Kreta: Gortys

Romeins beeld, gevonden in Gortys.

Gortys, ook wel bekend als Gortyn of Gortyna, was de hoofdstad van Romeins Kreta. De stad werd in de negende eeuw verwoest door Arabische plunderaars en sindsdien is het gebied waar de stad lag altijd onbewoond geweest. Aan het einde van de negentiende eeuw begonnen de Italiaanse archeoloog Federico Halbherr en zijn team met het opgraven van het Gortys uit de Oudheid en deze opgravingen gaan tot op de dag van vandaag door. Het terrein van de stad, dat zo’n 2.000 vierkante meter beslaat, wordt tegenwoordig in tweeën gesplitst door Weg 97, een provinciale weg die van Heraklion naar Phaistos loopt. Voor het betreden van het noordelijke gedeelte van het archeologisch terrein moeten bezoekers een kaartje kopen. Hier vinden we de overblijfselen van het Odeon, het Romeinse theater, en het beroemde Recht van Gortys. Het zuidelijke gedeelte – dat veel en veel groter is – kan gratis bezocht worden. Er staan wel wat hekken rondom de kwetsbare overblijfselen van tempels en andere oude gebouwen, maar bezoekers mogen voor het overige vrij rondlopen tussen de olijfbomen.

Een stukje geschiedenis

De Romeinen raakten in de vroege tweede eeuw BCE betrokken bij de gebeurtenissen op Kreta. Op dat moment waren ze al de dominante speler in dit gedeelte van de Middellands Zee geworden. In 197 BCE had een Romeins leger de strijdkrachten van de Macedonische Koning Philippos V bij Cynoscephalae in Thessalië in de pan gehakt. Zeven jaar later boekten de Romeinen bij Magnesia een beslissende zege op de Seleucidische Koning Antiochos III. De Romeinse macht was hierdoor aantoonbaar groter dan die van de opvolgers van Alexander de Grote en die van alle andere stadstaten en koninkrijkjes in de regio. Zowel Macedonië als het Seleucidenrijk waren in verval, terwijl de Romeinen uitstekende relaties onderhielden met het Ptolemaeïsche Egypte, het koninkrijk Pergamum en de handelsgrootmacht Rhodos.

Restanten van het Romeinse Odeon.

In 189 BCE, voer de Romeinse praetor Quintus Fabius Labeo naar Kreta toe. Hij had gehoord dat verspreid over het hele eiland Romeinse en Italiaanse krijgsgevangenen – vermoedelijk uit de oorlog tegen Antiochos – werden vastgehouden. Labeo trof op Kreta een burgeroorlog aan. Kydonia vocht er tegen zowel Gortys als Knossos. Gortys liet de krijgsgevangen vrijwillig vrij en kwam daarmee in de gratie bij de Romeinen. Andere steden weigerden echter mee te werken en bij hen moest Labeo met geweld dreigen voordat zo’n 4.000 gevangenen werden vrijgelaten (het door Livius genoemde en waarschijnlijk overdreven aantal; Livius baseerde zich weer op Valerius Antias).

In 184 BCE moest een Romeinse delegatie onder leiding van een zekere Appius Claudius bepaalde zaken op Kreta regelen. Hun activiteiten worden genoemd door Polybius in Boek 22 van zijn Wereldgeschiedenis, maar helaas weten we niet wat ze precies kwamen doen en waarom. Mogelijk had Rhodos om de Romeinse interventie gevraagd. Het eiland was een trouwe bondgenoot van Rome en had de Romeinen tijdens de zeeoorlog tegen Antiochos geholpen door oorlogsschepen en ervaren bemanningen voor de Romeinse vloot te leveren. Als handelsnatie had Rhodos zwaar te lijden onder aanvallen van Kretenzische piraten op haar koopvaardijschepen en dit zou de reden kunnen zijn geweest om Romeinse hulp in te roepen. Het lijkt erop dat Kreta in deze periode in een soort permanente staat van oorlog en anarchie verkeerde. Polybius noemt in dit verband ook een gewelddadig conflict tussen Gortys en Knossos.

Gedeelte van het Recht van Gortys.

