Pistoia: San Francesco

De San Francesco.

De enorme kerk van San Francesco werd niet besproken in onze reisgids, maar stond niettemin ingetekend op een kaartje van het centrum van Pistoia in diezelfde gids. Omdat de kerk vlak bij het grote parkeerterrein staat waar we onze auto wilden parkeren, besloten we de San Francesco een bezoekje te brengen. Op het parkeerterrein was meer dan voldoende plek en betalen met bankpas of creditcard was mogelijk. Via het ovale Piazza San Francesco d’Assisi liepen we vervolgens naar de kerk toe. Deze is niet bepaald correct georiënteerd: de apsis is niet op het oosten, maar op het zuiden gericht. Het is duidelijk dat de kerk daar werd gebouwd waar simpelweg plek was. Hoewel de San Francesco eeuwenlang de kerk van de Franciscanen in Pistoia is geweest, wordt ze thans gebruikt door de Paters van het Heilig Hart van Jezus van Bétharram.

Geschiedenis en exterieur

De Franciscanen waren al enkele jaren in Pistoia actief toen ze in de herfst van 1289 begonnen met de bouw van de aan de stichter van hun orde gewijde kerk. Deze werd in de volgende eeuw voltooid, maar de gevel dateert pas van 1707. Zoals zoveel kerken in Pistoia is deze gevel versierd met banden wit en groen marmer. Wie echter de gevel anno 2020 bestudeert, zal zich afvragen of wel echt groen marmer is gebruikt. Het gedeelte boven het portaal en rondom het roosvenster ziet er nogal flets en versleten uit, en dat geldt ook voor het driehoekige fronton. Aangezien ik nog nooit gezien heb dat gekleurd marmer zijn kleur verliest, kreeg ik sterk de indruk dat de gebruikte steen gewoon groen is geschilderd. Verf slijt immers wél.

Interieur van de kerk.

Zoals zoveel Franciscaanse kerken is de San Francesco gebouwd in de vorm van een Tau-kruis. Kerken in de vorm van een dergelijk kruis hebben geen echt sanctuarium en hun dwarsschip zich bevindt aan het einde van het middenschip. Zo ontstaat de vorm van een grote T. Franciscus van Assisi had van de Tau zijn persoonlijke symbool gemaakt. Men vindt de letter Tau of Tav zowel in het Griekse als het Hebreeuwse alfabet en de letter komt daardoor voor in zowel het Nieuwe als het Oude Testament. De Tau wordt bijvoorbeeld genoemd in Ezechiël 9:4 (in de Latijnse Vulgaat althans) en symboliseert voor christenen ook de kruisiging en wederopstanding van Christus. Dat laatste is gemakkelijk te begrijpen: de letter T lijkt sterk op het kruis waaraan de Heiland was gestorven. De keuze voor de vorm van een Tau-kruis had als bijkomend voordeel dat de beschikbare ruimte efficiënt gebruikt werd: een dergelijke kerk kon grote mensenmassa’s toelaten, en de Franciscanen trokken zulke mensenmassa’s aan.

De kerk is uitstekend te zien vanaf de 67 meter hoge klokkentoren van de Duomo van Pistoia. Wie op de toren staat, ziet goed de vorm van het gebouw, de onversierde linker zijmuur (hier is zeker geen groen marmer gebruikt) en de Gotische ramen met de bekende puntbogen. De San Francesco heeft zelf geen klokkentoren; achter op de apsis staat wel een aantal klokkenkamers.

De San Francesco, gezien vanaf de klokkentoren van de Duomo.

Interieur

Kapel met het hoogaltaar.

De kerk is eenbeukig, dus bezoekers betreden een grote open ruimte (zie de afbeelding hierboven). De vloer is gemaakt van foeilelijke badkamertegels en kan dus onmogelijk origineel zijn. Toen wij de kerk bezochten, stonden er bovendien nog lelijkere blauwe plastic stoelen opgesteld. Laat u echter niet door zoveel lelijkheid afleiden, de San Francesco is wel degelijk een interessante kerk. Zijkapellen heeft ze niet, maar aan beide zijden zijn in de zeventiende eeuw wel altaren gebouwd. In veel gevallen zijn daarin schilderijen uit die tijd bevestigd, maar in sommige gevallen zijn de schilderijen weer verwijderd en kunnen we overblijfselen van middeleeuwse fresco’s bewonderen. Het is heel goed mogelijk dat de wanden van de kerk ooit helemaal met dergelijke fresco’s versierd zijn geweest, voordat de middeleeuwse stijl uit de gratie raakte en de witkwast zijn werk deed.

Wat is er dan zoal aan fresco’s te zien? Ik noem enkele hoogtepunten. Tegen de binnengevel kunnen we in een leeg frame van een altaar een Aanbidding der Wijzen bewonderen, toegeschreven aan een lokale schilder met de naam Sano di Giorgio. Hoewel het zeker geen meesterwerk genoemd kan worden, heeft het fresco een aantal aardige details. Let bijvoorbeeld op de kamelen met de lange nekken op de achtergrond en de aap rechts bovenin. Rechts zijn nog wat overblijfselen van een ander fresco van dezelfde maker te zien. Een onbekende bisschop staat naast een heilige met een zwaard, wellicht Sint Julianus, de ridder die per ongeluk zijn ouders vermoordde die in zijn bed lagen te slapen.

Aanbidding der Wijzen (links) – Sano di Giorgio.

Fresco’s van drie verschillende meesters.

