Venetië: Piazza San Marco

De Piazza San Marco.

Ik denk dat dit de eerste keer is dat ik een bijdrage wijd aan een beroemd plein in een Italiaanse stad, maar de Piazza San Marco in Venetië is dan ook niet zomaar een plein. Sterker nog, mijn Trotter reisgids beweert dat het het enige plein in de Serenissima is dat een piazza wordt genoemd. Alle andere pleinen – en dat zijn er nogal wat – worden campi genoemd. Sommigen vinden de mensenmassa’s en het lawaai van de piazza misschien ondraaglijk, maar ik denk dat we niet moeten overdrijven. Inderdaad, de Piazza San Marco trekt grote hoeveelheden mensen aan, maar dat verleent het plein juist zijn charme. Als u niet van mensenmassa’s houdt, dan kunt u de piazza vroeg in de ochtend bezoeken, of anders laat in de middag, als de meeste toeristen al zijn vertrokken. Ik zal in deze bijdrage de verschillende gebouwen en monumenten op en rond het plein langslopen.

Klokkentoren van de San Marco.

Het belangrijkste monument op het plein is natuurlijk de basiliek van San Marco, en deze wereldberoemde kerk is al in een aparte bijdrage besproken. De vrijstaande klokkentoren van de basiliek – net iets minder dan 99 meter hoog – echter nog niet. Het eerste wat u dient te weten, is dat dit niet de oorspronkelijke klokkentoren is. De bouw van de eerste toren begon waarschijnlijk in de negende eeuw, gelijktijdig met de bouw van de eerste San Marco. De klokkentoren werd in de twaalfde eeuw voltooid tijdens het dogeschap van Domenico Morosini (1148-1156)[1] en kreeg zijn huidige vorm in de zestiende eeuw. Antonio Grimani, destijds een procurator van Sint Marcus en later Doge van Venetië (1521-1523), liet de klokkentoren restaureren en voegde de bekende groene spits toe.[2] De architect Jacopo Sansovino (1486-1570) bouwde later nog een elegante loggia of loggetta tegen de oostkant van de toren aan. In 1609 demonstreerde de beroemde wetenschapper Galileo Galilei (1564-1642) boven op de klokkentoren zijn telescoop.

Ondanks verschillende restauratieronden in de volgende eeuwen begonnen er gevaarlijke scheuren in het bakstenen gevaarte te ontstaan, die in juli 1902 werden ontdekt. Er kon toen al niets meer gedaan worden om de klokkentoren te redden; op 14 juli stortte de toren uiteindelijk in. Omdat de instorting al verwacht werd, was het enige slachtoffer de kat van de conciërge. De Venetianen besloten direct dat de toren herbouwd moest worden. Of bij die gelegenheid nu wel of niet de beroemde woorden “dov’era, com’era” – “waar hij stond, zoals hij was” – zijn uitgesproken, het is duidelijk dat de Venetianen van plan waren een tweede toren te bouwen die een exacte kopie was van zijn voorganger. De nieuwe klokkentoren was in 1912 klaar en werd op 25 april van dat jaar ingewijd. Die datum was niet willekeurig gekozen: het betreft de feestdag van Sint Marcus (in de Katholieke Kerk althans).

Houd rekening met lange wachtrijen als u de klokkentoren wilt bezoeken. Tegen betaling van acht euro brengt een lift u naar boven. Het uitzicht is werkelijk prachtig, maar als u mensenmassa’s en rijen wilt vermijden, kunt u beter de klokkentoren van de San Giorgio Maggiore proberen (zie hieronder).

Torre dell’Orologio.

Aan de rand van de Piazza San Marco staat nog een andere toren: de Torre dell’Orologio of Toren van de Klok. Met de bouw van deze toren werd in 1496 begonnen. Hij wordt met enige slagen om de arm toegeschreven aan Mauro Codussi (of Coducci; 1440-1504), maar bewijs in de vorm van documenten ontbreekt. De Torre dell’Orologio werd in 1499 voltooid, maar de twee vleugels aan weerszijden van de toren werden pas in 1506 toegevoegd, twee jaar na de dood van Codussi. Boven de klok zien we een beeld van een Madonna met Kind. Een niveau hoger staat de bekende Leeuw van Sint Marcus. Oorspronkelijk werd het dier vergezeld door een beeld van de Doge Agostino Barbarigo (1486-1501) – zie Murano: San Pietro Martire – maar dit werd verwijderd nadat de Fransen in 1797 de Venetiaanse Republiek hadden afgeschaft. De oorspronkelijke opstelling is bekend dankzij een tekening van de hand van Francisco de Holanda uit ca. 1538. Boven op de toren staan nog twee in donker brons gegoten Moren. De mannen hebben houten hamers waarmee ze ieder uur op een bronzen bel slaan.

