Het Gallo-Romeinse mausoleum van Faverolles

Theatermasker met het gezicht van een Maenade.

Ongeveer anderhalve kilometer buiten het dorpje Faverolles in de Haute-Marne vindt men de imposante restanten van een Gallo-Romeins mausoleum uit de vroege keizertijd. Het stond aan de Romeinse weg die van Langres, toen Andematunnum geheten, naar de vallei van de rivier de Blaise liep en van daaruit wellicht verderging naar Reims (Durocortorum). Het monument moet gigantisch zijn geweest. De vierkante basis mat 7,70 meter aan elke zijde en men schat dat het monument 24 à 25 meter hoog was. In feite ging het om een toren die uit drie niveaus bestond.

Helaas is het monument, zoals zoveel monumenten uit de Oudheid, in de loop der tijd gebruikt als steengroeve. Zeker de blokken steen die de basis van het mausoleum vormden, waren aantrekkelijk bouwmateriaal. Vandaag de dag ziet men dan ook alleen de fundamenten van de sokkel onder een afdakje. Dat is wellicht wat teleurstellend na een lange rit, maar de nabijheid van de Romeinse weg én een reconstructie van het mausoleum op een schaal van 1:4 maken veel goed. Verder zou men altijd het Atelier Archéologique de Faverolles moeten bezoeken, het archeologisch museum in het dorp. Daar worden tienduizenden stukjes beeldhouwwerk bewaard die zijn teruggevonden. De grootste en mooiste stukken worden er tentoongesteld en toegelicht door enthousiaste medewerkers. Openingstijden vindt men hier.

Restanten van de basis van het mausoleum.

Schaalmodel van het mausoleum.

Het mausoleum

Het genoemde Andematunnum was de belangrijkste plaats van de Gallische stam van de Lingones. Deze stam stond aan de kant van de Romeinen tijdens de Gallische Oorlog van Julius Caesar (58-50 BCE). Dat blijkt onder meer uit het feit dat Caesar zijn legioenen in hun gebied liet overwinteren[1] en uit het feit dat de Lingones weigerden deel te nemen aan de grote vergadering in Bibracte waarin Vercingetorix, de leider van het verzet tegen de Romeinen, tot opperbevelhebber van de Galliërs werd benoemd.[2] Bovendien leverden ze ruiters voor het Romeinse leger.[3] Door hun nauwe banden met de Romeinen raakten de Lingones al snel geromaniseerd. De meest aannemelijke theorie is dan ook dat het mausoleum werd gebouwd door en voor een puissant rijk lid van deze stam. De plaats aan de Romeinse weg zorgde ervoor dat ook toekomstige generaties hem zouden herinneren. Het mausoleum was door zijn omvang namelijk moeilijk te missen. Daarbij moet men bedenken dat het terrein waar het monument stond destijds volledig open was. Het bos dat we nu zien, bestond nog niet.

Tijdens ons bezoek aan het archeologisch museum kwam de medewerkster die ons rondleidde met een alternatieve theorie: de man die het mausoleum bouwde, zou ook een Romeinse militair kunnen zijn geweest. Bij zijn afzwaaien zou hem land zijn toegekend en aan de rand daarvan zou hij dan zijn mausoleum hebben gebouwd. Als deze theorie klopt, kan het nooit om een gewone soldaat gaan. De man moet dan een hoge officier zijn geweest, want het mausoleum kostte hem beslist een fortuin. De opdrachtgever van het mausoleum liet het aan de westelijke rand van zijn landgoed neerzetten; het staat vast dat ten oosten van het bouwwerk een grote Gallo-Romeinse villa lag.

Interieur van het museum.

