Verona: San Zeno

San Zeno.

De beroemde Romaanse kerk van San Zeno ligt tamelijk ver buiten het centrum van Verona. Dat is historisch goed verklaarbaar. In de Oudheid was hier een Romeinse begraafplaats, waar ergens tussen 372 en 380 de achtste bisschop van de stad werd bijgezet. Over deze Zeno is tamelijk weinig met zekerheid bekend. Waarschijnlijk was hij afkomstig uit Afrika en diende hij ongeveer een decennium als bisschop van Verona. In Italië zijn wel meer kerken aan Sint Zeno gewijd, variërend van de grote kathedraal van het Toscaanse Pistoia tot het minuscule kerkje van San Zeno in Bardolino in de Veneto. De kerk van San Zeno in Verona is echter zonder meer de beroemdste van allemaal.

Vroege geschiedenis

De geschiedenis van het gebouw gaat terug tot de late Oudheid. Mogelijk werd er al in de tijd van de Ostrogotische koning Theoderik de Grote (489-526) een klein, aan Zeno gewijd heiligdom gebouwd in Verona. De huidige kerk bevat een kleine hoeveelheid materiaal dat op de zesde eeuw te dateren is. Van Theoderik is bovendien bekend dat hij graag tijd doorbracht in Verona en er de nodige bouwactiviteiten ontplooide. Toevalligerwijs was de Ostrogotische koning Italië binnengevallen op uitnodiging van de Oost-Romeinse keizer Zeno (474-491), een keizer die dus dezelfde naam had als de heilige bisschop die een eeuw eerder leefde. In Verona zelf staat de betrokkenheid van Theoderik bij de allereerste kerk van San Zeno niet ter discussie: op de twaalfde-eeuwse reliëfs aan de gevel zien we hem meerdere malen terug (zie hieronder).

Abdijtoren, kerk en klokkentoren.

Crypte van de kerk, met aan het einde de overblijfselen van Zeno van Verona.

Het eerste heiligdom werd in de periode 805-806 vervangen door een veel grotere kerk. Verantwoordelijk hiervoor waren bisschop Ratoldo (ca. 799-840) en Pepijn van Italië, de tweede zoon van Karel de Grote. Ratoldo was een Benedictijn en vestigde een gemeenschap van Benedictijner monniken in de abdij die naast de kerk verrees. De vernieuwde kerk van San Zeno werd op 8 december 806 gewijd en op 21 mei 807 werden de relikwieën van de heilige in de crypte bijgezet. In de eerste helft van de tiende eeuw had Italië te kampen met invallen van de Magyaren en ook Verona werd daarbij niet gespaard. De relikwieën konden waarschijnlijk naar een veilige plek worden overgebracht, maar de kerk en de abdij van San Zeno stonden tamelijk weerloos buiten de stadsmuren en raakten bij een aanval zwaar beschadigd. In 963 of 967 begon de herbouw onder leiding van bisschop Raterio (932-968). Deze in het Belgische Luik geboren bisschop behoorde eveneens tot de Benedictijnen. Voor de herbouw ontving hij financiële steun van Otto I, keizer van het Heilige Roomse Rijk. De huidige crypte van de kerk dateert van de tiende eeuw.

Latere geschiedenis

Eind elfde eeuw werd een nieuw project gelanceerd om de kerk te vergroten. Helaas lag Verona in het epicentrum van een zware aardbeving die op 3 januari 1117 in grote delen van Noord-Italië veel schade aanrichtte. Ook de San Zeno liep de nodige schade op. Het werk aan de kerk was voor niets geweest, de kruisgang van de abdij was verwoest en het bovenste gedeelte van de vrijstaande klokkentoren, waarvan de bouw in 1045 was begonnen, was ingestort. De restauratiewerkzaamheden begonnen kort nadat de schade was opgenomen. Rond 1120 was de klokkentoren hersteld en tussen 1123 en 1138 werden de werkzaamheden aan de kerk afgerond. De San Zeno kreeg toen ook haar fraaie portaal (pròtiro) en de beroemde reliëfs van de beeldhouwer Niccolò (Nicholaus). Tussen 1165 en 1173 werd de klokkentoren verhoogd en kreeg deze zijn huidige hoogte van zo’n 72 meter. Daarna werd tussen 1217 en 1225 de gevel van de kerk onder handen genomen door meester Brioloto de Balneo (gestorven ca. 1225), die daarbij samenwerkte met de beeldhouwer Adamino da San Giorgio. Van deze verbouwing dateert het prachtige roosvenster van de San Zeno.

