Gubbio: Sant’Agostino

Kerk van Sant’Agostino.

Voor kerken geldt: schijn kan nogal bedriegen. Ik had een blik geworpen op de niet erg indrukwekkende achttiende-eeuwse gevel van de kerk van Sant’Agostino, en had nooit verwacht dat ik eenmaal binnen verrast zou worden door schitterende vijftiende-eeuwse fresco’s in zowel de apsis als op de triomfboog. Wat we hier zien, wordt door het informatiebord buiten de kerk omschreven als “an extraordinary cycle of late-Gothic frescoes by Ottaviano Nelli and his workshop”. Ik had al eerder werk van deze Nelli gezien in de kerken van San Francesco en San Domenico in Gubbio, maar wat ik hier in de Sant’Agostino zag was zoveel beter. Dat komt vooral omdat een groot gedeelte van de frescocyclus nog in uitstekende staat verkeert.

Geschiedenis van de kerk

Zoals de naam van de kerk al aangeeft, gaat het om een kerk van de Orde van de Augustijner heremieten. De bouw van het godshuis moet omstreeks 1250 zijn gestart, en zowel de kerk als het naastgelegen klooster zullen tegen het einde van de eeuw zijn voltooid. De Sant’Agostino bevindt zich net buiten de stadsmuren van Gubbio. Ze staat op slechts een steenworp afstand van de Porta Romana, een poort die eigenlijk een 30 meter hoge toren is. Wie het hele Augustijner complex van boven wil bewonderen, moet de Funivia nemen, een kabelbaan die wel wat weg heeft van een skilift en die de gebruiker meeneemt naar de kerk van Sant’Ubaldo op de Monte Ingino. De Funivia vertrekt vanuit het centrum van Gubbio, dat 532 meter boven zeeniveau ligt. De reis gaat naar de basiliek, die 803 meter boven zeeniveau staat. De comfortabele rit vindt plaats in een mand met een hoge reling, zodat de gebruiker er niet uit kan vallen. Men is ongeveer zes minuten onderweg, en dat is lang genoeg om van het panoramische uitzicht te genieten. Terwijl ik probeerde mijn evenwicht in de mand te bewaren, nam ik vele foto’s van het onder mij liggende Gubbio, inclusief een zeer goede foto van de Sant’Agostino en het klooster ernaast.

Kerk en klooster van Sant’Agostino.

Interieur van de kerk.

De kerk is eenbeukig en werd in de vijftiende en zestiende eeuw van zijkapellen voorzien. Deze kapellen zijn feitelijk niet meer dan ondiepe nissen en geen enkele is echt interessant. De muren van het schip moeten oorspronkelijk helemaal met fresco’s bedekt zijn geweest, maar helaas is daarvan niets bewaard gebleven. Wie de kerk van boven bekijkt, ziet vermoedelijk aan weerszijden van het schip vijf cilindervormige torentjes. Dit zijn steunconstructies die de kerk extra stabiliteit verschaffen; bij de kerk van San Francesco in Assisi hebben we soortgelijke constructies gezien. In de achttiende eeuw werd de kerk grotendeels herbouwd, maar de rechterzijde bestaat nog steeds min of meer uit het oorspronkelijke materiaal. De eenvoudige bakstenen gevel dateert van 1790.

Ottaviano Nelli’s Laatste Oordeel

Ottaviano Nelli werd omstreeks 1375 in Gubbio geboren en overleed in 1444. We weten niet wanneer hij precies zijn fresco’s in de kerk van Sant’Agostino schilderde, maar waarschijnlijk was dit nadat hij zijn Verhalen uit het Leven van de Maagd Maria voor de kerk van San Francesco in Gubbio had voltooid. Deze werden geschilderd tussen ca. 1408 en 1413, en Nelli’s activiteiten in de Sant’Agostino worden doorgaans geplaatst in de periode tussen 1410 en 1440. Eerlijk gezegd kunnen we dus alleen maar raden wanneer de schilder in de Sant’Agostino actief was. Hoewel zijn fresco’s tegenwoordig beroemd zijn en zelfs een eigen pagina op het Italiaanse Wikipedia hebben, moet niet vergeten worden dat ze eeuwenlang met een laag pleisterwerk bedekt zijn geweest en pas in 1901 werden herontdekt.

