Gordianus III: De Jaren 238-244

Buste van Gordianus III (Capitolijnse Musea, Rome).

Gordianus III was nog maar dertien jaar oud toen hij de enige keizer van het Romeinse Rijk werd. Aangezien zijn grootvader en oom, Gordianus I en II, het leven hadden gelaten toen hun opstand was onderdrukt door Legio III Augusta, besloot de nieuwe Augustus dit legioen te ontbinden. Vijftien jaar later zou het legioen heropgericht worden, maar voorlopig waren de legioenen in Egypte de enige Romeinse legioenen in Afrika. Het derde legioen zal node gemist zijn, want in 240 rebelleerde de proconsul Sabinianus tegen zijn keizer. Dankzij de inspanningen van de gouverneur van Mauretania Caesariensis was die rebellie echter van korte duur. Gordianus kon zich nu richten op de sterkste vijand van de Romeinen, het Perzische Rijk van de Sassaniden.

De Perzische Reus

In 236 of 237 was de Perzische koning Ardashir (Artaxerxes) de Romeinse provincie Mesopotamië binnengevallen en had hij de steden Carrhae, Nisibis en Edessa ingenomen. Omdat de Romeinse tegenstand beperkt bleef, besloot Ardashir in 239 een nieuwe aanval te lanceren. Ditmaal was Dura Europos zijn doelwit, een stad die rond 300 BCE door Macedonische kolonisten was gesticht. De stad had sinds de jaren 140 BCE deel uitgemaakt van het Parthische Rijk, maar ze was in 165 door de Romeinen veroverd. Dura werd nu verdedigd door de manschappen van Cohors XX Palmyrenorum, geleid door de tribuun Julius Terentius. Het lijkt erop dat ze de aanval wisten af te slaan, maar hun verliezen waren aanzienlijk en hun aanvoerder sneuvelde in de strijd.

Overigens vochten de Perzen niet alleen tegen de Romeinen. In 240 of 241 namen ze de stad Hatra in. Dat was een knappe prestatie, want deze stad had Romeinse belegeringen in 117, 198 en 199 weten te weerstaan. Het leger dat Hatra veroverde, werd mogelijk al geleid door Shapur I (Sapor in Romeinse bronnen), de getalenteerde zoon van Ardashir. Hij was recent tot medeheerser over het Sassanidenrijk benoemd en zou spoedig zijn vader opvolgen, na diens dood in 241 of 242. Zo rond deze tijd was Gordianus gereed om de Perzische agressie te vergelden. Hij had een man genaamd Gaius Furius Sabinius Aquila Timesitheus tot zijn praetoriaanse prefect benoemd, en het zou deze Timesitheus zijn die het commando over het Romeinse leger in het Oosten op zich nam. De keizer was getrouwd met diens dochter, Furia Sabinia Tranquillina. De andere praetoriaanse prefect was een zekere Gaius Julius Priscus, die eveneens zou deelnemen aan de veldtocht van de keizer tegen de Perzen.

Veldtocht van Gordianus in het Oosten. Belangrijke veldslagen in het blauw (bron: Ancient World Mapping Center. “À-la-carte”; CC BY 4.0).

In 242 opende Gordianus de deuren van de Tempel van Janus op het Forum Romanum ten teken dat het Rijk in oorlog was met de Sassaniden. De zogenaamde Res Gestae Divi Saporis beweren dat de keizer “een strijdmacht verzamelde uit alle Romeinse, Gotische en Germaanse streken”, wat suggereert dat Gordianus troepen weghaalde bij de Rijn- en Donaugrens. Op weg naar het Oosten leverde de keizer strijd in Moesië en Thracië, mogelijk tegen Sarmatische indringers. Na een lange reis bereikt hij Antiochië in Syrië, een van de grootste steden in het Rijk. Volgens de Historia Augusta was deze stad al ingenomen door de Perzen, maar er is geen enkel bewijs dat ze Antiochië ooit hadden veroverd. Hier in Antiochië bereidden de nog maar zeventienjarige keizer en Timesitheus het tegenoffensief voor, dat het volgende jaar gelanceerd zou worden.

