Vicenza: Santa Corona

De Santa Corona.

De kerk van Santa Corona in Vicenza is, zoals haar naam al doet vermoeden, genoemd naar de heilige doornenkroon die Jezus na zijn arrestatie moest dragen en die deel uitmaakte van zijn Lijden. De kerk bezit als relikwie een van de doornen van deze kroon. Het was Koning Lodewijk IX van Frankrijk die de doorn schonk aan de zalige Bartolomeo da Breganze, bisschop van Vicenza tussen 1259 en 1270. Zelf had de koning de kroon in Constantinopel verworven, waar deze hem als geschenk was aangeboden door de keizer van het zogenaamde Latijnse Keizerrijk (1204-1261). Lodewijk liet vervolgens in Parijs de Sainte-Chapelle bouwen om dit kostbare relikwie in onder te brengen, maar hij was aardig genoeg om een van de doornen cadeau te doen aan zijn vriend, de bisschop van Vicenza. De bouw van de kerk van Santa Corona begon in 1261. De kerk werd waarschijnlijk voltooid rond Bartolomeo’s dood in 1270. In de late vijftiende eeuw werd de kerk ingrijpend verbouwd en vergroot, en in de eeuwen daarna werden er nog meer wijzigingen doorgevoerd. Het relikwie van de doorn heeft altijd als een magneet op pelgrims gewerkt. Men kan daarom goed volhouden dat de kerk van Santa Corona veel belangrijker is dan de Duomo van Vicenza.

Geschiedenis

De Santa Corona is vanaf het begin beheerd door Dominicanen. Dit houdt kennelijk verband met het feit dat het twee Dominicaner broeders waren die de doornenkroon van Constantinopel naar Parijs brachten. De Dominicanen waren verantwoordelijk voor de jaarlijkse Processione della Sacra Spina, een processie waarin het relikwie van de doorn plechtig van de Santa Corona naar de kathedraal werd gedragen. In 1458 werd echter besloten dat de broeders die de kerk en het klooster beheerden plaats moesten maken voor hun collega-Dominicanen van de veel strengere Lombardische Congregatie van Observanten. De oorspronkelijke beheerders werden er onder dwang uitgezet. Zo’n twintig jaar na de overname van de kerk werd een proces in gang gezet gericht op uitbreiding van het gebouw en een radicaal ander gebruik van de beschikbare ruimte. De oorspronkelijke kerk uit de dertiende eeuw was namelijk veel kleiner dan de huidige. Het schip bestond uit vijf traveeën, met koorbanken en een koorhek in het achterste gedeelte. Daardoor was er veel te weinig ruimte over voor de kerkgangers. De beslissing om het hek te verwijderen en de koorbanken te verplaatsen naar de vergrote apsis of Cappella Maggiore is dan ook begrijpelijk. Tegelijkertijd werd voor het doornenrelikwie een crypte gebouwd.

Interieur van de kerk.

De bouw van de crypte, het nieuwe koor en de apsis begon omstreeks 1481. De uitbreidingen, uitgevoerd in de Laatgotische stijl, worden doorgaans toegeschreven aan de architect Lorenzo da Bologna (gestorven ca. 1508). De gerenoveerde kerk van Santa Corona werd op 20 oktober 1504 officieel gewijd, maar het doornenrelikwie werd pas in 1520 naar zijn nieuwe plek overgebracht. De oorspronkelijke koorbanken uit het schip werden vervangen door nieuwe banken van de hand van de beeldhouwer Pier Antonio degli Abbati (ca. 1430-1504) uit Modena. We vinden deze thans achter het hoogaltaar in de apsis, maar oorspronkelijk stonden ze ervoor. In 1663 werden de banken, die van zeer hoge kwaliteit zijn, op hun huidige locatie neergezet. Het spectaculaire hoogaltaar werd in de late jaren 1660 en vroege jaren 1670 gemaakt door leden van het atelier van de familie Corbarelli uit Florence. Het altaar bestaat uit dure materialen als veelkleurig marmer, lapis lazuli, koralen en parels. Het is verfraaid met een beeldengroep vervaardigd door Angelo Marinali (1654-1702), die bestaat uit beelden van de heiligen Sebastiaan, Maria Magdalena, Maria van Egypte en Hiëronymus.

