Piacenza: Sant’Antonino

Basilica di Sant’Antonino.

Sint Antoninus geldt samen met Justina van Antiochië als beschermheilige van Piacenza. Volgens een niet noodzakelijkerwijs betrouwbare overlevering was hij een soldaat die omstreeks 303 tijdens de christenvervolgingen van keizer Diocletianus de marteldood stierf. Dit zou zijn gebeurd in de buurt van Travo, zo’n twintig kilometer ten zuiden van Piacenza. De grote kerk van Sant’Antonino in deze laatste stad is aan Sint Antoninus gewijd.

Geschiedenis

De geschiedenis van de kerk gaat terug tot de vierde eeuw van onze jaartelling. Bisschop Victor, de eerste bisschop van Piacenza en lokaal bekend als San Vittore, zou de opdracht voor de bouw hebben gegeven. De kerk verrees buiten de stadsmuren op een Romeinse begraafplaats. Het was echter de opvolger van Victor, Sint Sabinus, die in 386 de overblijfselen van Antoninus ontdekte in een ondergrondse graftombe die lag op de plek waar nu de kerk van Santa Maria in Cortina staat, net ten westen van de Sant’Antonino en tegenover het Teatro Municipale. Sabinus liet de overblijfselen van de heilige naar de kerk van Victor overbrengen en daar worden ze nog altijd bewaard. Dat geldt overigens ook voor die van Victor, terwijl aan Sabinus een eigen basiliek buiten de stadsmuren werd gewijd, de San Savino.

Vooraanzicht van de kerk.

Interieur van de kerk.

De Sant’Antonino diende enkele eeuwen als kathedraal van Piacenza, maar de ligging van het gebouw buiten de stadsmuren was problematisch. Op enig moment in de negende eeuw werd daarom besloten een andere kerk binnen de stadsmuren als kathedraal aan te wijzen. Dat was een verstandige keuze, want eind negende of begin tiende eeuw werd de Sant’Antonino zwaar beschadigd door de Magyaren die Italië waren binnengevallen. Toch was er nooit sprake van dat de kerk zou worden opgegeven: daar was ze in religieus opzicht te belangrijk voor. Niet alleen was de kerk gewijd aan de beschermheilige van de stad, het gebouw lag ook aan de zogenaamde Via Francigena. Dit was een belangrijke pelgrimsroute die van Canterbury in Engeland via Frankrijk en Zwitserland naar Rome in Italië liep. Sigeric, aartsbisschop van Canterbury tussen 990 en 994, heeft ons een belangrijke beschrijving van de route nagelaten.

Vanwege het grote religieuze belang van de kerk gaf bisschop Sigifredo (997-1031) de opdracht tot herbouw, waarbij het hoofdaltaar naar de oostelijke apsis werd verplaatst. Uit zijn tijd dateert ook de opvallende achthoekige toren, met de kenmerkende openingen met montanten. Sigifredo liet de kerk tevens verfraaien met fresco’s, maar daarvan is helaas niet veel bewaard gebleven. Sinds de herbouw van de elfde eeuw is er veel aan het gebouw gesleuteld. Omstreeks 1350 werd aan de rechterzijde van het dwarsschip een portiek aangebouwd die bekend staat als de Portico del Paradiso. De portiek werd ontworpen door de architect Pietro Vago, de man aan wie ook de windvaan van de kathedraal van Piacenza, de Angil dal Dom, wordt toegeschreven. Via de portiek komen we bij de zijingang van de kerk. Rond deze ingang zien we een fraai portaal met beeldhouwwerk uit de twaalfde eeuw. De portiek is verder interessant omdat naar twee belangrijke historische personen wordt verwezen.

Bewaard gebleven fresco’s in een van de kapellen.

