Rome: San Sebastiano fuori le Mura

De San Sebastiano fuori le Mura.

Mijn eerste bezoek aan de kerk van San Sebastiano fuori le Mura aan de Via Appia vond eigenlijk per ongeluk plaats. Mijn vriend en ik hadden een rondleiding door de nabijgelegen Catacomben van San Callisto geboekt en moesten nog een uur of wat wachten voordat die zou beginnen. We besloten daarom een stukje te gaan wandelen en troffen zo’n 700 meter verderop de San Sebastiano aan. Destijds vonden we de kerk niet bijster interessant, maar we hadden dan ook niet echt ons huiswerk gedaan en wisten vrijwel niets over de geschiedenis van het gebouw. Daardoor hadden we geen idee van de bezienswaardigheden. Enkele jaren later keerde ik in mijn eentje naar de San Sebastiano terug, ditmaal goed voorbereid. Ik kan nu concluderen dat de kerk weliswaar niet tot de meest spectaculaire in Rome behoort, maar niettemin zeker een bezoek waard is omdat ze vanuit historisch perspectief zeer interessant is.

Vroege geschiedenis

Bezoekers dienen zich te realiseren dat dit de plek is waar het woord ‘catacomben’ is ontstaan. Volgens een breed aanvaarde etymologische verklaring is het woord afgeleid van het Griekse ‘kata kumbas’ (κατά κύμβας), hetgeen ‘bij de (steen)groeven’ betekent.[1] De term verwijst naar de pozzolana-groeve die men hier in de Oudheid kon aantreffen. De Romeinen gebruikte pozzolana om hun beroemde beton te maken (opus caementicium), een buitengewoon duurzaam materiaal. Uiteraard leidden de mijnbouwactiviteiten die op deze plek werden ondernomen tot gaten in de grond. Vanaf het einde van de eerste eeuw CE werd de groeve ook gebruikt voor begrafenissen. In het midden van de tweede eeuw CE stortte de groeve in. Het resultaat moet een enorme puinhoop en een groot gat in de bodem zijn geweest. Het grondniveau werd daarna weer met drie meter opgehoogd en er werden drie mausolea – allemaal niet-christelijk – in de groeve gebouwd. Mogelijk markeerde dit project ook het begin van het graven van tunnels waarin mensen werden bijgezet, de catacomben zoals we die vandaag de dag kennen. Mensen die op zoek waren naar deze specifieke begraafplaatsen kregen vermoedelijk te horen dat ze die ad catacumbas langs de Via Appia konden vinden. Later werden alle ondergrondse begraafplaatsen als ‘catacomben’ aangeduid. Benadrukt moeten worden dat deze zeker niet exclusief christelijk waren.

Interieur van de kerk.

Zo’n 100 jaar later stuiten we op het eerste bewijs voor christelijke activiteiten op deze locatie. Toen werd hier, mogelijk in 258, een complex bestemd voor de verering van de apostelen Petrus en Paulus gebouwd. Onderdeel daarvan was een gebouw met een portiek dat de Triclia werd genoemd en dat kan zijn gebruikt voor begrafenismaaltijden. Er is een theorie dat de relikwieën van beide apostelen hier meerdere jaren achtereen werden bewaard nadat ze hiernaartoe waren verplaatst vanaf de Ager Vaticanus (in het geval van Petrus) en een begraafplaats aan de Via Ostiense (in het geval van Paulus). De redenen om de relikwieën naar deze nieuwe en veiligere plek over te brengen waren waarschijnlijk de christenvervolgingen van keizer Valerianus in 257-258. Later, tijdens de regering van Constantijn de Grote (306-337), werden de relikwieën vermoedelijk teruggebracht naar hun oorspronkelijke locaties, waarna de keizer grote nieuwe basilieken over hun graftombes heen liet bouwen. Die basilieken zijn uiteraard de Sint Pieter en de San Paolo fuori le Mura.

