Fiesole: San Domenico

San Domenico.

De kerk en het klooster van San Domenico bevinden zich niet in het centrum van Fiesole, maar in het lagergelegen gedeelte van het stadje. Het is dan ook leuk om na een bezoek aan de bezienswaardigheden in het centrum – het klooster van San Francesco, de Duomo en het archeologisch museum – de heuvel af te wandelen langs de Via Vecchia Fiesolana. Deze oude weg is behoorlijk autoluw. Voor het complex van San Domenico stopt een bus richting Florence, dus u bent zo weer in het centrum van die stad als u wilt. Hoewel ik Fiesole al meerdere malen had bezocht, was het nog niet eerder tot een bezoek aan de kerk van San Domenico gekomen. Die ene keer dat ik voor de deur stond, was er net een begrafenis aan de gang, zodat een bezoek simpelweg uitgesloten was. In januari van dit jaar had ik meer geluk en had ik de kerk vrijwel voor mezelf. Het klooster is overigens bij mijn weten niet of nauwelijks toegankelijk voor het publiek. Het grootste gedeelte ervan is in gebruik bij het European University Institute.

Geschiedenis

Het complex van San Domenico werd in 1406 gesticht door Giovanni Dominici (ca. 1356-1419) en Jacopo Altoviti (gestorven 1408). De eerstgenoemde was een briljante Dominicaanse prediker en theoloog, die het ondanks een spraakgebrek schopte tot priester en uiteindelijk kardinaal. De laatstgenoemde diende tussen 1390 en zijn dood in 1408 als bisschop van Fiesole. Beide mannen waren verbonden aan het Dominicaanse klooster van Santa Maria Novella in Florence. Helaas werd de bouw van het complex van San Domenico in 1409 stilgelegd. Dit was het gevolg van het Groot Westers Schisma, en meer in het bijzonder van het Concilie van Pisa. Sinds 1378 kende het Latijnse christendom twee pausen. Een resideerde in Rome, de ander in Avignon. In 1409 werd het Oecumenisch Concilie van Pisa bijeengeroepen om het conflict te beëindigen. Dat liep op een ramp uit: in plaats van één paus kreeg West-Europa er nu drie. Die derde paus was Pietro Filargo, die de naam Alexander V aannam. Hoewel hij de steun van het grootste deel van christelijk Europa had, had hij de pech al in 1410 te sterven. Hij werd begraven in de kerk van San Francesco in Bologna, de stad waar hij het tijdige met het eeuwige had verwisseld.

Uitzicht op het complex van San Domenico.

Interieur van de kerk.

De opvolger van Alexander V als ‘Pisaanse paus’ was Johannes XXIII (1410-1415), een man met een uiterst bedenkelijke reputatie. Toch had hij een uitstekende relatie met Giovanni di Bicci de’ Medici (1360-1429), de stichter van de Banco dei Medici en een van de machtigste mannen in Florence. Helaas voor Johannes XXIII was dit niet genoeg. Het Concilie van Konstanz zette hem in 1415 af en koos in 1417 Oddone Colonna als de nieuwe rechtmatige paus. Colonna zou de naam Martinus V aannemen. De nu voormalige Paus Johannes XXIII werd enige tijd vastgezet, maar uiteindelijk door de familie de’ Medici vrijgekocht. Hij onderwierp zich aan Martinus’ gezag en trok zich terug in Florence, waar hij in 1419 stierf. Cosimo de Oudere (1389-1464), de zoon van Giovanni di Bicci, was een van de executeurs van zijn testament, waarin hij had verklaard dat hij begraven wilde worden in het Baptisterium van de stad. Deze wens werd vervuld, en de prachtige graftombe vervaardigd door Donatello en Michelozzo – met daarop de provocerende woorden IOANNES QVONDAM PAPA XXIII, “de voormalige Paus Johannes XXIII” – is nog steeds in genoemd Baptisterium te bewonderen.

In 1418 konden de werkzaamheden aan het complex van San Domenico worden voortgezet dankzij een gulle donatie van een zekere Barnaba degli Agli. We komen hem zo dadelijk nog tegen. Op 25 oktober 1435 werden de nieuwe kerk en het klooster gewijd. Daarna was het tijd voor een reeks uitbreidingen, geëffectueerd tussen 1488 en 1592. De kerk werd verlengd, het interieur verbouwd en kapellen werden aan beide kanten van het schip toegevoegd. De klokkentoren van de San Domenico dateert van 1611-1613, terwijl de gevel met portiek in 1635 werd toegevoegd. Als architect wordt ofwel Matteo Nigetti (ca. 1560/70-1648) genoemd, ofwel de mij onbekende Andrea Balatri. De negentiende eeuw was een moeilijke tijd voor de Dominicanen in Fiesole. Zowel in 1810 als in 1866 werden ze uit het complex gezet, om pas in 1879 terug te keren. De uitzetting van 1810 was voorafgegaan door een uitgebreide plundering door de troepen van Napoleon. Als gevolg hiervan vinden we diverse werken uit het complex van San Domenico thans in het Louvre in Parijs. Dat geldt in het bijzonder voor werken van de grote meester Fra Angelico (1395-1455).

