Prato: De Duomo

Duomo van Prato.

Anders dan veel andere Italiaanse steden heeft Prato eigenlijk geen wortels in de Oudheid. De stad is in de Middeleeuwen ontstaan uit het dorpje Borgo al Cornio, waar al in de tiende eeuw een kerkje (pieve) gewijd aan Stefanus de Eerste Martelaar (Santo Stefano) stond. Waarschijnlijk was het kerkje nog enkele eeuwen ouder en ging de geschiedenis ervan terug tot de zesde eeuw. Uit de pieve van Santo Stefano is de huidige kathedraal van de stad ontstaan, als gevolg van een bouwproces dat hoofdzakelijk tussen de twaalfde en de vijftiende eeuw plaatsvond. In dit proces speelde een bijzonder relikwie een belangrijke rol. Het gaat om de Sacra Cintola of Heilige Gordel van Maria, die in de twaalfde eeuw door een pelgrim uit het Heilige Land zou zijn meegenomen.

Voordat ik aan een bespreking van de Duomo begin nog even het volgende. Ondanks de groei van de stad door de eeuwen heen en het grote religieuze belang van de Heilige Gordel heeft Prato pas sinds 1954 een eigen bisschop. Tussen 1653 en 1954 fungeerde er wel een bisschop van de diocees Pistoia en Prato, die als zetel de eerstgenoemde stad had. In de periode daarvoor was er uitsluitend een proost (prevosto of proposto) van Santo Stefano. Strikt genomen is de Duomo van Prato dus pas sinds 1954 een kathedraal.

Geschiedenis

Interieur van de Duomo.

Volgens de overlevering had de Maagd Maria bij haar tenhemelopneming haar gordel aan de altijd twijfelende apostel Thomas overhandigd. Thomas gaf de gordel door aan een priester in het Heilige Land. Eeuwen later bezocht een koopman uit Prato genaamd Michele Dagomari als pelgrim de stad Jeruzalem. Hij trad er in het huwelijk met een nazaat van de priester en kreeg als bruidsschat de Heilige Gordel mee. Zo kwam deze Gordel in 1140 of 1141 in Prato terecht. Michele waakte scherp over het belangrijke relikwie en sliep er zelfs op. Tijdens zijn slaap zouden engelen over hem en de Gordel hebben gewaakt. Toen de koopman zo rond 1171-1173 op zijn sterfbed lag, besloot hij de Gordel over te dragen aan de priester van de pieve van Santo Stefano. Zeker is dat de Gordel zich vanaf de eerste helft van de dertiende eeuw in de Duomo bevindt. Vanaf de jaren 1270 wordt het relikwie elk jaar getoond op 8 september, de geboortedag van de Maagd. Daarnaast wordt de Gordel getoond op eerste kerstdag, paaszondag, 1 mei en 15 augustus (Maria-Tenhemelopneming).

De transformatie van de kleine dorpskerk naar een Romaanse kathedraal begint in de twaalfde eeuw, vermoedelijk tegen het einde ervan. Er worden zijbeuken toegevoegd, het gebouw krijgt een gevel en rond 1170 wordt het naburige klooster gebouwd. Het is niet zeker wie de architect van dit project was, maar vaak wordt de naam van een zekere Guidetto genoemd. Aan hem wordt, met veel meer zekerheid, ook de mooie klokkentoren van de kathedraal toegeschreven. De bouw daarvan begon omstreeks 1211 en rond 1220 was de toren gereed. Hij bestond toen uit een basis en vier niveaus daarboven. De bovenste verdieping van de toren dateert echter van de veertiende eeuw. Toen het dwarsschip werd gebouwd, werd ook de beslissing genomen de klokkentoren te verhogen. De bovenste verdieping werd in 1356 voltooid. In Prato gelooft men graag dat de toren van Guidetto de inspiratie vormde voor Giotto’s vrijstaande campanile naast de Duomo van Florence, maar of dat waar is waag ik te betwijfelen.

