Dat ik de kerk van San Giacomo dell’Orio zou bekijken, stond al ruim voor mijn bezoek aan Venetië vast. De kerk staat op een pleintje vlak bij het appartement dat ik in de stad had gehuurd. Het pleintje is normaal gesproken al bruisend en gezellig, maar ik bleek ook nog eens in Venetië te zijn op het moment dat het Festa di Beneficenza di San Giacomo dall’Orio werd gehouden. Dit jaarlijkse festival, dat een week duurt, wordt al sinds 1965 gehouden. Het festival is tevens een fundraiser: de opbrengsten komen ten goede aan ziekenhuizen. Er is een loterij en er wordt veel gegeten en gedronken. Bij de eettent stonden lange rijen, waarbij het opvallend was hoe gemakkelijk toeristen uit alle windstreken mengden met buurtbewoners. Toeristen waren uitdrukkelijk uitgenodigd: de menu’s werden met QR-codes in vele talen beschikbaar gesteld. ’s Avonds was er vaak muziek, die overigens stipt om 23:00 uur uitging, zodat ik drie straten verderop rustig kon slapen. En hoewel de geur van de barbecue ook mijn appartement bereikte, was dat helemaal niet onaangenaam.
Geschiedenis
Zelf was ik vooral gekomen voor geschiedenis en kunst, dus op een van mijn eerste dagen in de stad wandelde ik de kerk binnen. De geschiedenis van San Giacomo dell’Orio gaat tamelijk ver terug. Sommige bronnen noemen een stichting in de achtste eeuw, andere in de negende of tiende. Zekerheid hebben we pas vanaf het begin van de twaalfde eeuw. De huidige kerk dateert voornamelijk van 1225, toen ze werd verbouwd en vergroot. Ook in de eeuwen daarna werd de San Giacomo nog regelmatig onder handen genomen, wat de aparte mix van stijlen verklaart die we in en buiten de kerk aantreffen: byzantijns, gotisch, renaissance en barok. Opvallend is dat de kerk een zeer lang dwarsschip heeft: met een lengte van bijna 30 meter is dit bijna net zo lang als de kerk zelf diep is (ca. 35 meter). Dit geeft de kerk meer de vorm van een Grieks dan van een Latijns kruis. Toen ik op het pleintje achter te kerk stond, meende ik aanvankelijk de achterzijde van de kerk te fotograferen, maar dit bleek de zuidelijke gevel van het dwarsschip te zijn. Het gebrek aan overzicht kwam overigens ook omdat de eettent tegen de apsis aan was gezet.
De kerk is gewijd aan de apostel Jakobus de Meerdere. Deze zoon van Zebedeüs en broer van Johannes werd in het jaar 42 of 44 door koning Herodes Agrippa gearresteerd en terechtgesteld. Zijn overblijfselen zouden per schip naar Santiago de Compostela in Spanje zijn overgebracht, en de plek waar ze zouden zijn begraven is al eeuwenlang een bekend bedevaartsoord. Minder duidelijk is waar het achtervoegsel ‘dell’Orio’ precies vandaan komt. Een veelgehoorde theorie is dat het woord is afgeleid van alloro, wat laurierboom betekent. Er zijn echter nog vele andere theorieën, die hier niet genoemd hoeven te worden. Over de juiste spelling lijken de Venetianen zich ondertussen bepaald niet druk te maken. De kerk wordt afwisselend San Giacomo dell’Orio en San Giacomo dall’Orio genoemd, maar op de borden die verwijzen naar het plein en de parochie lezen we Campo en Parrocchia San Giacomo da l’Orio.
De ingang van de kerk bevindt zich aan de Campiello del Piovan, een kleiner plein met een uitstekend restaurant, Il Refolo (‘de windvlaag’). Hier vinden we ook de klokkentoren van de San Giacomo, die een hoogte van 44 meter bereikt. De toren dateert van 1225 en werd in 1360 grondig gerestaureerd na een aardbeving dertien jaar eerder. Hoewel 44 meter voor Venetiaanse begrippen niet heel hoog is, is de toren toch goed te zien vanaf de klokkentoren van de San Marco, die hemelsbreed ruim een kilometer verderop staat. Op de Campo San Giacomo da l’Orio vinden we vervolgens meer goede restaurants (Capitan Uncino, Al Bagolo en La Vida bijvoorbeeld) en kunnen we tevens – als het zicht tenminste niet geblokkeerd is – de drie apsissen van de kerk bewonderen.
Bezienswaardigheden
Als we naar binnen gaan, ontdekken we al snel dat de kerk vele bezienswaardigheden heeft. Boven het hoogaltaar hangt een mooie crucifix uit de veertiende eeuw, toegeschreven aan Paolo Veneziano (ca. 1300-1365). Aan weerszijden van de gekruisigde Christus vinden we zoals gebruikelijk de Maagd Maria en de evangelist Johannes (de broer van Jakobus), maar boven Christus zien we een bijzonder element. Hier is in andere gevallen doorgaans God de Vader afgebeeld, maar op het crucifix van Paolo Veneziano zien we een engel die een bolvormig voorwerp met kruizen vasthoudt. Het lijkt een globus cruciger of een bol die de kosmos symboliseert te zijn. Het crucifix werd rond 1350 geschilderd. Links van het altaar staat een mooi beeldje van de Madonna van de Annunciatie dat van dezelfde tijd dateert.
