Carus, Numerianus en Carinus: De Jaren 282-284

Aureus van Carus (bron: Classical Numismatic Group, Inc.)

De nieuwe keizer Carus – de naam betekent ‘Geliefd’ – stuurde zijn oudste zoon Carinus naar Gallië en nam zijn jongste zoon Numerianus mee op veldtocht in het Oosten tegen de Perzen. Waarschijnlijk was Carus’ voorganger Probus al bezig geweest met het plannen van een offensief tegen de aartsvijand van Rome in het Oosten, maar als gevolg van opstanden en zijn eigen ontijdige dood had hij deze plannen niet meer uit kunnen voeren. De tijd was nu rijp voor een aanval op het Sassanidenrijk. De Sassanidische heerser Bahram II kende weliswaar een lange regering van zo’n twintig jaar, maar hij kwam voor wat betreft talent niet eens in de buurt van zijn grootvader Shapur. Bovendien kreeg Bahram te maken met opstanden van zijn bloedverwanten in de oostelijke satrapieën van zijn enorme rijk. Ook kampte het Sassanidenrijk met religieuze onrust. Zoroastrische fanatici onder leiding van de priester Kartir waren erg machtig geworden en zij hadden de vader van Bahram, Bahram I, al zover gekregen dat deze religieuze minderheden ging vervolgen. Zo was omstreeks 274 de profeet Mani terechtgesteld. De Sassanidische autoriteiten hadden zijn volgelingen onderdrukt en deden hetzelfde met christenen, boeddhisten en andere gelovigen.

Een keizer op veldtocht

Het lijkt erop dat Carus in 282 strijd leverde tegen de Goten en Sarmaten. Deze veldtocht moet een succes zijn geweest, want Carus begon zichzelf ‘Gothicus Maximus’ te noemen.[1] Verder komen we de titel ‘Germanicus Maximus’ tegen op inscripties, hetgeen wellicht verwijst naar overwinningen van Carinus langs de Rijn. Vader en zoons handelden mogelijk als een soort drie-eenheid en deelden zo overwinningen en titels. Hoewel met deze overwinningen het Romeinse moreel zeker opgevijzeld werd, waren de betrokken legers van de Germaanse en andere stammen waarschijnlijk maar klein en de overwinningen navenant bescheiden. Hét pièce de résistance was natuurlijk het Romeinse offensief in het Oosten tegen het Sassanidenrijk. Ongetwijfeld was de Perzische veldtocht bedoeld als de ultieme Romeinse wraak voor de vernederingen van de jaren 250 en 260.

Verzameling Romeinse zwaarden.

Het offensief van Carus van 283 was een groot succes, waarmee de keizer het agnomen ‘Persicus Maximus’ verdiende. Bahram slaagde er niet in enige effectieve tegenstand te organiseren en de Romeinen bereikten in korte tijd de Perzische hoofdstad Ctesiphon aan de Tigris. We weten niet precies wat er vervolgens gebeurde. Het meest plausibele scenario is dat de weerloze stad zich gewoon overgaf. Aangezien de stormram nog niet tegen de muren was gezet diende Ctesiphon gespaard te worden en mocht de stad niet geplunderd worden. Carus zette zijn opmars voort, maar slechts iets later, waarschijnlijk in de zomer van 283, was de keizer plotseling dood. Mogelijk ging het om een natuurlijke dood als gevolg van ziekte, maar al snel deden allerhande verhalen de ronde dat de tent van de Augustus door de bliksem getroffen was. En als dat zo was, dan bleek daaruit dat toch dat de goden, en vooral Jupiter, zich hadden afgekeerd van de Romeinse veldtocht? Misschien was het wel tijd om het offensief te staken en terug te keren naar Romeins gebied.

Nu Carus dood was, was zijn zoon Numerianus formeel de opperbevelhebber van het Romeinse leger. De ware macht achter de troon was echter zoals zo vaak een praetoriaanse prefect, een zekere Lucius Flavius Aper (‘wild zwijn’). Numerianus was getrouwd met diens dochter, dus Aper was ook nog eens zijn schoonvader. De nieuwe Augustus en zijn praetoriaanse prefect besloten terug te keren naar Syrië, maar ze lijken geen haast te hebben gehad om naar Rome door te reizen. Voor Carinus lag dat heel anders: die was direct nadat hij had gehoord van de dood van zijn vader naar de hoofdstad geracet om zichzelf daar als Augustus te installeren. Het is goed mogelijk dat hij, eenmaal in Rome, regelde dat zijn vader werd vergoddelijkt. Er is namelijk een groot aantal munten met de tekst DIVO CARO gevonden (zie de eerste afbeelding in deze bijdrage). Opmerkelijk genoeg wordt Carus niet vermeld in de lijst met vergoddelijkte keizers in de Chronograaf van 354. Hij had minder dan twee jaar op de troon gezeten, dus wellicht was zijn cultus simpelweg nooit erg populair geworden. En daar kan zijn opvolger heel goed iets mee te maken hebben gehad.

De opkomst van Diocletianus

Romeinse ruiterhelm (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden).

Ergens in 284 verliet Numerianus Emesa in Syrië (tegenwoordig de stad Homs) en begon aan zijn reis naar Rome. De keizer leed aan een oogontsteking en moest worden rondgedragen in een draagstoel waarvan de gordijnen altijd gesloten werden gehouden. Niemand zag Numerianus meer, en dat leidde tot argwaan onder de soldaten. Toen de keizerlijke stoet Nicomedia in Bithynië had bereikt, waarschijnlijk in november, eisten de manschappen dat ze hun keizer konden zien. De vieze lucht die uit de draagstoel kwam, verraadde al dat er iets vreselijks was gebeurd. Toen de soldaten vervolgens de gordijnen openden, ontdekten ze een lijk dat al aan het ontbinden was.

Een raad bestaande uit generaals en krijgstribunen koos daarop een man genaamd Gaius Aurelius Valerius Diocles als nieuwe keizer, ongetwijfeld tot grote teleurstelling van Aper. Diocles was commandant van de keizerlijke lijfwacht, de protectores. Hij beschuldigde direct Aper ervan dat die Numerianus had vermoord. Daarna doorstak hij de praetoriaanse prefect met zijn zwaard alsof hij een varken aan het spit reeg. Hoewel het niet onmogelijk is dat Aper inderdaad bij de moord op Numerianus betrokken was, zijn er historici die daar juist Diocles de schuld van geven. Het is denkbaar dat hij samen met enkele andere protectores eerst Carus in zijn tent had vermoord en vervolgens Numerianus in Syrië, waarna het lijk in een draagstoel werd verstopt om zijn dood verborgen te houden. Zowel Aper als Diocles konden dicht bij de keizers komen, dus beiden hadden zeker gelegenheid om hen te doden. Het is zelfs mogelijk dat ze eerst samenwerkten, waarna Diocles besloot Aper opzij te schuiven en hem te doden om van zijn stilzwijgen verzekerd te zijn. Het is gewoon niet meer mogelijk vast te stellen wat er precies gebeurd was.

Diocles – ‘Glorie van Zeus’ – zou spoedig zijn naam in Diocletianus veranderen. Hij zou een van de succesvolste keizers van de derde eeuw worden en pas in het jaar 305 vrijwillig aftreden. In 284 lag er echter nog een obstakel op zijn pad: Carinus Augustus, de zoon van wijlen Carus.

Bronnen

Primaire bronnen

Secundaire bronnen

  • Adrian Goldsworthy, The Fall of the West, p. 133-134;
  • Henk Singor, Constantijn, p. 134-139.

Noot

[1] ZPE-149-246 = AE 2014, 01485.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.