Bologna: San Petronio

Basiliek van San Petronio.

De basiliek van San Petronio is verreweg de grootste kerk in heel Bologna en ook een van de grootste in Italië. Het gebouw is 132 meter lang en 60 meter breed. De gevel bereikt een hoogte van 51 meter en binnen zijn de gewelven ruim 44 meter hoog. Toch had het gebouw nog vele malen groter geweest kunnen zijn als alle tamelijk megalomane plannen die in de loop der tijd zijn bedacht ook waren uitgevoerd. Dat dat niet is gebeurd, blijkt alleen al als we de gevel van de San Petronio bestuderen. De onderzijde daarvan is bekleed met roze en wit marmer en de drie ingangen hebben prachtig gedecoreerde portalen, maar daarboven zien we louter baksteen en gaten waaraan stukken marmer bevestigd hadden kúnnen worden. Kortom, de gevel is nimmer voltooid. De marmerdecoraties zijn dan ook nog eens asymmetrisch, want hoger aan de linkerzijde dan aan de rechterzijde.

Ondanks deze eigenaardigheden is de San Petronio een fascinerende kerk, die u tijdens een verblijf aan Bologna niet mag overslaan. Een bezoek is gratis, maar toch ook weer niet helemaal. Als u foto’s wilt maken, moet u voor twee euro een papieren armbandje kopen en dat zichtbaar dragen. Het geld komt ten goede aan het onderhoud van de kerk. Voor een bezoek aan de beroemde Kapel van de Drie Wijzen of Cappella Bolognini betaalt u voorts een toegangsprijs. In deze kapel is fotograferen – armbandje of niet – helaas altijd verboden. De prachtige fresco’s aan de muren van Giovanni da Modena (ca. 1379-1455) zijn gelukkig vanuit het middenschip van de basiliek ook redelijk goed te zien en daar mag fotograferen wél.

De basiliek van boven bezien.

Geschiedenis

Interieur van de basiliek.

De heilige Petronius was bisschop van Bologna, dat wil zeggen het Romeinse Bononia, tussen ca. 431 en 450. Na zijn dood speelde hij aanvankelijk in het religieuze leven van de stad geen al te prominente rol, maar dat veranderde toen in 1141 zijn overblijfselen werden teruggevonden in het complex van Santo Stefano elders in Bologna. Halverwege de dertiende eeuw werd hij de beschermheilige van de stad en eind 1388 nam het toenmalige stadsbestuur, de Raad van de 600, de beslissing om een aan Petronius gewijde kerk in Gotische stijl te bouwen. Het is belangrijk om op te merken dat deze beslissing werd genomen door de civiele autoriteiten, niet door het bisdom. De San Petronio is dan ook tot 1929 de kerk van de comune geweest en pas in dat jaar aan het bisdom overgedragen. Dit verklaart ook waarom de formele wijding pas in 1954 plaatsvond. De San Petronio is niet de kathedraal van Bologna en is dat ook nooit geweest. De aan Petrus gewijde kathedraal staat zo’n 350 meter ten noorden van de San Petronio en wordt door toeristen en reisgidsen doorgaans genegeerd.

De eerste steen van de basiliek werd op 7 juni 1390 gelegd. De eerste architect was Antonio di Vincenzo (ca. 1350-1401/02), die bij zijn werk werd geadviseerd door Andrea da Faenza (1319-1396), een man die niet alleen de leider van de Orde van de Servieten van Maria was, maar ook een kundig bouwmeester (zie Bologna: Santa Maria dei Servi). Om met de bouw te kunnen beginnen moest een heel blok huizen ten zuiden van de Piazza Maggiore worden gesloopt. De basiliek is niet, zoals oude gebruiken voorschreven, op het oosten gericht, maar op het zuiden. De kerk werd van voor naar achter, dat wil zeggen van gevel naar apsis, gebouwd en ook dat was niet heel gebruikelijk. Antonio di Vincenzo wist tot aan zijn dood in 1401 of 1402 vermoedelijk de eerste twee traveeën te voltooien, inclusief de daarbij behorende kapellen. De vertraging die vervolgens optrad, wordt nogal eens aan kardinaal Baldassarre Cossa verweten. Deze oud-student van de universiteit van Bologna was in 1403 tot pauselijk legaat voor Bologna en de Romagna benoemd. In 1410 werd hij zelfs tot tegenpaus Johannes XXIII gekozen. Cossa werd ervan beschuldigd dat hij het bouwmateriaal dat bedoeld was voor de San Petronio in beslag in beslag had genomen en had verkocht. Misschien is de beschuldiging waar, maar het kan ook een verzinsel zijn, want tegenpaus Johannes XXIII had zeer veel vijanden.