Bezoekers moeten vooral even de tijd nemen om het antependium te bestuderen, de voorkant van het altaar. Daarop zijn verschillende religieuze voorstellingen in ingelegd marmer aangebracht en deze zijn echt spectaculair. Sommige voorstellingen hebben betrekking op het leven van Christus en beelden de Wederopstanding of het Laatste Avondmaal uit. Andere gaan over belangrijke religieuze gebeurtenissen in de geschiedenis van Vicenza. Deze voorstellingen hebben bijvoorbeeld de schenking van de doorn aan bisschop Bartolomeo of de verschijning van de Maagd Maria aan Vincenza Pasini op de Monte Berico in Vicenza in 1426 en 1428 als thema. Op de Monte Berico staat tegenwoordig een belangrijke Mariakerk. Op het paneel over de verschijning zijn niet alleen de Maagd, Vincenza Pasini en Sint Vincentius van Zaragoza (een van de beschermheiligen van Vicenza) afgebeeld, maar ook de stad Vicenza zelf. We zien duidelijk Andrea Palladio’s koepel van de kathedraal van Vicenza en tevens zijn Basilica Palladiana, gebouwd tussen 1546 en 1614. Palladio (1508-1580) was een van de beroemdste architecten van Vicenza. De graftombe van zijn familie bevindt zich in de crypte van de Santa Corona.

This slideshow requires JavaScript.

De Santa Corona verkennen

Cappella Graziani.

Bij een bezoek aan de Santa Corona mogen we best even stilstaan bij het feit dat de kerk door puur geluk de Tweede Wereldoorlog heeft overleefd. Op 14 mei 1944 raakte een van de aangrenzende kloostergangen zwaar beschadigd door een Geallieerd bombardement, maar gelukkig werd de kerk zelf niet geraakt. Als we buiten beginnen, zien we eerst de eenvoudige Gotische gevel van de kerk met daarin een groot en elegant roosvenster. De gevel is voorzien van een enkel portaal met een timpaan uit de negentiende eeuw waarop de geseling van Christus is te zien. De Latijnse tekst erop luidt:

TUAM CORONAM ADORAMUS DOMINE
(“Heer, wij eren uw kroon”)

Het interieur van de Santa Corona kan beschreven worden als helder wit en erg ruim (zie de afbeelding hierboven). Eenmaal binnen ziet men gemakkelijk hoeveel ruimte er in de late vijftiende eeuw werd vrijgemaakt door het koor uit het schip te verwijderen. Sterker nog, door deze ingreep werd de bouw van de grootste kunstschat die de kerk rijk is mogelijk gemaakt: de Cappella Graziani ter hoogte van de vijfde travee aan de linkerzijde van het schip. De kapellen aan deze zijde van de kerk zijn overigens niet echt kapellen, maar eerder altaren. Aan de pure schoonheid van de Cappella Graziani doet dit echter niets af. De kapel werd in de vroege zestiende eeuw gebouwd in opdracht van Battista Graziani, een rijke textielhandelaar. Het immense altaarframe werd gemaakt door Tommaso da Lugano en Bernardino da Como, mogelijk met wat hulp van Rocco da Vicenza (1495-1529). Bovenop staat een beeld van Christus de Verlosser. Het frame is zo groot dat het schilderij dat erin bevestigd is – de Doop van Christus door de Venetiaanse schilder Giovanni Bellini (ca. 1430-1516) – er bijna bij in het niet valt. En nota bene: we hebben het hier over een schilderij dat zelf maar liefst 400 bij 263 centimeter groot is!

De Doop van Christus.

In de derde aflevering (“The Merchants of Venice”) van seizoen drie van Italy Unpacked ging de Britse kunsthistoricus Andrew Graham-Dixon uitgebreid in op Bellini’s schilderij. Graham-Dixon noemde het schilderij “one of the most haunting pictures ever created by human hands” en “one of the top five most beautiful paintings in the world”. Het is duidelijk: onze kunsthistoricus vindt het werk mooi, en dat geldt ook voor mij. Op het schilderij staat Christus centraal. Rondom zijn hoofd zien we lichtstralen in de vorm van een kroon, een duidelijke verwijzing naar de Santa Corona. Rechts staat Johannes de Doper, die Christus door middel van besprenkeling doopt. Toen hij als pelgrim in het Heilige Land verkeerde, had Battista Graziani beloofd om een altaar aan zijn naamgenoot Johannes de Doper (‘Giovanni Battista’) te wijden. Met de Cappella Graziani kwam hij die belofte na.

De drie vrouwen aan de linkerkant zijn geïdentificeerd als de drie theologische deugden: Geloof, Hoop en Naastenliefde. Hoog in de wolken zien we God de Vader die de duif van de Heilige Geest loslaat. Tussen Christus en Johannes is een papegaai geschilderd, een symbool dat lastig te interpreteren is. Ten slotte zien we net onder de voeten van Johannes een briefje waarop Bellini het schilderij heeft gesigneerd met de Latijnse woorden IOANNES BELLINVS. De schilder werkte tussen 1500 en 1502 aan zijn Doop van Christus, dus hij moet al dik in de zeventig zijn geweest. In die tijd behoorde hij tot de beroemdste schilders van Italië.

De andere altaren en kapellen

Madonna delle Stelle.

