Spoleto: Museo Diocesano en Sant’Eufemia

Deel van een veelluik, toegeschreven aan de Maestro della Madonna Strauss (14e-15e eeuw).

Ik bespreek niet vaak een museum en een kerk in één en dezelfde bijdrage, maar in dit geval is de kerk simpelweg onderdeel van het museum. Het is zelfs niet mogelijk de kerk van Sant’Eufemia afzonderlijk te bezoeken; men komt er alleen binnen via het museum, en dat betekent dat potentiële bezoekers een kaartje moeten kopen. Het Museo Diocesano is gehuisvest op de eerste verdieping van de noordvleugel van het Palazzo Vescovile en heeft een zeer interessante verzameling religieuze kunst. Ik kan een bezoek dan ook beslist aanraden, en het feit dat het kaartje tevens toegang geeft tot de kerk van Sant’Eufemia kan men als een bonus beschouwen.

Museo Diocesano

Het voormalige bisschoppelijk paleis van Spoleto kent een lange geschiedenis. In de eerste eeuw BCE werd op deze plek een kunstmatig platform gebouwd zodat het forum van Romeins Spoletium (zie Spoleto: Overblijfselen van een Romeinse stad) verder richting het noorden kon worden uitgebreid. Volgens de overlevering werd hier in de zesde eeuw een paleis gebouwd voor de Ostrogotische koning Theoderik (493-526). Later werd dit paleis gebruikt door de hertogen die over het Longobardische Hertogdom Spoleto heersten. Dit werd gesticht in de late zesde eeuw en hield in 776 op te bestaan toen Spoleto werd veroverd door de Karolingische Franken. Het complex werd daarna waarschijnlijk ook door de Karolingische heersers gebruikt, totdat het op z’n laatst in de tiende eeuw werd overgedragen aan Benedictijner nonnen. Op enig moment raakten de nonnen het complex weer kwijt, en in de late twaalfde of vroege dertiende eeuw werd er een bisschoppelijk paleis of Palazzo Vescovile gebouwd.

Buste van Paus Urbanus VIII – Gian Lorenzo Bernini.

Spoleto ligt in een gebied met de nodige seismische activiteit en werd dan ook in 1571, 1703 en 1762 beschadigd door aardbevingen. Deze lieten ook het paleis niet onberoerd, en verschillende malen waren restauraties en verbouwingen noodzakelijk. Het huidige Museo Diocesano is gehuisvest in de appartementen van Cesare Facchinetti, die tussen 1655 en 1672 als bisschop van Spoleto diende. Tot de collectie van het museum behoren werken van (of toegeschreven aan) Bartolomeo da Miranda, Neri di Bicci en Filippino Lippi, maar ook van Domenico Beccafumi, de Cavalier d’Arpino en Sebastiano Conca.

Een van de beroemdste werken die worden tentoongesteld is een buste van Paus Urbanus VIII (1623-1644) van de hand van Gian Lorenzo Bernini (1598-1680), gemaakt tussen 1640 en 1644. De opdracht voor de buste kwam van de Paus zelf, en oorspronkelijk werd het kunstwerk in een nis in de binnengevel van Duomo van Spoleto geplaatst. De reden om de buste daar te plaatsen was niet alleen dat Urbanus, die oorspronkelijk Maffeo Barberini heette, tussen 1608 en 1617 als bisschop van Spoleto had gediend, maar ook dat hij samen met zijn neef kardinaal Francesco Barberini (1597-1679) de drijvende kracht achter een grote verbouwing van de kathedraal in de zeventiende eeuw was geweest. De buste heeft tot 1998 in de Duomo gestaan en is toen verhuisd naar het Museo Diocesano en vervangen door een kopie.

Tot de andere hoogtepunten behoren een aan Bartolomeo da Miranda toegeschreven drieluik en een aan Neri di Bicci toegeschreven paneelschildering. Beiden waren schilders uit de vijftiende eeuw. Het drieluik (ca. 1450) werd gemaakt voor de kerk van Sant’Eufemia. De opdrachtgever was Marco Condulmer, de voormalige patriarch van Grado (1439-1445). Hij was Venetiaan van geboorte en tevens een bloedverwant van Paus Eugenius IV (1431-1447), wiens oorspronkelijke naam Gabriele Condulmer was. Eugenius had hem in 1445, na de dood van de plaatselijke bisschop, naar Spoleto gestuurd om de diocees te besturen. Op het centrale paneel van het drieluik zien we de Tenhemelopneming van de Maagd. Links en rechts zijn de heiligen Johannes van Spoleto en Lucia afgebeeld. De reden om juist deze twee heiligen te laten afbeelden was het feit dat de kerk van Sant’Eufemia toen (mede) aan Sint Johannes was gewijd en tijdens het bewind van Condulmer in Spoleto werd herwijd aan Sint Lucia.