In de apsis achter het crucifix hangt hét artistieke hoogtepunt van de kerk, namelijk een Madonna met Kind en heiligen van Lorenzo Lotto (1480-1556 of 1557). Lotto was een Venetiaanse schilder, maar ik kende zijn werk vooral uit steden in de Marche, bijvoorbeeld Jesi. Als zeventiger vestigde hij zich als oblaat in Loreto, waar hij voor de Basiliek van het Heilige Huis van Maria nog enkele werken schilderde. Omdat hij overleed in volstrekte anonimiteit, is zijn precieze sterfjaar niet bekend.
Zijn altaarstuk in de San Giacomo dateert in elk geval van 1546. Dit jaartal is te lezen op het plakkaat dat is bevestigd aan de basis van de troon van Maria. Hierop wordt ook de opdrachtgever van het werk genoemd, ene Maestro Defendi de Federigo. Over hem is weinig bekend, maar hij was het hoofd van een lekenbroederschap. Hij bestelde het altaarstuk samen met zijn broeders (‘et compagni’ op het plakkaat). Lorenzo Lotto signeerde het werk ook op het plakkaat met de afkorting Lor. Lot., maar met het blote oog is dit eigenlijk niet te zien (zie deze afbeelding voor meer details). De afgebeelde heiligen zijn Jakobus de Meerdere (links), Andreas (rechts) en de tweelingbroers en artsen Cosmas en Damianus.
De kerk heeft opvallend veel werken van de Venetiaanse schilder Jacopo Negretti, bijgenaamd Palma il Giovane (ca. 1548-1628). Palma werd heel oud – circa tachtig jaar – en liet daarom een groot oeuvre na. In de oude sacristie van de kerk (Sacrestia Vecchia) vinden we zowel aan de muren als op het plafond werken van hem. Het gaat om voorstellingen uit het Oude en het Nieuwe Testament, over Mozes, Elia en Jezus Christus. Kwalitatief zijn het goede werken, maar ze zijn wel tamelijk donker (en in de sacristie is ook niet veel licht). Op een van de werken is de Madonna met het Kind afgebeeld samen met Jakobus de Meerdere, Paus Sylvester (314-335) en de heilige Marcus, beschermheilige van Venetië. De opvallendste figuur is echter de knielende man rechts, een parochiepriester genaamd Giovanni Maria da Ponte. Hij gaf Palma de opdracht voor het schilderen van de werken in de oude sacristie, die van ca. 1580-1581 dateren.
Meer werken van Palma vond ik in de Cappella di San Lorenzo. Deze kapel is uiteraard gewijd aan Sint Laurentius, de diaken die in 258 de marteldood stierf tijdens de christenvervolgingen van de Romeinse keizer Valerianus. Hij is beslist een historische figuur, maar veel van de verhalen rondom zijn persoon zijn verzonnen. Volgens de overlevering vroeg de stadsprefect hem om de rijkdommen van de Kerk aan de keizer over te dragen. Laurentius zou daarop deze rijkdommen onder de armen hebben verdeeld en naar de prefect een menigte arme, blinde en kreupele mensen hebben meegenomen, van wie hij beweerde dat zij de echte rijkdommen van de Kerk waren. Vervolgens werd hij op een ijzeren rooster gelegd en levend geroosterd. Dat is althans wat de overlevering ons wil doen geloven (omdat hij een Romeins burger was, is het aannemelijker dat hij onthoofd werd, net als de apostel Paulus). De kerk van San Lorenzo in Lucina in Rome beweert het originele rooster te hebben.
Palma schilderde een paneel met de verdeling van de rijkdommen onder de armen voor de rechter muur en een paneel met het martelaarschap van Laurentius voor de linker. Beide werken dateren van ca. 1581-1582 en werden geschilderd na die in de oude sacristie. Ze zijn eerlijk gezegd ook wel van hogere kwaliteit: de nog jonge schilder – hij was begin dertig – had duidelijk vorderingen gemaakt. Het altaarstuk in de kapel is een schilderij van Paolo Veronese (1528-1588). Hij schilderde Sint Laurentius met Sint Hieronymus (links, met leeuw) en Sint Prosperus, bisschop van Reggio Emilia (rechts). Ten slotte vond ik in de kerk de kapel rechts van de apsis erg interessant, niet alleen vanwege de twee werken van – daar is hij weer – Palma il Giovane, maar vooral vanwege de barokke koepelfresco’s van Jacopo Guarana (1720-1808), een schilder uit Verona.
Bronnen: Capitool reisgids Venetië & Veneto (2012), p. 104, Trotter Reisgids Noordoost-Italië (2016), p. 401, The Churches of Venice: Santa Croce en de informatieborden in de kerk.