Ingang van de Duomo met lunette van Andrea della Robbia.

In de veertiende eeuw onderging de Duomo belangrijke veranderingen. De toenemende populariteit van de Heilige Gordel speelde daarbij een rol. Deze werd bewaard onder het hoofdaltaar en in 1312 zou ene Musciattino uit Pistoia hebben geprobeerd het kostbare relikwie te stelen. Bovendien ontstond er een conflict over de toegang tot de Gordel tussen enerzijds de proost en anderzijds het stadsbestuur en het gewone volk. Tussen 1317 en 1368 werd het dwarsschip van de kathedraal gebouwd. Traditioneel wordt dit toegeschreven aan Giovanni Pisano (ca. 1250-1315), maar aangezien die vermoedelijk al overleden was voordat de bouw begon, is deze toeschrijving waarschijnlijk niet correct. Mogelijk was de architect wel een leerling of navolger van zijn vader Nicola Pisano (ca. 1220-1284). Het dwarsschip kreeg hoge gewelven en vijf kapellen, waarvan een aantal enkele decennia later van prachtige fresco’s werd voorzien. Het was de bedoeling de Heilige Gordel hier een veilig plekje te geven, maar onder druk van het volk werd het relikwie in 1346 naar de ingang van het gebouw verplaatst.

Het conflict draaide kortom om zichtbaarheid van, toegang tot en zeggenschap over het kostbaarste bezit van Prato. In 1348 werd een compromis gesloten, waarbij de Gordel voor 2/3 eigendom werd van de stad en voor 1/3 van de kerk. Er schijnen dan ook drie sleutels te zijn om het kastje onder het altaar in de Cappella del Sacro Cingolo, waar de Gordel nu bewaard wordt, te openen. Deze kapel werd in de periode 1386-1390 gebouwd aan het begin van de linker zijbeuk. Wie voor de kathedraal staat, ziet links van de gevel een aanbouw met een stervormig raam (overigens dichtgemaakt). Dat is de Cappella del Sacro Cingolo. Omstreeks dezelfde tijd werd begonnen met de bouw van een nieuwe gevel in de stijl van de Late Gotiek, die vóór de oude gevel werd geplaatst. Een van de betrokken architecten was Niccolò di Piero Lamberti (ca. 1370-1451). Pas in 1457 was de nieuwe gevel klaar.

Externe kansel.

Bijzonder aan de Duomo is een externe kansel van waaraf de bisschop de Heilige Gordel aan het volk kan tonen. Een eerdere kansel bevond zich aan de zijkant van de Duomo. Deze was versierd met gebeeldhouwde reliëfs van Niccolò del Mercia uit 1359-1360, die zich nu in het Museo dell’Opera del Duomo, het museum van de kathedraal, bevinden. De eerste kansel werd in de periode 1428-1438 vervangen door een nieuwe, die werd ontworpen door Michelozzo (1396-1472) en met reliëfs werd gedecoreerd door Donatello (1386-1466). Opdrachtgever was Geminiano Inghirami (1370-1460), de proost van Santo Stefano. Ook na voltooiing van de kansel werd er nog het nodige werk aan de kathedraal uitgevoerd. Zo was Ferdinando Tacca (1619-1686) verantwoordelijk voor de gewelven van het middenschip en de zijbeuken en werd het uurwerk aan de gevel in 1795 vervangen. In de kern is de kathedraal van Prato echter een Romaans-Gotisch gebouw gebleven.

Exterieur

Aan de Laat-Gotische gevel vallen drie kleuren op: groen, wit en bruin. Als ik het goed begrepen heb, zijn er echter maar twee soorten steen gebruikt, namelijk groen marmer uit Prato (marmo verde di Prato of serpentino) en pietra alberese. Deze laatste steensoort is eigenlijk wit, maar kan na verloop van tijd door een natuurlijk proces een bruinachtige kleur krijgen! Zo zijn er op volstrekt willekeurige plekken aan de buitenkant van de kathedraal bruine plekken ontstaan. Men ziet dit ook bij andere kerken in Prato, zoals de San Francesco en in mindere mate de San Domenico en de Santa Maria delle Carceri. Lelijk zijn de bruine plekken allerminst. Integendeel, samen met het groen en wit ontstaat er een intrigerend kleurenspel.

