Fano: Museo Civico en Pinacoteca

We hadden geen buitengewoon hoge verwachtingen van ons bezoek aan het kleine gemeentemuseum van Fano, maar werden toch aangenaam verrast. Het museum is gehuisvest in het Palazzo Malatestiano, een vijftiende-eeuws stadspaleis dat nogal een mengelmoes van stijlen is. Het draagt de naam van de familie die tussen de tweede helft van de veertiende eeuw en het jaar 1463 over Fano heerste en werd grotendeels gebouwd in opdracht van Pandolfo III Malatesta (1370-1427). Pandolfo werd al op zijn vijftiende heer van Fano. Net als zijn vader Galeotto I Malatesta was hij een succesvolle condottiero (huurlingenaanvoerder). Condottieri verkochten hun diensten aan de partij die het beste betaalde, dus het behoeft geen verbazing te wekken dat Pandolfo het ene moment vóór de Visconti’s van Milaan vocht en het andere moment in Venetiaanse dienst tegen diezelfde Visconti’s. Zijn grafmonument in de kerk van San Francesco in Fano is nog altijd te bewonderen.

Palazzo Malatestiano.

Op de begane grond van het Palazzo Malatestiano vinden we het archeologisch museum van de stad. Dit is in een eerdere bijdrage al aan de orde gekomen. Voor de Pinacoteca met de plaatselijke collectie schilderijen moesten we op de eerste verdieping zijn. We beklommen de trap en stuitten in het trappenhuis op het originele beeld van de godin Fortuna, waarvan nu een kopie op het centrale plein van Fano (het oude Fanum Fortunae) staat. Het beeld van Donnino Ambrosi zag eruit alsof het wel een opknapbeurt kon gebruiken, en gelukkig schijnt in 2025 de beslissing te zijn genomen het te restaureren.

De Pinacoteca bestaat in feite maar uit één zaal, de Sala Morganti. Deze is vernoemd naar de lokale schilders Bartolomeo en Pompeo Morganti, een vader en een zoon die leefden en werkten in de zestiende eeuw. Hun grote en kleurrijke paneelschildering uit 1534 vinden we aan het begin van de zaal. Op het werk is van alles te zien. Terwijl beneden de Opwekking van Lazarus is afgebeeld met Christus en de zusters Maria en Martha van Bethanië, vecht in de lucht de aartsengel Michael met de duivel. In dezelfde zaal hangen werken van Giovanni Santi (ca. 1440-1494), zijnde de vader van de bekendere Rafaël, van Domenico Zampieri, beter bekend als Domenichino (1581-1641), en van Giovanni Francesco Guerrieri (1589-1657). Het museum bezit verder schilderijen van Mattia Preti (1613-1699) – hospitaalridder en navolger van Caravaggio – en van Matteo Loves. Laatstgenoemde is een beetje een obscure schilder. Waarschijnlijk werd hij in Engeland geboren, al noemt de Pinacoteca het Duitse Keulen als zijn geboorteplaats. Zijn familie was echter zeker Engels. In Italië werd Loves een leerling van Giovanni Francesco Barbieri, beter bekend als Guercino (1591-1666). Hij woonde in en werkte vanuit Cento, in de Emilia-Romagna.

L’Angelo Custode – Guercino.

Van deze Guercino – ‘Schele’ – bezit de Pinacoteca ook een werk, dat bekendstaat als L’Angelo Custode, de beschermengel. Het werd in 1641 geschilderd en vormde voor de Engelse dichter Robert Browning (1812-1889) de inspiratie voor zijn gedicht The Guardian-Angel – a picture at Fano. Browning zag het schilderij nog op zijn oorspronkelijke locatie, in de kerk van Sant’Agostino in Fano. Die kerk werd in 1943 grotendeels verwoest door een geallieerd bombardement, maar het werk van Guercino kon gelukkig gered worden.

In een kleiner zaaltje naast de Sala Morganti trof ik – naast biografische informatie over Pandolfo III Malatesta – een veelluik aan van de hand van Michele Giambono, een schilder die tussen ca. 1420 en 1462 actief was in Venetië, de stad van zijn geboorte. Zijn Madonna met Kind en verschillende heiligen uit ca. 1420-1425 is helaas nogal beschadigd. Van de heilige rechtsboven (een bisschop) is bijvoorbeeld weinig over. Toch zijn de meeste heiligen nog goed te identificeren. Beneden zien we, van links naar rechts, Hieronymus, de aartsengel Michael, Jakobus de Meerdere, Johannes de Doper, Petrus en Paulus. Michele Giambono voegde enkele prachtige details toe. Let bijvoorbeeld op Sint Hieronymus, herkenbaar aan zijn rode kardinaalshoed, die bijna uit zijn frame lijkt te stappen. Als enige heeft hij zijn hoofd niet in het midden. Een ander fraai detail is de tekst in het boek van Jakobus de Meerdere, die is afgebeeld met pelgrimshoed en pelgrimsstaf. We lezen daar de Mariahymne Salve Regina. De kleinere heiligen op de tweede rij worden niet aan Michele Giambono toegeschreven, maar aan de mysterieuze Maestro di Roncaiette. Over de provenance van het veelluik meldt het museum niets. Misschien stond het ooit in een kerk gewijd aan Sint Hieronymus (San Gerolamo)? Het schaalmodel van een kerk aan de voeten van deze heilige zou een aanwijzing in die richting kunnen zijn.

Veelluik van Michele Giambono.

Bron: Bradt travel guide Umbria & the Marche (2021), p. 281.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.