Caracalla: Het Jaar 216

Buste van Caracalla (Capitolijnse Musea, Rome).

Caracalla beschouwde zichzelf als Alexander de Grote, en aangezien Alexander de Grote Perzië had veroverd, zou Caracalla de opvolger van Perzië veroveren: het Parthische Rijk. Er waren goede strategische redenen om nu de aanval in te zetten. In 208 was de Parthische koning Vologases (Walagash) V gestorven, waarop de troon was overgegaan op zijn zoon, Vologases VI. Diens jongere broer Artabanus had echter een coup gepleegd en regeerde het Rijk nu als Artabanus V. Het lijkt erop dat Vologases in delen van het Parthische Rijk stand wist te houden, wat met zich meebracht dat een nieuwe oorlog met de Romeinen wel het laatste was wat Artabanus wilde.

Het voorwendsel waarvan Caracalla zich bediende was zijn wens om met de dochter van Artabanus te trouwen. Alexander was getrouwd geweest met een Perzische prinses – Stateira – en dus moest ook Caracalla met een ‘Perzische’ prinses trouwen. Artabanus weigerde daar echter aan mee te werken. Voor Caracalla was dit een casus belli. De keizer vertrok vanuit Antiochië, waarheen hij na de massamoord in Alexandrië teruggekeerd was. Hij lanceerde zijn invasie en drong diep in Parthisch gebied door. De Parthen slaagden er niet in een leger te mobiliseren om het tegen hem op te nemen, en dus kon Caracalla gemakkelijk het platteland plunderen en de stad Arbela (het huidige Erbil in Irak) innemen. Daar onteerde hij de koninklijke graftomben door ze open te graven en de inhoud ervan naar buiten te gooien. Dit waren waarschijnlijk niet de graftomben van de Parthische koningen uit de dynastie van de Arsaciden, maar die van de heersers over Adiabene, waarvan Arbela de hoofdstad was. Caracalla’s optreden was in elk geval schandalig, zelfs voor een krankzinnige keizer.

Kaart van de situatie in het Oosten (bron: Ancient World Mapping Center. “À-la-carte”; CC BY 4.0)

Caracalla’s poging om zijn idool Alexander te imiteren was allesbehalve een succes. Hij had geen beslissende overwinning op de Parthen weten te behalen en had zich in plaats daarvan gedragen als een ordinaire struikrover. Caracalla was echter gek genoeg om de Senaat een brief te schrijven, daarin de overwinning op te eisen en het agnomen ‘Parthicus’ aan zijn naam toe te voegen.

Ondertussen in Rome

De Baden van Caracalla, Rome.

216 kan heel goed het jaar zijn geweest waarin de Baden van Caracalla werden voltooid en/of geopend (al kan het ook het jaar daarop zijn geweest). De Baden vormden een enorm complex dat meer dan 1.600 mensen in staat stelde een bad te nemen en allerhande sociale activiteiten te ondernemen. De Thermae Antoninianae waren meer dan slechts een verzameling baden. Naast de gebruikelijke hete, lauwwarme en koude baden (caldarium, tepidarium, frigidarium) had het complex een zwembad (natatio), twee bibliotheken, sportzalen voor worstelaars en boksers, en tuinen. Als u in Rome bent, is een bezoek aan de Baden zeer aan te raden. Hoewel er van de decoraties die er ooit zijn geweest niet veel meer over is (voor een deel van de mozaïeken kunt u de Vaticaanse Musea bezoeken), zijn de ruïnes van deze kolossale gebouwen simpelweg zeer indrukwekkend.

Bronnen

Primaire bronnen

Secundaire bronnen

  • Adrian Goldsworthy, The Fall of the West, p. 74.

3 Comments:

  1. Pingback:Severus Alexander: De Jaren 222-230 – – Corvinus –

  2. Pingback:Fiesole: Museo Civico Archeologico – – Corvinus –

  3. Pingback:Florence: Santa Trinita – – Corvinus –

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.