Urbino: Palazzo Ducale en Galleria Nazionale delle Marche (deel 1)

Rampa Elicoidale, met daarachter het Palazzo Ducale.

Rondom het historische centrum van Urbino zijn verschillende parkeerterreinen gecreëerd. Een daarvan is de Parcheggio Mercatale. Toen wij de stad bezochten, kon op het plein zelf niet geparkeerd worden, omdat er tribunes stonden voor het jaarlijkse Festival van de Hertog (Festa del Duca). De parkeergarage onder het plein was echter gewoon geopend. Nadat we onze auto in een veel te krap vak hadden achtergelaten, liepen we richting de toegangspoort tot de binnenstad, een toren die bekendstaat als de Rampa Elicoidale. De naam slaat op de wenteltrap in de toren, die zo breed is dat vroeger de hertog van Urbino te paard kon afdalen. Op zichzelf is het mogelijk bij het VVV (dat naast de toren zit) een kaartje te kopen voor de lift, maar wij kozen voor de beklimming te voet. De wenteltrap leidt naar de gevel van het hertogelijk paleis met de twee kenmerkende torentjes. Via een tweede trap bereikten we de Piazza Duca Federico, waar zich de ingang van het Palazzo Ducale bevindt. Het plein is vernoemd naar Federico da Montefeltro, die tussen 1444 en zijn dood in 1482 heer en hertog van Urbino was. Het was Federico, meer dan wie dan ook, die zijn stempel op het paleis zou drukken.

Palazzo Ducale

Federico da Montefeltro had een lange regeerperiode van 38 jaar. Hij was een buitenechtelijke zoon van Guidantonio da Montefeltro, heer van Urbino, al is er ook een theorie dat zijn echte vader Bernardino Ubaldini (1389-1437) was, die was getrouwd met een buitenechtelijke dochter van Guidantonio. Hoe dit ook zij, Guidantonio wettigde hem omdat zijn huwelijk geen nageslacht had opgeleverd. De graaf hertrouwde echter na de dood van zijn eerste vrouw, en uit zijn tweede huwelijk werden wel kinderen geboren, onder wie zijn zoon Oddantonio da Montefeltro. Deze volgde Guidantonio in 1443 op en werd direct tot hertog gepromoveerd door Paus Eugenius IV (1431-1447). Oddantonio was zo’n vijf jaar jonger dan zijn halfbroer. Hij was zeer impopulair vanwege zijn hoge belastingen (bedoeld om feesten te bekostigen) en seksuele wangedrag. Uiteindelijk werd hij in 1444 vermoord, nog maar zeventien jaar oud. Zijn lijk werd gevonden met de afgesneden penis van de overledene in diens mond. Federico was nu de nieuwe heer en graaf van Urbino. De facto was hij ook hertog, al zou hij die titel pas dertig jaar later, in 1474, formeel verkrijgen.

Gevel met torentjes (torricini).

Federico da Montefeltro zou de geschiedenis ingaan als een beroemde condottiero, een huurlingenaanvoerder. Door zich te verhuren aan de hoogste bieder, overwinningen te behalen en steden in te nemen zou hij veel geld verdienen. In 1444 was Federico echter nog maar 22 jaar oud en betrekkelijk arm. De bouw van een schitterend paleis zat er toen nog niet in. De toekomstige hertog begon dan ook bescheiden met de verbouwing en uitbreiding van een palazzo van zijn vader Guidantonio. Het ging om een reeks vertrekken tegenover de kerk van San Domenico, aan wat nu de Piazza Rinascimento is. Bij deze verbouwing in de jaren 1450 was in elk geval de Toscaanse architect Maso di Bartolomeo (ca. 1406-1456) betrokken. Een tweede uitbreiding vond plaats in de jaren 1460 en 1470, toen Federico er financieel stukken beter voorstond. De werkzaamheden werden toen geleid door Luciano Laurana (ca. 1420-1479), afkomstig uit het Kroatische plaatsje Vrana, dat destijds onder het gezag van Venetië stond. De al genoemde kenmerkende gevel met torentjes (torricini) en de grote binnenplaats worden aan hem toegeschreven, net als de slaapkamer van de hertog. Ten slotte waren er tijdens het leven van de hertog verbouwingen in de jaren 1480 door Francesco di Giorgio Martini (1439-1501). Onder meer de Rampa Elicoidale is van zijn hand. Decoraties in de verschillende zalen werden verzorgd door de beeldhouwer en architect Ambrogio Barocci uit Milaan.

