Aquileia: Santa Maria Assunta

De Santa Maria Assunta.

De prachtige Romaanse basiliek van Santa Maria Assunta was de officiële zetel van de Patriarch van Aquileia totdat dit patriarchaat in 1751 werd opgeheven. De basiliek die we tegenwoordig zien, werd in de elfde eeuw gebouwd. Er staat echter al een kerk op deze plek sinds de vroege vierde eeuw, toen Aquileia een grote en belangrijke stad in het Romeinse Rijk was. De Santa Maria Assunta is beslist het hoogtepunt van een bezoek aan het moderne Aquileia. Dat is de basiliek alleen al vanwege de uitzonderlijke originele vloermozaïeken uit de vierde eeuw. Let erop dat alleen de toegang tot de basiliek zelf gratis is; voor een bezoek aan de crypte (met nog meer mozaïeken en fresco’s), het baptisterium en de vrijstaande klokkentoren moet u kaartjes kopen. Het is mogelijk om een zogenaamd Unico ticket te kopen dat tevens toegang geeft tot het interessante archeologisch museum van Aquileia. Op Wikimedia Commons vindt u een grote hoeveelheid afbeeldingen van de kerk en haar schatten.

Vroege geschiedenis

(foto: YukioSanjo, CC BY-SA 3.0 license).

Volgens een lokale legende zou de Evangelist Marcus in de eerste eeuw van onze jaartelling persoonlijk de christelijke gemeenschap van Aquileia en de bijbehorende diocees hebben gesticht. Dat is natuurlijk onzin, maar wel is zeker dat Aquileia tegen het einde van de derde eeuw zo’n christelijke gemeenschap had. De bouw van een kerk op deze plek begon vermoedelijk kort nadat het Edict van Milaan van 313 van het Christendom een geaccepteerde religie had gemaakt en christenen toestond hun geloof in het openbaar te blijden. Het lijkt erop dat Theodorus, de bisschop van Aquileia van omstreeks 308 tot 319, verantwoordelijk was voor dit project. We vinden zijn naam terug als onderdeel van een wijdingstekst die deel uitmaakt van de vloer. Delen van de tekst zijn verdwenen en moeten gereconstrueerd worden, en het is niet ondenkbaar dat de wijdingstekst pas na de dood van de bisschop werd toegevoegd. De betekenis van de tekst is echter helder. In het Latijn staat er:

THEODORE FELIX
ADIUVANTE DEO
OMNIPOTENTE ET
POEMNIO[1] CAELITUS TIBI
TRADITUM OMNIA BAEATE FECISTI ET
GLORIOSE DEDICAS
TI”

(“U bent gezegend, Theodorus, dat u met de hulp van God Almachtig en de kudde die de Hemel u overgedragen heeft al deze dingen (i.e. de kerk) op gelukzalige wijze hebt gebouwd en glorierijk hebt gewijd”)

Plattegrond van de oude basiliek (in het zwart) en de huidige basiliek (in het blauw).

De oorspronkelijke kerk leek in het geheel niet op een klassieke Romeinse basilica met een apsis. Het gebouw bestond uit twee grote rechthoekige zalen zonder apsis. Een zaal lag in het noorden, de andere in het zuiden en de zuidelijke zaal had een iets breder schip. Deze zalen werden van elkaar gescheiden door een derde zaal die dwars op de andere twee stond, alsook door een atrium, een baptisterium en een ruimte die als kleedkamer wordt aangemerkt. Het kaartje dat in deze bijdrage is opgenomen geeft een goede indruk van de opzet en indeling van deze eerste kerk. Nog beter is dit filmpje op YouTube met een uitstekende reconstructie van de kerk in 3D (het wordt interessant vanaf 0:20). Het lijkt erop dat de kerk werd gebouwd in het commerciële district van Aquileia; direct ten zuiden van de kerk stond een enorm gebouw waarvan men aanneemt dat het een horreum was, een (graan)pakhuis. Het is aannemelijk dat de genoemde grote zalen al in enigerlei vorm bestonden en werden gebruikt voor commerciële activiteiten; misschien waren het wel kleinere pakhuizen. Het is mogelijk dat Theodorus ze simpelweg heeft samengevoegd en het hele complex tot een kerk heeft omgevormd. Dat zou dan ook de enigszins ongebruikelijke vorm van de basiliek verklaren en het feit dat de twee zalen niet even groot zijn.[2]