Het is lastig vast te stellen wanneer het mausoleum precies werd gebouwd. Zeker is alleen dat dit tijdens de vroege Keizertijd gebeurde. Mogelijk stond het er al rond 20 BCE[4], maar het kan ook pas tijdens de regering van keizer Tiberius (14-37) zijn opgericht.[5] Als mijn geheugen me niet in de steek laat, noemde de medewerkster van het museum zelfs een datum van omstreeks 50 CE. Daarbij is het niet ondenkbaar dat sommige elementen latere toevoegingen zijn. De oorspronkelijke spits van het mausoleum zou bijvoorbeeld door de bliksem kunnen zijn vernietigd en later vervangen.[6] Ter plekke is nog zichtbaar dat het mausoleum op een talud stond en werd omringd door een greppel die aan iedere zijde 32 meter lang was. Het bouwwerk torende letterlijk hoog boven de naastgelegen Romeinse weg uit. Een interessante vraag is of de opdrachtgever ook daadwerkelijk in dit mausoleum begraven werd. Momenteel zijn er geen aanwijzingen dat het bouwwerk een grafkamer had. Het lijkt eerder om een cenotaaf te gaan.

Het Gallo-Romeinse mausoleum van Faverolles werd in 1980 herontdekt. Inmiddels is genoeg materiaal teruggevonden om een redelijk betrouwbare reconstructie te kunnen maken. Er staat er een in het Atelier Archéologique (zie de afbeelding hiernaast), maar ook een op een tiental meters van de oorspronkelijke locatie (zie de afbeelding hierboven). Dit schaalmodel is 6 meter hoog. Het werd in 2009 geplaatst en onthuld. Uit de reconstructie kunnen we afleiden dat het monument uit drie niveaus bestond, die alle drie verfraaid waren met Korinthische zuilen, reliëfs en ander beeldhouwwerk. De basis was als gezegd vierkant. Het onderste gedeelte ervan had traptreden en het bovenste een fries waarop letters stonden. Het is zeer aannemelijk dat reizigers hier de naam van de overledene konden lezen, maar van het fries is vrijwel niets bewaard gebleven.

De Romeinse weg.

Op de basis rustte een achthoekige tweede bouwlaag, die bestond uit zuilen en blinde bogen. Mogelijk waren hierin rechthoekige nepramen gemaakt, waarvan wat rasterwerk bewaard is gebleven. Daarboven was een derde niveau met een podium dat was versierd met kransen. Vermoedelijk stonden of hingen hier ook de theatermaskers die hieronder nog aan de orde komen. Het podium vormde de basis van een colonnade van acht Korinthische zuilen. Die zuilen stonden rondom een dikkere zuil in het midden met daarop reliëfs van wapens en schilden (wat wel aannemelijk maakt dat de opdrachtgever een militaire achtergrond had). Het bouwwerk werd afgesloten door een achthoekige spits. Mogelijk stond helemaal bovenop een pijnappel, symbool voor onsterfelijkheid. Een aanwijzing hiervoor is dat er in de omgeving van het mausoleum stukjes verguld brons zijn gevonden. Het gebruikte materiaal, dat licht reflecteerde, zorgde ervoor dat het bouwwerk al van verre te zien moet zijn geweest.

De Romeinse weg

Gallië werd zeker niet bewoond door domme barbaren: het kende al voor de verovering door de Romeinen een uitgebreid wegennetwerk. Na de Romeinse annexatie werden de bestaande wegen verbeterd en werd het netwerk nog uitgebreid. Het belang van Andematunnum moge blijken uit het feit dat de stad aan een kruispunt van wegen lag. Als gezegd was er een weg naar Durocortorum, de hoofdplaats van de Remi, maar er waren ook verbindingen met bijvoorbeeld Augustodunum (Autun), Lugdunum (Lyon), Vesontio (Besançon), Argentoratum (Straatsburg) en Augusta Treverorum (Trier).

Leeuw met koe tussen de poten.

Ondanks haar ouderdom is de Romeinse weg nog in redelijk goede staat. Zelfs de karrensporen zijn nog duidelijk te zien. Men krijgt het idee dat reizen over deze weg niet heel comfortabel kan zijn geweest, al is deze weg natuurlijk altijd beter dan géén weg.

Het archeologisch museum

Een kaartje voor het Atelier Archéologique de Faverolles kost slechts 3,50 euro. Dat is geen geld. Wie het mausoleum bezoekt, maar het museum overslaat, mist onherroepelijk veel context en bovendien de fraaiste sculpturen. Het museum is dus echt een must. Er is slechts één zaal in het gebouw en bij de voorwerpen ontbreken kaartjes met uitleg. In plaats daarvan krijgt men een persoonlijke uitleg van een medewerker. Dat is vanwege de interactie erg plezierig, maar houd er wel rekening mee dat de medewerkers doorgaans alleen Frans spreken.

