Tacitus, Florianus en Probus: De Jaren 275-276

Erotiche scène uit een Romeinse slaapkamer (cubiculum; Museo Nazionale Romano, Rome).

Marcus Claudius Tacitus mag dan een oude man zijn geweest, hij beschikte nog over een flinke dosis energie. De nieuwe keizer bestrafte direct enkele van de soldaten die betrokken waren geweest bij de dood van zijn voorganger Aurelianus. Mucapor werd doodgemarteld, maar een aantal samenzweerders wist kennelijk te ontsnappen, want zij werden later gestraft door Tacitus’ opvolger Probus (zie hieronder). De notoir onbetrouwbare Historia Augusta beweert dat de keizer een verbod op bordelen in Rome instelde, maar dat hij zijn beslissing korte tijd later weer in moest trekken toen het verbod niet te handhaven bleek. Tacitus zou zich ook sterk hebben gemaakt voor het werk van de geschiedschrijver Tacitus, van wie hij beweerde af te stammen. Zelfs als hij inderdaad die bewering deed, is er nog geen reden om aan te nemen dat de geschiedschrijver en keizer echt familie waren: hun familienamen – Cornelius vs. Claudius – zijn compleet verschillend. De laatstgenoemde was misschien gewoon een bewonderaar van de eerstgenoemde, en het feit dat ze hetzelfde cognomen hadden (‘De Zwijger’) was waarschijnlijk puur toeval. In de Romeinse politiek was het natuurlijk handig om een illustere voorvader te hebben, of in elk geval te beweren er een te hebben.

Veldtochten, dood en opvolging

Tacitus en zijn praetoriaanse prefect, Marcus Annius Florianus, konden maar korte tijd in de hoofdstad blijven. Begin 276 vertrokken ze naar Klein-Azië waar de Goten waren binnengevallen. Deze hadden eerst Pontus geplunderd en waren vervolgens helemaal tot in Cilicië opgerukt. De keizer en zijn prefect slaagden erin hen in te halen en hun strijdmacht te vernietigen. Op een aantal munten van Tacitus vinden we dan ook de tekst VICTORIA GOTTHI en op inscripties wordt het agnomen ‘Gothicus Maximus’ vermeld.[1] Niet veel later, waarschijnlijk in juni, stierf Tacitus in Tyana, Cappadocië, en kreeg het Rijk wederom te maken met een opvolgingscrisis.

Buste van Probus (Capitolijnse Musea, Rome).

De bronnen zijn niet eenduidig over de omstandigheden waaronder de keizer stierf. De anonieme auteur van de Epitome de Caesaribus beweert dat koorts de doodsoorzaak was, maar volgens Aurelius Victor en Zosimus werd hij vermoord. In de versie die Zosimus geeft, had de keizer zijn neef Maximinus tot gouverneur van Syrië benoemd. De neef had zich al snel gehaat gemaakt vanwege zijn striktheid, waarop de lokale adel een samenzwering tegen hem had opgezet en huurmoordenaars op pad had gestuurd om hem te doden. Naar verluidt waren deze mannen de overgebleven moordenaars van Aurelianus. Hoe dit ook zij, de mannen slaagden in hun missie. Maximinus werd gedood, maar ook Tacitus. De Historia Augusta noemt beide versies: moord en dood door ziekte. Maar welke versie ook de juiste is, het resultaat was hetzelfde: de keizer was dood na een regering van net iets meer dan zes maanden.

Florianus riep zichzelf nu tot keizer uit. Mogelijk was hij de halfbroer van de overleden keizer, al kan deze familieband verzonnen zijn om met meer recht de troon op te kunnen eisen. Hoewel het erop lijkt dat de Senaat hem als nieuwe Augustus aanvaardde en Tacitus’ leger dat zeker deed, weigerde een zekere Marcus Aurelius Probus de nieuwe keizer te erkennen. Probus was een Illyrische officier, die net als de keizers Decius en Aurelianus geboren was in Sirmium in Pannonië (het huidige Sremska Mitrovica in Servië). Thans diende hij als gouverneur van enkele oostelijke provincies, waaronder Syrië en Egypte, dus het is mogelijk dat hij was benoemd tot opvolger van de eerdergenoemde Maximinus. Toen Florianus hoorde dat er een uitdager was opgestaan liet hij de overgebleven Goten ontsnappen en rukte hij op naar Tarsus. Daar sloegen de twee legers hun kamp op tegenover elkaar.

Romeinse ruiterhelm (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden).

Uiteindelijk zou er niet veel gevochten worden. Zosimus beweert dat in het kamp van Florianus een ziekte uitbrak en dat diens Europese soldaten niet gewend waren aan de hitte van Cilicië. Uiteindelijk wogen ze gewoon hun opties, liepen over en vermoordden Florianus, waarschijnlijk in september. Probus – de naam betekent ‘Rechtschapen’ – was nu de enige Augustus. Ook hij was een soldatenkeizer, een oude ijzervreter die het grootste gedeelte van zijn regering op veldtocht was. De nieuwe keizer liet de overgebleven moordenaars van Aurelianus terechtstellen samen met de moordenaars van Tacitus (als die inderdaad vermoord werd). Nu hij zijn troon had veiliggesteld, verliet Probus Klein-Azië en reisde hij door naar Gallië om invallen van de Franken en Alemanni het hoofd te bieden.

Bronnen

Primaire bronnen

Secundaire bronnen

  • Adrian Goldsworthy, The Fall of the West, p. 132-133.

Noot

[1] CIL 17-02, 00174.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.