Federico’s eerste huwelijk met Gentile Brancaleoni was kinderloos. Gentile stierf in 1457 en drie jaar later hertrouwde Federico met Battista Sforza (1446-1472), de dochter van de heer van Pesaro, Alessandro Sforza. Na zes dochters werd in 1472 eindelijk een zoon geboren, maar de prijs die Federico voor deze troonopvolger betaalde, was hoog. Enkele maanden na de bevalling overleed Battista en Federico was de resterende tien jaar van zijn leven weduwnaar. Zijn zoon Guidobaldo (1472-1508) trouwde met Elisabetta Gonzaga (1471-1526). Omdat Guidobaldo impotent was, slaagde hij er niet in nageslacht bij Elisabetta te verwekken. Gelukkig had de hertog nog een dochter, Giovanna, die was getrouwd met Giovanni della Rovere, een neef van Paus Sixtus IV (1471-1484). Hun zoon Francesco Maria I della Rovere werd in 1508 de nieuwe hertog van Urbino. Francesco’s zoon Guidobaldo II della Rovere regeerde tussen 1538 en 1574 en liet het Palazzo Ducale opnieuw verbouwen, waarbij een tweede verdieping werd toegevoegd. Bij deze verbouwing waren in elk geval de architecten Bartolomeo Genga (1518-1558) en Filippo Terzi (1520-1597) betrokken.

Schaalmodel van het Palazzo Ducale.

Guidobaldo’s zoon Francesco Maria II della Rovere was de laatste hertog van Urbino. Hij had weliswaar in 1605 een zoon gekregen, maar deze Federico Ubaldo della Rovere overleed al in 1623. Toen Francesco Maria II in 1631 zelf overleed, viel het hertogdom Urbino terug aan de Pauselijke Staat. Het Palazzo Ducale was voortaan de residentie van de pauselijke legaat. Vervolgens verdwenen bijna alle meubels, kleding, boeken, kunst en juwelen uit het paleis. Voor een gedeelte werden deze goederen bij opbod verkocht, maar een groot deel werd naar Florence getransporteerd als bruidsschat van Vittoria della Rovere (1622-1694), de kleindochter van Francesco Maria II. Zij was al kort na haar eerste verjaardag verloofd met Ferdinando II de’ Medici, de jonge groothertog van Toscane (1621-1670). Dit verklaart waarom we vele topstukken uit Urbino thans in de Uffizi in Florence aantreffen. Denk bijvoorbeeld aan het dubbelportret van Federico da Montefeltro en Battista Sforza, geschilderd door Piero della Francesca (ca. 1415-1492). Een ander voorbeeld is de Venus van Urbino van Titiaan (ca. 1488-1576), een schilderij dat waarschijnlijk door Guidobaldo II werd gekocht voor zijn jonge vrouw Giulia Varano (1523-1547).

Ottaviano Ubaldini en Federico da Montefeltro.

Galleria Nazionale delle Marche

Door het leeghalen van de vertrekken werd het Palazzo Ducale een lege huls, enigszins vergelijkbaar met het Castello Estense in Ferrara. Met de eenwording van Italië in de negentiende eeuw verdween ook de functie van residentie van de pauselijke legaat. Gelukkig werd er begin twintigste eeuw een nieuwe bestemming voor het markante gebouw gevonden. Thans huisvest het hertogelijke paleis namelijk de in 1912 opgerichte nationale kunstgalerij van de Marche. Bij gebreke van voorwerpen uit het paleis zelf bestaat de collectie vooral uit kunstwerken afkomstig uit kerken en kloosters in en om Urbino. Ik heb het idee dat de voorwerpen nog wel eens verplaatst worden, want tijdens ons bezoek trof ik ze soms op andere plaatsen aan dan in mijn reisgids beschreven was. Onderstaande beschrijving is gebaseerd op onze verkenning van de tientallen zalen die het Palazzo Ducale rijk is.