In het derde altaarframe aan de linkerkant van het schip zien we drie fresco’s van verschillende makers die waarschijnlijk in verschillende periodes geschilderd werden (afbeelding rechts). Bovenin treedt de Oost-Romeinse keizer Heraclius (610-641) te voet Jeruzalem binnen. Hij is eenvoudig gekleed en draagt het Ware Kruis op zijn schouder. Heraclius heroverde zowel de stad als het Kruis op de Perzische koning Khusro II (zie Arezzo: San Francesco). Het fresco wordt toegeschreven aan Bonaccorso di Cino. Deze schilderde niet het fresco daaronder, een bewening van Christus die wordt toegeschreven aan Maso di Banco. Hij was een leerling en navolger van de grote Giotto (zie Florence: Santa Croce). Maso’s fresco zit vol emoties en dramatiek. Een mooi detail is de in het rood geklede Jozef van Arimathea, die de nagels vasthoudt die bij de kruisiging zijn gebruikt. Rechts van de bewening schilderde weer een andere schilder een fresco van Franciscus van Assisi.

Fresco’s in de kapellen

Hoewel de San Francesco geen zijkapellen heeft, heeft ze wel vijf kapellen in het dwarsschip. Die bevatten nog veel interessante fresco’s of restanten daarvan. De meest intrigerende schilderingen vinden we in de centrale kapel met het hoogaltaar. Deze fresco’s tonen verhalen uit het leven van Franciscus van Assisi en zijn duidelijk geïnspireerd door de cyclus van Giotto of de Meester van de Legende van Sint Franciscus in Assisi.

Droom van Paus Innocentius III.

Een groot verschil met de fresco’s in Assisi is wel hun staat: waar die in Assisi uitstekend zijn onderhouden, zijn die in Pistoia beschadigd, verweerd en soms zelfs geheel verdwenen. De beste zijn nog die over het sprekende kruisbeeld in de kerk van San Damiano en die met de droom van Paus Innocentius III. In de San Damiano, net buiten Assisi, vertelde Christus aan het kruis aan Franciscus dat zijn huis verwoest werd en dat Franciscus het moest herbouwen. Innocentius droomde dat de kerk, gesymboliseerd door de kathedraal van San Giovanni in Laterano, op instorten stond, maar werd gestut door Franciscus. De paus keurde daarop in 1209 de tijdelijke regel van de Franciscanen goed. Als maker van de fresco’s, die van het midden van de veertiende eeuw dateren, wordt soms de schilder Dalmasio Scannabecchi uit Bologna genoemd.

In de kapel met het hoogaltaar valt verder een nis op met daarin een fresco van een vrouw met zeer lang haar die in een grot woont en een hostie krijgt aangereikt van een oudere man. De vrouw is Maria van Egypte. Zij was een prostituee die tot inkeer kwam en als kluizenares in de woestijn ging leven. De man die de hostie brengt is de monnik en priester Zosimas van Palestina. In Rome was lange tijd een kerk gewijd aan Santa Maria Egiziaca, gevestigd in de voormalige tempel van de heidense god Portunus tegenover de kerk van San Maria in Cosmedin.

Zosimas van Palestina en Maria van Egypte (of Maria Magdalena).

De schilder van het fresco in Pistoia, dat van het einde van de veertiende eeuw dateert, is niet bekend. Het is overigens nog maar de vraag of hij echt beoogde Maria van Egypte te schilderen, want zij wordt nogal eens verward met Maria Magdalena. Let in deze kapel trouwens ook op de prachtige glas-in-loodramen uit 1928. Ze werden gemaakt door de Florentijnse kunstenaar Francesco Mossmeyer (zie Gubbio: Sant’Ubaldo). Rechtsonder is een fascistische roedenbundel te zien. In de andere kapellen zijn nog meer fresco’s te bekijken, onder meer van de al genoemde Bonaccorso di Cino, van Giovanni di Bartolomeo Cristiani en van de anonieme Meester van de Bracciolini-kapel.

Andere bezienswaardigheden

Van de modernere kunstwerken in de kerk kon ik vooral een opvallend vrolijke en kleurrijke Vlucht naar Egypte van Aurelio Lomi (1556-1622) waarderen. Dit schilderij is bevestigd in een altaarframe links van de hoofdingang. Bijzonder is ook een werk van Elisabetta Sirani (1638-1665), een van de weinige vrouwelijke schilders uit de zeventiende eeuw. Op het schilderij zien we de Madonna met het Kind, Sint Franciscus van Assisi en Sint Catharina van Alexandrië. Volgens een bordje bij het doek is het in 1650 geschilderd, maar dat lijkt niet erg waarschijnlijk. Sirani was toen pas twaalf jaar oud.

Werken van Elisabetta Sirani (links) en Aurelio Lomi (rechts).

Het moet mogelijk zijn het naast de San Francesco gelegen klooster te bezoeken. Toen wij de kerk echter in augustus 2020 bezochten, was het klooster afgesloten. Misschien had dit te maken met de COVID-19-crisis. Het was wel jammer, want aldus misten we ook de kapittelzaal met zijn fresco’s van Antonio Vite, een schilder uit Pistoia die in de veertiende en vijftiende eeuw leefde. Aan de andere kant, nu hebben we tenminste een reden om nog eens terug te keren naar de stad en naar deze intrigerende kerk.

Bronnen: het artikel over de kerk op het Italiaanse Wikipedia en de vele mooie foto’s met extra informatie op Wikimedia Commons.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.