Monza: Museo e Tesoro del Duomo

Johannes de Doper, beeld van begin vijftiende eeuw.

Ik had niet veel geluk die ene dag dat ik in Monza was. Alle kerken waren gesloten, op de Duomo en de niet erg interessante kerk van San Gerardo al Corpo na. In het plaatselijke VVV-kantoor wist de dienstdoende medewerker mij te vertellen dat de prachtige kerk van Santa Maria in Strada gerestaureerd werd, maar hoelang dat ging duren was onbekend (zoals meestal met restauraties het geval is). De vele gesloten deuren werden gelukkig ruimschoots gecompenseerd door het museum van de Duomo van Monza. Het was hier dat ik mijn ticket voor de rondleiding in de Cappella di Teodolinda van de Duomo ophaalde, en direct na afloop kon ik door naar het museum. Erg groot is het niet, maar de collectie is zonder meer interessant. Daarnaast is het een oase van rust. Hoewel de rondleiding in de kapel was volgeboekt, was kennelijk geen mens in het museum geïnteresseerd. Ik liep er vrijwel alleen rond.

Schenkingen van Teodelinda en Berengarius

Zoals reeds in een eerdere bijdrage uiteengezet, werd de Duomo van Monza rond 595 gesticht als paleiskerk door koningin Teodelinda, een Beierse prinses die was getrouwd met twee opeenvolgende Longobardische koningen, eerst met Authari (584-590) en vervolgens met Agilulf (590-616). De koningin schonk de nieuwe kerk verschillende prachtige voorwerpen, zowel religieus als niet-religieus van aard. Een aantal daarvan is bewaard gebleven. In een glazen vitrine vinden we bijvoorbeeld het zogenaamde Kruis van Agilulf, gemaakt van goud en bezet met parels en edelstenen. In dezelfde vitrine ligt de Kroon van Teodelinda, een Longobardische votiefkroon uit de zesde eeuw. Heel bijzonder is de Hen met zeven kuikens, gemaakt van verguld zilver en gedateerd op het einde van de zesde of het begin van de zevende eeuw. De herkomst is niet precies bekend. Het museum schrijft het werk toe aan een Milanese goudsmid. De Hen zou voor de kerk kunnen staan of voor Teodelinda zelf. De kuikens zijn dan de gelovigen of de Longobardische hertogen.

Een andere belangrijke schenking werd gedaan door koning Berengarius. Deze Berengarius was – via zijn moeder Gisela – een achterkleinzoon van Karel de Grote. Hij regeerde eerst als markgraaf van de Friuli en vervolgens tussen 887 en 924 als koning van Italië. Berengarius werd in 915 tot keizer van het Heilige Roomse Rijk gekroond door Paus Johannes X (914-928). In 924 werd hij vermoord in Verona. In de eerste twee decennia van de tiende eeuw verbleef Berengarius geregeld in Monza. Tot zijn donaties aan de Duomo behoort een aantal prachtig gesneden ivoren tafeltjes uit de Late Oudheid.

Op het eerste van deze tafeltjes zien we rechts een man in volle wapenrusting met links zijn vrouw en zoontje. Hoewel tekst ontbreekt, is het zeer waarschijnlijk dat de man Flavius Stilicho is. Hij was een belangrijke Romeinse generaal in de late vierde en vroege vijfde eeuw. Zijn vader was een Vandaal en dus een ‘barbaar’, en zijn moeder was een Romeinse vrouw. Stilicho had een glanzende carrière in het Romeinse leger en was enige tijd de voogd van de Romeinse keizer Honorius (395-423). Dankzij Stilicho werd in 402 een Visigotische aanval op Italië afgeslagen. Helaas liet Honorius zijn generaal in 408 vermoorden. In 410 wisten de Visigoten vervolgens Rome in te nemen en te plunderen.

Tweeluik met Stilicho, vrouw en zoontje.