Aan het begin van de vierde eeuw verkeerde de bovengenoemde Triclia kennelijk in vervallen staat. Er werd toen een grote basiliek van zo’n 74 bij 28 meter over de ruïnes van het gebouw heen gebouwd. Deze wordt vrij algemeen de Basilica Apostolorum genoemd, de basiliek van de apostelen. Waarschijnlijk was deze basiliek geen kerk, maar een zogenaamde gravenbasiliek. Dat betekent dat het gebouw niet bedoeld was om de mis te vieren, maar in plaats daarvan werd gebruikt voor bepaalde begrafenisriten. Daarbij ging het waarschijnlijk om processies om de graven heen en mogelijk ook om begrafenismaaltijden. De basiliek was ‘circusvorming’, dat wil zeggen dat ze was gebouwd in de vorm van een Romeins circus, met een groot halfrond uiteinde dat om de apsis heen liep. In Rome vinden we nog diverse andere voorbeelden van gravenbasilieken, bijvoorbeeld die bij de San Lorenzo fuori le Mura, de Sant’Agnese fuori le Mura en de Santi Marcellino e Pietro ad Duas Lauros. Een belangrijk verschil is dat, anders dan bij de drie andere voorbeelden, de Basilica Apostolorum later werd omgevormd tot een echte kerk. De andere drie werden later verlaten en vervangen door gewijde kerken die slechts iet verderop stonden (en staan).

Epitaaf voor de martelaar Eutychius, gedicteerd door Paus Damasus, opgeschreven door Filocalus.

Het is niet helemaal duidelijk wie verantwoordelijk was voor de bouw van de Basilica Apostolorum. Volgens een plausibele, maar onbewezen theorie werd de basiliek gebouwd door de christelijke gemeenschap van Rome, met volledige steun van de eerdergenoemde keizer Constantijn, die bekendstond om zijn christelijke sympathieën (ook al bekeerde hij zich pas op zijn sterfbed formeel tot het christendom). Volgens een andere theorie werd de basiliek pas gebouwd tijdens het pontificaat van Paus Damasus I (366-384). Er bestaat overtuigend bewijs dat die hier actief was (zie hieronder), maar dat wil nog niet zeggen dat hij de basiliek ook heeft laten bouwen. Misschien was hij eerder verantwoordelijk voor de omvorming van het gebouw tot een echte kerk. Recentelijk is betoogd dat het ook goed Constantijns voorganger Maxentius kan zijn geweest die het terrein aan de Via Appia aan de christelijke gemeenschap van Rome schonk en de leden daarvan toestemming gaf om er de Basilica Apostolorum te bouwen.[2] Maxentius was zelf geen christen, maar vervolgde christenen evenmin. Niettemin probeerde Constantijn zijn rivaal wel weg te zetten als een vijand van het geloof.[3]

Ik raad mensen die de kerk bezoeken aan eerst het schaalmodel van de basiliek te bekijken dat in het kerkmuseum tentoongesteld wordt (zie de afbeelding hieronder). Dit model geeft een goede indruk van hoe de Basilica Apostolorum omringd werd door mausolea. Rechts van de basiliek stond het zogenaamde Mausoleum van de Vijf Sarcofagen. Links zien we de koepel van een rond gebouw dat gedeeltelijk in de rotsen werd uitgehouwen en dat leek op het mausoleum van de dochters van Constantijn elders in Rome. Het staat bekend als het Mausoleum van de Uranii, maar het is helaas verdwenen. Wie echter de San Sebastiano op Google Maps opzoekt en de satellietmodus aanzet, kan nog altijd de contouren van het gebouw zien.

Achter het Mausoleum van de Uranii stonden twee rechthoekige gebouwen met een apsis die niet naar de basiliek was gericht, maar de andere kant op. Het eerste van deze gebouwen is verdwenen en het tweede is vervangen door het klooster dat met de San Sebastiano verbonden is. Weggestopt achter de basiliek staat de zogenaamde Platonia, een heiligdom met een merkwaardige vorm dat is gewijd aan de Kroatische heilige Quirinus van Sescia (het huidige Sisak). Deze stierf in 309 en zijn overblijfselen werden in de vijfde eeuw naar Rome overgebracht. De Platonia staat er nog steeds, maar ik betwijfel of ze bezocht kan worden. Haar gevel uit de zeventiende eeuw is een fraai stukje architectuur.

Schaalmodel van de Basilica Apostolorum uit de vierde eeuw.

Latere geschiedenis

Façade van de Platonia. Links het halfronde uiteinde van de San Sebastiano.

