Zoals in een eerdere bijdrage al aangegeven, werd het Palazzo Nuovo ontworpen door Michelangelo maar pas in de tweede helft van de zeventiende eeuw gebouwd door vader Girolamo en zoon Carlo Rainaldi. Tegenwoordig vormt het stadspaleis de linkervleugel van de Capitolijnse Musea. De ingang van de musea is in het tegenoverliggende Palazzo dei Conservatori, waarna bezoekers via de onderaardse passage onder het Palazzo Senatorio in het Palazzo Nuovo komen. Hier kunnen ze vooral Romeins beeldhouwwerk bewonderen, heel veel Romeins beeldhouwwerk. Bekend zijn bijvoorbeeld de zaal van de Romeinse keizers en de zaal van de filosofen. Ik heb er vele foto’s gemaakt van bustes van beroemde mannen (en een enkele vrouw) die ik weer kon gebruiken voor mijn bijdragen over de geschiedenis van het Romeinse Rijk. In deze bijdrage zal ik me op een reeks andere voorwerpen richten. Ik bespreek mijn tien persoonlijke hoogtepunten.
1. De stervende Galliër
Dit prachtige beeld van een verslagen Keltische of Galatische krijger is afkomstig uit de verzameling van de familie Ludovisi. Net als zijn tegenhanger, de Ludovisi Galliër in het Palazzo Altemps, werd het beeld gevonden in de Horti Sallustiani ten noorden van Rome. Het is dan ook wel aannemelijk dat beide beelden tot dezelfde groep behoorden. Daarmee is echter nog niets gezegd over de datering of het doel van deze beelden. Schattingen ten aanzien van de datering variëren van de eerste eeuw BCE tot de tweede eeuw CE. Een populaire theorie is nog steeds dat ook de stervende Galliër een Romeinse kopie in marmer is naar een Grieks origineel in brons dat onderdeel was van een monument opgericht door koning Attalos I van Pergamum (241-197 BCE). Attalos had een horde migrerende Kelten verpletterd en daarmee de bijnaam Soter (‘Redder’) verworven. Of de theorie over de Romeinse kopie nu hout snijdt of niet, het beeld van de stervende Galliër is aangrijpend. Let vooral op mooie details als het gepijnigde gezicht, de snor, het opvallende kapsel en de torque om de nek van de man.
2. De discobolus (of Monnot-gladiator)
Zeker een kopie van een Grieks origineel is de discobolus of discuswerper. Het origineel werd omstreeks 460-450 BCE in brons gemaakt door de beeldhouwer Myron van Eleutherae en vervolgens eindeloos gekopieerd. Waar dat nu als plagiaat zou worden beschouwd, zag men in de oudheid het kopiëren van beroemde werken juist als een proeve van bekwaamheid. In Rome vinden we een andere kopie, de zogenaamde Discobolo Lancellotti, in het Palazzo Massimo. Met de kopie uit de eerste eeuw in het Palazzo Nuovo is iets opmerkelijks aan de hand. Het beeld werd in de achttiende eeuw gerestaureerd door de beeldhouwer Pierre-Étienne Monnot (1657-1733), die de discuswerper omvormde tot een gewonde krijger of gladiator. Monnot voegde bijvoorbeeld het schild en het gebroken zwaard toe. Het werk wordt tegenwoordig dan ook wel de Monnot-gladiator genoemd.
3. Hadrianus als pontifex maximus
Keizer Hadrianus regeerde van 117 tot aan zijn dood in 138 over het immense Romeinse Rijk. Waar de pontifex maximus of opperpriester in de tijd van de Republiek nog door het volk gekozen werd, was het ambt in de keizertijd aan de keizer voorbehouden. Het beeld in het Palazzo Nuovo toont Hadrianus met bedekt hoofd (capite velato), een boekrol in de linkerhand en een schotel voor libaties (patera) in de rechter. De keizer draagt ook de typische schoenen van een Romeinse patriciër. Aangenomen mag worden dat het beeld tijdens de regering van de keizer werd gemaakt. Het is 2.35 meter hoog en werd gevonden in de buurt van de kerk van Santo Stefano Rotondo.