Ofwel de noordelijke, ofwel de zuidelijke zaal werd gebruikt voor de kerkdiensten, maar we weten niet welke het was. De noordelijke zaal lijkt de meest waarschijnlijke kandidaat te zijn, want juist deze zaal werd tijdens het episcopaat van Fortunatianus (ca. 342-369?) uitgebreid. Deze bisschop bouwde ook een atrium vóór de uitgebreide basiliek, maar dit is al lang geleden verdwenen. Bisschop Chromatius (ca. 388-407) breidde de zuidelijke zaal uit en voegde het gedeelte toe dat nu bekendstaat als de Zaal van Chromatius of Südhalle. Chromatius bouwde tevens het huidige baptisterium van het complex. Deze fase in de geschiedenis van de basiliek is echter allesbehalve helder. Het is ook mogelijk dat pas met de uitbreiding van de zuidelijke zaal werd begonnen nadat Aquileia in de as was gelegd door de Hunnen, en dat Chromatius met het hele project niets van doen had.

Latere geschiedenis

Mozaïek van een hert.

In de negende eeuw werden de gebouwen uit de Late Oudheid gerestaureerd en verbouwd door de patriarch Maxentius (ca. 811-833?). Maxentius voegde een halfronde apsis toe aan de zuidelijke zaal (niet zichtbaar aan de buitenkant), zette de portiek neer die nog steeds onderdeel van de kerk is en liet de crypte bouwen waar de relikwieën van de basiliek worden bewaard. De huidige Santa Maria Assunta is echter gebouwd door Poppo, Patriarch van Aquileia van 1019 tot aan zijn dood in 1042 (of 1044 of 1045, afhankelijk van de bron). Deze Poppo was nogal een figuur. “History affords no more perfect example of that phenomenon so characteristic of the Middle Ages – the worldly, ambitious warrior-priest”, zo schreef de bekende historicus John Julius Norwich.[3] Hij raakte al spoedig in conflict met Orso, de Patriarch van Grado, die toevallig ook de broer was van de Doge van Venetië en de man die verantwoordelijk was voor de prachtige kathedraal op het eiland Torcello in de Venetiaanse lagune.

Interieur van de basiliek.

Het conflict tussen de Patriarchaten van Aquileia en Grado was toen al vier eeuwen oud. Poppo zag Orso als een bedrieger die zich territorium had toegeëigend dat onderdeel was van zijn diocees. In de jaren 1020 viel de woeste krijger-priester zelfs Grado aan. Hij zou er kerken en kloosters hebben geplunderd en de buitgemaakte schatten naar Aquileia hebben meegenomen. In de jaren 1040 viel de patriarch Grado nogmaals aan, maar hij stierf kort na het begin van deze tweede veldtocht. Ook al was hij zijn hele leven een krijgsman geweest, Poppo’s belangrijkste daad was van godsdienstige aard: de verbouwing van de grote basiliek van Aquileia, die hij in 1031 kon inzegenen. Het is deze basiliek die we vandaag de dag kunnen bewonderen. Poppo bouwde ook de prachtige klokkentoren, die in de veertiende eeuw werd opgehoogd tot 73 meter, de huidige hoogte. Het uitzicht vanaf de toren is schitterend: groene velden en de Alpen in de verte. Men kan met een beetje geluk zelfs de lagune zien.

De basiliek van Poppo, inclusief – op de voorgrond – het baptisterium en de Zaal van Chromatius.