Ons bezoek begon op de grote binnenplaats, de Cortile d’Onore. Op de architraven lezen we een lange Latijnse lofzang op de prestaties van FEDERICVS VRBINI DVX, Federico, hertog van Urbino. In oudere gedeelten van het paleis wordt hij nog FC genoemd, Federicus Comes, graaf Federico. Vervolgens betreden we de bibliotheek, waar we geen boeken meer aantreffen, maar wel een mooi schaalmodel van het Palazzo Ducale (afbeelding hierboven). Het model, met een schaal van 1:100, toont goed aan dat het palazzo niet volgens een vooropgezet plan is ontworpen, maar eerder organisch is gegroeid. We lopen door naar een serie vertrekken die tot de Appartamenti della Jole behoren. Ze zijn genoemd naar Jole, de concubine van de Griekse held Hercules. De twee zijn afgebeeld als telamon respectievelijk kariatide die de open haard in de eerste zaal stutten. De zaal zelf is tamelijk leeg, maar we vinden er wel een reliëf van Federico met zijn jongere broer en raadgever Ottaviano Ubaldini, afkomstig uit het atelier van Ambrogio Barocci (afbeelding hierboven). Ook interessant is een anoniem reliëf uit ca. 1490-1500 van een vrouw, van wie wordt aangenomen dat ze Battista Sforza voorstelt. Verder viel mijn oog op een reliëf van de Madonna met het Kind en engelen, omstreeks 1455 gemaakt door Michele di Giovanni da Fiesole, bijgenaamd Il Greco (ca. 1418-1480). De open haard wordt ook aan deze beeldhouwer toegeschreven.

In een volgende zaal, een ontvangstruimte, zijn nog overblijfselen van vijftiende-eeuwse fresco’s te zien. Ze stellen beroemde helden uit de Oudheid voor, onder wie Mucius Scaevola, Furius Camillus, Hannibal, Alexander de Grote en Julius Caesar. De fresco’s dateren van de jaren 1460 en werden gemaakt door Giovanni Boccati (ca. 1410-1486). Later verdwenen ze achter lagen pleisterwerk en behang, om pas in 1939 te worden herontdekt. Helaas verkeren de fresco’s niet in al te beste staat. Even verderop komen we dan eindelijk een origineel voorwerp uit het paleis tegen, een houten alkoof uit ca. 1455-1460 waarin het bed van de hertog werd geplaatst om de slapers te beschermen tegen de winterkou; ondanks de aanwezigheid van open haarden in de vertrekken was het in de winter kennelijk onmogelijk om het Palazzo Ducale warm te krijgen. De alkoof werd mogelijk beschilderd door Fra Carnevale (ca. 1420-1484), een Dominicanenbroeder die voor zijn intrede in de orde het vak had geleerd van Antonio Alberti da Ferrara en Filippo Lippi. Van zijn hand is ook een Kruisiging die in dezelfde zaal hangt.

Nu komen we aan bij een echt hoogtepunt in de collectie, de Geseling van Christus van Piero della Francesca. Het gaat om een kleine paneelschildering van 58,3 bij 81,5 centimeter. Hoewel het schilderij de Geseling van Christus wordt genoemd, vindt die geseling op de achtergrond plaats. Christus staat vastgebonden tegen een zuil en wordt afgeranseld door twee beulen. Boven op de zuil staat het beeld van een heidense godheid. De andere figuren zijn de Romeinse prefect Pontius Pilatus en koning Herodes Antipas. Pilatus zou de trekken hebben van de Oost-Romeinse keizer Johannes VIII Palaiologos, de keizer die in 1438-1439 naar Italië reisde voor de Concilies van Ferrara en Florence, bedoeld om een verzoening te bewerkstelligen tussen de Rooms-Katholieke en Oosters-Orthodoxe Kerken. Achter de prefect zien we een trap, de befaamde Scala Santa die later naar Rome zou zijn overgebracht. Herodes blijft een beetje anoniem, want we krijgen zijn gezicht niet te zien. Op de voorgrond schilderde Piero della Francesca een gesprek tussen drie mannen. Hun identiteit is niet met zekerheid bekend. Dat komt mede omdat met betrekking tot het schilderij niet duidelijk is op wiens verzoek het is geschilderd, noch met welke aanleiding of wanneer precies (het museum houdt het op ca. 1453-1460). Ook is de oorspronkelijke locatie van het werk onzeker; het duikt pas in 1717 op in een inventaris van de kathedraal van Urbino.

