Rome: Santa Maria in Monserrato degli Spagnoli

Santa Maria in Monserrato degli Spagnoli.

Het is niet gemakkelijk te zeggen wanneer het moderne Spanje precies is ontstaan. Was het in 1469, toen Isabella van Castilië in het huwelijk trad met Ferdinand II van Aragon? Of wellicht in 1479, toen Ferdinand de troon van Aragon erfde van zijn vader Johan II en de echtelieden Isabella en Ferdinand samen over de twee koninkrijken heersten? Een andere mogelijkheid is 1516, toen Karel V als kleinzoon van Isabella en Ferdinand de Spaanse troon besteeg. Formeel regeerde Karel nog steeds over twee aparte koninkrijken, iets wat hij bovendien tot 1555 formeel deed samen met zijn moeder, de wegens krankzinnigheid opgesloten Johanna. Wie daar zwaar aan tilt, ziet misschien Filips II, die in 1556 op de troon kwam, als de eerste echte Spaanse koning. Spanje werd echter pas een eenheidsstaat door de Decretos de Nueva Planta, die tussen 1707 en 1716 werden uitgevaardigd. Deze decreten maakten onder meer een einde aan de privileges die Aragon tot dan toe had genoten.

Deze gecompliceerde geschiedenis verklaart ten dele waarom we in Rome twee Spaanse nationale kerken aantreffen. De Santa Maria in Monserrato is de ene, de Nostra Signora del Sacro Cuore – voorheen San Giacomo dei Spagnoli – op de Piazza Navona de andere. Vanuit cultureel oogpunt is de eerstgenoemde verreweg de meest interessante, al was het maar omdat ze in de negentiende eeuw is gedecoreerd met kunstwerken die uit de laatstgenoemde kerk afkomstig waren. Daar staat tegenover dat de Santa Maria in Monserrato niet bepaald op een aantrekkelijke locatie staat. De Via di Monserrato is smal en staat vol geparkeerde auto’s en scooters. De gevel van de kerk is smoezelig, artistiek oninteressant en lastig te fotograferen. Het kerkinterieur is daarentegen verrassend licht en helder.

Interieur van de kerk.

Geschiedenis

De voorganger van de huidige kerk dateert van de tiende of elfde eeuw. Deze aan Sint Andreas gewijde kerk werd in 1354 overgenomen door een vrouw uit Barcelona. Sindsdien stond de kerk bekend als de San Niccolò dei Catalani. De kerk heeft dan ook altijd een sterke band met Catalonië gehad. Ook Catalonië heeft natuurlijk een ingewikkelde geschiedenis. Het graafschap Barcelona, in feite de voorloper van Catalonië, en het koninkrijk Aragon waren sinds 1164 in een personele unie verbonden, die doorgaans de ‘Kroon van Aragon’ genoemd wordt. Tegelijkertijd kwam het koninkrijk Castilië tot bloei, en de Castilianen in Rome gingen ter kerke in de San Giacomo dei Spagnoli. Na het huwelijk van Isabella en Ferdinand kreeg de laatstgenoemde kerk een voorkeurspositie, maar de Catalanen en Aragonezen gingen min of meer hun eigen weg en besloten een geheel nieuwe kerk te bouwen. Het project had de kennelijke steun van Paus Alexander VI (1492-1503), geboren als Rodrigo de Borja (Borgia in het Italiaans). Hij was afkomstig uit het koninkrijk Valencia, dat onder de Kroon van Aragon viel.

De eerste steen voor de nieuwe kerk werd pas in 1518 gelegd. Als architect was architect Antonio da Sangallo de Jongere (1484-1546) aangetrokken. De nieuwe kerk werd aan de Maagd Maria gewijd en kreeg de naam Santa Maria in Monserrato. Dit is een verwijzing naar een beroemd Benedictijns klooster op de berg Montserrat in Catalonië. Mede vanwege geldgebrek ging de bouw van de nieuwe kerk zeer traag. De architect Francesco Capriani da Volterra (1535-1594) werkte tussen 1584 en 1593 aan de gevel, maar voltooide uiteindelijk alleen het onderste gedeelte. Nadat vervolgens het hoogaltaar was gewijd (in 1594) en het plafond in het middenschip was voltooid (in 1598) werden de bouwactiviteiten gestaakt tot 1675. In dat jaar bouwde de architect Giovan Battista Contini (1642-1723) een nieuwe apsis en werd ook het hoogaltaar vervangen.

Kruisiging – Girolamo Siciolante da Sermoneta.

Tot begin negentiende eeuw bleef Spanje gebruik maken van twee nationale kerken in Rome. Dat veranderde toen Napoleon was verslagen en de Fransen in 1815 definitief uit Italië waren verjaagd. De Spaanse autoriteiten kozen toen definitief voor de Santa Maria in Monserrato als dé Spaanse kerk in Rome. De San Giacomo aan de Piazza Navona werd gestript en veel van de kunst werd naar de andere kerk overgebracht. Omdat ook de Santa Maria in Monserrato in slechte staat verkeerde, werd zij tussen 1818 en 1821 verbouwd onder leiding van Pietro Camporese de Jongere (1792-1873). Ondertussen was de gevel van de kerk nog steeds maar half voltooid. Hoe dat eruit zag, is te zien op dit aquarel uit 1834. Uiteindelijk werd het bovenste gedeelte van de gevel pas in 1926 toegevoegd door de architect Salvatore Rebecchini (1891-1977). Rebecchini was ook politicus en diende tussen 1946 en 1956 als de eerste naoorlogse burgemeester van Rome.