Het Laatste Oordeel.

De fresco’s op de triomfboog stellen het Laatste Oordeel voor, een populair thema in de Italiaanse religieuze kunst. We hebben dit thema bijvoorbeeld eerder gezien in Florence, Rome en Padova, en tevens op Torcello in de Venetiaanse lagune. Hier in Gubbio zien we Christus gezeten in een mandorla die bestaat uit en wordt omringd door engelen. Een deel van de engelen draagt instrumenten van het lijden van Christus, zoals het kruis, nagels en de speer waarmee de zij van de Heiland werd doorboord. Aan weerszijden van Christus zien we de zes apostelen (de twaalfde apostel links is bijna helemaal verdwenen; alleen zijn voeten zijn nog zichtbaar). Onder Christus vindt de wederopstanding van de doden plaats. Twee engelen blazen op enorme bazuinen, waarop de doden hun graven verlaten. Degenen die naar links mogen gaan, worden eerst door de Vagevuur gestuurd en vervolgens tot de Hemel toegelaten. Petrus en Paulus staan bij de poort om hen welkom te heten. De arme zielen die naar rechts moeten gaan, worden rechtstreeks naar de Hel gestuurd, een plek die – afgaande op het fresco – ook daadwerkelijk verschrikkelijk is. Mogelijk waren de broers Lorenzo en Jacopo Salimbeni verantwoordelijk voor het schilderen van het onderste gedeelte van het fresco.

Gewelf van de apsis, met verhalen uit het leven van Sint Augustinus.

Ottaviano Nelli’s Verhalen uit het Leven van Sint Augustinus

Verhalen uit het leven van Sint Augustinus, inclusief zijn doop door Ambrosius van Milaan (middelste rij rechts).

Nog mooier dan het Laatste Oordeel zijn de Verhalen uit het Leven van Sint Augustinus van Hippo (354-430) in de apsis van de kerk. De Orde van de Augustijner heremieten werd formeel pas in 1256 gesticht, toen ze werd goedgekeurd door Paus Alexander IV (1254-1261). Niettemin beschouwt de orde zelf Augustinus als haar ware stichter, omdat hij degene was die de Regel van Augustinus formuleerde. De frescocyclus begint op de binnenkant van de boog, waar wederom Christus en de apostelen zijn afgebeeld. Op het gewelf – zie de afbeelding hierboven – zien we in het midden fresco’s van de symbolen van de vier evangelisten: een leeuw voor Marcus, een mens voor Mattheus, een os voor Lukas en een adelaar voor Johannes. Op het gewelf begint tevens het verhaal van het leven van de heilige. Links, onder Mattheus, zien we hoe Augustinus door zijn moeder Monica (gestorven in 387) wordt meegenomen naar school. Vervolgens heeft Monica een droom en gaat ze naar de bisschop toe (zie het fresco onder de os van Lukas). In de twee voorstellingen daarna zien we hoe Augustinus een studie in de vrije kunsten volgt en lessen retorica geeft in Carthago.

Het verhaal wordt dan voorgezet op de muren van de apsis. Augustinus reist per schip naar Rome en komt aan in Ostia. In Rome doceert hij wederom retorica, maar dan arriveert er ineens een delegatie uit Milaan die op zoek is naar een nieuwe leraar voor deze stad. De delegatieleden worden bij de stadspoort verwelkomd door de prefect Symmachus. De toekomstige heilige vertrekt daarop uit Rome en reist naar Milaan, waar hij kennismaakt met de lokale adel. De meest dominante figuur in Milaan is echter de bisschop van de stad, de grote Ambrosius (ca. 340-397). Augustinus is op dat moment nog een aanhanger van het Manicheïsme. Hij voert discussies met Ambrosius en luistert samen met zijn goede vriend Alypius van Thagaste naar diens preken. Vervolgens bezoekt hij een vrome christen genaamd Simplicianus, dezelfde Simplicianus die in 397 Ambrosius zou opvolgen als bisschop van Milaan (zie Milaan: San Simpliciano). Een engel overhandigt Augustinus een Bijbel, en waarschijnlijk is dit het moment waarop een stem tot hem de woorden tolle, lege spreekt: pak het op en lees het. In de volgende scène wordt Augustinus gedoopt door Ambrosius (zie Milaan: Sant’Ambrogio). Het Manicheïsme heeft daarmee afgedaan: Augustinus is christen geworden.