Drieluik van Sant’Eufemia (links) en Madonna van de Sneeuw (rechts).

Neri di Bicci’s paneel (ca. 1464) vertelt de stichtingslegende van de Santa Maria Maggiore in Rome, de Basilica Liberiana. We zien in het midden de Maagd, met links van haar een met pijlen doorzeefde Sint Sebastiaan en rechts Paus Liberius (352-366). De Maagd Maria was in een droom aan Liberius verschenen en had hem opgedragen in Rome een aan haar gewijde kerk te bouwen op de plek waar de volgende dag sneeuw zou vallen. Dat was nogal een vreemde droom: het was augustus. Toch waren de wonderen de wereld nog niet uit, want inderdaad viel er sneeuw, en wel op de Esquilijn. Voor de Paus was het duidelijk dat dat de plek was waar hij zijn nieuwe kerk zou bouwen. Onder de Maagd zien we de contouren van de kerk in de sneeuw.

Madonna met Kind en de heiligen Montanus en Bartholomeus – Filippino Lippi.

Van zeer hoge kwaliteit is Filippino Lippi’s paneelschildering van de Madonna met het Kind en de heiligen Montanus en Bartholomeus. Lippi (1457-1504) was de zoon van de Karmelietenbroeder en schilder Filippo Lippi en een non genaamd Lucrezia Buti. De jonge Filippino ging in de leer bij Sandro Botticelli en werd ook zelf een succesvolle schilder; zie bijvoorbeeld zijn werk in de Brancacci-kapel en de kerk van Santa Maria Novella, allebei in Florence. De paneelschildering in het Museo Diocesano werd omstreeks 1485 gemaakt en valt op door het gebruik van een gouden achtergrond, een stijlelement dat toen al als enigszins ouderwets werd beschouwd. Merk op dat rond dezelfde tijd (1482-1486) Lippi zijn Verschijning van de Maagd aan Sint Bernardus schilderde, een werk dat thans in de Badia Fiorentina in Florence hangt. Dat schilderij heeft juist een realistische achtergrond.

Toen ik in september 2018 het Museo Diocesano bezocht, hadden verschillende musea in Umbrië onder de naam Capolavori del Trecento een gezamenlijke tentoonstelling georganiseerd. Deze omvatte zo’n 70 meesterwerken uit de veertiende eeuw, die op verschillende locaties in Trevi, Montefalco, Spoleto en Scheggino aan het publiek werden getoond. Het Museo Diocesano was één van deze locaties en richtte zich op de mysterieuze Maestro di Cesi. We hebben geen idee wie hij echt was, maar het Museo Diocesano beweert dat hij een leerling was van Giotto en met deze grote meester samenwerkte in de Basilica di San Francesco in Assisi. Op een bordje werd uitgelegd hoe de oorspronkelijk lineaire stijl van de Maestro di Cesi, zo typisch voor de dertiende eeuw, zich als gevolg van zijn verblijf in Assisi ontwikkelde tot een natuurlijkere stijl.

Veelluik van de Maestro di Cesi.

In het museum werd onder meer een veelluik uit ca. 1295 tentoongesteld dat was geleend van het Musée Marmottan Monet in Parijs. Oorspronkelijk hing dit werk in het Della Stella-klooster in Spoleto. Het veelluik toont in het midden een grote voorstelling van de Tenhemelopneming van de Maagd. Daarnaast zien we acht kleinere scènes over haar leven en haar dood. Ongebruikelijk aan de Tenhemelopneming is dat Christus samen met de Maagd in de mandorla zit. In de Basilica di San Francesco in Assisi kan men een soortgelijke voorstelling vinden. Dat fresco is echter niet van Giotto, maar van Cimabue.

Sant’Eufemia

De Sant’Eufemia.