Als u in de veronderstelling verkeert dat u de Torre dell’Orologio al eens eerder hebt gezien, dan zou dat heel goed kunnen kloppen. De toren speelt namelijk een rol in de James Bondfilm Moonraker. Een aantal scènes van deze film speelt zich af in Venetië, en in één daarvan levert Bond een gevecht met de slechterik Chang in een glasmuseum. De twee vechtersbazen beklimmen een aantal trappen en staan dan plotseling in de klokkenkamer van de toren. Daar wordt het gevecht voortgezet en uiteindelijk slaagt Bond erin zijn tegenstander dwars door het glazen scherm van de klok heen naar buiten te gooien, waarmee hij overigens wel een kostbaar kunstwerk vernielt. Natuurlijk is dit maar een film: no real clocks were hurt during the filming. Daar komt nog bij dat de echte klok van de Torre dell’Orologio helemaal geen glazen scherm heeft.

Klok van de Torre dell’Orologio.

Direct links van de Torre dell’Orologio staan de Procuratie Vecchie, die samen een scherm van bogen en kantoren vormen aan de noordzijde van de Piazza San Marco. Aan de andere kant vinden we de Procuratie Nuove. De twee gebouwen worden aan de westzijde van het plein met elkaar verbonden door de zogenaamde Napoleontische vleugel. Tussen de drie gebouwen bestaan duidelijk in het oog springende verschillen en het is evident dat ze niet in dezelfde tijd werden gebouwd. Daarom is enige achtergrondinformatie wel nuttig. De term procuratia verwijst naar de procuratori di San Marco, de procuratoren van Sint Marcus. Het ambt van procurator was erg prestigieus. Procuratoren werden voor het leven benoemd en zij beheerden en onderhielden de kerk van San Marco, naast diverse andere belangrijke verplichtingen (zie het voorbeeld van Antonio Grimani hierboven). Ze hielden kantoor in de Procuratie, die waren gebouwd boven elegante galerijen (waar tijdens het carnaval overigens ook de prostituees van de stad hun diensten aanboden).

Oorspronkelijk was de Piazza San Marco een open ruimte waar varkens vrij rondliepen. Tijdens de regering van Sebastiano Ziani (1172-1178) werd de piazza voor het eerst geplaveid met bakstenen[3] en verfraaid. Ziani had een goede reden om dit project te lanceren: tijdens zijn dogeschap werd, in 1177, het Verdrag van Venetië gesloten, waarmee Paus Alexander III en Keizer Frederik Barbarossa zich verzoenden (zie Siena: Palazzo Pubblico en Museo Civico). Pas in de vroege zestiende eeuw werden echter de laatste bomen en struiken van de piazza verwijderd.[4] In die tijd was de noordzijde van het plein allang afgesloten door de Procuratie Vecchie. Het oorspronkelijke gebouw dateert van de twaalfde eeuw, maar het gebouw dat we vandaag de dag zien, werd er in de zestiende eeuw neergezet. De Procuratie Nuove aan de zuidzijde zijn een werk van Vincenzo Scamozzi (1548-1616), die in 1583 met de bouw begon. Het gebouw werd pas lang na zijn dood voltooid door Baldassare Longhena (1598-1682), die in 1640 het project afrondde.

De Piazza San Marco in de ochtend.

De Napoleontische Vleugel of Ala Napoleonica is het jongste gedeelte van de Procuratie, gebouwd in de tijd van het zogenaamde Koninkrijk Italië (1805-1814), een Franse vazalstaat waartoe ook Venetië behoorde. Eugène de Beauharnais, de zoon van Napoleons vrouw Joséphine uit haar eerste huwelijk, diende toen als onderkoning en had dus een paleis nodig. Helaas werd bij de bouw van dit paleis in 1807 ook de kerk van San Geminiano afgebroken. Deze kerk is onder meer nog zichtbaar op een werk van Canaletto. De Napoleontische Vleugel en delen van de Procuratie Nuove bieden tegenwoordig onderdak aan het Museo Correr, een museum dat ik zeker kan aanbevelen.

De Piazzetta San Marco.

Ten zuiden van de Piazza San Marco, tussen de Biblioteca Marciana en het Palazzo Ducale, bevindt zich een afzonderlijke open ruimte die de Piazzetta wordt genoemd, de ‘kleine piazza’. Deze leidt naar de Molo, de bekoorlijke kade waar bezoekers uit de hele wereld Venetië binnenkwamen toen de stad alleen nog maar via de zee te bereiken was; pas in het midden van de negentiende eeuw werd een dam gebouwd die de stad met het vasteland verbindt. Langs de waterlijn loopt de beroemde Riva degli Schiavoni, de ‘oever van de Slaven’, een goede aanwijzing voor de multi-etnische en multiculturele identiteit van Venetië.