Crucifix (14e eeuw) boven het hoogaltaar.

In elk geval werd het werk rond 1441 hervat. In 1462 waren de derde, vierde en vijfde travee voltooid. In de periode 1481-1492 werd vervolgens onder leiding van de architect Giovanni da Brensa de klokkentoren gebouwd. Deze is zo’n 65 meter hoog. De toren is vooral goed te zien vanaf de 97 meter hoge Asinelli-toren (zie de grote afbeelding hierboven). Sowieso heeft men vanaf deze toren een schitterend uitzicht op de basiliek, die als een soort enorme ark tegen de Piazza Maggiore aangemeerd ligt. Die ark had als gezegd nog veel groter en indrukwekkender kunnen zijn, maar in de zestiende eeuw kwam de klad in de bouw. In 1514 werd Arduino Arriguzzi (gestorven in 1531) ingehuurd om een koepel te bouwen, maar dat werd geen succes. In 1562 begon bovendien in opdracht van Paus Pius IV (1559-1565) de bouw van het Archiginnasio di Bologna, de zetel van het universiteitsbestuur. Het Archiginnasio verrees pal naast de basiliek en blokkeerde dus de plek waar het dwarsschip van de San Petronio had moeten komen. Aldus kreeg de basiliek de vorm van een klassieke Romeinse basilica, zonder koepel en zonder transept.

Door alle discussie werd de bouw van de San Petronio pas in de zeventiende eeuw voortgezet. Voor het ontwerp van de gewelven werd in 1625 de Romeinse architect Girolamo Rainaldi (1570-1655) ingevlogen, maar de daadwerkelijke bouw ervan begon pas zo’n twintig jaar later onder leiding van de nogal obscure Francesco Martini.[1] In 1663 waren de zesde en laatste travee en de huidige apsis van de kerk voltooid. Na 273 jaar was de basiliek van San Petronio eindelijk klaar. De maar half voltooide gevel bleef sommigen echter een doorn in het oog en nog in 1887 werd een prijsvraag georganiseerd om deze alsnog geheel te laten decoreren. Het jaar was waarschijnlijk niet geheel toevallig gekozen, want in 1887 werd ook de Neogotische gevel van de Duomo in Florence voltooid. De prijsvraag in Bologna kreeg echter geen vervolg, en de gevel bleef zoals hij was. In het jaar 2000 werden de overblijfselen van Petronius van het complex van Santo Stefano naar de aan hem gewijde basiliek overgebracht. De San Petronio bezat al het hoofd van de heilige, zodat diens lichaam nu weer compleet is.

De Porta Magna, een meesterwerk van Jacopo della Quercia.

Exterieur

Aan de decoratie van de gevel werd al onder leiding van Antonio di Vincenzo begonnen. Op de plint onderaan, gemaakt van zachtroze marmer, zien we een aantal vierpassen (klaverbladachtige medaillons) uit 1393-1394 met daarin acht bustes van mannelijke heiligen. Volgens de website van de basiliek zijn het Franciscus van Assisi, Dominicus, Florianus, Petrus, Paulus, Ambrosius, Augustinus en natuurlijk Petronius. Interessant is de betrokkenheid van een Duitse beeldhouwer, Giovanni Ferrabech of Hans von Fernach, aan wie de buste van Paulus wordt toegeschreven.