Pròtiro en reliëfs van de gevel.

De huidige kloostergang dateert van de veertiende eeuw. Deze werd tussen 1293 en 1313 gebouwd en is een mooie mix van Romaanse en Gotische elementen. Eind veertiende eeuw was het tijd voor nieuwe verbouwingen in de kerk. Deze werden tussen 1386 en 1398 uitgevoerd door de architect Giovanni da Ferrara en zijn zoon Nicolò. Zij herbouwden de apsis van de kerk in Gotische stijl. Bovendien kreeg de kerk een houten plafond in de vorm van een omgekeerde scheepsromp, enigszins vergelijkbaar met het plafond van de kerk van San Fermo elders in Verona. In 1405 kwam Verona onder Venetiaans bestuur en in 1443 kreeg de abdij van San Zeno een Venetiaanse abt, Gregorio Correr (1409-1464). Aan hem danken we het prachtige altaarstuk van de kerk, dat de abt tussen 1457 en 1459 liet schilderen door de nog jonge Andrea Mantegna (ca. 1431-1506). Het altaarstuk stond en staat in het verhoogde koor, dat sinds de zestiende eeuw betreden kon worden via een brede trap in het middenschip.

Kloostergang van de San Zeno.

Lachende Zeno, “San Zen che ride”.

In de achttiende eeuw trad het verval in voor het complex van San Zeno. In 1770 werd de abdij opgeheven door de Venetianen. Vervolgens werd vanaf 1801, onder Franse heerschappij, begonnen met het afbreken van het complex. Alleen de kruisgang en de grote abdijtoren zijn bewaard gebleven. Volgens de overlevering ligt de al genoemde Pepijn van Italië onder de toren begraven. Pepijn heette eigenlijk Karloman, maar werd officieel herdoopt tot Pepijn nadat zijn halfbroer Pepijn met de Bult – oudste zoon van Karel de Grote – in ongenade was gevallen. Pepijn van Italië had zijn vader Karel moeten opvolgen als keizer, maar stierf al in 810 na een mislukt beleg van Venetië. Hij werd zeker in de San Zeno begraven, maar of dat onder de abdijtoren was, is nogal twijfelachtig. De bouw van de toren begon pas in 1145 en het imposante bouwwerk werd in de dertiende eeuw voltooid. De toren maakt twee zaken duidelijk: in geval van oorlog moest het complex verdedigd kunnen worden en uit de vorm van de kantelen blijkt dat Verona een Ghibellijnse stad was, dat wil zeggen een stad die op de hand van de keizer van het Heilige Roomse Rijk was. Ghibellijnse kantelen hebben namelijk de vorm van een zwaluwstaart. Zie ook de kantelen van het Castelvecchio in Verona.

In 1816 kreeg de San Zeno de status van parochiekerk, maar de priesters mochten zich abt blijven noemen. Een belangrijke gebeurtenis vond plaats op 22 maart 1838: op die dag werden de relikwieën van de heilige Zeno teruggevonden. Bijna een maand later, op 20 april, werd het graf van de heilige geopend en werden diens overblijfselen in een nieuwe kist te ruste gelegd. Bezoekers kunnen ze daar nog altijd vereren. In 1870 werd de centrale trap uit de zestiende eeuw afgebroken en werden de twee zijtrappen in ere hersteld. Via deze trappen bereikt men tegenwoordig het verhoogde koor en in het midden bevindt zich de toegang tot de crypte.

Bezienswaardigheden – exterieur

Reliëfs van Niccolò.

Het portaal en de reliëfs van de gevel werden gemaakt door Niccolò en zijn medewerkers. De linker reliëfs zijn van de hand van een zekere Guglielmo (Guillelmus). Hij was vrijwel zeker een medewerker of leerling van Niccolò en moet dus niet gelijkgesteld worden aan de beroemde Wiligelmus of Wiligelmo, onder meer bekend van zijn beeldhouwwerk voor de kathedraal van Modena. De reliëfs aan de rechterzijde vertellen het verhaal van Genesis. We zien hoe God de dieren schept en vervolgens Adam en Eva. Zij eten ondanks waarschuwingen van de boom van de kennis van goed en kwaad en worden voor straf uit het Paradijs verdreven. Adam verricht op het laatste reliëf zware arbeid als landbouwer, terwijl Eva met Kaïn en Abel aan de borst wol spint. De twee onderste reliëfs zijn het interessantst: hier zien we koning Theoderik tijdens de jacht. De koning zit te paard en blaast op een hoorn. Rechts probeert een hert te vluchten, maar het is al gegrepen door een jachthond.