Augustinus tot priester gewijd.

In de tussentijd heeft Augustinus’ moeder haar zoon in Milaan opgespoord. Samen reizen ze terug naar Afrika, maar Monica overlijdt in Ostia voordat ze aan boord van een schip kan gaan (zie De christenen van Ostia). Augustinus is daardoor gedwongen alleen naar Carthago terug te keren. Vervolgens wordt hij in Hippo Regius (het huidige Annaba in Algerije) door de lokale bisschop Valerius tot priester gewijd. Nu kan hij beginnen met het formuleren van zijn beroemde Regel. Deze gebeurtenis is wel onderdeel van de frescocyclus, maar de relevante scène is dusdanig beschadigd dat er nauwelijks nog iets van te maken is. Niet veel later wordt Augustinus de nieuwe bisschop van Hippo Regius. In deze hoedanigheid heeft hij een droom waarin hij gekleed is als monnik en waarin zijn tijdgenoot Sint Hiëronymus (ca. 347-420) en Johannes de Doper aan hem verschijnen. In dezelfde scène zien we hoe de Drie-eenheid aan de hemel verschijnt en hoe Augustinus daar getuige van is.

In de laatste scènes van de frescocyclus zien we de bisschop Augustinus tekeergaan tegen de ketters, onder wie ook de Manicheeërs (helaas is het fresco wat beschadigd). Vervolgens sterft hij op de traditionele datum van 28 augustus 430, tijdens het beleg van Hippo door de Vandalen. De volgende twee scènes, op de achtermuur, zijn bijna helemaal verloren gegaan. Ooit stelden ze de begrafenis van de heilige voor en het overbrengen van diens lichaam naar Sardinië. Dat laatste diende om het te beschermen tegen de Vandalen, die het Arianisme aanhingen.

Verhalen uit het leven van Sint Augustinus, inclusief de dood van zijn moeder (linksboven) en zijn eigen dood (rechtsonder).

Dan slaan we zo’n 300 jaar over en komen we aan bij de laatste twee scènes op de rechter muur van de apsis. In de voorlaatste voorstellingen worden Augustinus’ overblijfselen nogmaals verplaatst, ditmaal van Sardinië naar Pavia. Het doel is ze te beschermen tegen de islamitische Arabieren, die het Middellandse Zeegebied onveilig maken. Het verhaal van deze overbrenging wordt gedetailleerd verteld door Beda Venerabilis (ca. 672-735), een Engelse Benedictijner monnik. In de laatste scène verricht Sint Augustinus postuum een wonder door een gevangene uit een toren te bevrijden. Een van de wachters slaapt, terwijl de andere het wonder verbijsterd gade slaat.

Ik was eigenlijk op weg naar de Funivia toen ik besloot de kerk van Sant’Agostino te bezoeken. Mijn reisgidsen wijdden slechts enkele regels aan de kerk en geen van beide maakte melding van de fresco’s van Ottaviano Nelli. Ik had de kerk daarom bijna overgeslagen: afgaande op de weinig imponerende gevel kon die nooit wat voorstellen. Ik ben blij dat ik mijn aanvankelijke twijfels wist te overwinnen en toch naar binnen ben gegaan. Het fresco van het Laatste Oordeel maakte direct grote indruk, en voor het bestuderen van de fresco’s over het Leven van Sint Augustinus nam ik vervolgens ruim de tijd. Mijn conclusie is nu dat de kerk van Sant’Agostino een echte aanrader is.

Een uitgebreide bespreking van de fresco’s van Ottaviano Nelli vindt men hier. Op de website Key to Umbria staat meer informatie over de kerk zelf.

One Comment:

  1. Pingback:Gubbio: Sant’Ubaldo – – Corvinus –

Leave a Reply

Your email address will not be published.

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.