Rome: Sant’Eusebio

Sant’Eusebio. Rechtsboven is de middeleeuwse klokkentoren zichtbaar.

Wie voor de kerk van Sant’Eusebio op de Esquilijnse heuvel staat, zou niet kunnen vermoeden dat het feitelijk om een zeer oude kerk gaat, die wortels heeft in de Late Oudheid. De gevel, die recentelijk gerestaureerd is, vermeldt het jaartal 1711 in Romeinse cijfers. De middeleeuwse klokkentoren van het gebouw komt pas in beeld als men een stukje terugloopt, bijvoorbeeld naar de hoek van de Via dello Statuto. De klokkentoren dateert van de dertiende eeuw en werd waarschijnlijk toegevoegd tijdens een herbouw van de kerk waartoe Paus Gregorius IX (1227-1241) de opdracht had gegeven. Een plaquette waarop deze herbouw wordt genoemd is te bekijken in de loggia van de kerkgevel. De geschiedenis van de kerk gaat echter nog veel verder terug dan de dertiende eeuw. Uiteindelijk komen we bij het einde van de vierde eeuw of het begin van de vijfde eeuw uit. Daarmee behoort de Sant’Eusebio zonder enige twijfel tot de oudste kerken van Rome.

Geschiedenis

Sint Eusebius van Rome was een bijzonder schimmige heilige. Volgens de Atlas of Ancient Rome was hij een priester wiens huis hier stond. In de tweede helft van de vierde eeuw vormde hij dit huis om tot een huiskerk, die nog weer later tot een officiële kerk zou zijn uitgebouwd. Mogelijk was Paus Damasus (384-399) hier verantwoordelijk voor, aldus nog steeds de Atlas.[1] Eusebius zou op enig moment de marteldood zijn gestorven, maar die bewering is nogal twijfelachtig. Het christendom was in de tweede helft van de vierde eeuw immers een toegestane religie en zou niet veel later tot staatsgodsdienst worden uitgeroepen (380), en kort daarna tot enige toegestane godsdienst (391). De bouw van de officiële kerk werd gefinancierd door een andere Eusebius, te weten Sint Eusebius van Bologna. Van hem is bekend dat hij een vriend was van Sint Ambrosius (ca. 340-397), de bisschop van Milaan, en dat hij zelf aan het einde van de vierde eeuw de bisschopszetel van Bologna bezette. Wanneer zijn pontificaat precies begon en eindigde, weten we echter niet. In elk geval wordt de kerk van Sant’Eusebio in Rome voor het eerst genoemd in een inscriptie uit 474 die is te vinden in de catacomben van Santi Marcellino en Pietro. Eind vijfde eeuw stond de kerk bekend als titulus Eusebii.

Inscriptie van Paus Gregorius IX uit 1238.

In de achtste eeuw werd de kerk herbouwd en daarna in 1238 nog een keer door Paus Gregorius IX. Dit jaartal staat vermeld op de al genoemde plaquette in de loggia. Eind dertiende eeuw werd naast de kerk een klooster gebouwd (tegenwoordig een politiebureau) waarin monniken van de Orde van de Celestijnen neerstreken. Hun orde was gesticht door Pietro da Morrone (1215-1296), de latere Paus Celestinus V. Deze werd in 1294 na een conclaaf van 27 maanden tot paus gekozen, maar zijn pontificaat duurde minder dan een half jaar. Celestinus was een diepgelovige kluizenaar, die als paus niet meer was dan een marionet van de koning van Napels, Karel II. Na vijf maanden schokte hij de katholieke wereld door zijn aftreden aan te kondigen, iets wat pas in 2013 werd herhaald door Paus Benedictus XVI.

Celestinus werd opgevolgd door kardinaal Benedetto Caetani, die de naam Bonifatius VIII aannam en van 1294 tot 1303 regeerde. De nieuwe paus verbood zijn voorganger, die nog veel aanhangers had, terug te keren naar zijn kluis in de bergen. Toen Celestinus wist te ontsnappen, liet Bonifatius hem arresteren en opsluiten.[2] Boze tongen beweren dat de paus zijn voorganger in de gevangenis liet vermoorden. Wie Het Bernini mysterie van Dan Brown heeft gelezen zou de bewering kunnen kennen dat hedendaagse geleerden een spijker van 25 centimeter in zijn schedel hebben aangetroffen.[3] Dat is echter onzin. Er zit wel een gat in de schedel van Celestinus, maar met zijn dood heeft dat niets te maken. De voormalige paus was al een tachtiger en had allerhande kwalen. De omstandigheden van zijn gevangenschap zullen zijn gezondheid niet ten goede zijn gekomen. Het is ook niet erg logisch dat Bonifatius nog tien maanden gewacht zou hebben alvorens hem te vermoorden. Pietro da Morrone stierf op 19 mei 1296 en werd in 1313 heilig verklaard. Zijn orde werd eind achttiende, begin negentiende eeuw opgeheven.