In het museum worden de fraaiste vondsten rondom het mausoleum tentoongesteld en toegelicht. Ook in het museum staat een schaalmodel van het mausoleum, maar bij dit model is ook een poging gedaan de gevonden sculpturen op de juiste plaats te zetten. Hierbij is natuurlijk sprake van een hoge mate van speculatie. Onderzoekers gaan er in dit verband vanuit dat aan de voet van de basis twee stenen leeuwen lagen. Een van die leeuwen is uitstekend bewaard gebleven en men kan nog zien hoe het beest een jonge koe tussen de voorpoten vasthoudt. Ergens op het mausoleum was ook een plekje voor een beer, waarvan de kop bewaard is gebleven. Tot de decoraties van de basis behoorde tevens een paard, waarvan men de benen nog kan zien, en een wagen, waarvan de wielspaken zijn teruggevonden.

Triton (en boogschutter?).

Boven op de basis, rondom het achthoekige deel, stonden mogelijk zeewezens, ook wel aangeduid als tritons. Van een daarvan is een buste bewaard gebleven. Dat het om zeewezens gaat, blijkt onder meer uit de gevonden geschubde staarten. Het is moeilijk vast te stellen wat voor voorwerpen deze wezens vasthielden. Wellicht ging hem om schelpen, maar de houding van de wezens doet ook wel denken aan die van een boogschutter die naar zijn pijlen grijpt.

Zeer fraai zijn de drie bewaard gebleven theatermaskers van het derde niveau. De twee mannelijke gezichten stellen Bacchus (ook wel Dionysus) en zijn metgezel en leermeester Silenus voor. Het vrouwelijke gezicht is van een Maenade, een volgelinge van Bacchus. Zij nam deel aan de extatische rituelen van de wijngod. Die rituelen hadden zo’n 150-200 jaar voor de bouw van het mausoleum nog voor grote opschudding in Rome gezorgd. In het Gallië van de vroege Keizertijd was de Bacchuscultus echter onomstreden, wat gelet op de bijna spreekwoordelijke Gallische voorliefde voor wijn ook geen verrassing hoeft te zijn. De maskers van het mausoleum zijn van zeer hoge kwaliteit. De gelaatstrekken zijn treffend weergegeven en kleine details als de baarden, de haren en de bloemen in het haar zijn erg knap gedaan.

Maskers van Silenus, een Maenade en Bacchus.

Als gezegd rustte op het podium van het derde niveau een colonnade van Korinthische zuilen. Die zuilen stonden rondom een dikkere centrale zuil met wapendecoraties. Delen van deze reliëfs zijn bewaard gebleven. Zo zien we een zwaard dat duidelijk de Romeinse gladius voorstelt. De afgebeelde schilden zijn rond en achthoekig. Daarmee zijn ze eerder Keltisch dan Romeins. Op dit niveau moeten ook de beelden van de overledene en zijn familie hebben gestaan. Het museum bezit alleen het hoofd van een baardeloze jongeman, mogelijk de zoon van de opdrachtgever.

Het mausoleum werd bekroond door een spits met als gezegd mogelijk een pijnappel. Een groot deel van deze spits is bewaard gebleven en te bewonderen in het museum. Naast de restanten ervan staat een element dat als houder van de bronzen pijnappel kan hebben gediend. De geschiedenis van dit object is interessant: volgens onze gids in het museum werd het eeuwenlang als doopvont gebruikt in de kerk die achter het museum staat.

Bronnen

Noten

[1] De Bello Gallico, Boek VI.44.

[2] De Bello Gallico, Boek VII.63.

[3] De Bello Gallico, Boek VIII.11.

[4] Volgens deze website.

[5] James Bromwich, The Roman Remains of Northern and Eastern France: A Guidebook, p. 291.

[6] Aldus Serge Février, Le mausolée gallo-romain de Faverolles (Haute-Marne), Supplément à la Revue archéologique du centre de la France, Année 1993-6,  p. 97, noot 5.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.