Ook de Piazzetta is in zekere zin een creatie van de reeds genoemde Sebastiano Ziani. Op deze plek stond sinds het einde van de negende eeuw een lange verdedigingsmuur. Deze was gebouwd door de Doge Pietro Tribuno (887-912), die in 899 met succes een aanval van een leger Magyaren had afgeslagen. Tribuno meende dat de muur nodig was om de stad te beschermen tegen toekomstige invasies, maar Doge Ziani liet hem afbreken en maakte de weg vrij voor vergroting van de Piazzetta. Vervolgens huurde de Doge een zekere Nicolò Barattieri in, die later de architect zou worden van de eerste Rialtobrug. Barattieri kreeg de opdracht twee grote marmeren zuilen op te richten die meer dan vijftig jaar eerder op deze plek waren gedumpt. Mogelijk waren de zuilen gestolen uit Tyrus door de Doge Domenico Michiel (1117-1130), die in 1124 samen met zijn vloot de kruisvaarders had geholpen bij de inname van deze stad in het huidige Libanon (zie Murano: Santi Maria e Donato). Een jaar later kwamen de zuilen in Venetië aan. Oorspronkelijk waren het er overigens drie, maar de derde eindigde na een mislukte ontschepingspoging op de bodem van de lagune.

Kennelijk waren de Venetianen daarna niet meer geïnteresseerd in de zuilen en lieten ze ze wegkwijnen in de buurt van de muur van Pietro Tribuno. De bewering van John Julius Norwich dat “several attempts had been made to raise them, all unsuccessful”[5] komt om de een of andere reden niet erg overtuigend over. Het verhaal suggereert een gebrek aan technische vaardigheden bij de Venetianen en dat is simpelweg niet erg geloofwaardig. Het lijkt me veel waarschijnlijker dat de Venetianen gewoon een goede reden nodig hadden om ze op de Piazzetta op te richten, en het bezoek van zowel de Paus als de Keizer in 1177 zou heel goed zo’n reden kunnen zijn geweest. Barattieri was een competente architect en de zuilen werden dus snel weer opgericht. Op een ervan staat een beeld van Sint Theodoor (‘San Todaro’ in het Venetiaanse dialect), die de beschermheilige van Venetië was totdat hij in 828 werd vervangen door de veel prestigieuzere Sint Marcus. Theodoor wordt vergezeld door de draak die hij volgens de overlevering had verslagen. Veel commentatoren hebben echter opgemerkt dat het beest meer weg heeft van een krokodil. Het beeld dat we tegenwoordig zien, is overigens een kopie.

Gevleugelde leeuw van Sint Marcus en Sint Theodoor.

Op de andere zuil staat de befaamde gevleugelde leeuw van Sint Marcus. Het bronzen beeld heeft een geschiedenis die op z’n zachtst gezegd nogal gecompliceerd is. De leeuw zelf is met zekerheid voorchristelijk, en men denkt dat hij in ongeveer 300 BCE gemaakt is, mogelijk in Cilicië in het huidige Turkije. Hoe de leeuw in Venetië terecht is gekomen, is niet bekend. Gegeven de reputatie van de Venetianen is er echter een goede kans dat ze hem ergens hebben gestolen en hebben meegenomen naar hun stad. De vleugels werden later toegevoegd om het beeld meer op het symbool van Venetië te laten lijken. Perfect is de leeuw echter niet. Het boek met de beroemde woorden PAX TIBI MARCE EVANGELISTA MEUS – “Vrede zij met u, Marcus, mijn evangelist” – ontbreekt geheel.

De Piazzetta werd in 1264 voor het eerst geplaveid. Tegenwoordig is het een heerlijke plek om rond te wandelen, maar ten tijde van de Venetiaanse Republiek werden er criminelen geëxecuteerd tussen de twee zuilen. Als u naar de kade loopt, kunt u Andrea Palladio’s beroemde kerk van San Giorgio Maggiore bewonderen, die op het gelijknamige eiland aan de andere kant van het water is gebouwd.

San Giorgio Maggiore.

Een onmisbare bron voor deze bijdrage was John Julius Norwich, ‘A History of Venice’. Aanvullende informatie kwam uit drie reisgidsen, van respectievelijk Trotter, Dorling Kindersley en de ANWB.

Noten

[1] John Julius Norwich, ‘A History of Venice’, p. 99.

[2] John Julius Norwich, ‘A History of Venice’, p. 436.

[3] John Julius Norwich, ‘A History of Venice’, p. 117.

[4] John Julius Norwich, ‘A History of Venice’, p. 456.

[5] John Julius Norwich, ‘A History of Venice’, p. 118.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.