De man die bij de ingang van de San Francesco een oogje in het zeil hield, kon nauwelijks geloven dat een buitenlandse toerist zijn kerk wilde bezoeken. Hij had toch beter moeten weten, want genoemde San Francesco is een zeer bijzondere kerk. Dat zie je al als je op het pleintje ervoor staat, de Piazza Ospitale. De opmerkelijke vierkante gevel van het gebouw is moeilijk te missen, net als het feit dat de klokkentoren niet aan de kerk vastzit, maar aan het aangrenzende klooster. Het interieur van de San Francesco is ook tamelijk uniek. Werkelijk geen plekje is onbedekt gelaten en in geen enkele andere kerk in Italië heb ik ooit zo’n grote hoeveelheid votieffresco’s op de zuilen gezien. Kortom, wie in Lodi is, moet de kerk van San Francesco zeker niet overslaan.
Geschiedenis
Rond 1224 arriveerden de eerste Franciscanen in Lodi. De stichter van hun orde, Sint Franciscus van Assisi (ca. 1181-1226) was toen nog in leven. Twintig jaar later werden de broeders weer uit de stad verdreven tijdens de twisten tussen de pausgezinde Welfen en de keizergezinde Ghibellijnen, die op dat moment de dienst uitmaakten in Lodi. De situatie veranderde toen begin 1252 de Welf Buongiovanni Fissiraga bisschop van Lodi werd. Hij liet de Franciscanen onmiddellijk terugkeren en schonk hun de oude kerk van San Niccolò en de omliggende terreinen. De San Niccolò was al snel te klein, want de preken van de Franciscanen trokken grote massa’s mensen aan. Met de bisschoppelijke zegen van Buongiovanni Fissiraga en financiële steun van zijn vermoedelijke neef Antonio Fissiraga begon in de jaren 1280 de bouw van een nieuwe kerk, gewijd aan Sint Franciscus, die in 1228 heilig was verklaard.
Bisschop Buongiovanni stierf in 1289 en maakte de voltooiing van de kerk niet meer mee. Antonio Fissiraga waarschijnlijk nog wel. Hij stak vermoedelijk nog geld in de gevel van het gebouw, waarvan de bouw zo rond 1312 begon. Tien jaar later werd hij gevangen genomen door de Milanezen, waarna hij de laatste jaren van zijn leven in een kerker in Milaan doorbracht. In 1327 kwam hij te overlijden. Schrale troost was dat zijn lichaam naar de door hem gefinancierde kerk in Lodi mocht worden overgebracht. Antonio zal misschien minder tevreden zijn geweest over het feit dat de gevel van de San Francesco nooit is voltooid. De vierkante gevel is dus niet het gevolg van het verdwijnen van een fronton, zoals we in Assisi hebben gezien. De gotische portiek (protiro) en het roosvenster zijn van latere datum. Bijzondere elementen zijn de twee tweelichtvensters (biforen), waarachter men slechts de open hemel ziet.
Na de voltooiing van het exterieur (minus de gevel) was het interieur van de kerk aan de beurt. In de loop der eeuwen werden kapellen bijgebouwd, en van de veertiende tot en met de achttiende eeuw werden overal decoraties aangebracht, vooral fresco’s. Niet alles is van even hoge kwaliteit, maar er zitten beslist enkele pareltjes tussen (zie hieronder). De kerk kwam in 1842 in handen van de Reguliere priesters van de Heilige Paulus, ook bekend als Barnabieten. Zij vertoefden toen al enkele jaren in het naastgelegen klooster uit de zeventiende eeuw. De kerk dankt haar huidige voorkomen vooral aan Ambrogio Nava (1791-1862) en Carlo Maciachini (1818-1899), die in de negentiende eeuw een grondige restauratie van het gebouw uitvoerden.
Bezienswaardigheden
De vele votieffresco’s op de zuilen zijn van wisselende kwaliteit. Een bekend fresco is de Madonna met het Kind op de tweede zuil rechts, ook wel de Madonna di Ada Negri genoemd. De bekende dichteres Ada Negri (1870-1945) uit Lodi noemde het fresco in haar werk. Ze ligt in deze kerk begraven, net als de eerder genoemde Antonio Fissiraga, wiens graftombe ook aan de rechterzijde van de kerk te vinden is.
De tombe bestaat uit een eenvoudige sarcofaag met daarop een rood kruis, gedragen door hoge zuilen. Het fresco onder de sarcofaag stelt de overledene in Franciscaanse habijt voor. Dit fresco is niet van hoge kwaliteit, in tegenstelling tot het fresco erboven. Daarop zien we opnieuw Antonio Fissiraga, die de kerk aan de Madonna en het Kind aanbiedt. Antonio wordt vergezeld door Sint Nicolaas (aan wie de vorige kerk was gewijd) en Sint Franciscus. Het fresco is duidelijk geïnspireerd door het werk van de Florentijnse vernieuwer Giotto. Let op prachtige details als de afbeelding van Sint Joris en de Draak in het driehoekige fronton en het ei dat aan het plafond hangt. Het is een symbool van de Schepping en de Onbevlekte Ontvangenis, en we hebben het eerder gezien in werk van Piero della Francesca in Milaan. Aangezien Antonio Fissiraga in 1327 overleed, zullen de fresco’s rond die tijd zijn geschilderd.
Aan de rechterzijde van de kerk vinden we de kapel gewijd aan de Franciscaanse prediker Sint Bernardinus van Siena (ca. 1380-1444). Hij werd in 1450 heilig verklaard door Paus Nicolaas V (1447-1455). Zo’n twintig jaar later begon de bouw van de aan hem gewijde kapel in Lodi. Daarvoor werd de klokkentoren van de San Francesco afgebroken, die zelf overigens de voortzetting was van een middeleeuwse toren die aan de familie Pocalodi had toebehoord en door bisschop Buongiovanni Fissiraga aan de Franciscanen was geschonken. Dit alles verklaart waarom we de huidige klokkentoren links van de kerk vinden, als onderdeel van het klooster. De kapel van Sint Bernardinus werd in 1477 verfraaid met fresco’s van de hand van Gian Giacomo da Lodi. De voorstellingen vertellen verhalen uit het leven van de heilige. De kwaliteit van de fresco’s is goed en de kleuren zien er ook nog mooi uit. Helaas zat het hek van de kapel op slot en kon ik de creaties van Gian Giacomo da Lodi alleen door de tralies heen bewonderen.
Bronnen: Trotter Reisgids Noordwest-Italië (2016), p. 404, Chiesa di San Francesco | Lodi Tourism website, Chiesa di S. Francesco – Lombardia Beni Culturali