Het beroemdste element van de gevel is het centrale portaal, waaraan Jacopo della Quercia (ca. 1374-1438) uit Siena vanaf 1425 tot kort voor zijn dood werkte. Het portaal wordt ook wel de Porta Magna genoemd. Aan weerszijden van de ingang zijn tien reliëfs aangebracht die verhalen uit het Oude Testament, meer specifiek het boek Genesis, vertellen. Het zijn de bekende verhalen over Adam en Eva, Kaïn en Abel, Noach, Abraham en Isaac, maar ze zijn subliem uitgevoerd. Boven de ingang zien we vijf reliëfs met verhalen uit het Nieuwe Testament. Het gaat om de Geboorte van Christus, de Aanbidding der Wijzen, de Presentatie in de Tempel, de Moord op de onschuldige kinderen en de Vlucht naar Egypte. Daarboven staan in de lunette drie beelden, voorstellende de Madonna met het Kind geflankeerd door de heiligen (en bisschoppen) Ambrosius en Petronius. Laatstgenoemde is herkenbaar aan zijn attribuut, een miniatuurmodel van de stad Bologna.

Porta Magna (detail).

Linker ingang van de San Petronio.

De twee zijportalen zijn van latere datum. Ze werden ontworpen door de architect Ercole Seccadenari (gestorven in 1540), die voor de decoraties verschillende kunstenaars uit zijn tijd inhuurde. Seccadenari, een telg uit een vooraanstaande Bolognese familie, probeerde bij het ontwerp van de portalen het voorbeeld van Jacopo della Quercia te volgen. Ook hij koos voor reliëfs met voorstellingen uit het Oude en het Nieuwe Testament en beelden in de beide lunetten. Links gaat het om een beeldengroep van de verrezen Christus tussen de soldaten van Alfonso Lombardi (ca. 1497-1537), rechts om een beeldengroep met een van het kruis genomen Christus tussen de Maagd Maria en Johannes de Evangelist. Christus en Jozef van Arimathea achter hem werden gemaakt door Amico Aspertini (ca. 1474-1552), de Maagd is van Niccolò Tribolo (ca. 1500-1550) en Johannes van Ercole Seccadenari zelf.

Ooit stond boven de hoofdingang een bronzen standbeeld van Paus Julius II (1503-1513). Het was – met de nodige tegenzin en na een mislukte gietpoging – gemaakt door de grote kunstenaar Michelangelo (1475-1564). Het beeld was ruim vier meter hoog en woog een paar duizend kilo, maar helaas is het niet bewaard gebleven. Julius en Bologna gingen namelijk niet goed samen. Tussen 1463 en 1506 had Giovanni II Bentivoglio over de stad geheerst, maar in het laatstgenoemde jaar was hij door het leger van Julius verjaagd. De Paus liet op 21 februari 1508 het bronzen beeld boven de ingang van de San Petronio plaatsen en benoemde vervolgens zijn geliefde kardinaal Francesco Alidosi tot pauselijke legaat over de stad. Alidosi was diep gehaat bij de bevolking en kon alleen dankzij de steun van Julius in het zadel blijven. In 1511 werd Bologna ingenomen door het Franse leger dat werd aangevoerd door de Milanees Gian Giacomo Trivulzio (ca. 1440-1518). De kardinaal vluchtte en werd vervolgens in Ravenna vermoord door zijn oude vijand de hertog van Urbino. In Bologna vierden de burgers ondertussen feest. Ze haalden het standbeeld van Julius neer en verkochten de brokstukken aan Alfonso d’Este, de hertog van Ferrara. Die liet er een kanon van gieten, dat hij ‘Julius’ of La Giulia doopte. Het laat zich raden dat ook Alfonso d’Este en de Paus geen vrienden waren.[2]

Cappella dei Re Magi of Cappella Bolognini.