Poppo’s basiliek heeft de tand des tijds doorstaan. Wel werden er in de eeuwen na hem nog wijzigingen aangebracht en restauraties uitgevoerd. De Patriarch Ulrich II (1161-1181) was waarschijnlijk verantwoordelijk voor de mooie twaalfde-eeuwse fresco’s in de crypte en de Patriarch Marquard van Randeck (1365-1381) restaureerde het gedeelte van de basiliek tussen de puntbogen en het dak. De uitzonderlijke houten dakconstructie zelf, in de vorm van een scheepsromp, was het resultaat van een renovatie in de vijftiende eeuw.

Bezienswaardigheden

De Goede Herder.

De vloermozaïeken van de Santa Maria Assunta beslaan een oppervlakte van zo’n 760 vierkante meter. Gezamenlijk vormen ze een van de grootste mozaïeken in de westerse wereld. Een deel van de mozaïeken vindt men in de zogenaamde Crypte van de Opgravingen (Crypta degli Scavi). Deze crypte, die men aan het begin van het linker zijschip aantreft, geeft toegang tot gedeelten van de dwarsgelegen zaal en de noordelijke zaal die hierboven al genoemd werden. Het grootste gedeelte van de klokkentoren werd bovenop de laatstgenoemde zaal gebouwd. Sommige van de mozaïeken die we hier beneden aantreffen zijn ouder dan de basiliek zelf. Vooral de afbeeldingen van diverse vogels en andere dieren zijn erg mooi, en dat geldt ook voor het mozaïek dat de strijd tussen een haan en een schildpad voorstelt. De Zaal van Chromatius heeft nog meer mozaïeken en de beste daarvan is naar mijn mening die van een pauw.

De mozaïeken in de basiliek zelf blijven echter het onbetwiste hoogtepunt van de Santa Maria Assunta. Deze mozaïeken liggen ongeveer een meter onder het huidige vloerniveau. In de tijd van Poppo werden ze bedekt met een nieuwe vloer van rode en witte tegels en ze werden pas herontdekt toen die vloer tussen 1909 en 1912 werd verwijderd. Als we de mozaïeken nader bekijken, moeten we concluderen dat ze helaas enigszins beschadigd werden doordat er basementen van baksteen op geplaatst zijn die de zuilen van het schip dragen. We zien portretten van weldoeners (i.e. mensen die geld gaven voor de aanleg van de vloer), diverse motieven zoals Salomonsknopen en dieren zoals vissen en herten. Eveneens aanwezig zijn de Goede Herder met twee van zijn schapen en een fluit, alsook een afbeelding van de gevleugelde Zege (Victoria). Geen van deze mozaïeken is openlijk, c.q. exclusief christelijk. De vroege christenen hadden nog geen eigen beeldtaal en ontleenden veel van hun iconografie eenvoudigweg aan de Grieks-Romeinse kunst. Heidense herders uit bucolische voorstellingen kwamen te staan voor Christus de Goede Herder en de heidense godin Victoria werd een gevleugelde engel.

Jona opgeslokt door een zeemonster (foto: YukioSanjo, CC BY-SA 3.0 license).

Uiteraard zijn de voorstellingen met de profeet Jona (of Jonas) wel duidelijk christelijk. Het Bijbelboek Jona, onderdeel van het Oude Testament, vertelt hoe Jona van God de opdracht had gekregen naar de heidense Assyrische stad Nineveh af te reizen om daar te profeteren. De profeet weigerde te gehoorzamen en nam in plaats daarvan een schip dat naar Tarsis voer, wellicht Tarsus in Cilicië. Het schip raakte verzeild in een heftige storm, waarop Jona de bemanning vroeg hem overboord te zetten om de natuurkrachten tot bedaren te brengen. De bemanning deed na lang aarzelen wat van hen gevraagd werd en God stuurde vervolgens een grote vis om Jona te redden. De vis slokte de profeet op en deze bracht drie dagen en drie nachten in de buik van het dier door alvorens hij na een gebed weer uitgespuugd werd. Christenen zagen het verhaal – en dan vooral het “drie dagen”-gedeelte – als een voorbode van de Wederopstanding van Christus na drie dagen. De mozaïeken met Jona zijn het mooiste gedeelte van de vloer. De grote vis is afgebeeld als een pistrix, een zeemonster dat men overal op Romeinse mozaïeken terugvindt, bijvoorbeeld in Ostia. Dit is weer een goed voorbeeld van christenen die beeldtaal ontlenen aan de Grieks-Romeinse mythologie.