Er lijkt tevens sprake te zijn geweest van een langlopend conflict tussen Gortys en het westelijker gelegen Phaistos. Dit conflict eindigde in de tweede eeuw BCE met de nederlaag en verwoesting van Phaistos. Gortys was nu de baas over de hele vruchtbare Vlakte van Messara en was daarmee aantoonbaar de machtigste stadstaat op het eiland. De stad onderhield nauwe betrekkingen met de Ptolemiden van Egypte. De Romeinen lijken weinig belangstelling te hebben gehad voor het annexeren van Kreta, maar dat veranderde toen Kretenzische piraten in de eerste eeuw BCE weer problemen begonnen te veroorzaken. In 74 BCE probeerde de praetor Marcus Antonius – vader van de bekendere Marcus Antonius, de geliefde van Cleopatra – het eiland te veroveren, maar hij leed tijdens een zeeslag een zware nederlaag. Daarop kreeg hij de bijnaam Creticus, wat natuurlijk ironisch bedoeld was (men herinnert zich hoe keizer Elagabalus postuum de bijnaam Tiberinus kreeg nadat zijn lichaam in de rivier de Tiber was gedumpt).

Antonius’ opvolger Quintus Caecilius Metellus, eveneens bijgenaamd Creticus, bleek aanzienlijk competenter te zijn en hij verdiende zijn bijnaam wél. Na een lange en moeilijke oorlog, die bestond uit het belegeren van vele ommuurde stadjes, slaagde hij er in 67 BCE in het hele eiland onder Romeins gezag te krijgen. Gortys lijkt zich al kort na de Romeinse invasie te hebben onderworpen of zelfs een bondgenootschap met de Romeinen te zijn aangegaan. Als gevolg hiervan werd de stad gespaard en werd ze zelfs gepromoveerd tot de hoofdstad van Romeins Kreta. In 20 BCE werd de Senaatsprovincie Creta et Cyrenaica ingesteld (Cyrenaica ligt in het huidige Libië). Zowel Kreta als Gortys kenden onder Romeinse heerschappij een bloeitijd. Het Romeinse gezag was weliswaar met het zwaard opgedrongen, maar het bracht wel rust en vrede aan een eiland dat zo zwaar had geleden als gevolg van onderlinge twisten.

Ruïne van de Basiliek van Sint Titus.

Gortys nader bekeken

De meest in het oog springende gebouwen in het noordelijke gedeelte van Gortys zijn het Odeon (zie de afbeelding hierboven) en de Basiliek van Sint Titus (zie de afbeelding links). Het Odeon dateert van de eerste of tweede eeuw van onze jaartelling, maar er is niet veel van over. Het is vooral beroemd vanwege iets wat helemaal niet thuis lijkt te horen in een theater. Ik doel dan op een wetboek dat bekendstaat als het Recht van Gortys. Dit is te zien in een modern bakstenen gebouwtje achter het Odeon. Het wetboek (uit ca. 450 BCE) is nagenoeg compleet en is opgesteld in Dorisch Grieks. De Cambridge Dictionary of Classical Civilization (2006) merkt erover op dat “the rationale of its creation and inscribing remains obscure”. Het wetboek houdt zich vooral bezig met wat we tegenwoordig civiel recht zouden noemen en bevat bepalingen over erfenissen, de verkoop van eigendommen, huwelijken en adopties. Een klein gedeelte van het wetboek heeft betrekking op verkrachting en overspel, dus op het strafrecht. Bijzonder aan de tekst is dat die boustrophedon is geschreven, “zoals de os ploegt”. Anders gezegd, de eerste regel wordt van links naar rechts geschreven, de tweede van rechts naar links enzovoorts.

Platanus orientalis van Zeus.

Bij de Basiliek van Sint Titus gaat het om de ruïne van een kerk uit de zesde eeuw. Genoemde Titus was, volgens de overlevering, de eerste bisschop van Kreta. Hij vergezelde de apostel Paulus tijdens diens zendingsreizen en wordt ook genoemd in de Bijbel, in het bijzonder in de Brief van Paulus aan Titus. In Galaten 2:3 (NBV) schrijft Paulus: “Maar zelfs Titus, die mij vergezelde, werd niet gedwongen zich te laten besnijden, hoewel hij toch een Griek is”. Titus was dus een niet-Jood die zich tot het christendom had bekeerd. Omdat hij geen Joodse achtergrond had, was hij niet onderworpen aan de Mozaïsche wet. Sint Titus werd uiteindelijk de beschermheilige van Kreta en zijn kerk in Gortys was een belangrijk religieus centrum totdat tijdens de bovengenoemde Arabische raids de meeste gebouwen in deze ooit welvarende en machtige stad verwoest werden.

