hij onthoofd werd.

De mozaïeken op de gevel zijn prachtig, maar vergeet niet dat ze zeer modern zijn: ze werden tussen 1854 en 1874 gemaakt door Vaticaanse ateliers. In het timpaan zien we Christus geflankeerd door Petrus met de Sleutels van de Hemel en Paulus met wederom een zwaard. Onder hen zien we het Lam Gods tussen Jeruzalem en Bethlehem. De andere lammeren in de scène vertegenwoordigen de Apostelen en de vier rivieren staan symbool voor de vier Evangeliën. Het onderste deel van het mozaïek toont de profeten Jesaja, Jeremia, Ezechiël en Daniël. Een deel van de originele gevelmozaïeken uit de vroege veertiende eeuw bleef gespaard bij de brand van 1823. Deze werden verplaatst naar de triomfbogen in de kerk. Zie hieronder voor meer informatie. De gevel wordt bekroond met een kruis, met daaronder de tekst SPES VNICA, waarmee wordt bedoeld dat het kruis onze enige hoop is.

Byzantijnse deur.

Het is niet mogelijk de kerk via de middelste deur binnen te treden, want deze is altijd dicht. Niettemin loont het de moeite de deur eens nader te bekijken. Deze is eveneens van recente datum, minder dan 100 jaar oud en tussen 1929 en 1931 gemaakt van brons met ingelegd zilver. De deur is het werk van de kunstenaar (en Fascistisch politicus) Antonio Maraini (1886-1963). De linkerzijde van de deur toont scènes uit het leven van Petrus, de rechterzijde uit het leven van Paulus.

De originele centrale deur dateert van 1070 en werd uit Constantinopel geïmporteerd door kardinaal Hildebrand, de latere Paus Gregorius VII (1073-1085). Vanwege zijn herkomst wordt hij vaak de “Byzantijnse Deur” genoemd. De Byzantijnse Deur werd beschadigd tijdens de brand van 1823. Wat er nog van over was – een deel van het brons was gesmolten door de enorme hitte – werd naar het kerkmuseum verplaatst. In 1967 werd de deur weer uit het museum gehaald en sindsdien wordt hij gebruikt om de binnenkant van de Heilige Deur te bedekken, dat wil zeggen de meest rechtse deur van de kerk. De Byzantijnse Deur heeft 54 panelen, 27 aan iedere kant. Deze panelen tonen voorstellingen uit het leven van Christus, maar ook uit de levens van een aantal Apostelen en vooral over hun martelaarschappen (Petrus, Paulus, Andreas, Bartholomeus, Thomas, Philippus etc.). Andere panelen tonen profeten uit het Oude Testament, adelaars of kruizen.

Interieur

Zoals hierboven reeds is opgemerkt, is het middenschip enorm en leeg. Er zijn vier zijbeuken, twee aan iedere kant. De muren van het middenschip zijn versierd met moderne fresco’s, geschilderd door een keur aan Italiaanse kunstenaars tussen 1857 en 1860. Deze fresco’s kwamen in de plaats van werk van de middeleeuwse kunstenaar Pietro Cavallini (ca. 1259-1330). Cavallini’s cyclus bestond uit voorstellingen uit het Oude Testament en de Handelingen van de Apostelen. Mogelijk werden de fresco’s in de jaren 1280 geschilderd, waarmee ze tot zijn vroegste werken behoren. Het grootste gedeelte van de fresco’s werd bij de brand van 1823 verwoest. Er was toen één onderdeel van de basiliek dat niet werd verwoest, te weten het plafond. Daar was een simpele reden voor: de kerk had geen plafond. De San Paolo had altijd een open dak gehad, waarbij de enorme balken en dakspanten volledig zichtbaar waren voor de kerkgangers. Pas bij de herbouw na de brand werd de kerk voor het eerst in haar geschiedenis van een plafond voorzien.

Mozaïek op de triomfboog.

Aan het einde van het middenschip staat een triomfboog met een prachtig mozaïek. In elk geval qua compositie is dit ook het oorspronkelijke vijfde-eeuwse mozaïek. Het werd echter wel helemaal opnieuw gelegd rond het jaar 800 en vervolgens zwaar gerestaureerd na de brand van 1823. De Latijnse tekst op de boog merkt Theodosius aan als de keizer die met de bouw van de kerk (de Aula) begon en Honorius als degene die de kerk voltooide. Andere personen die in de tekst genoemd worden zijn Galla Placidia (ca. 388/393-450), dochter van Theodosius en halfzuster van Honorius (zie deze bijdrage voor meer informatie over haar leven), en Paus Leo I (440-461).

Christus.

Leo liet de San Paolo restaureren nadat ze was beschadigd door de bliksem of door een aardbeving, en Galla Placidia zou het mozaïek hebben gesponsord. Op de boog zien we een groot portret van Christus in een tondo. Zichtbaar zijn zijn hoofd en torso. Het voorwerp in zijn linkerhand is vermoedelijk een herdersstaf, en met zijn rechterhand geeft hij zijn zegen. Christus wordt geflankeerd door de symbolen van de vier Evangelisten in de lucht, en door de 24 oudsten uit de Openbaring van Johannes. Op het onderste gedeelte van de boog zien we links Paulus (wijzend naar zijn graftombe) en rechts Petrus.