Interieur

Het interieur van de San Petronio is zeer indrukwekkend. In de basiliek komt veel natuurlijk licht binnen dankzij de grote ronde ramen in de lichtbeuk, de zijbeuken en de kapellen. De kapellen hebben daarnaast ook nog hoge Gotische vensters. Aan het einde van het middenschip leiden traptreden naar het hoogaltaar, dat onder een door Giacomo Barozzi da Vignola (1507-1573) ontworpen baldakijn staat. De koepel bovenop is van de al genoemde Francesco Martini. Boven het hoogaltaar hangt een fraaie houten crucifix uit de vijftiende eeuw, gemaakt door een onbekende kunstenaar. Ook zeer interessant zijn de houten koorbanken, die eveneens van de vijftiende eeuw dateren. Deze zijn van de hand van Agostino de’ Marchi. Het grote fresco in de apsis stelt de Madonna met het Kind en Sint Petronius voor en dateert van 1672. Bij het ontwerpen en schilderen ervan waren Carlo Cignani (1628-1719), Marcantonio Franceschini (1648-1729), Luigi Quaini (1643-1717) en Giacomo Alboresi (1632-1677) betrokken.

De San Petronio heeft in totaal 22 kapellen, elf aan elke kant. Ze zijn niet allemaal even interessant, maar sommige zijn echte pareltjes. De eerste kapel links is de Cappella di Sant’Abbondio, gewijd aan Sint Abundius, een bisschop van Como uit de vijfde eeuw. In deze kapel zou op 24 februari 1530 Karel V zijn mantel hebben aangetrokken voordat hij bij het hoogaltaar tot keizer van het Heilige Roomse Rijk werd gekroond en gezalfd door Paus Clemens VII (1523-1534).[3] Normaal gesproken vonden dit soort kroningen plaats in de Sint Pieter in Rome, maar in mei 1527 hadden Karels troepen tijdens de beruchte Sacco di Roma de Eeuwige Stad geplunderd. Paus Clemens was naar de Engelenburcht gevlucht en had zich na een kort beleg overgegeven. Rome was als gevolg van de plundering geen geschikte locatie, maar het rijke Bologna, beroemd om haar universiteit, was dat wel. Het interieur van de Cappella di Sant’Abbondio werd namelijk in 1865 geheel verbouwd. Aan de muur zijn nog wel enkele oude fresco’s van Giovanni da Modena te zien.

Linkerwand van de Cappella Bolognini.

De tweede kapel links is de Cappella di San Petronio, gewijd aan de schutspatroon van Bologna. Hier vinden we ook zijn overblijfselen (of in elk geval zijn hoofd). Het interieur van de kapel dateert van de achttiende eeuw, toen de kapel in opdracht van kardinaal Pompeo Aldrovandi (1668-1752) werd verbouwd. Bij de verbouwing waren de architecten Alfonso Torreggiani (1682-1764) uit Bologna en Domenico Gregorini (1692-1777) uit Rome betrokken.

De beroemdste kapel in de San Petronio is de Cappella dei Re Magi, de vierde aan de linkerkant. Deze is ook nog wel bekend onder haar oude naam, de Cappella Bolognini (naar een vorige eigenaar). De kapel werd ontworpen door Antonio di Vincenzo, en tussen 1408 en 1420 schitterend gedecoreerd met fresco’s van Giovanni da Modena. Op de achtermuur schilderde hij voorstellingen uit het leven van Sint Petronius en op de rechter muur voorstellingen over de Drie Wijzen uit het Oosten (de Re Magi). De indrukwekkendste fresco’s verschenen echter op de linker muur, waar we een Laatste Oordeel met een Kroning van de Maagd en een voorstelling van de Hel kunnen bewonderen. Centraal in de voorstelling van de Hel staat een gigantische en werkelijk angstaanjagende duivelsfiguur die de zondaars verslindt (zie hier voor een goede afbeelding). Onder die zondaars is de islamitische profeet Mohammed (‘Machomet’), afgebeeld rechts boven de duivel. Moderne bezoekers krijgen wellicht een ongemakkelijk gevoel bij zo’n voorstelling, maar voor de vijftiende eeuw was ze volstrekt acceptabel. Ook joden werden op middeleeuwse fresco’s doorgaans weinig positief geportretteerd (hier, hier en hier bijvoorbeeld).