De reliëfs links tonen acht voorstellingen uit het leven van Jezus Christus, van de Annunciatie links beneden tot aan de Kruisiging rechtsboven. De onderste twee reliëfs gaan wederom over Theoderik. Men ziet in de voorstellingen wel een verbeelding van de strijd tussen Theoderik een Odoaker, zijn voorganger en de Germaanse koning van Italië. De eerstgenoemde begon in 489 met de zegen van keizer Zeno zijn veldtocht tegen de laatstgenoemde. De veldtocht was een groot succes. Odoaker werd verslagen en uiteindelijk in een hoek gedreven bij Ravenna. In 493 deed Theoderik zijn rivaal een ogenschijnlijk uitstekend aanbod: de twee koningen zouden Italië gezamenlijk besturen. Odoaker stemde toe, maar werd later op verraderlijke wijze vermoord tijdens een banket in het paleis, dat nota bene georganiseerd was om het vredesverdrag te vieren. Volgens de overlevering trok Theoderik zijn zwaard en kliefde met één geweldige slag zijn tegenstander in tweeën.

Reliëfs van Guglielmo.

In het fraaie timpaan boven de hoofdingang van de kerk is Sint Zeno gebeeldhouwd. Hij vertrapt een duivel en geeft met zijn rechterhand zijn zegen aan de stad Verona. Die wordt gesymboliseerd door het voetvolk links en de ruiterij rechts. Interessant is dat het reliëf nog de nodige kleur heeft. Onder het voetvolk en de ruiterij zijn wonderen uitgebeeld die Sint Zeno zou hebben verricht. Boven het portaal valt natuurlijk meteen het grote roosvenster van Brioloto de Balneo op. Het staat ook wel bekend als het Ruota della Fortuna, het rad van fortuin. Rondom het roosvenster zien we zes reliëfs die fasen uit het leven van de mens voorstellen. In het driehoekige fronton was ooit een voorstelling van het Laatste Oordeel te zien. Die voorstelling moet er ongeveer zo uitgezien hebben. Vermoedelijk is de sgraffito-techniek gebruikt. Bij deze techniek worden beitels en boren gebruikt om tekeningen in wit marmer te kerven en te krassen. De lijnen worden vervolgens opgevuld met zwart pleisterwerk. Dat is echter helemaal verdwenen.

Wereldberoemd zijn de bronzen decoraties van de deuren van de kerk. Deze zijn aan de buitenzijde niet meer te zien: daarvoor zijn ze ongetwijfeld te kwetsbaar. In totaal zijn er 73 bronzen platen aan het hout van de deuren bevestigd. De grootste tonen voorstellingen uit het Oude en het Nieuwe Testament en wonderen van Sint Zeno. Wetenschappers gaan ervan uit dat de platen in verschillende fases door meerdere meesters en hun medewerkers gemaakt zijn. Veelal worden er drie fases en drie meesters onderscheiden. De meeste voorstellingen uit het Oude Testament zouden in de eerst helft van de elfde eeuw gemaakt zijn. Een andere meester maakte later, wellicht in de eerste helft van de twaalfde eeuw, de meeste voorstellingen uit het Nieuwe Testament. Ten slotte zou een derde meester verantwoordelijk zijn voor drie van de vier voorstellingen over Sint Zeno, gemaakt eind twaalfde, begin dertiende eeuw. Een overzicht van alle voorstellingen vindt u hier. De stijl van de bronzen platen is tamelijk opvallend te noemen. Zo lijken Abraham en Balaam wel erg op Gandalf uit Lord of the Rings

Zeno zegent Verona.

Bronzen deur: voorstellingen uit het Nieuwe Testament. Beneden: het voorgeborchte van de Hel, Hemelvaart, handvat. Boven: geseling van Christus, Kruisiging, Maria’s bij het graf.

Bronzen deur: voorstellingen uit het leven van Sint Zeno en uit het Oude Testament. Beneden: handvat, Zeno en de gezanten van de keizer, Zeno drijft een duivel uit. Boven: Balaam, Boom van Jesse, Salomo en twee profeten.