De naam van het gebouw werd op z’n laatst in het midden van de zevende eeuw veranderd van de Basiliek van de Apostelen in de kerk van San Sebastiano, en waarschijnlijk al eerder. Deel 12 van de Chronograaf van 354 noemt reeds een feestdag van Sint Sebastiaan in Catacumbas naast een feestdag van Petrus op dezelfde locatie. Dit suggereert dat omstreeks het midden van de vierde eeuw de soldatenheilige Sebastiaan hier samen met Petrus en Paulus vereerd werd. Sebastiaan was in de derde eeuw de marteldood gestorven en wordt meestal afgebeeld als een schaars geklede jongeman met een lichaam dat doorzeefd is met pijlen (al bestaan er veel oudere afbeeldingen van Sebastiaan als bejaarde en bebaarde man). Volgens de overlevering overleefde de heilige in spe de pijlenregen en werd hij verzorgd en genezen door Sint Irene van Rome. Later werd hij alsnog doodgeslagen en begraven in de catacomben die naar hem genoemd zouden worden. Zijn beweerde relikwieën bevinden zich daar nog steeds.

In de negende eeuw werd het Romeinse platteland overlopen door rovers en bandieten. Pelgrims verlieten daarom niet graag de relatieve veiligheid van de stad om af te reizen naar de verschillende catacomben die zich buiten de stadsmuren bevonden. Veel van deze catacomben werden als gevolg hiervan verlaten en de relikwieën die er bewaard werden, werden overgebracht naar kerken in de stad. Ik heb dit proces al eerder besproken (zie bijvoorbeeld Rome: Santa Prassede). Maar waar de andere catacomben werden opgegeven en in de vergetelheid raakten, was dit bij de catacomben van San Sebastiano niet het geval. Die bleven nog eeuwenlang een belangrijke bestemming voor pelgrims en zagen hun bevoorrechte status pas eroderen toen in het midden van de negentiende eeuw de veel spectaculairdere Catacomben van San Callisto herontdekt werden. Een andere reden voor de populariteit van de San Sebastiano onder pelgrims was het feit dat de kerk door San Filippo Neri (1515-1595) werd opgenomen onder de oorspronkelijke zeven pelgrimskerken van Rome. Deze heilige is eerder op deze website ter sprake gekomen (hier en hier). Pas in 2000 verloor de San Sebastiano haar status als pelgrimskerk. Om de een of andere duistere reden moest ze toen haar plek afstaan aan het Santuario della Madonna del Divino Amore.

Plafond van de San Sebastiano.

Het huidige uiterlijk van de San Sebastiano is vrijwel geheel het gevolg van het feit dat de kerk in de zeventiende eeuw werd herbouwd door de architect Flaminio Ponzio (1560-1613), die wellicht de meeste bekendheid geniet voor zijn Cappella Paolina in de kerk van Santa Maria Maggiore. Ponzio was ingehuurd door kardinaal Scipione Borghese (1577-1633), ook geen onbekende op deze website (zie bijvoorbeeld hier en hier). De architect begon aan zijn project in 1608, maar stierf voordat de herbouw kon worden afgerond. De kerk moest daardoor worden voltooid door een Nederlander uit Utrecht met de naam Jan van Santen, die zich in het Italiaans Giovanni Vasanzio noemde (ca. 1550-1621). Tijdens het project van Ponzio en Vasanzio kreeg de kerk haar huidige gevel. Deze is tamelijk eenvoudig en niet echt mooi. Veel fraaier is de gevel van de hierboven reeds genoemde Platonia. Deze is zichtbaar vanaf de Via della Sette Chiese ten noorden van de San Sebastiano. De gevel van de Platonia vermeldt het jaar 1609 en de namen van Scipione Borghese en Paus Paulus V (1605-1621). De gevel van de kerk zelf noemt alleen de naam van Borghese en het jaar 1612.