Bezienswaardigheden

De gevel van de kerk is eigenlijk vrij lelijk. Het onderste gedeelte is vuil, de nissen zijn leeg en het contrast met het eveneens oninteressante bovenste gedeelte is groot. Wel heel aardig is de decoratie boven de ingang. Hier zien we een beeld van de Madonna met het Kind op schoot, met daarnaast een zaag in een rotsformatie. Dit is een woordspeling op Monserrato/Montserrat, wat zoiets als ‘zaagberg’ betekent. Ik heb helaas niet kunnen achterhalen wie de maker van het beeld is. Het interieur van de kerk is vele malen interessanter, dus laten we snel naar binnen gaan.

Decoratie boven de ingang.

De Santa Maria in Monserrato is eenbeukig en heeft drie identieke kapellen aan weerszijden. Het goudkleurige interieur is heel aangenaam voor de ogen. Het altaarstuk is een eenvoudige maar mooie Kruisiging van de hand van Girolamo Siciolante (ca. 1521-1580), een schilder afkomstig uit Sermoneta in Lazio. Het schilderij hing overigens eerder in de San Giacomo dei Spagnoli. Ook interessant is een fresco van de Kroning van de Maagd in het middenschip. Dit werd geschilderd door Giovanni Battista Ricci (1537-1627).

Kroning van de Maagd – Giovanni Battista Ricci.

De interessantste kapel is de eerste aan de rechterzijde. Deze is tegenwoordig gewijd aan de Spaanse heilige Didacus of Diego van Alcalá (ca. 1400-1463), een Franciscaan die in 1588 heilig werd verklaard. Het altaarstuk van Annibale Carracci (1560-1619) komt wederom uit de San Giacomo en verfraaide daar een kapel waarvan de meeste muurschilderingen over het leven van Didacus naar musea in Spanje zijn overgebracht. Het knielende jongetje met de witte kraag op het schilderij is de zoon van Juan Enriquez de Herrera, de edelman die de kapel in de San Giacomo liet wijden en decoreren. De naam van de zoon was Diego, net als de heilige.

Rechterzijde van de kerk. Uiterst rechts de kapel gewijd aan Diego van Alcalá.

Altaarstuk van Annibale Carracci / monument voor de Borgia-pausen, met daaronder het monument voor Koning Alfonso XIII.

Jakobus de Meerdere – Jacopo Sansovino.

In de kapel bevindt zich tevens een eenvoudig negentiende-eeuws monument voor de twee Borgia-pausen. Dit waren de al genoemde Paus Alexander VI (1492-1503) en zijn oom Paus Calixtus III (1455-1458), wiens echte naam Alfons de Borja was. Calixtus is onder meer bekend van de herziening van het proces tegen Jeanne d’Arc. Het monument werd gemaakt door Felipe Moratilla Parreto (1827-1908). Eronder zien we een eenvoudige gedenksteen voor Koning Alfonso XIII van Spanje. Hij stierf in 1941 in Rome, nadat hij in 1931 was afgetreden. Daarmee was hij de laatste koning van Spanje totdat zijn kleinzoon Juan Carlos in 1975 de troon besteeg. De gedenksteen meldt dat de resten van de koning in 1980 naar het Escorial in Spanje zijn overgebracht. Een opmerkelijk detail uit het leven van de koning is dat de Alfonso een groot liefhebber van erotische films was en deze ook zelf liet vervaardigen.

Ook de derde kapel aan de linkerzijde is zeer de moeite waard. Het altaarstuk is hier een groot beeld van de apostel Jakobus de Meerdere. Hij geldt als de beschermheilige van Spanje, waar hij volgens de overlevering ook zijn laatste rustplaats vond. Het beeld is gemaakt door Jacopo Sansovino (1486-1570) en het stond – uiteraard – oorspronkelijk in de aan Jakobus gewijde San Giacomo dei Spagnoli. In die laatste kerk treffen we nu slechts een kopie van het beeld aan. Het echte beeld is deels met goud beschilderd en dat ziet er zeer fraai uit. Opvallend zijn de Sint-Jakobsschelpen op de staf en riem van de apostel.

Ten slotte vinden we in de kapel twee mooie grafmonument die worden toegeschreven aan Andrea Bregno (ca. 1418-1503). Ik veronderstel dat ook deze monumenten uit de andere Spaanse kerk afkomstig zijn. De graftombe links is namelijk van Alfonso de Paradinas (1395-1485), de geestelijke die in 1450 de San Giacomo liet herbouwen. Het is wel logisch dat hij oorspronkelijk in zijn eigen kerk begraven werd. De andere graftombe is van Juan de Fuensalida (gestorven in 1498). Blijkens het opschrift was hij onder meer secretaris van Paus Alexander VI.

Grafmonument Alfonso de Paradinas – Andrea Bregno.

Meer lezen: Churches of Rome Wiki.

One Comment:

  1. Pingback:Rome: Nostra Signora del Sacro Cuore – – Corvinus –

Leave a Reply

Your email address will not be published.

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.