4. Beeld van Mars Ultor
Dit prachtige beeld van de god van de oorlog werd lang aangezien voor een beeld van koning Pyrrhus van Epirus, een van de grootste generaals uit de oudheid. Pyrrhus was de koning die naar Italië overstak om de Griekse stadstaten van Magna Graecia te helpen tegen de oprukkende Romeinen. Tweemaal versloeg hij hen, bij Heraclea in 280 BCE en bij Asculum in 279 BCE. Beide keren leed de koning echter zulke grote verliezen dat de overwinning feitelijk op een nederlaag neerkwam: de bekende Pyrrhusoverwinning. Na een nederlaag in 275 BCE moest Pyrrhus zich terugtrekken naar Epirus. In 272 BCE sneuvelde hij op oneervolle wijze tijdens gevechten in Argos. Ondertussen is wel duidelijk dat het prachtige, 3.60 meter hoge beeld in het Palazzo Nuovo niet Pyrrhus voorstelt, maar Mars. Het is heel aannemelijk dat het gaat om een kopie van het beeld van Mars Ultor dat keizer Augustus in het jaar 2 BCE in de tempel van deze godheid op zijn eigen forum liet plaatsen. De details van het beeld zijn in elk geval prachtig, van de Korinthische helm met sfinx tot het borstkuras met daarop twee griffoenen en een Medusahoofd.
5. Marforio
Marforio is een beeld van de zeegod Oceanus uit de eerste eeuw CE op de binnenplaats (Cortile) van het Palazzo Nuovo. In de tijd dat er nog geen sociale media bestonden kende Rome een aantal zogenaamde ‘sprekende beelden’. Op deze beelden werd ’s nachts anonieme pamfletten bevestigd, doorgaans met kritiek op de pauselijke autoriteiten. Soms praatten de beelden zelfs met elkaar, waarbij het ene beeld reageerde op een pamflet dat bij een ander beeld was aangebracht. Het bekendste beeld is waarschijnlijk Pasquino in de buurt van de Piazza Navona, oorspronkelijk een Romeins beeld van Menelaos die de gestorven Patroklos vasthoudt. Abt Luigi, Il Babuino en Il Facchino zijn samen met Madama Lucrezia naast de kerk van San Marco de overige beelden. De naam Marforio is waarschijnlijk afgeleid van Martis Forum, het Forum van Mars. Dat is een alternatieve naam voor het Forum van Augustus. Marforio werd naast diens tempel van Mars Ultor (zie 4.) gevonden.
6. De Amendola Sarcofaag
De prachtige Amendola Sarcofaag past bij een reeks ‘strijd-sarcofagen’ uit de tweede en derde eeuw waartoe ook de Portonaccio Sarcofaag en de Grote Ludovisi Sarcofaag behoren. Die laatste twee zijn – het moet gezegd worden – wel van hogere kwaliteit dan de Amendola Sarcofaag, die ooit werd gevonden op een landgoed langs de Via Appia. Voor wie de sarcofaag bestemd was, is onbekend. Op de voorzijde zien we een gevecht tussen Griekse of Romeinse soldaten en barbaren. De barbaren worden uiteraard verpletterd. Ze sneuvelen of worden geboeid afgevoerd (het deksel bestaat vrijwel uitsluitend uit gevangenen). In de grote gevechtsscène zijn veel van de barbaren naakt afgebeeld. Enkelen hebben de kenmerkende Keltische torques. Hoewel de sarcofaag evident Romeins is, dragen de soldaten uitrustingen die – met de borstkurassen en Thracische helmen – eerder Grieks zijn. Mogelijk werd er dus weer inspiratie ontleend aan voorbeelden uit Pergamum (zie 1.).
7. Sarcofaag met voorstellingen uit het leven van Achilles
Een andere sarcofaag die uitnodigt tot een nadere inspectie is een derde-eeuwse sarcofaag met voorstellingen uit het leven van de Griekse held Achilles. De sarcofaag werd in 1582 gevonden in het mausoleum van Monte del Grano vlak bij de Via Tuscolana. Dit mausoleum staat ook wel bekend als de graftombe van keizer Severus Alexander (222-235). Toen Alexander in het jaar 222 keizer werd, was hij pas dertien jaar oud. Hij stond dan ook sterk onder invloed van zijn moeder Julia Mamaea en grootmoeder Julia Maesa. Maesa stierf al vroeg tijdens de regering van haar kleinzoon, terwijl Severus Alexander en Julia Mamaea in 235 werden vermoord door hun eigen soldaten tijdens een veldtocht in Germania. Dat de pas 26-jarige keizer later door de Senaat werd vergoddelijkt, zal slechts een schrale troost zijn geweest.