Interieur

Kruisiging – Jacopo del Sellaio.

De kerk van San Domenico is niet erg groot. Het interieur is niet bepaald spectaculair en de fresco’s uit 1685 achterin het gebouw kunt u rustig overslaan. Volgens mijn reisgids bezit het complex nog twee werken van de genoemde Fra Angelico. Een daarvan, een Kruisiging, bevindt zich waarschijnlijk in de kapittelzaal, die ik niet bezocht heb maar die wel toegankelijk voor het publiek zou moeten zijn. In de kerk hangt ook een Kruisiging, waarbij de gekruisigde Christus wordt geflankeerd door de Maagd Maria en Sint Hieronymus. Aanvankelijk dacht ik dat dit de Kruisiging was waarop mijn reisgids doelde, maar het betreft een werk van Jacopo del Sellaio (ca. 1441-1493). Erg bijzonder is deze paneelschildering ook niet, en het licht in de kapel waarin het werk hangt (de eerste aan de rechterzijde), is tamelijk slecht.

Nee, het ware hoogtepunt in de kerk van San Domenico is het altaarstuk dat bekendstaat als de Pala di Fiesole. Het werd geschilderd door een man die werd geboren als Guido di Pietro. Op zijn 21e sloot hij zich aan bij de Dominicanen en veranderde hij zijn naam in Fra Giovanni, broeder Johannes. Fra Giovanni vestigde zich op enig moment in het complex van San Domenico en toonde daar als twintiger al dat hij niet alleen een vroom man, maar tevens een uitzonderlijk schilder was. In 1436 verliet hij Fiesole en verhuisde naar het nieuwe Dominicaanse complex van San Marco in Florence. Maar in 1449 was hij weer terug in Fiesole, waar hij tot 1452 als prior van het klooster van San Domenico diende. Inmiddels kenden buiten de Dominicaanse kloosters weinig mensen hem nog als Fra Giovanni da Fiesole. In plaats daarvan werd hij Fra Angelico genoemd, de ‘engelachtige broeder’. In 1455 stierf Fra Angelico in Rome, waar men in de kerk van Santa Maria sopra Minerva nog altijd zijn grafsteen kan bewonderen.

Pala di Fiesole

De Pala di Fiesole is een vroeg werk van Fra Angelico. De precieze datering is niet helemaal zeker, maar dateringen als 1423-1424 of 1424-1425 zullen een eind in de buurt komen. Oorspronkelijk stond het altaarstuk op het hoogaltaar. Het was een drieluik met een gouden achtergrond. Dat laatste werd begin zestiende eeuw waarschijnlijk erg archaïsch gevonden. De schilder Lorenzo di Credi (ca. 1459-1537) werd daarom ingehuurd om het altaarstuk te ‘moderniseren’. Hij maakte van het drieluik een enkele voorstelling en voegde de achtergrond met het landschap toe. Of de modernisering een verbetering is, is een kwestie van smaak. We zien in elk geval vooral veel lucht. Tot 1610 bleef het altaarstuk op het hoogaltaar staan. Daarna werd het verplaatst naar de eerste kapel aan de linkerzijde, waar we het nog steeds vinden. Helemaal compleet is de Pala di Fiesole helaas niet meer. De originele predella bevindt zich bijvoorbeeld tegenwoordig in de National Gallery in Londen. In de kerk van San Domenico moeten we het doen met een kopie.

Pala di Fiesole – Fra Angelico en Lorenzo di Credi.

Centraal op het altaarstuk staan een volledig geklede Madonna en een volledig naakt Kind. De Madonna zit op een troon met baldakijn, grotendeels een creatie van Lorenzo di Credi. De troon is omringd door acht engelen, van wie er zes staan en twee knielen. Zowel de knielende engelen als de Madonna houden rode en witte rozen vast. Vier mannelijke heiligen zijn getuige van het schouwspel. Uiterst links staat Thomas Aquinas (ca. 1225-1274), de grote Dominicaanse theoloog. Hij houdt een boek vast, en op de linker pagina daarvan is duidelijk een Latijnse tekst te lezen, “Rigans montes de superioribus suis de fructu operum tuorum satiabitur terra”, afkomstig uit een preek en kennelijk gebaseerd op Psalm 104. Naast Thomas staat Sint Barnabas, een apostel afkomstig van Cyprus (Handelingen 4:36). Hij is opgenomen vanwege de al genoemde genereuze donatie van Barnaba degli Agli. Rechts van de Madonna met het Kind staan nog twee Dominicaanse heiligen, Dominicus de Guzmán (ca. 1170-1221) en Petrus van Verona (1205-1252). De eerstgenoemde was natuurlijk de stichter van de Orde van de Predikheren, naar hem de Dominicanen genoemd. Petrus van Verona was de eerste martelaar van de orde: hij werd in 1252 vermoord door een ketter en al een jaar later heilig verklaard door Paus Innocentius IV (1243-1254). Doorgaans wordt hij afgebeeld met een hakbijl of zwaard in zijn hoofd, maar Fra Angelico vond de palmtak van de martelaar kennelijk voldoende.

Gedeelte van de predella (kopie).

Bronnen

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.