In de Santa Corona vinden we nog veel meer interessante altaren en kapellen. Een voorbeeld is het Altare della Madonna delle Stelle, oftewel het Altaar van de Madonna van de Sterren, aan de linkerzijde. Dit werd in 1519 vervaardigd in opdracht van de Compagnia della Misericordia. De naam van het altaar verwijst naar het altaarstuk, een merkwaardig samengesteld werk. Het bovenste gedeelte werd in de tweede helft van de veertiende eeuw geschilderd door een onbekende meester uit de Veneto. De kerk zelf denkt dat deze meester misschien wel Lorenzo Veneziano was. We zien een in het donkerblauw (of paars) geklede Madonna die het kindje Jezus de borst geeft. Het onderste gedeelte toont een gezicht op Vicenza en wordt met de nodige slagen om de arm toegeschreven aan Marcello Fogolino. Het is interessant dit stadsgezicht – met de situatie anno 1519 – te vergelijken met het Vicenza-panorama van het hoogaltaar, dat de situatie omstreeks 1670 weergeeft (zie hierboven). Op Fogolino’s schilderij steekt één gebouw duidelijk met kop en schouders boven alle andere uit: het Palazzo della Ragione, de voorganger van Palladio’s Basilica Palladiana.

Het tweede altaar aan de linkerzijde trekt geen hordes toeristen, maar het is niettemin interessant. We vinden er geen belangrijke kunst, maar wel de graftombe van Luigi da Porto (1485-1529) onder het altaar. Hij was een edelman uit Vicenza van wie maar weinig mensen ooit gehoord zullen hebben. Da Porto schreef een roman met de titel Historia nuovamente ritrovata di due nobili amanti waarin het trieste verhaal wordt verteld van de twee geliefden Giulietta en Romeo. William Shakespeare ontleende er inspiratie aan bij het schrijven van zijn eigen tragedie Romeo en Julia in de jaren 1590. Merk overigens op dat het verhaal in het Italiaans “Giulietta e Romeo” heet, dus dat Julia als eerste genoemd wordt.

Cappella della Vergine del Rosario.

Ook de Cappella di San Giuseppe, de derde kapel aan de rechterkant, is een bezoek waard. Deze kapel bevindt zich in een relatief nieuw gedeelte van de kerk, gewijd in het laatste decennium van de achttiende eeuw. Het altaarstuk is echter ouder. Het gaat om een Aanbidding der Wijzen van Paolo Veronese (1528-1588). De volgende kapel, de vierde aan de rechterkant, is de Cappella della Vergine del Rosario. Deze werd gebouwd om de zege te gedenken die een christelijke vloot in 1571 bij Lepanto op de Turken behaalde. Vicenza viel in die tijd onder Venetiaans bestuur en was onderdeel van de bezittingen van de Serenissima op het vasteland, haar terra firma. De stad ligt mijlenver van de zee en het lijkt nogal onwaarschijnlijk dat de Vicentijnen veel hebben bijgedragen aan de overwinning bij Lepanto. Als onderdanen van de zegevierende Venetianen deelden ze desalniettemin in de roem. De grote kapel werd tussen 1613 en 1642 gebouwd en verving toen twee kleinere en oudere kapellen uit de vijftiende eeuw. In de kapel vinden we schilderingen van Alessandro Maganza (ca. 1556-1632) en Pietro Damani (1592-1631). Het beeldhouwwerk is van de hand van de broers Giambattista (1573-1630) en Girolamo Albanese (1584-1660).

Graftombe van Giovanni Thiene.

Ten slotte kent de kerk nog de Thiene-kapel. Deze vindt men rechts van de trap die naar de Cappella Maggiore leidt. De Thiene-kapel is een van de oudste kapellen in de hele Santa Corona en maakte al deel uit van de dertiende-eeuwse uitvoering van de kerk, al werd ze in de achttiende eeuw verbouwd. In 1390 werd de kapel verhuurd aan Giovanni Thiene. Zijn graftombe (uit ca. 1415) treffen we aan de linkerzijde van de kapel aan. De graftombe aan de andere zijde is die van Marco Thiene, zijn oudoom. De fresco’s in de lunetten van de graftomben worden toegeschreven aan Michelino da Besozzo (ca. 1370-1455), wiens werk in Milaan ik eerder heb besproken.

Bij het schrijven van deze bijdrage heb ik uitgebreid geput uit het lange artikel over de Santa Corona op het Italiaanse Wikipedia, en uit het uitstekende essay van Joanne Allen getiteld ‘Giovanni Bellini’s Baptism of Christ in its visual and devotional context: transforming sacred space in Santa Corona in Vicenza’. Aanvullende informatie kwam uit mijn Trotter reisgids voor Noordoost-Italië en van de informatieborden in de Santa Corona.

One Comment:

  1. Pingback:Brescia: Stad van pleinen – – Corvinus –

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.