Hoogaltaar en Cappella Maggiore.

Hoog op de gevel zijn vier beelden geplaatst. Het zijn, van links naar rechts, Sint Anna met de jonge Maria, haar vader Joachim, de volwassen Maria en Sint Stefanus met een steen op zijn hoofd. De beelden dateren van de negentiende eeuw, waarbij het beeld van Stefanus een kopie is van een beeld dat begin veertiende eeuw werd gemaakt. Een foto van het origineel ziet u hier. De gevel heeft verder een Gotisch portaal met in de lunette een prachtig beeldhouwwerk van Andrea della Robbia (1435-1525). Het werd in 1489 vervaardigd van geglazuurde terracotta. We zien de Madonna met het Kind, geflankeerd door de heiligen Stefanus en Laurentius, de diaken die in het jaar 258 de marteldood stierf in Rome nadat hij had geweigerd de autoriteiten te vertellen waar de rijkdommen van de Kerk verborgen waren. De heiligen worden omringd door elf cherubijnen.

De externe kansel van Michelozzo en Donatello is eveneens prachtig, maar wat we zien is niet het originele kunstwerk. De reliëfs van Donatello met de dansende cherubijnen bevinden zich sinds 1970 in het Museo dell’Opera del Duomo. Ze zijn vervangen door goed gelukte replica’s. Bij het tonen van de Sacra Cintola staan de bisschop en zijn helpers in elk geval droog onder een bronzen afdakje. Waarschijnlijk is ook dat een replica. Zulke kostbare artefacten laat je tegenwoordig niet meer in de buitenlucht.

Interieur

Kelkvormige preekstoel.

Eenmaal binnen vallen direct de mooie zuilen van groene serpentino op. De bogen daarboven zijn afwisselend van groen marmer en pietra alberese gemaakt, waarbij die laatste steensoort binnen in de Duomo niet verkleurd is. Naast de mooie vloer vallen verder de bescheiden afmetingen van het gebouw op. Een duidelijke herinnering aan het feit dat deze kathedraal ooit niet meer dan een dorpskerk was. Qua kunstwerken wijs ik in de eerste plaats op de binnengevel met een fresco van de Tenhemelopneming van de hand van David en Ridolfo del Ghirlandaio. Zij waren de broer en de zoon van de beroemde schilder Domenico Ghirlandaio (1449-1494). Ook binnen staat een prachtige kansel, waaraan verschillende kunstenaars hebben meegewerkt. De preekstoel heeft de vorm van een kelk en werd ontworpen door Maso di Bartolomeo en Pasquino da Montepulciano. De reliëfs zijn van Antonio Rossellino en Mino da Fiesole. Het hoogaltaar in de kathedraal is van Ferdinando Tacca.

Direct links vinden we de Cappella del Sacro Cingolo. Het gaat om een vrij grote kapel die twee traveeën diep is. Omdat het om de heiligste plek in heel Prato gaat, kunnen bezoekers deze kapel helaas niet betreden. Door het hek heen kunnen ze nog wel het een en ander zien, maar dan moeten ze bij voorkeur wel het licht aanzetten, waarvoor uiteraard betaald moet worden. In de eerste plaats is, verrassend genoeg, het hekwerk van de kapel zeer de moeite waard. De al genoemde Maso di Bartolomeo en Pasquino da Montepulciano waren verantwoordelijk voor dit kunstige stukje smeedwerk. Een goede foto ziet u hier. Op het altaar staat een mooi beeldje van de Madonna met het Kind van de hand van Giovanni Pisano. Het dateert van begin veertiende eeuw. De muren van de kapel zijn versierd met prachtige fresco’s. Deze werden tussen 1392 en 1395 geschilderd door Agnolo Gaddi (ca. 1350-1396). Hij was de zoon van Taddeo Gaddi, die zelf weer een leerling van de grote Florentijnse schilder Giotto was. Gelet op zijn sterfjaar moeten de fresco’s tot Agnolo Gaddi’s laatste werken behoren.

