De Portonaccio Sarcofaag

De Portonaccio Sarcofaag is een grote sarcofaag die staat in het Palazzo Massimo, een van de vier locaties van het Museo Nazionale Romano. De kist is een indrukwekkend staaltje vakmanschap uit de tweede eeuw. Ze werd in 1931 in de buurt van de Via Tiburtina gevonden kan op omstreeks het jaar 180 worden gedateerd. Tegenwoordig staat de sarcofaag in een van de zalen van het museum. Deze zaal is grotendeels verduisterd en de afbeeldingen op de sarcofaag worden zeer goed uitgelicht. De afbeeldingen zijn erg gedetailleerd en zeker een nadere beschouwing waard.

Aan de beide uiteinden van het deksel zien we een groot hoofd van een bebaarde man. De twee hoofden zijn identiek. Ik heb geen bron kunnen vinden waarin wordt uitgelegd wier hoofden we hier zien en op het informatiebordje in het museum staat simpelweg “two corner masks”. Zelf vermoed ik dat de hoofden de Romeinse god met de twee gezichten Janus voorstellen, de god van deuren, gangen en tijd, maar ook van het begin en het einde. Een van de hoofden kijkt richting het verleden, de andere richting de toekomst. Aangezien een gedecoreerde sarcofaag geheel in het teken staat van het leven en de dood van degene die erin ligt, lijkt Janus me een goede toevoeging aan een dergelijke grafkist.

In het midden van het deksel zien we de overledene en zijn vrouw (afbeelding rechts). Ze houden elkaars rechterhand vast, een houding die bekendstaat als dextrarum iunctio. De gezichten van de man en de vrouw zijn nooit afgemaakt, dus het is nog maar zeer de vraag of de sarcofaag ooit gebruikt is voor en door de persoon waarvoor ze is gemaakt. Volgens het informatiebordje in het museum zien we links op het deksel hoe de vrouw haar kinderen onderricht en rechts hoe de man de overgave van barbaarse vijanden aanvaardt en zijn clementia toont. Dit is een bekend thema in de Romeinse kunst (en propaganda). In dit geval ging het duidelijk om een hooggeplaatste Romeinse officier en bejubelt de sarcofaag diens militaire carrière. Op het deksel zien we de officier in een vouwstoel zitten, terwijl twee bebaarde mannen voor hem knielen. Hoewel dit gedeelte van het deksel enigszins beschadigd is, is het aannemelijk dat de officier op de stoel nooit een gezicht heeft gehad. Uiterst links op het deksel is namelijk nog een keer de vrouw afgebeeld en ook zij heeft geen gezicht.

Het is nogal een mysterie waarom deze gezichten nooit zijn voltooid. Misschien raakte de Romeinse officier in ongenade bij de keizer of stierf hij ergens in de provincie, ver weg van Rome. Dat roept de vraag op wie deze officier dan eigenlijk was. Het museum beweert dat we ons wel aan een educated guess kunnen wagen voor wat betreft de identiteit van de officier door een aantal decoraties op de sarcofaag nader te bestuderen. Het gaat dan vooral om de veldtekens. De tekst bij de sarcofaag verwijst naar de adelaar van Legio IIII Flavia en het everzwijn van Legio I Italica, op basis waarvan we de sarcofaag zouden kunnen linken aan een zekere Aulus Julius Pompilius. Het museum meldt dat hij twee eskadrons cavalerie aanvoerde die aan deze legioenen waren toegevoegd met het oog op de oorlogen tegen de Marcomanni van keizer Marcus Aurelius.

Deze uitleg is echter niet geheel onproblematisch. Er lijkt geen reden te zijn om de adelaar specifiek met Legio IIII in verband te brengen. Ieder legioen had immers een eigen adelaar, en het symbool van het Vierde Legioen Flavia Felix was een leeuw. De verwijzing naar het Eerste Italiaanse Legioen is waarschijnlijk overtuigender. Hoewel er nog twee andere legioenen waren met het everzwijn als symbool – namelijk Legio X Fretensis en Legio XX Valeria Victrix – lijkt het erop dat alleen Legio I Italica volledig betrokken was bij oorlogen tegen de Marcomanni.