Interieur van de kerk.

Tegen die tijd was er alweer het nodige gebeurd met de kerk van Sant’Eusebio. De architect Onorio Longhi (1568-1619) had in 1600 het koor en het hoogaltaar verbouwd en daarna had Carlo Stefano Fontana – een neef van de veel bekendere Carlo Fontana – het gebouw in 1711 van een nieuwe gevel voorzien. Als gezegd wordt dit jaartal ook op de gevel genoemd. Vanaf 1753 werd de gehele kerk verbouwd door de onbekende architect Niccolò Picconi. Hij behield de dertiende-eeuwse klokkentoren en de veranderingen van Longhi, maar de rest van het middeleeuwse gebouw ging verloren. De huidige kerk van Sant’Eusebio is dus in wezen een achttiende-eeuwse kerk.

Beziens- en wetenswaardigheden

Bezoekers bereiken de ingang van de kerk via een dubbele trap. In de loggia staat een zeer wit uitgevallen beeld van de Madonna met het Kind. Het heeft als begeleidende tekst AVE MATER DEI NIVE CANDIDIOR, “wees gegroet Moeder van God, witter dan sneeuw”. Het interieur van de kerk is niet echt spectaculair. Toen ik de Sant’Eusebio in januari 2022 bezocht, was het bovendien erg donker in de kerk, want er was helaas nauwelijks verlichting aangezet. Ik kon dan ook niet optimaal genieten van het artistieke hoogtepunt van het gebouw, namelijk een plafondfresco geschilderd door Anton Raphael Mengs (1728-1779), een Duitse schilder die werd geboren in wat nu Tsjechië is. Het fresco stelt Sint Eusebius in Glorie voor en een goede afbeelding vindt u hier. Eerder heb ik op deze website het grafmonument van Mengs besproken, dat zich in de Friezenkerk in Rome bevindt.

Madonna met Kind, toegeschreven aan Pompeo Batoni.

Het rijkversierde hoogaltaar van Longhi is ook de moeite waard. Onderdeel van het altaar is een icoon van de Madonna met het Kind dat aan Pompeo Batoni (1708-1787) wordt toegeschreven. Het Christuskind is afgebeeld met het Heilige Hart in zijn linkerhand. Voor de kerk van Il Gesù schilderde Batoni een soortgelijke voorstelling van het Heilige Hart, maar dan met een volwassen Christus. Ook de Madonna houdt trouwens een Heilig Hart vast, ditmaal met een dolk er doorheen. Dit moet haar smart om de dood van haar zoon voorstellen. Het icoon staat niet op zichzelf, maar is onderdeel van een reliëf. Twee gebeeldhouwde engelen houden het vast en eronder knielen twee mannen. De man aan de linkerzijde is Eusebius, terwijl de figuur rechts Sint Vincentius van Zaragoza voorstelt. De kerk is klaarblijkelijk mede aan hem gewijd, althans Eusebius en Vincentius staan beiden genoemd op de dertiende-eeuwse plaquette van Paus Gregorius IX in de loggia. Ook op de gevel is van beide mannen een beeld geplaatst.

Een interessant weetje is ten slotte dat u op het pleintje voor de kerk op 17 januari uw dieren kunt laten zegenen. 17 januari heeft niets met Sint Eusebius te maken: het is de feestdag van de heilige Antonius van Egypte (251-356). Diens kerk, de Sant’Antonio Abate all’Esquilino, staat zo’n 300 meter westelijker aan de Via Carlo Alberto. Toen het verkeer in Rome in de twintigste eeuw sterk toenam, werd de ceremonie om veiligheidsredenen naar de Sant’Eusebio verplaatst. Nu was ik als gezegd in januari 2022 in Rome, maar helaas niet lang genoeg om de ceremonie van het zegenen van de dieren live mee te kunnen maken.

Bronnen

  • Andrea Carandini (ed.), The Atlas of Ancient Rome, deel 1, p. 336;
  • John Julius Norwich, De Pausen, hoofdstuk XIV;
  • Luc Verhuyck, SPQR. Anekdotische reisgids voor Rome, p. 156;
  • Sant’Eusebio op Churches of Rome Wiki.

Noten

[1] Andrea Carandini (ed.), The Atlas of Ancient Rome, deel 1, p. 336.

[2] John Julius Norwich, De Pausen, hoofdstuk XIV.

[3] Het Bernini Mysterie, hoofdstuk 88.

Leave a Reply

Your email address will not be published.

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.