Cappella del Sacro Cingolo. Op de voorgrond de Madonna met Kind van Giovanni Pisano, op de achtergrond fresco’s van Agnolo Gaddi.

De cyclus van Gaddi begint op de twee gewelven, waarop de vier kerkleraren en de vier evangelisten zijn geschilderd. Dan komt een reeks verhalen uit het leven van de Maagd. Helaas is het eerste fresco alleen te zien als men in de kapel staat, en dat is in principe dus niet mogelijk. Het fresco is op de achterzijde van de boog geschilderd die de hoofdingang van de kapel vormt. Op het fresco zien we hoe Joachim uit de tempel wordt verjaagd vanwege zijn kinderloosheid en bij de herders gaat leven. Daar krijgt hij van een engel het bericht dat zijn vrouw Anna toch zwanger is. Het verhaal gaat verder op de linker muur van de kapel, waar in de twee lunetten de ontmoeting tussen Anna en Joachim bij de Gouden Poort en de geboorte van de Maagd zijn geschilderd. Daaronder zien we de presentatie van de Maagd in de tempel en haar huwelijk (middelste strook), gevolgd door de Annunciatie en de geboorte van Christus (onderste strook). De fresco’s op de linkermuur van de eerste travee zijn goed te zien door het hekwerk van de zijingang van de kapel. Het zicht op de andere fresco’s is helaas zeer matig.

Presentatie in de Tempel.

Op de achtermuur zien we onderin de Ontslapenis van de Maagd (Dormitio Virginis), gevolgd door haar Tenhemelopneming en de overhandiging van de Heilige Gordel aan Thomas in het midden, en de Kroning van de Maagd in de hemel bovenin. Ook al wordt het zicht op deze fresco’s gehinderd door het altaar in de kapel, we kunnen wel goed zien wat zich op de schilderingen afspeelt. Dat is helaas veel minder het geval bij de fresco’s op de rechtermuur. Daar wordt het verhaal verteld van hoe de Heilige Gordel dankzij Michele Dagomari in Prato terechtkwam. Wie deze fresco’s goed wil bekijken, verwijs ik naar deze prachtige reeks foto’s op Wikimedia Commons. De foto’s maken pas goed duidelijk hoeveel sublieme details Agnolo Gaddi aan zijn werken toevoegde. Zo zien we op het fresco van Joachim een hond die zich krabt met zijn achterpoot en op het fresco van de geboorte van Christus een herder die op een soort doedelzak speelt. Ook de details van de fresco’s over de Heilige Gordel zijn indrukwekkend. Op het fresco waarop Michele Dagomari in Prato terugkeert, zien we bijvoorbeeld de Duomo en de klokkentoren zoals die er eind veertiende eeuw moeten hebben uitgezien.

Kapellen in het dwarsschip

Als gezegd heeft het dwarsschip vijf kapellen. Wie de kapellen wil bezoeken, moet een kaartje kopen, dat ook toegang geeft tot het museum van de kathedraal. Mijn advies: doen, het geld meer dan waard. De beroemdste decoraties vinden we in de middelste kapel, de Cappella Maggiore. Daar schilderde Filippo Lippi (ca. 1406-1469) tussen 1452 en 1465 samen met zijn assistenten verhalen uit de levens van Johannes de Doper en Sint Stefanus. De Duomo is aan de laatstgenoemde gewijd, terwijl de eerstgenoemde de beschermheilige is van Florence, de stad die sinds 1351 feitelijk de baas was in Prato. De opdracht voor de frescocyclus kwam van de proost Geminiano Inghirami. Lippi schilderde voor hem ook een altaarstuk met de uitvaart van Sint Hiëronymus, dat zich thans in het Museo dell’Opera del Duomo bevindt. Daarop is Inghirami zelf eveneens afgebeeld.