Het ivoren tweeluikje werd vermoedelijk gemaakt in 400, toen Stilicho voor het eerst als consul diende. In 405 bekleedde hij het ambt voor de tweede keer. De generaal draagt een tuniek en mantel, en is gewapend met een zwaard en speer. Het aardigste detail is op zijn ovale schild te zien: twee hoofden, waarschijnlijk van de keizers Honorius en zijn oudere broer Arcadius (395-408). Links zijn afgebeeld Stilicho’s vrouw Serena (vermoord in 409) en zoontje Eucherius (vermoord met zijn vader in 408). Serena was een nichtje van keizer Theodosius de Grote (379-395). Naast Eucherius schonk ze haar man ook twee dochters, die allebei trouwden met Honorius. Het verhinderde helaas de keizer niet om zijn schoonvader en voormalige voogd uit de weg te ruimen.

Van de zesde eeuw dateert een ivoren tafeltje dat het ‘tweeluik van de dichter en de muze’ wordt genoemd. Wie de dichter precies is, is onbekend, al zien sommigen in hem de dichter Claudianus (ca. 370-404), een tijdgenoot en kennis van Stilicho en Serena. Eveneens van de zesde eeuw dateert het tweeluik met daarop Koning David en Paus Gregorius de Grote (590-604). Het is het enige van de drie tweeluikjes met tekst. We lezen zowel de namen DAVID REX en SCS GREGoR als een Latijnse tekst die Gregorius prijst (“Gregorius praesul meritis et nomine dignus unde genus ducit summum conscendit honorem”). Bijzonder is dat oorspronkelijk in plaats van David en Gregorius een Romeinse consul op het tweeluikje was afgebeeld. Het ging dan ook om een consulair tweeluikje zoals we dat kennen van bijvoorbeeld de consul van 487 Manlius Boethius (thans in Brescia) en de consul van 506 Flavius Areobindus Dagalaiphus Areobindus (thans in Besançon).

Messa di San Michele. Fresco met koningin Teodelinda (rechts van de Maagd), veertiende eeuw.

Andere voorwerpen uit de Duomo

In het museum vinden we nog veel meer voorwerpen uit de Duomo. Ik bespreek enkele hoogtepunten in chronologische volgorde. Op een groot losgemaakt fresco uit de veertiende eeuw zien we koningin Teodelinda te midden van een keur aan heiligen. Jezus Christus, Johannes de Doper en de Maagd Maria (links van de koningin) zijn duidelijk herkenbaar. De Duomo van Monza is aan Johannes de Doper gewijd, en het originele beeld van hem dat eeuwenlang op de portiek van de basiliek stond, is thans in het museum te vinden. Het beeld werd begin vijftiende eeuw gemaakt van verguld koper (zie de eerste afbeelding in deze bijdrage). De naam van de maker is helaas onbekend.

Van het midden van de vijftiende eeuw (ca. 1444-1446) dateert een frescofragment met het hoofd van koning Authari, de eerste man van Teodelinda. Het fragment is afkomstig uit de Cappella di Teodolinda en werd daar in 1771 weggehaald. Authari’s hoofd verdween enige tijd naar Milaan, maar werd uiteindelijk teruggegeven aan Monza. Net als de andere fresco’s in de kapel werd dit hoofd geschilderd door leden van de familie Zavattari uit Milaan. Hun stijl beïnvloedde een onbekende meester die omstreeks 1450 een veelluik schilderde dat mogelijk ook in de Cappella di Teodolinda stond. Het museum bezit ten slotte de originele glas-in-loodruiten van het roosvenster van de Duomo. Deze werden eind vijftiende eeuw ontworpen door Stefano de’ Fedeli en vervolgens gemaakt in een glasatelier in Lombardije. Eind negentiende eeuw werden de ruiten vervangen door kopieën.

Originele glas-in-loodruiten van het roosvenster van de Duomo.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.