Hoogaltaar

Een groot Gotisch baldakijn staat over het hoogaltaar heen. De maker van het baldakijn is gemakkelijk te achterhalen, want deze heeft zijn werk gesigneerd:

HOC OPVS FECIT ARNOLFVS CVM SVO SOCIO PETRO

Baldakijn en confessio.

Arnolfus is de Florentijnse architect en beeldhouwer Arnolfo di Cambio (ca. 1240-1300/1310). Hij maakte dit prachtige kunstwerk in 1285. Het is niet helemaal duidelijk wie zijn compagnon Petrus was. Een van mijn reisgidsen suggereert Pietro Cavallini, maar Pietro di Oderisio lijkt een betere gok te zijn. Hij was een beeldhouwer die veel minder beroemd was dan Cavallini.

Voor het hoofdaltaar bevindt zich de confessio, die we kunnen bereiken door de dubbele trap af te dalen (let op: hier geldt eenrichtingsverkeer). Eenmaal beneden kan men de graftombe van Paulus zien onder het hoofdaltaar. Op de tombe staat de tekst PAULO APOSTOLO MART. Men kan zich natuurlijk afvragen of Paulus hier wel echt begraven ligt. We hebben het hier echter niet over wetenschap, maar over een geloofsovertuiging. Het enige wat telt, is of mensen geloven dat dit daadwerkelijk zijn graftombe is.

Rechts van de confessio, net voor de triomfboog, staat een volgende kerkschat: een paaskandelaar uit de twaalfde eeuw van meer dan vijf meter hoog. Deze wordt toegeschreven aan de kunstenaars Pietro Vassalletto en Niccolò d’Angelo, over wier levens we maar weinig weten (de familie Vassalletto komt hieronder nog aan de orde bij de bespreking van het klooster). Op de kandelaar staan voorstellingen betreffende de Passie van Christus.

Apsismozaïek

Paus Honorius III.

Zorg voor een paar muntjes voor de lichtinstallatie om een minuut of twee optimaal van dit hoogtepunt van de San Paolo te kunnen genieten. Het licht in de kerk is niet slecht, maar om de schoonheid van het apsismozaïek volledig op waarde te kunnen schatten is een beetje kunstlicht een welkome aanvulling. Paus Honorius III (1216-1227) gaf in de jaren 1220 de opdracht voor het mozaïek, mogelijk om een ouder mozaïek dat werd gemaakt tijdens het pontificaat van Paus Leo III (795-816) te vervangen. We vinden de naam van Honorius terug op de rand van de boog boven de schelp van de apsis. Tevens is hij in persoon aanwezig: hij knielt en werpt zichzelf bijna in het stof aan de rechter voet van Christus. De paus is op Byzantijnse wijze als klein mannetje afgebeeld. De mozaïeken werden gemaakt door Venetiaanse kunstenaars, en Venetië had van oudsher nauwe, zij het niet altijd vriendschappelijke banden met het Oost-Romeinse Rijk (denk aan de Vierde Kruistocht).

Close-up van het apsismozaïek.

Mozaïek van Johannes de Doper.

Een groot gedeelte van het mozaïek werd opnieuw gelegd tijdens het pontificaat van Paus Benedictus XIV (1740-1758). Dit vernieuwde mozaïek overleefde vervolgens op miraculeuze wijze de grote brand van 1823, maar het moest wel gerestaureerd worden. Het mozaïek dat we vandaag de dag zien, is kleurrijk en indrukwekkend. Christus zit in het midden op een troon, met Paus Honorius (mogelijk gemaakt van de oorspronkelijke dertiende-eeuwse tesserae) aan zijn voeten. Links staan Lucas de Evangelist en Paulus, waarbij de naam van Paulus zowel in het Grieks als in het Latijn is weergegeven (hij was een Romeins burger afkomstig uit een deel van het Rijk waar men Grieks sprak in plaats van Latijn). Rechts staan Petrus en diens broer Andreas.

In het onderste gedeelte van de schelp zien we de bekende lege troon met een met juwelen bezet kruis (de Hetoimasia), een verwijzing naar de wederkomst van Christus. Aan weerszijden van het kruis staan engelen en Apostelen. De mozaïeken op de boog boven de schelp en die op de achterkant van de triomfboog werden na de brand van 1823 van de gevel van San Paolo gehaald. Een deel ervan is zeker door Cavallini gemaakt, een ander deel door onbekende kunstenaars. Op de boog boven de schelp zien we afbeeldingen van een Madonna met Kind en van Johannes de Doper, alsook de symbolen van de Evangelisten Mattheus en Johannes, een mens en een adelaar. De achterkant van de triomfboog heeft een tondo met Christus in het midden en daarnaast Petrus en Paulus, alsmede een stier en een leeuw, de symbolen van de andere twee Evangelisten, Lucas en Marcus.