Uitvaart van Sint Stefanus – Filippo Lippi.

Fra Filippo Lippi was een Karmelietenbroeder die meer interesse had in schilderen dan in bidden en studeren. Hij was een buitengewoon kleurrijk figuur die verliefd werd op Lucrezia Buti, een non uit Florence die als zijn model fungeerde. Lippi besloot Lucrezia te ontvoeren en in 1457 werd hun zoon genaamd Filippino – ‘kleine Filippo’ – geboren. Dat was dus in de periode dat de schilder al werkzaam was in de Duomo in Prato. Sowieso heeft hij erg lang – zo’n 13 jaar – over de cyclus gedaan, waaruit wel mag worden afgeleid dat hij er niet continu aan werkte. Lippi was een schilder die ervan hield om zelfportretten in zijn werken te verstoppen. Dat zien we heel duidelijk op het fresco van de uitvaart van Sint Stefanus op de linkermuur. Helemaal rechts staan vier bekende figuren afgebeeld. Het zijn, van links naar rechts, Paus Pius II (1458-1464), kardinaal Carlo de’ Medici, Lippi’s voornaamste assistent Fra Diamante en Lippi zelf. Carlo de’ Medici was de opvolger van Geminiano Inghirami als proost. Hij was een buitenechtelijke zoon van Cosimo de Oudere en werd ook door Benozzo Gozzoli vereeuwigd in zijn beroemde frescocyclus in de Cappella dei Magi in Florence. U vindt zijn grafmonument in het linker dwarsschip.

Feest van Herodes en dans van Salomé – Filippo Lippi.

Op de rechtermuur is vooral het fresco van het feest van koning Herodes Antipas prachtig. We zien daarop onder meer de beroemde dans van Salomé, de stiefdochter van de koning. Op haar verzoek (en dat van haar moeder Herodias) liet Herodes Johannes de Doper onthoofden door een gardist. De onthoofding is uiterst links geschilderd, in het midden staat de dans van Salomé centraal en helemaal rechts wordt het hoofd op een schaal naar Herodias gebracht.

Huwelijk van de Maagd – Andrea di Giusto.

Ook de fresco’s in de Cappella dell’Assunta zijn zeer de moeite waard. Deze werden tussen 1435 en 1436 geschilderd, hoofdzakelijk door Paolo Uccello (1397-1475), maar ook door Andrea di Giusto (ca. 1400-1450). De fresco’s op de linkermuur hebben het leven van Sint Stefanus als thema terwijl die op de rechtermuur over het leven van de Maagd gaan. Doorgaans wordt aangenomen dat Uccello de fresco’s in de lunetten schilderde, alsook de Presentatie in de Tempel en een deel van de Steniging van Stefanus. Andrea di Giusto maakte de Steniging vervolgens af en schilderde ten slotte het Huwelijk van de Maagd en de vondst van het lichaam van de Stefanus onderaan.

De andere drie kapellen zijn minder interessant. De Cappella Manassei werd begin vijftiende eeuw beschilderd met fresco’s van een onbekende Florentijnse schilder. We zien verhalen uit de levens van de heilige Margaretha en de apostel Jakobus de Meerdere. In de Capella Vinaccesi schilderde Alessandro Franchi (1838-1914) uit Prato verhalen uit het Oude Testament. De laatste kapel in het dwarsschip is de Cappella del Santissimo Sacramento, waar we geen noemenswaardige kunst aantreffen.

Bronnen: reisgids van Dorling Kindersley over Florence en Toscane, het Italiaanse Wikipedia, website Citta di Prato en Po-Net. Zie ook de Web Gallery of Art voor pagina’s over het werk van Paolo Uccello en Filippo Lippi in Prato.

2 Comments:

  1. Pingback:Prato: Museo dell’Opera del Duomo – – Corvinus –

  2. Pingback:Prato: San Francesco – – Corvinus –

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.