Laatste Avondmaal.

Interieur van de kerk.

Doopvont en crucifix.

Bezienswaardigheden – interieur

Het gestreepte interieur van de kerk is het resultaat van het afwisselend gebruik van steen en baksteen. Rechts van de ingang bevindt zich het doopvont, doorgaans toegeschreven aan Brioloto de Balneo, echter zonder sterk bewijs. Achter het doopvont hangt een mooie crucifix uit ca. 1360, vermoedelijk een werk van Lorenzo Veneziano. Het deels bewaard gebleven fresco op de muur stelt Sint Benedictus voor, een herinnering aan het Benedictijnse verleden van de kerk en de abdij. In de lunette boven de ingang is eveneens een fresco geschilderd. We zien een tronende Madonna met Kind, geflankeerd door vier heiligen en een knielend echtpaar. De heiligen zijn, van links naar rechts, Zeno, een vrouwelijke heilige (Ursula of Barbara?), Maria Magdalena en Nicolaas van Tolentijn. Die laatste stierf in 1305 en werd in 1446 heilig verklaard. Als enige van de vier staande personen heeft hij daarom geen halo. De namen van de knielende echtelieden zijn niet bekend, maar ongetwijfeld financierden zij het fresco, dat wordt toegeschreven aan de Secondo Maestro di San Zeno.

Veel van de fresco’s op de beide wanden worden toegeschreven aan deze mysterieuze Secondo Maestro. Hij had echter een voorganger die, uiteraard, de Primo Maestro di San Zeno wordt genoemd. Natuurlijk werkten deze meesters niet alleen: ze moeten vele assistenten hebben gehad. De benamingen Primo Maestro di San Zeno en Secondo Maestro di San Zeno slaan dan ook eerder op groepen schilders dan op individuen. De kerk heeft overigens nog oudere fresco’s, die we zowel op de linker- als de rechterwand terugvinden. Het oudste fresco is waarschijnlijk een voorstelling van een tronende Christus op de linkerwand. Christus wordt geflankeerd door Johannes de Doper en de Maagd Maria, maar interessanter is de persoon die door een engel bij hem geïntroduceerd wordt: de in 1225 gestorven bisschop van Verona Adelardo Cattaneo. Het fresco dateert van de eerste helft van de dertiende eeuw. Ook op de rechterwand zijn twee dertiende-eeuwse fresco’s te bewonderen. Deze stellen de doop van Christus en de opwekking van Lazarus voor en werden rond 1240-1260 geschilderd door een anonieme meester.

Fresco in de lunette boven de ingang.

Fresco uit de dertiende eeuw met rechts bisschop Adelardo Cattaneo.

Fresco’s aan de rechterwand. Boven de doop van Christus en de opwekking van Lazarus (dertiende eeuw) en Joris en de Draak. Onder onder meer het lichaam van Sint Zeno.

Rondom deze laatstgenoemde fresco’s zien we meer fresco’s, die van de veertiende eeuw dateren en grotendeels worden toegeschreven aan de Secondo Maestro di San Zeno. Interessant is een Sint Joris te paard die de draak doorboort met zijn lans. Daaronder wordt het lichaam van Sint Zeno klaargemaakt voor transport (zie de afbeelding hierboven). Dicht bij de ingang zien we nog een fresco met Sint Joris, ditmaal tussen twee bisschoppen en met een knielende man. Rechts van dit fresco is de Bourgondische koning Sigismund (gestorven 524) levensgroot afgebeeld en daar weer rechts van zien we voorstellingen uit het leven van Sint Nicolaas.

Fresco’s aan de rechterwand. Boven onder andere Sint Joris, koning Sigismund en Sint Nicolaas.

Sint Joris en twee bisschoppen.

Altaar en fresco’s van de Primo Maestro di San Zeno.

Ongeveer halverwege de kerk staat aan de rechterzijde een opmerkelijk altaar met in elkaar gedraaide zuilen. De fresco’s hier zijn wat ouder (eerste helft veertiende eeuw) en simpeler en worden toegeschreven aan de Primo Maestro di San Zeno. Opvallend is dat er geen doorlopend verhaal in de fresco’s zit. Met andere woorden, er is geen sprake van frescocycli waarin de levens van bepaalde heiligen centraal staan. De heiligen en voorstellingen lijken enigszins willekeurig en om persoonlijke redenen gekozen te zijn, en het was niet ongebruikelijk om over oudere voorstellingen heen te schilderen. Verder is opvallend dat in veel fresco’s teksten gekrast zijn. Deze gaan over overstromingen, aardbevingen, uitbraken van de pest en oorlogen.