Pauselijke portretten

Mozaïek van de huidige paus.

Rechts van de apsis begint een fascinerende reeks tondi met alle pausen sinds Petrus. De reeks loopt door de hele basiliek heen. Volgens de overlevering was het Paus Leo I die in de vijfde eeuw met de reeks begon. De eerder genoemde Cavallini zette haar voort, net als veel later Salvatore Monosolio (1700-1776), die daarvoor werd aangesteld door Paus Benedictus XIV. Sinds die paus wordt van elke nieuwe paus een portret gemaakt. De meeste portretten gingen in de grote brand van 1823 verloren; enkele bleven gespaard en worden nu bewaard in het kerkmuseum. Paus Pius IX besloot dat de portretten, die kennelijk oorspronkelijk in fresco waren uitgevoerd, door mozaïeken vervangen moesten worden. Na zijn verkiezing in 2013 werd een portret van Paus Franciscus toegevoegd. Onder ieder portret wordt aangegeven hoeveel jaren, maanden en dagen iedere paus in functie is geweest.

Kapellen

De Kapel van het Heilig Sacrament is hierboven reeds genoemd. Deze werd ontworpen door de architect Carlo Maderno (1556-1629). Hij geniet vooral bekendheid vanwege het ontwerpen van de gevel van de Sint Pieter, maar tevens ontwierp hij de gevel van de Sant’Andrea della Valle[2] en voltooide hij de Salviati-kapel van de San Gregorio Magno. De schilder en mozaïekmaker Cavallini, hierboven reeds genoemd, werd in deze kapel begraven. Ignatius van Loyola, stichter van de Orde van de Jezuïeten, legde hier in 1541 zijn publieke geloften af. Wonderbaarlijk genoeg liep de kapel tijdens de brand van 1823 geen schade op. Ik vond dit persoonlijk de interessantste kapel in de kerk; wie weinig tijd heeft, kan de andere kapellen rustig overslaan.

Klooster

Maar vergeet absoluut niet het klooster te bezoeken! Men moet entree betalen, maar het klooster is echt een van de mooiste en sereenste in heel Rome. De kruisgang werd gebouwd tussen 1208 en 1235. Een deel ervan wordt toegeschreven aan leden van de familie Vassalletto die hierboven reeds werd genoemd. Zij voorzagen de zuilen van Cosmatenversieringen. Veel van die zuilen zien er qua kleur en vorm werkelijk schitterend uit. Boven de bogen staat een lange tekst in het Latijn over het kloosterleven en over het belang van het klooster als plaats waar de monniken studeerden, lazen en gebeden opzegden.[3]

Klooster van de San Paolo.

Zuilen met Cosmatenversieringen.

Vanuit het klooster zou men de klokkentoren moeten kunnen zien (zie de tweede afbeelding van deze bijdrage). Deze staat op een nogal vreemde plek, want hij werd direct achter de apsis van de kerk gebouwd. Dit is overigens niet de oorspronkelijke klokkentoren. De toren die in de elfde of twaalfde eeuw aan de kerk werd toegevoegd, werd verwoest toen Rome in 1349 door een aardbeving werd getroffen. Op dat moment was Clemens VI (1342-1352) de regerende paus. Clemens zat weliswaar in Avignon in Frankrijk, maar de basiliek in Rome was van dusdanig groot belang voor hem dat hij snel de opdracht gaf een nieuwe klokkentoren te bouwen. Hoewel het erop lijkt dat dit nieuwe bouwwerk de brand van 1823 overleefde, werd de toren niettemin afgebroken en vervangen door het huidige exemplaar, dat tussen 1840 en 1860 werd gebouwd.

Bronnen

  • Capitool Reisgidsen Rome, 2009, p. 267;
  • Luc Verhuyck, SPQR. Anekdotische reisgids voor Rome, p. 252-253;
  • San Paolo fuori le Mura op Churches of Rome Wiki.

Noten

[1] De andere zijn de San Pietro in Vaticano (Sint Pieter), San Giovanni in Laterano (Sint Jan van Lateranen), Santa Maria Maggiore en San Lorenzo fuori le Mura.

[2] Deze werd echter uitgevoerd door Carlo Rainaldi.

[3] De volledige tekst luidt: “Agmina sacra regit locus hic quem splendor honorat. Hic studet atque legit monachorum cetus et orat. Claustrales claudens claustrum de claudo vocatur. Cum Christo gaudens fratrum pia turma seratur. Hoc opus exterius pre cunctis pollet in Urbe. Hic nitet interius monachalis regula turbe. Claustri per girum decus auro stat decoratum materiam mirum precellit materiatum. Hoc opus arte sua quem Roma cardo beavit natus de Capua Petrus olim Primitiavit. Ardea quem genuit quibus abbas vixit in annis cetera disposuit bene provida dextra Johannis”.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.