De traditie dat de hier besproken sarcofaag de laatste rustplaats van Alexander en zijn moeder was, wordt nog niet algemeen aanvaard.[1] In elk geval meldt het museum niets over deze theorie. Toegegeven, de vrouw op het deksel heeft hetzelfde kapsel als we op bustes van Julia Mamaea zien, maar dat geeft hooguit aan dat dergelijke kapsels in de eerste helft van de derde eeuw in de mode waren. En waarom zouden we in de man en de vrouw een zoon en moeder zien in plaats van – zoals veel gebruikelijker was – twee echtelieden? In plaats van ons op onbewijsbare theorieën te richten, kunnen we beter genieten van de mooie voorstellingen op de sarcofaag. Achilles is in het midden afgebeeld met twee dochters van Koning Lykomedes van Skyros. Lykomedes is de zittende figuur met de baard links. De zittende figuur rechts is Koning Agamemnon, leider van de Griekse expeditie tegen Troje. Achilles was door zijn moeder Thetis als meisje verkleed en verstopt aan het hof van Lykomedes, in de hoop dat hij zo deelname aan de Trojaanse oorlog kon ontlopen. Hij werd echter dankzij een list van Odysseus toch ontdekt, ging mee naar Troje en sneuvelde onder de muren van de stad.
8. Beeld van een dronken oude vrouw
Het marmeren beeld van een dronken oude vrouw dateert van de tweede eeuw. Wederom hebben we te maken met een Romeinse kopie van een Grieks origineel, dat ditmaal van de derde eeuw BCE dateert. Dat het om een oude vrouw gaat, blijkt uit de knap gebeeldhouwde rimpels in haar gezicht, en haar dronkenschap is tamelijk evident. De vrouw omklemt de grote kruik met wijn in haar schoot alsof het haar kostbaarste bezit is. Het beeld, dat behoorlijk gerestaureerd is, werd in 1620 gevonden bij de kerk van Sant’Agnese fuori le Mura aan de Via Nomentana.
9. Duivenmozaïek uit Tivoli
De onder 3. genoemde keizer Hadrianus bezat een prachtige villa bij Tibur, dat tegenwoordig Tivoli heet. Afkomstig uit deze villa is een mozaïek waarop we vier duiven zien die zijn neergestreken op de rand van een kom met water. Een is aan het drinken, een ander wacht op zijn beurt en twee duiven kijken achterom om te zien of er ergens gevaar op de loer ligt. Het mozaïek is uitgevoerd in opus vermiculatum, een mozaïekstijl waarbij minuscule steentjes worden gebruikt om extreem gedetailleerde plaatjes te maken. We kennen deze stijl ook van het beroemde Nijlmozaïek in Palestrina. Het duivenmozaïek diende als emblema – decoratief middenstuk – van een vloer ergens in het villacomplex. Volgens de meest gangbare theorie gaat het om een kopie van een werk van de Griekse mozaïekmaker Sosus van Pergamum, die leefde in de tweede eeuw BCE. Wederom hebben we dus te maken met een Romeinse kopie van een Grieks origineel en wederom lijkt er een link met Pergamum te zijn. Dat hoeft niet te verbazen, want Rome en Pergamum waren al sinds de late derde eeuw BCE bondgenoten.
10. De rode faun
Ook de in rosso antico marmer uitgevoerde faun in het Palazzo Nuovo is afkomstig uit de Villa van Hadrianus. De keizer stond erom bekend verzot te zijn op alles wat Grieks was, dus ook dit werk uit de tweede eeuw is een kopie van een Grieks origineel. De faun – een mythologisch wezen dat vaak vereenzelvigd wordt met een sater – is een volgeling van de god van de wijn Dionysus of Bacchus. Dat blijkt alleen al uit de twee grote druiventrossen. Waarschijnlijk zou deze faun het uitstekend hebben kunnen vinden met de dronken oude vrouw onder 8. Links van de faun zien we een boomstronk waaraan een panfluit hangt. Rechts staan een geit en een rieten mand. De rode faun werd in 1746 aan de Capitolijnse Musea geschonken door Paus Benedictus XIV (1740-1758), zoals ook op de sokkel vermeld staat. Flinke delen van het beeld zijn toevoegingen van restaurateurs uit de achttiende eeuw.
Noot
[1] Er is nog een andere sarcofaag, afkomstig uit Libanon en thans in de Verenigde Staten, die door sommigen als laatste rustplaats van moeder en zoon wordt gezien. Op die sarcofaag staat zelfs de naam Julia Mamaea, maar haar leeftijd bij overlijden (30 jaar) kan niet kloppen. Zoals Mary Beard terecht heeft gesteld, er waren veel meer vrouwen die Julia Mamaea heetten.












Pingback:De 8 hoogtepunten van… de Centrale Montemartini – – Corvinus –
Pingback:De 10 hoogtepunten van… de Capitolijnse Musea (Palazzo dei Conservatori) – – Corvinus –