Mogelijk dateert de eerste kerk op deze plek van de zevende eeuw. Het is niet ondenkbaar dat dit gebouw een paleiskapel voor de Longobardische Hertogen van Spoleto was. De kerk werd waarschijnlijk in de twaalfde eeuw herbouwd. Oorspronkelijk was ze gewijd aan Sint Eufemia van Chalcedon, een martelares uit de vroege vierde eeuw. Later was ze enige tijd (mede) gewijd aan Sint Johannes van Spoleto, een semi-legendarische bisschop van de stad die mogelijk in de eerste helft van de zesde eeuw leefde. Nadat de Venetiaan Marco Condulmer was aangesteld om de diocees van Spoleto te besturen, werd de kerk op zijn initiatief aan Sint Lucia gewijd. Waarom hij dat deed, is een raadsel. Condulmer was de voormalige Patriarch van Grado, een stadje dat zelf een kerk van Sant’Eufemia heeft, zijnde de voormalige kathedraal. Wellicht had men juist bij hem een speciale toewijding aan deze heilige mogen verwachten. Daarbij kan wel worden aangetekend dat het Patriarchaat van Grado in 1451 werd opgeheven en verplaatst naar Venetië, en dat de patriarchen in de praktijk al eeuwenlang vanuit de Serenissima opereerden.

Tegenwoordig is de kerk geseculariseerd. Misschien is dat wel de reden dat ze haar oorspronkelijke naam van Sant’Eufemia terugkreeg. Het huidige uiterlijk van het gebouw is grotendeels het resultaat van restauraties die in 1907 werden gelanceerd door de archeoloog Giuseppe Sordini (1853-1914) uit Spoleto. Deze restauraties werden pas in 1954 afgerond. Het bijzondere aan de kerk is dat ze nog altijd haar matronaea heeft, i.e. de galerijen boven de zijbeuken. Deze waren bedoeld voor hen die de mis niet beneden in het middenschip wilden of konden bijwonen (waarschijnlijk niet alleen vrouwen of ‘matrones’, maar ook bijvoorbeeld zieken). We hebben andere voorbeelden gezien van matronaea in Milaan in Lombardije (hier en hier), en dat we ze ook hier in Spoleto tegenkomen, wijst mogelijk op Longobardische invloeden. De kerk is wel vergeleken met de Sant’Ambrogio in Milaan en vooral met de San Lorenzo in Verona. Sowieso zijn de matronaea in de Sant’Eufemia uniek voor Umbrië.

Interieur van de kerk, gezien vanuit de matronaea.

Altaar van de kerk.

In de kerk vindt men maar weinig decoraties. We zien eigenlijk alleen een nogal zwaar geretoucheerd fresco van God de Vader met engelen in de schelp van de apsis. Het altaar is niettemin een nadere beschouwing waard. Het oorspronkelijke altaar werd per ongeluk kapot gemaakt tijdens de restauraties van de eerste helft van de twintigste eeuw. De versie die we tegenwoordig zien, heeft een voorkant die uit de Duomo van Spoleto komt. Daarop zien we stroken Cosmatenversieringen en reliëfs van het Lam Gods en de vier evangelisten.

Als onderdeel van het Museo Diocesano was ook de kerk één van de locaties van de Capolavori del Trecento tentoonstelling (zie hierboven). In dat kader waren er werken van twee anonieme kunstenaars tentoongesteld, te weten de Maestro di San Ponziano en de Maestro di San Felice di Giano. De eerstgenoemde was een tijdgenoot van de Maestro di Cesi, de laatstgenoemde een van diens voorgangers. In deze bijdrage is een afbeelding van een paneelschildering van de laatstgenoemde opgenomen die zich thans in de Galleria Nazionale dell’Umbria in Perugia bevindt. Oorspronkelijk komt de schildering uit een abdij in Giano dell’Umbria, zo’n 15 kilometer ten noordwesten van Spoleto.

Doksaal van de Maestro di San Felice di Giano.

Het schilderij is in feite een doksaal. Het toont ons een Christus – met het bijschrift IHS XC – die in een mandorla zit en zijn zegen geeft. Onder hem zijn tondi te zien met het Lam Gods en de symbolen van de vier evangelisten. Merk op dat er een klein, in het wit gekleed, knielend figuurtje rechts van het Lam is geschilderd (identiteit onbekend). Het doksaal is in drie stroken onderverdeeld. In de bovenste strook staan twee engelen met wierookbranders. Uit de bijschriften kunnen we opmaken dat het Michaël en Gabriël zijn. De heiligen naast hen zijn Andreas, Simon, Paulus en de Maagd Maria (links) en Johannes de Doper, Petrus, Jakobus en Filippus (rechts). De middelste strook toont ons profeten als Jeremia en Ezechiël, en de onderste strook gaat over het martelaarschap van Sint Felix van Massa Martana, een tamelijk obscure heilige.

Tot de bronnen voor deze bijdrage behoren mijn reisgids van Dorling Kindersley, het Italiaanse Wikipedia en de Key to Umbria website.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.