Bezienswaardigheden

Het interieur van de San Sebastiano is nauwelijks spectaculair te noemen (zie de afbeelding hierboven). We zien een eenbeukige kerk met muren in gebroken wit die scherp contrasteren met het kleurrijke houten plafond. Het moet gezegd worden dat dit plafond prachtig is. Het dateert van 1613, dus het was onderdeel van het herbouwproject van Ponzio en Vasanzio dat in de vorige paragraaf aan de orde kwam. In het midden van het plafond zien we werkelijk schitterend houtsnijwerk met een blonde Sint Sebastiaan die slechts een lendendoek draagt. Hij is vastgebonden aan een boomstam en bloedt uit wonden die door drie pijlen veroorzaakt zijn. In de lucht boven hem zweeft een engel met een martelaarskroon en een palmtak. Het houtsnijwerk wordt toegeschreven aan Annibale Durante, een Vlaamse kunstenaar uit de zeventiende eeuw over wiens leven we vrijwel niets weten. Het is niet ondenkbaar dat Vasanzio en hij oude bekenden waren. Beide mannen waren waarschijnlijk in staat in het Nederlands met elkaar te communiceren en het was Vasanzio die de kunstenaars inhuurde om het plafond te doen (Ponzio was al dood toen men aan dit deel van het project toekwam).

Als we de San Sebastiano met de klok mee verkennen, dan zien we eerst aan de muur direct links van de ingang de epitaaf van een zekere Sint Eutychius (zie de afbeelding hierboven). Hij behoort tot het selecte gezelschap van obscure martelaren van wie de relikwieën hier bewaard en al eeuwenlang vereerd worden. De epitaaf is een prachtstuk: de tekst werd gedicteerd door Paus Damasus I (366-384) en in de steen gebeiteld door de beroemde vierde-eeuwse kalligraaf Filocalus. Hij was de man die verantwoordelijk was voor de hierboven reeds genoemde Chronograaf van 354. Het is duidelijk dat de steen waarin de tekst werd gebeiteld zich niet op zijn oorspronkelijke plek bevindt; die oorspronkelijke plek zijn de catacomben beneden, waar ook de relikwieën van Eutychius bewaard werden. Boven de epitaaf treffen we nog een tabernakeltje aan dat wordt toegeschreven aan Mino da Fiesole (ca. 1429-1484).

Rechts van de inscriptie bevindt zich de kapel met de graftombe van Sint Sebastiaan. De kapel dateert van 1672 en is het werk van Ciro Ferri (1634-1689). Het ware hoogtepunt hier is het prachtige beeld van de heilige, wederom getroffen door drie pijlen (gemaakt van verguld brons). Sebastiaan rust met zijn hoofd op een Romeins pantser (lorica segmentata). Kennelijk bestaat er verwarring over de vraag wie voor het beeld verantwoordelijk was: was dat Antonio Giorgetti (1635-1699), een leerling van Gian Lorenzo Bernini, of was het diens jongere broer Giuseppe Giorgetti? Er lijkt nu consensus te bestaan dat het om een werk van Giuseppe gaat dat is gebaseerd op een ontwerp van Ferri.

Beeld van Sint Sebastiaan.

In het koor treffen we een altaar aan dat werd gemaakt van een oeroude sarcofaag uit de vijfde eeuw. Het is duidelijk dat het om een christelijke sarcofaag ging, want we zien drie scènes met een sterk christelijk karakter: de arrestatie van Petrus (links), Christus en zijn twee belangrijkste apostelen (midden) en de opwekking van Lazarus uit de dood (rechts). Op het deksel van de sarcofaag zoeken we tevergeefs naar een afbeelding van de overledene. Misschien had het voorwerp nooit zo’n afbeelding, wat een aanwijzing is dat het nooit voor een begrafenis werd gebruikt. De beeltenis kan echter ook lang geleden verwijderd zijn.

Altaar gemaakt van een sarcofaag uit de vijfde eeuw.

Interieur van de Albani-kapel.

Aan de rechterzijde van het schip, achter in de kerk, vinden we de grote Albani-kapel. Deze werd in de vroege achttiende eeuw gebouwd door Paus Clemens XI (1700-1721). Deze heette oorspronkelijk Giovanni Francesco Albani en was ook van Albanese afkomst. De kapel werd ontworpen door Carlo Fontana (1634/38-1714), die er tussen 1706 en 1712 aan werkte, maar vervolgens vertrok en anderen het werk liet afmaken. Rond 1714 was de kapel voltooid. De Albani-kapel verving een eerdere kapel die was ontworpen en gebouwd door Flaminio Ponzio (zie hierboven). Beide kapellen waren gewijd aan Paus Fabianus (en de Albani-kapel is dat nog steeds). Fabianus was bisschop van Rome van 236 tot 250 en stierf de marteldood tijdens de christenvervolgingen van keizer Decius (249-251). Hij werd begraven in de Crypte van de Pausen in de Catacomben van San Callisto, maar later werden zijn overblijfselen naar de San Sebastiano overgebracht. De reden hiervoor was mogelijk dat Fabianus en Sebastiaan dezelfde feestdag hebben (20 januari).