Kennelijk heerst er enige verwarring over de vraag welk onderdeel van de versieringen nu eigenlijk het everzwijn voorstelt. Professor Robert B. Kebric schreef een interessant essay over de sarcofaag waarin hij een vergelijking trekt tussen de veldslag waarmee de film Gladiator opent en de afbeeldingen op de Portonaccio Sarcofaag. Hij stelt dat het beest tussen de twee gekruiste stokken links van de adelaar het zwijn is, en spreekt van een “high-snouted, curled lipped boar”. Wat we echter zien, is duidelijk een draco, een standaard die door de Romeinse cavalerie werd gebruikt. Een draco is in feite een windzak bestaande uit een drakenkop en een lange wapperende staart. Deze standaard is ook afgebeeld op die andere beroemde grafkist, de Ludovisi sarcofaag in het Palazzo Altemps, eveneens onderdeel van het Museo Nazionale Romano. Ik weet eigenlijk wel vrij zeker dat het everzwijn op de sarcofaag het beest rechts van de adelaar is. Hoewel ik alleen mijn digitale foto’s heb, is het duidelijk dat dit dier de manen of nekharen heeft die men zo vaak bij everzwijnen ziet, bijvoorbeeld op het symbool van Legio XX.

Voerde Aulus Julius Pompilius echt twee eskadrons cavalerie aan? We weten niet veel over zijn leven, maar als hij inderdaad onder Marcus Aurelius diende en vervolgens betrokken was bij het complot tegen Commodus, dan zou dat kunnen verklaren waarom de sarcofaag – vermoedelijk – nooit is gebruikt. Een verrader kon immers op geen enkele wijze aanspraak maken op zo’n schitterende laatste rustplaats voor zijn as. Andere bronnen stellen echter dat Aulus Julius Pompilius geen ruitercommandant was, maar de aanvoerder van de twee legioenen. Hoewel het dus zeker mogelijk is dat de sarcofaag voor hem was bestemd, is er geen definitief bewijs voor deze theorie. Merk op dat het gezicht van de centrale figuur op de kist nooit is afgemaakt, net zoals op het deksel.

De versieringen op de grafkist stellen een chaotische gevechtsscène voor, met dappere Romeinen (voornamelijk ruiters, maar gesteund door soldaten te voet) die hun ‘barbaarse’ tegenstanders verslaan. De centrale figuur is de overledene, een Romeinse officier te paard die de linie van de barbaren binnenstormt. Hij is iets groter dan de andere figuren in de voorstelling. Het is niet echt duidelijk of hij nu een speer of ruiterzwaard vasthoudt, of iets totaal anders. Het is eigenlijk vrij onaannemelijk dat het om een zwaard of spatha gaat. Het voorwerp heeft namelijk geen handbeschermer en ziet er ook eerder uit als een stok dan als een kling. Ik nam aanvankelijk aan dat het voorwerp de schacht van een speer was, waarbij het gedeelte met de speerpunt dan verdwenen zou zijn (deze onderdelen van de decoraties moeten dun en kwetsbaar zijn geweest). De eerdergenoemde professor Robert B. Kebric betoogt echter op overtuigende gronden dat de officier geen afgebroken speer vasthoudt. Hij noemt de voorwerpen waarmee de officier en de ruiter links van hem vechten “battle sticks” (vechtstokken) en “battle truncheons” (vechtknuppels). Om Kebric te citeren:

“The “Battle Truncheons” that Pompilius and his lieutenant wield, however, appear to have a handgrip, indicated by the fact that Pompilius holds his at its base with his index finger opened over the top edge of it for a tighter grasp. If there were no grip there, his fingers would be closed all together like those of his fellow horsemen who hold lances. In fact, no one can hold a lance or a sword in the way Pompilius holds his Truncheon – nor could his lieutenant hold any other type weapon but a Truncheon with his hand positioned in the backward manner it is and still be able to strike downward on an enemy’s head.”