Frederik Barbarossa en Teobaldo Visconti

In de eerste plaats is dat Frederik Barbarossa, keizer van het Heilige Roomse Rijk. Frederik voerde jarenlang oorlog tegen Paus Alexander III (1159-1181). Aanvankelijk boekte hij daarbij successen, en in 1167 wist hij Rome in te nemen. Negen jaar later leed Frederik echter bij Legnano een gevoelige nederlaag tegen de steden van de Lombardische Liga, die weliswaar tot het keizerrijk behoorden, maar bondgenoten van de Paus waren (zie Milaan: San Simpliciano). In 1177 werd vervolgens het Verdrag van Venetië gesloten, waarmee de keizer enerzijds en de paus en zijn Italiaanse bondgenoten anderzijds zich verzoenden (zie Venetië: Piazza San Marco). Dat verdrag had echter een voorlopig karakter. Pas met de Vrede van Konstanz van 1183 was het conflict definitief de wereld uit, en de vooronderhandelingen voor deze vrede werden in de Sant’Antonino in Piacenza gevoerd. Piacenza was immers een van de steden van de Lombardische Liga. Een gedenksteen in de Portico del Paradiso staat bij deze onderhandelingen stil. De steen werd in 1876 geplaatst, 700 jaar na de overwinning van de Lombardische steden bij Legnano. Een afbeelding ziet u hier.

De tweede belangrijke historische persoon is Teobaldo Visconti, beter bekend als Paus Gregorius X. Hij werd omstreeks 1210 in Piacenza geboren. De jonge Teobaldo gold als een trouwe dienaar van kardinaal Jacopo da Pecorara, van wie we in de Duomo van Piacenza nog een grafmonument kunnen bekijken. Bovendien was Teobaldo als kanunnik verbonden aan de Sant’Antonino. In 1271 werd hij tot paus gekozen na het langste conclaaf in de geschiedenis, dat bijna drie jaar had geduurd. Toen hij in 1275 vanuit Frankrijk naar Rome terugkeerde, was zijn gezondheid al slecht. Hij zou de Eeuwige Stad niet meer bereiken: op 10 januari 1276 stierf hij te Arezzo, waar in de Duomo zijn grafmonument staat. In 1998 werd in Piacenza in de Portico del Paradiso een standbeeld van hem geplaatst.

Bezienswaardigheden

Fresco van Sint Antonius-Abt.

De Portico del Paradiso is niet de enige toevoeging aan de kerk. Zo werden de zijkapellen in de veertiende en vijftiende eeuw gebouwd. Het naastgelegen klooster dateert van 1483 en het Gotische plafond van 1495. In de tweede helft van de zestiende eeuw werd aan de oostzijde van de kerk het koor verlengd. Verder kreeg het interieur tussen 1853 en 1856 verschillende neogotische elementen als gevolg van een verbouwing onder leiding van de architect Andrea Guidotti. Tussen 1925 en 1930 werd ten slotte onder leiding van de architect Giulio Ulisse Arata (1881-1962) een poging gedaan de Sant’Antonino haar oorspronkelijke middeleeuwse uiterlijk terug te geven. Gelukkig werd niet alle kunst uit de tijd na de Middeleeuwen uit de kerk verwijderd.

Aan de wanden treffen we een vijftal werken aan van de zeventiende-eeuwse schilder Robert de Longe (1646-1709) uit Brussel. De werken tonen ons voorstellingen uit het leven van Sint Antoninus. Ondanks dat een Brusselaar tegenwoordig niet snel meer een Vlaming zal worden genoemd, gaven de Italianen hem in zijn eigen tijd de bijnaam Il Fiammingo. In de kerk hangt verder een Laatste Avondmaal van Bernardo Castello (1557-1629) en ook vinden we er nog wat restanten van zestiende-eeuwse fresco’s van heiligen, onder wie de in deze bijdrage opgenomen Sint Antonius-Abt, te herkennen aan zijn staf met daaraan een bel met de Griekse letter tau (T).

De mooiste kunstwerken in de Sant’Antonino zijn echter de fresco’s van de jong gestorven schilder Camillo Gavasetti (ca. 1596-1628) uit Modena. De fresco’s dateren van 1622 en werden geschilderd in opdracht van hertog Odoardo I Farnese. Ze stellen de Triomf van Christus voor. We kijken als het ware de hemel in en zien onder meer een ruiter uit het boek Openbaring. Omdat hij door de lucht galoppeert en wij beneden op aarde staan, zien we de buik (en edele delen) van zijn witte paard. Het fresco is van hoge kwaliteit, maar helaas kan het in de kerk soms wat donker zijn.

Plafondfresco van Camillo Gavasetti.

Ik zou de Sant’Antonino nooit bezocht hebben zonder Evert de Rooij, Emilia-Romagna, p. 12-13. De website van de gemeente Piacenza en het Italiaanse Wikipedia boden nuttige informatie over de kerk. Zeer nuttig was ook Matteo Facchi, La scultura a Piacenza in età sforzesca, p. 179-181.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.