De relikwieën van Paus Fabianus werden onder het altaar van de Albani-kapel bijgezet, maar delen ervan kwamen terecht in de Kapel van de Relikwieën, die zich eveneens aan de rechterkant van het schip bevindt. Deze kapel is ongetwijfeld interessanter voor pelgrims dan voor toeristen en geschiedenisliefhebbers. We vinden er echter wel een stuk basaltsteen met de vermeende voetafdrukken van niemand minder dan Jezus Christus zelf. Deze afdrukken werden oorspronkelijk in de kleine kerk van Domine Quo Vadis bewaard, die ongeveer anderhalve kilometer verder naar het noorden staat. De naam van de kerk verwijst naar een (zeker fictief) incident dat hier zou hebben plaatsgevonden. Dit incident wordt genoemd in de apocriefe Handelingen van Petrus. Petrus probeerde Rome te ontvluchten om te ontsnappen aan de christenvervolgingen van keizer Nero. Toen hij langs de Via Appia liep, kwam hij plotseling Christus tegen die de andere kant op ging. Petrus vroeg de Heiland Domine Quo Vadis? (Mijn Heer, waar gaat U naartoe?) Christus, die kennelijk net zo vloeiend Latijn sprak als Petrus, antwoordde Eo Romam iterum crucifigi, “Ik ga naar Rome om nogmaals gekruisigd te worden”. Dat kon Petrus natuurlijk niet laten gebeuren. Hij keerde om, ging terug naar Rome en werd daar zelf gekruisigd (zie Rome: San Pietro in Montorio).

Vermeende voetafdrukken van Christus.

De voetafdrukken werden begin zestiende eeuw naar de San Sebastiano overgebracht; de Domine Quo Vadis bezit nu slechts een replica. Helaas voor pelgrims hebben de voetstappen niets te maken met Christus of het christendom. Ze waren oorspronkelijk een votiefgeschenk van een heidense reiziger die veilig was teruggekeerd van een reis.

Il Salvator Mundi – Bernini.

Het laatste hoogtepunt in de kerk is de buste van Jezus Christus als de Salvator Mundi (Redder van de Wereld). Het beeld wordt algemeen toegeschreven aan Gian Lorenzo Bernini (1598-1680). Men vindt het direct rechts van de ingang. De buste was Bernini’s laatste werk en werd gemaakt in 1679, toen de kunstenaar al in de tachtig was. Op de een of andere manier raakte de Salvator Mundi in de achttiende eeuw zoek en de buste werd pas in 2001 ‘teruggevonden’ in het klooster naast de San Sebastiano. Het staat buiten kijf dat we hier met een schitterend beeldhouwwerk te maken hebben.

Bronnen

  • Cambridge Dictionary of Classical Civilization, Paperback edition 2008, p. 171;
  • Capitool Reisgidsen Rome, 2009, p. 265;
  • Fik Meijer, Via Appia, p. 116 en p. 119-121;
  • Henk Singor, Constantijn, p. 271 en p. 283;
  • Informatiebord in het kerkmuseum;
  • Luc Verhuyck, SPQR. Anekdotische reisgids voor Rome, p. 42 en p. 45;
  • San Sebastiano fuori le Mura op Churches of Rome Wiki.

Noten

[1] Cambridge Dictionary of Classical Civilization, Paperback edition 2008, p. 171.

[2] Henk Singor, Constantijn, p. 271 en p. 283.

[3] Hij wordt nog altijd gezien als de man die Sint Catharina van Alexandrië liet executeren. De terechtstelling zou in Alexandrië hebben plaatsgevonden, een stad die vér buiten de gebieden lag die door Maxentius werden beheerst (zie Milaan: San Nazaro in Brolo).

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.