Piacenza: San Giovanni in Canale

San Giovanni in Canale.

De grote kerk van San Giovanni in Canale staat aan de rand van het centrum van Piacenza. De San Giovanni was de kerk van de Orde der Predikheren, beter bekend als de Dominicanen. Veel kerken van de Dominicanen zijn gewijd aan Sint Dominicus Guzmán, de Spaanse stichter van de orde. Dat dit hier in Piacenza niet het geval is, heeft vermoedelijk te maken met de ouderdom van de kerk: ze werd gesticht nog voor de heiligverklaring van Dominicus in 1234. In de bronnen vinden we als stichtingsjaren 1220, 1221 en 1227 genoemd. Afgaande op de (moderne) decoraties op de gevel van de kerk is de San Giovanni in haar naam Johannes de Doper. Boven de hoofdingang is hij als jongeman afgebeeld en rechts boven het roosvenster als volwassene. Aangezien in de buurt van de Duomo van Piacenza ook een kerk gewijd aan Johannes de Doper stond, werd de hier besproken kerk San Giovanni in Canale genoemd. ‘In Canale’ slaat op de locatie van de kerk: deze stond voorheen aan het Beverora-kanaal. Dat kanaal is al lang geleden gedempt, maar stroomde op de plek waar we nu de Via Beverora vinden.

Een interessant weetje is dat de Via del Tempio achter de kerk is vernoemd naar de kerk (‘tempel’) van de Tempeliers, een machtige militaire kloosterorde die in 1312 door Paus Clemens V (1305-1314) werd ontbonden. De Dominicanen van San Giovanni in Canale profiteerden daarvan, want het complex van de Tempeliers (inmiddels verdwenen) kwam door de ontbinding in hun handen. Als domini canes, ‘honden van de Heer’, zouden de Dominicanen van San Giovanni zich ontwikkelen tot ijverige inquisiteurs. Vanaf de tweede helft van de zestiende eeuw tot 1769 was in hun complex een tribunaal van de Inquisitie gevestigd.

Interieur van de kerk.

Cappella del Rosario.

Het exterieur van de kerk is nauwelijks interessant te noemen, dus laten we snel naar binnen gaan. In de periode 1937-1958 werd een poging gedaan de kerk haar middeleeuwse uiterlijk terug te geven. Dat wil gelukkig niet zeggen dat alle decoraties van na die tijd verwijderd zijn. De fresco’s op het gewelf van het koor en in de apsis werden in 1721-1722 geschilderd door Sebastiano Galeotti (1675-1741) en Francesco Natali (1669-1735). Het altaar uit 1733 is een werk van Giuliano Mozzani (gestorven 1734). Alle drie waren competente kunstenaars, maar we kunnen ze moeilijk als grote namen omschrijven. Veel bekender zijn Gaspare Landi (1756-1830) en Vincenzo Camuccini (1771-1844), die de schilderijen in de opmerkelijke Cappella del Rosario aan de linkerzijde van de kerk maakten. Deze neoclassicistische kapel, met opvallende mintgroene kleuren, werd gebouwd door Lotario Tomba (1749-1823). Het doek links in de kapel met de Beklimming van de Calvarieberg is van Landi, het doek rechts met de Presentatie in de Tempel van Camuccini.

Als gezegd is een poging gedaan de kerk in middeleeuwse staat terug te brengen, dus we mogen in de San Giovanni in Canale middeleeuwse kunst verwachten. Het mooiste voorbeeld daarvan is de sarcofaag van Alberto Scotti, een telg uit een beroemd Piacentijns geslacht dat in de wijk rondom de San Giovanni woonde. De Scotti’s lieten dan ook kapellen in de kerk bouwen en inrichten, en velen van hen werden er ook begraven. Het geslacht beweerde af te stammen van een Schot die in de achtste eeuw aan de zijde van Karel de Grote had gestreden tegen Desiderius, de laatste koning van de Longobarden in Italië (zie Brescia: Santa Giulia). Adellijke geslachten verzonnen graag een illustere voorouder. Zo zou het Hollandse gravenhuis afstemmen van een prins uit Aquitanië, die zelf via de Merovingische koningen weer zou afstammen van de Trojaanse koning Priamus.

Sarcofaag van Alberto Scotti.

Petrus en Paulus (15e eeuw).

Zowel in het geval van het Hollandse gravenhuis als dat van de familie Scotti kan geconcludeerd worden dat sprake is van een creatieve mythe. Dat de Schotse wortels van de Scotti’s verzonnen zijn, doet overigens niets af aan hun machtspositie in het middeleeuwse Piacenza. De familie was rijk geworden met bankieren en handelen, en Alberto Scotti was tussen 1290 en 1313, met tussenpozen, alleenheerser over de stad. Hij gaf de opdracht voor de bouw van het Palazzo Gotico in Piacenza en bouwde onder meer het Palazzo del Podestà en het Palazzo Ducale in het prachtige stadje Castell’Arquato. Na zijn verdrijving uit Piacenza werd hij daar in 1317 gevangengenomen. Een jaar later stierf hij in Crema. Op de prachtige sarcofaag in de San Giovanni in Piacenza zien we het familiewapen van de Scotti’s: een schild met dwarsstreep en twee sterren. De ruiter met valk op de arm is vermoedelijk de overledene. Echter, deze is vanwege zijn overlijden in Crema nooit in de sarcofaag bijgezet. Deze diende uiteindelijk als laatste rustplaats van een naamgenoot van Alberto, de in 1462 overleden Alberto II Scotti.

De besproken sarcofaag staat aan de rechterzijde van de kerk. Hier kunnen we ook nog een aantal middeleeuwse fresco’s bezichtigen. Sommige daarvan komen uit het voormalige klooster naast de kerk. Deze zijn losgemaakt, op panelen bevestigd en opgehangen. Deze fresco’s dateren van de veertiende eeuw. Van een ervan zijn ook de makers bekend: een Madonna della Misericordia werd gemaakt door Bartolomeo en Jacopino da Reggio. Meer fresco’s vinden we in de kapel rechts van het koor. Daar zien we muurfresco’s van Petrus en Paulus uit de vijftiende eeuw en een intrigerend fresco uit diezelfde eeuw van de mij onbekende schilder Gherardo Garatoli. Het stelt een knielende edelman voor, Antonio Scotti, die een tekst overhandigt aan een Dominicaanse broeder. De Dominicaan is de zalige Marcolino Amanni da Forlì (1317-1397). Aardige elementen van het fresco zijn de helm achter Antonio Scotti, het paneeltje met een Madonna met Kind en de stralen die uit het hoofd van de zalige Marcolino komen. Meer informatie heb ik helaas niet kunnen vinden over dit opmerkelijke stukje schilderwerk.

Antonio Scotti met de zalige Marcolino Amanni da Forlì – Gherardo Garatoli.

De meeste informatie in deze bijdrage kwam van de website van de gemeente Piacenza en van deze culturele website. Enige aanvullende informatie kwam uit Evert de Rooij, Emilia-Romagna, p. 14. Zeer nuttig was Matteo Facchi, La scultura a Piacenza in età sforzesca, p. 161-162.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.