Een opmerkelijk fresco aan de linkerwand toont een Laatste Avondmaal, althans een gedeelte daarvan. Op tafel ligt brood en staan bekers en een kruik wijn. Verder liggen er zwarte ronde etenswaren op tafel. Het lijken wel kersen, maar waarschijnlijk gaat het eerder om olijven. Ook kruipen er schorpioenen over de tafel, die mogelijk het dreigende gevaar (het verraad en de arrestatie van Jezus) symboliseren. Van duidelijk latere datum (tweede helft veertiende eeuw) is een grote kruisigingsscène op de linkerwand. Ooit werd het fresco toegeschreven aan Altichiero da Zevio (ca. 1330-1390), maar tegenwoordig houdt men het hooguit op een schilder uit zijn school. Ook het grote fresco uit 1397 met de abt Pietro Paolo Cappelli en zijn monniken bij de Madonna met het Kind zou ‘school Altichiero’ kunnen zijn. Aan het einde van de linker zijbeuk vinden we nog een opmerkelijk beeld dat “San Zen che ride” wordt genoemd, Sint Zeno die lacht (zie de afbeelding hierboven). Inderdaad zien we een glimlach op de lippen van de heilige. De maker van het beeld is niet bekend, maar het dateert van de dertiende eeuw.

Laatste Avondmaal met schorpioenen.

Kruisiging, school Altichiero.

De abt Pietro Paolo Cappelli en zijn monniken bij de Madonna met het Kind.

Annunciatie – Martino da Verona.

Koor van de San Zeno.

Het fresco op de triomfboog stelt de Annunciatie voor. Het werd in de periode 1391-1399 geschilderd door Martino da Verona (gestorven 1412). Aan weerszijden van het wapenschild in het midden staan de letters PE PA, een verwijzing naar de al genoemde abt Pietro Paolo Cappelli, Petrus Paulus in het Latijn. Ook de fresco’s in de apsis van de kerk zijn van Martino da Verona. We zien hier een grote kruisigingsscène en fresco’s van Benedictus, Petrus en Paulus. De fresco’s waren allemaal onderdeel van de ‘Gotische uitbreiding’ die onder leiding van Giovanni en Nicolò da Ferrara werd uitgevoerd (zie hierboven). Het hoogaltaar is een mooie Romaanse sarcofaag uit de twaalfde eeuw. Hierin zijn (of waren) de overblijfselen van de bisschoppen Lucillus en Lupicinus en van de kluizenaar Crescenzianus bijgezet. Lucillus en Lupicinus waren een voorganger respectievelijk een opvolger van Zeno.

Het absolute hoogtepunt in het koor is natuurlijk het beroemde altaarstuk van Andrea Mantegna, geschilderd in 1457-1459. Hoewel het werk formeel een drieluik is, gaat het in feite om een doorlopende voorstelling van een Madonna met Kind en maar liefst acht heiligen: Petrus, Paulus, Johannes de Evangelist, Zeno, Benedictus, Laurentius, Gregorius de Grote en Johannes de Doper. De predella bestaat uit drie voorstellingen uit het leven van Christus. Helaas zijn de predellastukken niet origineel. In 1797 werd het altaarstuk gestolen door de Fransen van Napoleon en naar Parijs overgebracht. In 1815 werd het werk teruggegeven, echter zonder de predella, die werd verdeeld over het Louvre (de Kruisiging) en het Museum van Schone Kunsten in Tours (het Gebed in de Tuin en de Wederopstanding). De huidige predellastukken zijn kopieën, gemaakt door de schilder Paolino Caliari (1764-1835), die volgens sommige bronnen een afstammeling zou zijn van de beroemde zestiende-eeuwse schilder Veronese (1528-1588), wiens echte naam Paolo Caliari was.

Pala di San Zeno – Andrea Mantegna.

Bronnen: Capitool Reisgids Venetië & Veneto (2012), Trotter Reisgids Noordoost-Italië (2016), het Italiaanse Wikipedia, Churches of Venice, Chiese Verona website en folder.

One Comment:

  1. Pingback:Verona: De Duomo – – Corvinus –

Leave a Reply

Your email address will not be published.

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.