De eigenaar van het kleine restaurant in de binnenstad van Lodi vond het al bijzonder om een buitenlander in zijn zaak te hebben. Toen die buitenlander – uw auteur – Lodi ook nog eens omschreef als una città divertente (een leuke stad) barstte de man in lachen uit. “But there’s nothing here!”, riep hij in het Engels. Toen ik tegenwierp dat Lodi een mooie en interessante kathedraal had, was hij dat echter direct met mij eens. Die kathedraal was mijn eerste bestemming in de stad, maar twee factoren zorgden ervoor dat ik haar uiteindelijk als laatste zou bezoeken. Toen ik aankwam, bleek er een dienst bezig te zijn en op het middeleeuwse plein voor de Duomo werd een drukke markt gehouden. Pas toen de kraampjes weer werden afgebroken, had ik een goed zicht op de aparte gevel van het gebouw.
Geschiedenis
Lodi werd geboren als Laus Pompeia. Het Keltische stadje in het gebied van de Insubres werd vernoemd naar de consul Gnaeus Pompeius Strabo, die in 89 BCE verantwoordelijk was voor de Lex Pompeia de Transpadanis, op grond waarvan de inwoners ten noorden van de rivier de Po het Latijnse burgerrecht verkregen. Tussen ca. 373 en 409 was een zekere Bassianus bisschop van Laus Pompeia. Hij liet er de kerk van de Twaalf Apostelen bouwen. In de twaalfde eeuw kwam Lodi – zoals we de stad vanaf hier zullen noemen – in conflict met haar machtige buurman Milaan. Milaan bleek op het slagveld veel sterker, met als gevolg dat Lodi in 1111 werd ingenomen en verwoest. Toen de inwoners recalcitrant bleken te zijn, werd hun stad in 1155 nogmaals verwoest door de Milanezen, ditmaal definitief. Met steun van keizer Frederik Barbarossa werd in 1158 een nieuw Lodi gesticht, enkele kilometers ten oosten van de oude stad, aan de rivier de Adda. De inwoners van de stad waren de keizer zeer dankbaar en vochten aan zijn kant toen Frederik in 1162 Milaan verwoestte. Vijf jaar later behoorde de stad echter tot de eerste leden van de Lombardische Liga, die de keizer in 1176 versloeg bij Legnano (zie Milaan: San Simpliciano). Trouw was een relatief begrip in de middeleeuwen.
Sinds 1158 zijn er dus twee Lodi’s, Lodi Vecchio en het nieuwe Lodi. Uiteraard moest het nieuwe Lodi een kathedraal krijgen, waarvoor op 3 augustus 1158 de eerste steen werd gelegd. De keizer (op dat moment nog een bondgenoot) was aanwezig toen op 4 november 1163 de crypte van de nieuwe Duomo werd gewijd. Bij die gelegenheid werden de relikwieën van Sint Bassianus uit het oude Lodi overgebracht naar hun nieuwe locatie. De Basilica dei XII Apostoli in Lodi Vecchio staat overigens nog steeds overeind en kan enkele dagen per week voor korte tijd bezocht worden. In het nieuwe Lodi breidde men in de resterende decennia van de twaalfde eeuw de nieuwe kathedraal uit, die zo rond 1200 voltooid zal zijn. De kathedraal werd overigens niet aan Bassianus, maar aan Santa Maria Assunta gewijd. De Duomo is een goed voorbeeld van Lombardisch-Romaanse architectuur, maar het gebouw heeft een gotische portiek (protiro), toegevoegd in 1284-1285. De gevel heeft daarnaast enkele elementen uit de Renaissance, te weten het grote roosvenster en de tweelichtvensters aan weerszijden van de portiek. De architecten zijn niet bekend, maar vermoed wordt dat ze tot de school van Giovanni Antonio Amadeo (ca. 1447-1522) behoorden.
