Ons bezoek aan de kerk van San Domenico begon met de nodige verwarring. Eigenlijk waren we niet zozeer in de kerk zelf geïnteresseerd als wel in een aangrenzende kapel waarin een fresco van de schilder Ottaviano Nelli (ca. 1375-1444) te bewonderen zou zijn. Van diens werk in Gubbio hadden we destijds zeer genoten. Volgens onze reisgids was de naam van de kapel de Cappella di San Gaetano en moesten we bij het plaatselijke VVV informeren naar mogelijkheden voor een bezoek. Helaas bleken de dienstdoende medewerkers van het VVV van Urbino nog nooit van deze kapel gehoord te hebben. Misschien had de reisgids de naam van de kerk verkeerd genoteerd; elders kwamen we ook wel de naam Cappella della Madonna dell’Umiltà tegen, die is afgeleid van Nelli’s fresco waarop de Madonna van de Nederigheid te zien is. Uiteindelijk vonden we de kapel achter de San Domenico, aan de linkerzijde, en konden we het fresco door de glazen deur heen bekijken. De deur zat echter op slot, dus dichterbij konden we niet komen en het maken van mooie foto’s zat er al helemaal niet in.
In feite is de genoemde kapel het enige overblijfsel van een kleine kerk die eind dertiende eeuw aan de Dominicanen werd toegewezen. In het midden van de veertiende eeuw kregen de Dominicanen vervolgens ook het terrein ten westen van de kerk in handen, waarop ze de huidige kerk van San Domenico lieten verrijzen. Die kerk werd in 1365 gewijd. Enkele eeuwen later waren het vooral leden van de familie Albani die zich om het bouwwerk bekommerden. Paus Clemens XI (1700-1721) – geboren als Giovanni Francesco Albani – financierde de restauratie van het dak, terwijl zijn neef kardinaal Annibale Albani (1682-1751) een grote verbouwing van het interieur sponsorde die door de architect Filippo Barigioni (1672-1753) werd uitgevoerd. Als gevolg van deze verbouwing is er een opmerkelijk contrast ontstaan tussen het exterieur en het interieur van de kerk. Aan de buitenzijde is de San Domenico een bakstenen gotische blokkendoos met als enig opvallend element een mooi vijftiende-eeuws portaal. Binnen worden de wit gestucte muren, plafonds en zuilen afgewisseld met grote doeken die allemaal kopieën zijn van werken van bekendere schilders zoals Guercino en Sebastiano Conca.
Exterieur
Het prachtige portaal van travertijn werd tussen 1449 en 1454 gemaakt door Maso di Bartolomeo (ca. 1406-1456) en Michele di Giovanni da Fiesole (ca. 1418-1480). Het fraaiste element van het portaal is de lunette van geglazuurde terracotta, een werk van Luca della Robbia (ca. 1400-1482). Wat we zien is overigens een kopie; de originele lunette is tegenwoordig te bewonderen in de Galleria Nazionale delle Marche, gehuisvest in het Palazzo Ducale. Luca della Robbia maakte de lunette in 1450-1451. In het midden zien we de Maagd Maria met het Christuskind. Christus houdt een boekrol vast met de tekst EGO SVM LVX MVNDI, “Ik ben het licht van de wereld”, afkomstig uit het Evangelie volgens Johannes (Johannes 8:12). De andere figuren zijn beroemde Dominicanen. Links zien we de stichter van de orde Sint Dominicus (ca. 1170-1221) en de theoloog Thomas Aquinas (ca. 1225-1274). De tekst in het boek van Thomas komt uit het Bijbelboek Psalmen. De figuren rechts zijn bisschop en filosoof Albertus Magnus (ca. 1200-1280) en Petrus van Verona, een prediker en inquisiteur die in 1252 werd vermoord en daarmee de eerste martelaar van de Dominicanen werd. Hij werd geëerd met een schitterende graftombe in Milaan.
Voor de kerk staat een opmerkelijk object, namelijk een Egyptische obelisk. Deze is in zekere zin een broertje van de obelisk voor de kerk van Santa Maria sopra Minerva in Rome. Hij dateert van de regering van farao Wahibre Haaibre, ook bekend als Apries in Griekse bronnen of als Chofra, de naam die hij in het Bijbelboek Jeremia heeft. Wahibre Haaibre regeerde vanuit Sais in de Nijldelta en was farao van 589 tot en met 570 BCE. De obelisk stond oorspronkelijk dan ook in Sais, maar werd waarschijnlijk in de eerste eeuw door de Romeinse bezetters naar de Eeuwige Stad overgebracht en geplaatst in het Isaeum en Serapaeum, de tempel gewijd aan de van oorsprong Egyptische goden Isis en Serapis. Toen eind vierde eeuw de tempels gewijd aan de heidense culten werden gesloten verdween de obelisk spoorloos, om in de zeventiende eeuw in brokstukken teruggevonden te worden. Het was de al genoemde kardinaal Annibale Albani die de obelisk aan Urbino schonk. Het voorwerp wordt thans bekroond door het familiewapen van de Albani, bestaande uit drie bergtoppen en een ster.
Interieur
Om de kunstwerken in de kerk te kunnen bezichtigen moesten we ons eerst door een rommelmarkt worstelen waarvan de opbrengsten aan de bevolking van Afrika ten goede zouden komen. De grote schilderijen aan de wanden waren vervolgens niet echt de moeite waard. Veel interessanter was een groot crucifix aan de linkerzijde dat op het eerste gezicht middeleeuws aandoet. Bij nadere inspectie is het een modern werk (uit 2002) geschilderd door Piero Casentini (1963). Hij liet zich inspireren door het dertiende-eeuwse crucifix van Cimabue (ca. 1240-1302) uit de kerk van San Domenico in Arrezo in Toscane.
Voor de interessantste kunstwerken moeten we wederom de Galleria Nazionale delle Marche bezoeken (gelukkig staat het Palazzo Ducale tegenover de kerk). Ik doel op een reeks losgemaakte fresco’s uit de veertiende eeuw. Ze stellen de Kroning van de Maagd, de Tenhemelopneming van de Maagd, en Mattheus, Hieronymus en Gregorius de Grote voor. Hoewel ze zeker niet meer helemaal intact zijn, is er nog genoeg van bewaard gebleven om de voorstellingen te kunnen interpreteren. Er is volgens het museum in academische kringen veel gediscussieerd over de identiteit van de schilder die verantwoordelijk was voor de fresco’s en over de datering. Tegenwoordig wordt vaak de naam van Antonio da Siena als maker van de schilderingen genoemd, waarbij wordt gewezen op invloeden van de beroemde Siënese schilders Pietro en Ambrogio Lorenzetti. Qua datering wordt erop gewezen dat er in de periode 1342-1347 met Marco Rognoni (of Roncioni) een Dominicaanse bisschop in Urbino diende, die dus heel goed de opdracht kan hebben gegeven voor deze fresco’s ter ere van de Maagd Maria. Het museum dateert de fresco’s daarom op ca. 1343.
Bronnen: Bradt travel guide Umbria & the Marche (2021), p. 271, Chiesa di San Domenico (Urbino) – Wikipedia en de informatieborden in de kerk en de Galleria nazionale delle Marche.






Pingback:Urbino: Palazzo Ducale en Galleria Nazionale delle Marche (deel 1) – – Corvinus –
Pingback:Urbino: Palazzo Ducale en Galleria Nazionale delle Marche (deel 2) – – Corvinus –