Indrukwekkende voorstelling van de Hel.

De zevende kapel links is de Cappella di San Giacomo. Hier vinden we het grafmonument van Elisa Bonaparte (1777-1820), een jongere zuster van Napoleon. In 1797 trouwde ze met de Corsicaan Felice Pasquale Baciocchi (1762-1841). Na haar dood werd ze in de San Petronio begraven en toen ook haar man gestorven was, werd het prachtige monument met hun beider namen gemaakt. Boven de sarcofaag met de namen FELIX en ELISA zien we de twee echtelieden die elkaar ontmoeten bij de hemelpoort. Het monument aan de linkerzijde van de kapel is opgericht ter ere van drie jonggestorven zonen van het paar. Het altaarstuk in de kapel is van Lorenzo Costa (1460-1535) en werd in 1492 geschilderd.

Impressie van de Cappella di San Giacomo, met in het midden het altaarstuk van Lorenzo Costa.

Meer werk van Costa is te vinden in de Cappella di San Girolamo, de zesde kapel aan de rechterzijde van de kerk. Het altaarstuk in deze kapel wordt althans aan hem toegeschreven. Het dateert van 1484 en stelt de heilige Hieronymus voor. Ook in de tweede kapel rechts, de Cappella di Santa Brigida, vinden we interessant schilderwerk. Het altaarstuk is een veelluik met daarop de Madonna met het Kind en de heiligen Paulus, Johannes de Doper, Petrus en Jakobus de Meerdere. Het werd in 1477 geschilderd door Tommaso Garelli (gestorven rond 1505). Zeer interessant zijn ook de muurfresco’s van de kapel. Links zien we bijvoorbeeld een fresco van Sint Petronius uit 1415, misschien van Giovanni da Modena, met op de grond de opdrachtgever die met zijn voeten in het schandblok zit. Op de rechter muur is een groot fresco uit 1417 te zien dat wordt toegeschreven aan Luca da Perugia. Het stelt een Madonna met Kind voor, met links van hen de heiligen Ambrosius, Antonius-Abt, Petronius en Bartholomeus, en rechts Cosmas, Godehardus van Hildesheim (960-1038) en Damianus. De opdrachtgever is knielend naast de troon afgebeeld en zijn naam was Bartholomeus van Milaan. Op de troon is de naam van de schilder te zien.

Fresco van Luca da Perugia.

Tot slot wijs ik op de zonnewijzer in de kerk, gemaakt door de astronoom Giovanni Domenico Cassini (1625-1712) in 1655-1657. Deze verving een eerdere zonnewijzer van Ignazio Danti (1536-1586) uit de zestiende eeuw. Bezoekers kennen wellicht de Linea Clementina, een zonnewijzer in de kerk van Santa Maria degli Angeli in Rome, maar deze in Bologna is bijna vijftig jaar ouder en veel langer.

Bronnen: Evert de Rooij, Emilia-Romagna, p. 75-76, reisgids van Dorling Kindersley over Italië, website van de basiliek en het Italiaanse Wikipedia.

Noten

[1] Dat hij nogal obscuur is, moge onder meer blijken uit het feit dat de website van de basiliek abusievelijk linkt naar een totaal andere architect met dezelfde naam, die van 1439 tot 1501 leefde.

[2] Het verhaal wordt verteld in John Julius Norwich, A History of Venice, p. 419. Zie voor de vervaardiging en het uiteindelijke lot van het bronzen standbeeld ook Ross King, De hemel van de Paus, hoofdstukken 4 en 25.

[3] Op de website van de basiliek wordt het verhaal hardop betwijfeld. Zeker onjuist is dat de kroning zelf in de kapel plaatsvond.

One Comment:

  1. Pingback:Bologna: Le due Torri – – Corvinus –

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.