Overwinning en nederlaag

Medaillon van Gordianus III, waarschijnlijk ter nagedachtenis aan zijn overwinning bij Resaena (bron: Classical Numismatic Group, Inc.).

Het in 243 gelanceerde Romeinse tegenoffensief was aanvankelijk succesvol. Carrhae, Nisibis en Edessa werden heroverd en een Perzisch leger werd verslagen, mogelijk in de buurt van Resaena. Toen sloeg echter het noodlot toe: in de herfst kwam Timesitheus plotseling te overlijden. De doodsoorzaak was waarschijnlijk een ziekte en de antieke bronnen lijken het erover eens te zijn dat de man aan ernstige diarree leed. Niettemin deed al snel het gerucht de ronde dat de ziekte was verergerd door toedoen van een zekere Marcus Julius Philippus, die met de medicatie van de prefect zou hebben geknoeid. Het was ook niet moeilijk om Philippus te verdenken, want hij zou na de dood van Timesitheus tot nieuwe praetoriaanse prefect worden benoemd. Philippus was toevallig ook de jongere broer van Gaius Julius Priscus, de andere prefect.[1] Door zijn benoeming bekleedden voor het eerst in de Romeinse geschiedenis twee broers een van de machtigste ambten binnen het Rijk.

Hoewel Shapur zich had teruggetrokken naar Perzisch grondgebied besloten Gordianus en Philippus de achtervolging in te zetten. Hun doel was de Perzische hoofdstad Ctesiphon aan de Tigris. Begin 244 raakten de Romeinse en Perzische legers slaags bij Misiche (Mešīk of Μησιχη), waarbij de Sassaniden de overwinning behaalden. Details van de veldslag zijn niet bewaard gebleven en de bewering van Shapur in zijn Res Gestae Divi Saporis dat hij het Romeinse leger had vernietigd berust waarschijnlijk op overdrijving. Dat Gordianus een nederlaag leed, staat echter vast. Wat nog erger was, was dat hij spoedig kwam te overlijden, nog maar negentien jaar oud (eind februari of begin maart). Volgens Shapur was de keizer op het slagveld gesneuveld, maar het is veel waarschijnlijker dan hij pas na de strijd stierf. Misschien deed een ziekte Gordianus de das om, zoals eerder bij zijn schoonvader het geval was geweest. Een andere mogelijkheid is dat hij werd vermoord door zijn woedende soldaten en een derde optie dat hij het slachtoffer werd van een samenzwering van de broers Philippus en Priscus. Wederom geldt: het is gemakkelijk om Philippus te verdenken, want hij zou door de troepen tot nieuwe Augustus worden uitgeroepen.

Marcus Julius Philippus – vaak ‘Philippus Arabs’ genoemd – probeerde nu een manier te vinden om de oorlog met Shapur te beëindigen. Wat er nog over was van het Romeinse leger zat vast in Perzisch gebied en bevond zich dus in een uiterst precaire situatie. Aangezien de koning hem bij de strot had, kon Philippus alleen maar kiezen voor onderhandelingen. In ruil voor 500.000 goudstukken[2] was Shapur bereid om vrede te sluiten. Hoewel de Romeinen geen gebied verloren, werd de vrede als een grote vernedering beschouwd. Hatra bleef in Perzische handen en Philippus moest zich erbij neerleggen dat Armenië – in het verleden een eeuwige twistappel tussen Rome en de Parthen – nu tot de Perzische invloedssfeer behoorde. Al met al kende de regering van Philippus dus bepaald geen gelukkige start.

Bronnen

Primaire bronnen

Secundaire bronnen

  • Adrian Goldsworthy, The Fall of the West, p. 86-88, 92-94 en 475.

Noten

[1] De Historia Augusta noemt ook een praetoriaanse prefect genaamd Maecius Gordianus, die kennelijk familie was van de keizer (De Drie Gordiani 30). Het is niet duidelijk wanneer hij dan als prefect diende.

[2] Volgens de Res Gestae Divi Saporis ging het om 500.000 (zilveren) denarii, maar historici zijn het erover eens dat het bedrag in goud werd betaald. Zie Adrian Goldsworthy, The Fall of the West, p. 475.

One Comment:

  1. Pingback:Philippus Arabs: De Jaren 244-249 – – Corvinus –

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.