De robuuste klokkentoren van de kathedraal dateert van de zestiende eeuw (ca. 1540). Deze werd ontworpen door Callisto Piazza (1500-1561) uit Lodi. Dat is ergens wel bijzonder, want Callisto Piazza staat vooral bekend als schilder. In de achttiende eeuw werd de Duomo verbouwd door de barokarchitect Francesco Croce (1696-1773). Vandaag de dag zijn alle barokke elementen echter verdwenen: tussen 1958 en 1963 werd de kathedraal weer in haar (veronderstelde) oorspronkelijke staat teruggebracht.
Bezienswaardigheden
De gevel van de Duomo bestaat hoofdzakelijk uit baksteen. Tot de schaarse decoraties behoort een bronzen beeld van Sint Bassianus (overigens een kopie) in de nis boven het roosvenster. Dat roosvenster is samen met de tweelichtvensters het enige marmeren element van de gevel. De portiek heeft een zeer interessante lunette uit de twaalfde of dertiende eeuw. De centrale figuur is Jezus Christus, die zijn zegen geeft. Op zijn schoot rust een opengeslagen boek met de woorden EGO SVM VIA VERITAS ET VITA, “Ik ben de weg, de waarheid en het leven”, afkomstig uit Johannes 14:6. Christus wordt links geflankeerd door zijn moeder Maria, aan wie de kathedraal is gewijd. De knielende figuur met de bisschopsmijter aan de rechterzijde is natuurlijk Sint Bassianus. Ooit was de lunette beschilderd, hetgeen moge blijken uit de restjes verf die we op de drie figuren aantreffen.
Wie de overblijfselen van Sint Bassianus wil zien, kan de crypte bezoeken. Men vindt er zijn schedel, mijter en staf. Zelf vond ik de ingang van de crypte interessanter, omdat in de balustrade een reliëf uit ca. 1170 is verwerkt. Het stelt het Laatste Avondmaal voor, Christus met zijn twaalf discipelen. De Duomo van Lodi is een tamelijk donker gebouw. De schilderijen zijn van matige kwaliteit en het twintigste-eeuwse apsismozaïek van Aligi Sassu (1912-2000) is hooguit aardig te noemen. Wat het gebouw echter interessant maakt, is de aanwezigheid van vele middeleeuwse fresco’s. Aan de rechterzijde van het gebouw vinden we de overblijfselen van wat ooit een enorm fresco van het Laatste Oordeel moet zijn geweest. Het werd in de tweede helft van de veertiende eeuw geschilderd door een onbekende meester. Helaas verkeert het tegenwoordig in fragmentarische staat.
Ook aan de linkerzijde van de kerk vinden we verschillende restanten van (votief)fresco’s uit de veertiende en vijftiende eeuw. De kwaliteit is niet uitzonderlijk, maar er zitten wel een paar bijzondere voorstellingen tussen. Sint Eligius, de beschermheilige van de goudsmeden, blijkt populair te zijn geweest in Lodi. Hij is zeker drie keer afgebeeld. Zeldzaam is de voorstelling van de zieke Job die in zijn bed ligt. De arme man is door toedoen van Satan “van voetzool tot kruin [overdekt] met kwaadaardige zweren” (Job 2:7). Zijn vrouw vraagt hem God te vervloeken om aldus een einde aan zijn lijden te maken, maar dat weigert de standvastige Job: “Al het goede aanvaarden we van God, zouden we dan het kwade niet aanvaarden?’ (Job 2:10). Dit intrigerende fresco uit de tweede helft van de veertiende eeuw wordt geflankeerd door een vijftiende-eeuws fresco met een voorstelling van Pinksteren. Naast de Maagd Maria en de apostelen is ook Maria Magdalena afgebeeld.
Bronnen: Dick de Boer, Emo’s Reis, p. 364-365, Trotter Reisgids Noordwest-Italië (2016), p. 404, informatieborden in de Duomo en Duomo di Lodi – Wikipedia.