Er is in het Latijn geen woord voor een vechtknuppel. Misschien was het wapen een soort knots, maar het blijft nogal mysterieus (Kebric verwijst overigens naar een mogelijk tweede exemplaar op de zuil van Marcus Aurelius). De officier draagt een borstkuras en een helm met een helmkam en een zeer opvallende pluim. De ruiter rechts van hem heeft een schubbenpantser aan (lorica squamata). Het detailniveau is zeer indrukwekkend: let maar eens op de afbeelding van een ram op de helm van deze militair.

De meeste Romeinen in de voorstelling vechten te paard, maar mijn oog viel op een infanterist net onder de officier (zie de afbeelding rechts). Deze legioensoldaat draagt het beroemde strokenpantser (lorica segmentata) dat we altijd in Hollywoodfilms zien. De afbeelding bewijst daarmee dat dit type harnas tijdens de regering van Marcus Aurelius nog in gebruik was. We zien het ook op de zuil van Marcus Aurelius op de Piazza Colonna in Rome. De legioensoldaat houdt met zijn linkerhand een ovaal schild vast, dus niet het bekendere rechthoekige schild dat het scutum heet. Hier is het schild plat, maar in werkelijkheid kan het gebogen zijn geweest. De soldaat draagt een helm die vermoedelijk van het Keizerlijk Gallische type is. Hij treft zijn tegenstander met zijn zwaard. Interessant is dat de soldaat zijn zwaardriem (balteus) over de rechterschouder draagt. De zwaardschede hangt dus links, maar in eerdere periodes droegen legioensoldaten hun zwaard juist rechts. Net als de meeste andere Romeinen op de sarcofaag heeft de soldaat een volle baard. Honderden jaren lang gaven de Romeinen de voorkeur aan gladgeschoren soldaten en officieren, maar tijdens de regering van Hadrianus (117-138) kwamen baarden weer in de mode.

Links- en rechtsonder zien we twee koppels, vermoedelijk gevangenen. Steeds gaat het om een man en een vrouw. Bij een van de vrouwen zit haar kleed niet meer goed, waardoor een van haar borsten ontbloot is. Deze figuren zijn ongeveer even groot als de centrale ruiter. Boven de vermoedelijke gevangenen zien we twee tropaea of trofeeën. Een tropaeum was een monument dat na een overwinning op het slagveld werd opgericht. Het bestond uit een kruis waaraan de uitrustingen van verslagen vijanden werden opgehangen (de spolia: harnassen, helmen, wapens, schilden). Wederom is het detailniveau erg indrukwekkend. Let bijvoorbeeld eens op het gezicht op het ronde schild van het linker tropaeum en de zwaardschede die aan dit schild hangt (afbeelding rechts).

Een laatste mysterie van de sarcofaag is het object direct rechts van de adelaar (zie de grote afbeelding met de rode tekst hierboven). Wat is dit in vredesnaam? Het ziet eruit als een uit z’n krachten gegroeid vogelhuisje. Hoogstwaarschijnlijk is het ook een soort standaard, want we hebben al de adelaar, het everzwijn, de draco en het vexillum, i.e. de vierkante vlag boven de officier in het midden. Een mogelijkheid is dat we hier het imago zien, de afbeelding van de keizer die door de imaginifer werd gedragen. Zo’n afbeelding is echter nergens te bekennen. Misschien moest die later nog worden toegevoegd, net als de gezichten van de officier en zijn vrouw. Zeker weten doen we het echter niet, en het voorwerp blijft bijzonder raadselachtig.

One Comment:

  1. Pingback:De Grote Ludovisi Sarcofaag – – Corvinus –

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.