In het noordelijke gedeelte van het archeologische gebied staat ook een boom – een platanus orientalis om precies te zijn – waaronder Zeus de liefde zou hebben bedreven met de Fenicische prinses Europa, die hij in de gedaante van een stier uit haar moederland had ontvoerd. Europa baarde hem vervolgens een zoon met de naam Minos, de legendarische stamvader van de Minoïsche beschaving op Kreta. Het hele verhaal is natuurlijk maar een mythe, maar het wordt niettemin genoemd op een bordje dat aan de boom is bevestigd. Het feit dat de boom er nogal jong uitziet en er zeker niet al sinds de vroege Oudheid staat, maakt het verhaal er niet geloofwaardiger op.

Tempel van Apollo.

Aan de andere kant van de weg

Het zuidelijke gedeelte van het terrein is vele malen groter dan het noordelijke. Het bestrijkt in feite het hele gebied tussen de moderne dorpjes Metropolis in het westen en Agioi Deka in het oosten. Het bloeiende Gortys uit de Romeinse tijd had een stadion, een amfitheater, baden, een nymphaeum (een heilig gebied dat was gewijd aan nimfen), een aquaduct en een netwerk voor waterafvoer, nog meer theaters en vele religieuze gebouwen. Het belangrijkste religieuze gebouw was de tempel van de Pythische Apollo. De overblijfselen ervan zijn nog zichtbaar.

Net ten noorden van deze tempel stond een tweede religieus gebouw dat de Tempel van de Egyptische Goden wordt genoemd. Deze tempel werd in de eerste of tweede eeuw gebouwd. Dit was kennelijk de enige tempel op het eiland die was gewijd aan de Egyptische goden Isis, Serapis en Anubis. Het lijkt erop dat het beeld van Anubis verloren is gegaan of is vernield, maar misschien ligt het nog ergens onder een flinke laag aarde. De beelden van Isis en Serapis zijn daarentegen gevonden en kunnen bewonderd worden in het Archeologisch Museum van Heraklion.

Isis en Serapis.

Serapis was een typisch product van het Ptolemaeïsche Egypte en van een proces dat syncretisme wordt genoemd. De god was een combinatie van de Egyptische god van het hiernamaals Osiris, de heilige stier Apis en de Griekse god Hades. Het beeld dat nu in Heraklion staat, laat ook een Serapis zien in de gedaante van Hades, samen met de driekoppige waakhond Kerberos. Op zijn hoofd zien we een modius (maatbeker) en in zijn linkerhand houdt hij een scepter vast. Isis heeft de gedaante van de Griekse godin Persephone, de vrouw van Hades. Ze is gedeeltelijk gesluierd en heeft een halvemaanvormige schijf op haar hoofd. In haar rechterhand houdt ze een sistrum vast, een muziekinstrument uit het Oude Egypte. Beide beelden dateren van de tweede eeuw.

Omdat Gortys de hoofdstad van Romeins Kreta was, was de stad ook de zetel van de Romeinse gouverneur van het eiland. Zijn residentie, het praetorium, was misschien wel het mooiste gebouw in de hele stad. Nu is het niet meer dan een hoop stenen en puin met een stuk van een grote muur en enkele gebroken zuilen. Sic transit gloria mundi.

Het is bijzonder aangenaam om op deze bekoorlijke locatie rond te struinen en te dagdromen over hoe prachtig Gortys vóór de verwoesting in de vroege negende eeuw geweest moet zijn.

Ruïnes van Gortys.

 

2 Comments:

  1. Pingback:De Romeins-Syrische Oorlog: Het Jaar 190 BCE – – Corvinus –

  2. Pingback:De Tweede Macedonische Oorlog: Het Jaar 197 BCE – – Corvinus –

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.