Geseling van Christus – Piero della Francesca.

Geseling van Christus (detail).

Er is natuurlijk volop gespeculeerd over wie de drie mannen zouden kunnen zijn. Een theorie is dat de jonge, blonde man in het midden Oddantonio da Montefeltro is, de halfbroer van Federico. Hij werd als gezegd al in 1444 vermoord, dus dan zou het om een postuum portret gaan. De man rechts in het prachtige blauwe gewaad met gouden decoraties wordt wel geïdentificeerd als de humanist Giovanni Bacci. Hij gaf Piero della Francesca de opdracht diens fresco’s over de Geschiedenis van het Ware Kruis te schilderen in de Cappella Bacci in de kerk van San Francesco in Arezzo. De man links is mogelijk Basilios Bessarion (ca. 1403-1472), de metropoliet van Nicaea die net als keizer Johannes aan de Concilies van Ferrara en Florence deelnam. Bessarion besloot in Italië te blijven. Hij bekeerde zich tot het katholicisme en werd uiteindelijk kardinaal. Hij had het zelfs tot paus kunnen schoppen, maar zijn Griekse achtergrond was daarbij een handicap. Dankzij de kardinaal maakte Italië weer kennis met de Griekse taal, de Griekse literatuur en de Griekse filosofie, en dan vooral met Plato. Omdat we geen zekerheid hebben over de identiteit van de drie mannen, blijft ook de betekenis van het gesprek onduidelijk. Het enige waarover we wel zekerheid hebben, is de identiteit van de schilder. Piero della Francesco signeerde de panelschildering namelijk op de voet van het podium waarop Pilatus zit. We lezen hier de woorden OPVS PETRI DEBVRGO SCI SEPVLCRI, een verwijzing naar zijn geboorteplaats Sansepolcro in Toscane.

Geseling van Christus, voorgrond.

Madonna van Senigallia – Piero della Francesca.

De Galleria Nazionale delle Marche bezit nog een werk van Piero della Francesco. Hoewel ik deze Madonna van Senigallia pas vele zalen verderop aantrof, zal ik het schilderij hier bespreken. Het is afkomstig uit de kerk van Santa Maria delle Grazie in Senigallia, gebouwd in 1491. Aanleiding voor de bouw was de geboorte van Guidobaldo II della Rovere, als gezegd de zoon van Giovanni della Rovere en Giovanna da Montefeltro en vanaf 1508 hertog van Urbino. De Madonna van Senigallia werd ruim voor 1491 geschilderd, mogelijk tussen 1474 en 1478. In 1474 sloot Federico da Montefeltro namelijk een bondgenootschap met Paus Sixtus IV, dat er mede in voorzag dat Federico’s dochter Giovanna zou trouwen met Sixtus’ neef Giovanni. Ook erkende de paus Federico als hertog van Urbino. Het huwelijk vond uiteindelijk in 1478 plaats. De Madonna van Senigallia zou geschilderd kunnen zijn ter gelegenheid van de verloving vier jaar eerder en misschien als bruidsschat. In de twee engelen die de Madonna met het Kind flankeren worden wel Giovanni della Rovere en Giovanna da Montefeltro gezien. Het Christuskind draagt een opvallende ketting van bloedkoraal. In de middeleeuwen geloofde men dat zo’n ketting kinderen tegen het kwaad zou beschermen, terwijl de ketting tevens een verwijzing is naar het bloedoffer dat Christus zal brengen voor de mensheid.

NAAR DEEL 2

Website van de Galleria Nazionale delle Marche: Home – Galleria Nazionale delle Marche GNDM.IT

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.