Notre-Dame de Beaune

Notre-Dame de Beaune.

De kapittelkerk van Notre-Dame de Beaune is, op de Hospices de Beaune na, het fraaiste monument dat dit charmante Bourgondische stadje bezoekers te bieden heeft. Waarschijnlijk stond er al in de tiende eeuw op deze plek een kerk. De huidige kerk dateert van de tweede helft van de twaalfde eeuw. De Notre-Dame de Beaune werd in Romaanse stijl gebouwd. De gotische toevoegingen dateren van na een grote brand in 1272. Eind dertiende eeuw werd de portiek aan de voorzijde toegevoegd. Een volgende stap was de bouw van een reeks kapellen tussen de dertiende en de zestiende eeuw, terwijl de huidige vieringtoren van de Renaissance dateert. Tussen 1860 en 1863 werd de kerk gerestaureerd door Maurice Ouradou (1822-1884), naar plannen van diens schoonvader Eugène Viollet-le-Duc (1814-1879). De kerk geniet sinds 1840 de status van monument en werd in 1958 opgewaardeerd tot basilica minor.

In het interieur vallen direct de gotische spitbogen en de mooie glas-in-loodramen op. Die laatste dateren van het einde van de negentiende en het begin van de twintigste eeuw. Ze zijn het werk van de glazenier Édouard Didron (1836-1902), die in de ramen bewaard gebleven fragmenten van zestiende-eeuwse glas-in-loodramen verwerkte. Het religieuze belang van de kerk lag (en ligt) in de aanwezigheid van een notenhouten beeld van de Madonna met het Kind, een zogenaamde Vierge Noire (Zwarte Maagd). Het beeld uit ca. 1200 trok in het verleden veel pelgrims aan.

De interessantste kapel is die gewijd aan Saint-Léger[1], die van 1329 dateert. De kapel wordt ook wel de kapel van kardinaal Jean Rolin genoemd. De kardinaal (1408-1483) was de zoon van Nicolas Rolin, kanselier van hertog Filips de Goede en stichter van de Hospices de Beaune. Tevens was hij bisschop van Autun (zie De kathedraal van Autun). Het was Jean Rolin die de opdracht gaf voor de mooie fresco’s in de kapel, die tussen 1470 en 1474 werden geschilderd en worden toegeschreven aan de schilder Pierre Spicre. Over Spicre is zeer weinig bekend. Mogelijk was hij de zoon van Guillaume Spicre, een Hollandse schilder die enige tijd aan het Bourgondische hof werkte. Ook over deze Guillaume weten we echter zeer weinig. Hij liet wat werk na in Dijon, en misschien op Sicilië. De fresco’s in de kapel van de kardinaal stellen de steniging van Stefanus en de opwekking van Lazarus voor. Zeker het laatste fresco is, ondanks dat het beschadigd is, nog altijd erg kleurrijk en gedetailleerd. In de hoek staat een man met een tulband wel erg ostentatief naar de kijker te zwaaien. Zou hij de schilder zelf zijn?

Fresco van Pierre Spicre (Opwekking van Lazarus) in de kapel van Saint-Léger.

Opwekking van Lazarus (detail).

De tweede schat in de kerk zijn de wandtapijten met voorstellingen uit het leven van de Maagd Maria. De tapijten dateren van 1500 en werden gemaakt in opdracht van de kanunnik Hugues Le Cocq. Deze is zelf ook tweemaal afgebeeld. Rechts van de voorstelling van de Annunciatie zien we hem knielen, met achter hem Johannes de Doper die het Lam Gods draagt. Rechts van de Kroning van de Maagd zien we hem nogmaals, nu in gezelschap van zijn naamgenoot abt Hugo van Cluny (1024-1109), een van de machtigste geestelijken van de elfde eeuw.

Annunciatie / Hugues Le Cocq met Johannes de Doper.

Noten

[1] Leodegarius in het Nederlands. Hij was een zevende-eeuwse bisschop van Autun en heilige.

One Comment:

  1. Pingback:Notre-Dame de Beaune – – Corvinus –

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.