In de basiliek vinden we ook enkele fresco’s die de moeite waard zijn. Het grote apsisfresco is wat vervaagd, maar het moet niettemin mogelijk zijn de verschillende figuren die zijn afgebeeld te identificeren. In het midden, in een mandorla, zien we een Madonna met Kind. Rondom de mandorla staan de symbolen van de vier Evangelisten. Aan weerszijden van de Madonna en het Kind zien we verschillende heiligen. Wat heel interessant is, is dat tussen deze heiligen ook de Patriarch Poppo is afgebeeld. Hij biedt een miniatuurmodel van de basiliek aan de Madonna aan. Rechts staat de Duitse keizer Koenraad II (1027-1039). De fresco’s in de tweede crypte – de Cripta degli affreschi – zijn erg mooi en ik zou ze zeker niet overslaan. Zoals hierboven reeds werd aangegeven, werd de crypte zelf in de negende eeuw gebouwd en werden de fresco’s zo’n drie eeuwen later toegevoegd. Bezoekers zien hier voorstellingen uit de levens van Christus, Maria, de Heilige Marcus en Sint Hermagoras van Aquileia, de legendarische eerste bisschop van de stad, die nog door de Evangelist zelf zou zijn benoemd. De interessantste fresco’s stellen de strijd voor tussen een christelijke ridder te paard, gekleed in een maliënkolder en bewapend met een lans en een Normandisch schild, en een bereden boogschutter die achteruit schiet (het zogenaamde ‘Parthische schot’). Deze man is wellicht een Turk, wat bewijst dat de fresco’s ná de Eerste Kruistocht werden geschilderd.

Deze bijdrage is hoofdzakelijk gebaseerd op informatie van de website van de basiliek en op dit artikel op het Italiaanse Wikipedia. Aanvullende bronnen worden vermeld in de voetnoten.

Noten

[1] Van het Griekse ποίμνιον, “kudde”. Het woord is ongebruikelijk in het Latijn.

[2] Zie Hoofdstuk 10 van Helen Parkins & Christopher Smith (ed.), Trade, Traders and the Ancient City. Historicus John Man (‘Attila. A Barbarian King and the Fall of Rome’, p. 249) lijkt te geloven dat de basiliek over een bestaand Joods gebouw heen werd gebouwd. Zijn bron is Samuel Kurinsky, een Joods-Amerikaanse zakenman die ‘fact papers’ over Joodse geschiedenis schrijft. De claim van Kurinsky dat “perhaps the main synagogue of Aquileia, lies beneath the grand basilica of Aquileia” is echter niet erg overtuigend. De auteur ziet een ‘Joodse iconografie’ in de vloermozaïeken, maar dat is niet noodzakelijkerwijs het geval. De Salomonsknoop – die je overal op de vloer ziet – komt in vele culturen voor en is niet exclusief joods. Sterker nog, in tegenstelling tot wat Kurinsky beweert, vinden we varianten op de knoop ook terug op de mozaïekvloeren in het seculiere woondistrict van Aquileia. Het feit dat op de mozaïeken in de kerk een groot aantal mensen en dieren is afgebeeld haalt de bewering van Kurinsky feitelijk onderuit: dat was verboden in het Judaïsme. Men herinnert zich in dit verband hoe in de eerste eeuw van onze jaartelling de Joden van Judea al aanstoot namen aan de adelaars op de Romeinse legioenstandaarden. Wat wel klopt, is dat veel van de afbeeldingen in de Santa Maria Assunta niet evident christelijk zijn. Het Christendom van die tijd ontleende veel van zijn beeldtaal aan de traditionele culten.

[3] ‘A history of Venice’, p. 62.

2 Comments:

  1. Pingback:Aquileia: Overblijfselen van een Romeinse stad – – Corvinus –

  2. Pingback:Rome: Santa Balbina – – Corvinus –

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.