Septimius Severus: Het Jaar 198

Een Romeinse soldaat leidt een Parthische gevangene weg (Boog van Septimius Severus, Rome).

Het jaar begon met een grote Romeinse overwinning op de Parthen. Rond 28 januari werd hun hoofdstad Ctesiphon na een kort beleg ingenomen. De zegevierende Romeinse soldaten plunderden de hele stad leeg en voerden duizenden vrouwen en kinderen als slaven weg. Herodianus beweert dat de Romeinen ook de hand wisten te leggen op de schatkamers van de Parthische koning.

Na zijn overwinning bij Ctesiphon besloot Severus Koning Vologases niet verder op te jagen. Door onbekendheid met het terrein, een uitbraak van diarree onder zijn manschappen en een gebrek aan proviand werd hij gedwongen terug te keren naar Mesopotamië. Voordat hij vertrok, riepen de soldaten zijn oudste zoon Bassianus – nu Marcus Aurelius Antoninus genoemd – uit tot ‘Augustus’ en zijn jongste zoon Geta tot ‘Caesar’.

Severus richtte zich nu op de rijke oasestad Hatra. Hatra had in 117 een Romeins beleg weten te weerstaan. De Romeinse keizer Trajanus had toen geprobeerd de stad in te nemen, maar was daar niet in geslaagd (en had nog bijna het leven gelaten). Ook Severus zou hier tegen een nederlaag aanlopen. Hatra was een formidabel bolwerk. De stad lag op een hoge heuvel en werd beschermd door sterke muren. Severus’ eerste beleg van de stad begon in de lente, maar liep als gevolg van fel verzet van de inwoners van Hatra op een fiasco uit. De weersomstandigheden waren verschrikkelijk en de Romeinen verloren een groot aantal manschappen door vijandelijke projectielen en ziektes.

Kaart van de situatie in het Oosten (bron: Ancient World Mapping Center. “À-la-carte”; CC BY 4.0)

Uiteindelijk gaf de keizer het beleg op, maar hij zou het volgende jaar nogmaals proberen de stad te veroveren. Severus toonde zich een slecht verliezer. Hij liet zijn praetoriaanse prefect Julius Crispus terechtstellen en deed hetzelfde met ene Laetus, mogelijk dezelfde Laetus die het vorige jaar bij Lugdunum een beslissende rol had gespeeld (en waarschijnlijk ook het leven van Severus had gered). Kennelijk was Severus jaloers op Laetus en mogelijk ook bang voor hem vanwege zijn populariteit onder de soldaten. Dat beweert althans Cassius Dio.

Bronnen

Primaire bronnen

Secundaire bronnen

  • Adrian Goldsworthy, The Fall of the West, p. 67-68.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.