Venetië: San Pantaleone (San Pantalon)

San Pantalon.

Ooit was ik in een museum in het oosten van Polen waar een aantal prachtige iconen aan de muren hing. De tekst op de iconen was in het Grieks. Een Russische reisgenoot vroeg me de namen voor te lezen, want ze had wat moeite met het Griekse alfabet. Toen ik de naam ‘Sint Pantaleon’ uitsprak, sloeg ze direct een kruis. Deze vierde-eeuwse martelaar uit Nicomedia (in het huidige Turkije) geldt namelijk als de beschermheilige van de artsen, en deze reisgenoot was zelf ook arts. Pantaleon is vooral populair geworden in de Oosters-Orthodoxe kerk. Zijn cultus verspreidde zich later naar het Latijnse westen, waar in Venetië de kerk van San Pantalon – dus Pantaleon op z’n Venetiaans – aan hem is gewijd. De verspreiding naar Venetië was wellicht mede te danken aan de goede banden die de Venetianen eeuwenlang hadden met het Oost-Romeinse of Byzantijnse Rijk. De kerk is trouwens mede gewijd aan Sint Juliana, een vrouwelijke martelares die eveneens uit Nicomedia afkomstig was en in dezelfde tijd leefde. Historisch hebben ze, op hun plaats van herkomst na, niets met elkaar te maken, maar hun legenden zijn met elkaar verweven geraakt.

Geschiedenis

Volgens de overlevering zou de kerk in de negende eeuw gesticht zijn, maar bewijs van haar bestaan hebben we pas vanaf de tweede helft van de twaalfde eeuw. De San Pantalon werd op enig moment herbouwd en in 1305 opnieuw gewijd. De kerk had een klassieke oriëntatie op het oosten, met de Campo San Pantalon aan de zuidzijde langs de lange kant van het gebouw. In de zeventiende eeuw werd de kerk nogmaals herbouwd, ditmaal door Francesco Comino. Veel is er niet bekend over hem: zijn geboorte- en sterfjaar zijn bijvoorbeeld een raadsel. We weten wel dat hij uit Treviso kwam, en de San Pantalon is zonder enige twijfel zijn belangrijkste werk in Venetië. Comino nam de gewaagde beslissing de oriëntatie van de kerk te wijzigen van west-oost naar zuid-noord, met de gevel aan de kant van de Campo San Pantalon. Deze gevel bestaat louter uit baksteen: er is werkelijk geen enkele decoratie op te zien. Het is duidelijk dat dit onderdeel van de kerk nooit voltooid werd.

San Pantalon, gezien vanaf de klokkentoren van de San Marco.

Interieur van de kerk.

Francesco Comino werkte aan de kerk tussen 1668 en 1686. In de achttiende eeuw werden nog enkele belangrijke elementen aan het gebouw toegevoegd. De architect Giovanni Scalfarotto (1672-1764) bouwde tussen 1704 en 1732 de huidige klokkentoren van de San Pantalon. De toren is tamelijk dun en heeft een eveneens opvallend wit bovenstuk. Hij is vooral goed zichtbaar vanaf de klokkentoren van de San Marco (foto hierboven). Ook twee kapellen links achter de kerk zijn achttiende-eeuwse toevoegingen. Het gaat om de Cappella del Sacro Chiodo (Kapel van de Heilige Nagel) uit 1722 en de Cappella della Santa Casa di Loreto uit 1744-1745. In de eerste kapel wordt een nagel van het Kruis van Christus bewaard, de tweede is een replica van het Heilige Huis van Maria in de Marche. Deze laatste kapel wordt toegeschreven aan Tommaso Scalfarotto, een relatief onbekende architect van wie niet helemaal duidelijk is of hij een neef of een zoon van Giovanni Scalfarotto was. Hij was in elk geval een familielid.

Plafond van Fumiani

De kerk is het meest bekend vanwege haar plafond. Dit werd op nogal ongebruikelijke wijze gedecoreerd door de barokschilder Giovanni Antonio Fumiani (ca. 1645-1710). In maar liefst 24 jaar, tussen 1680 en 1704, schilderde Fumiani een immens werk dat het martelaarschap en de glorie van Sint Pantaleon voorstelt. Ik vermijd bewust het woord ‘fresco’, want Fumiani’s werk is op doek geschilderd. Zo’n 40 lege canvasdoeken (44 volgens sommige bronnen, maar ik heb ze niet zelf geteld) werden aan elkaar genaaid en bevestigd aan een houten frame aan het plafond. Vervolgens beklommen Fumiani en zijn assistenten een steiger en begonnen het enorme oppervlak van 443 vierkante meter te beschilderen. Het was wellicht gemakkelijker geweest om de individuele doeken eerst te beschilderen in een atelier en ze dan aan elkaar te naaien en op te hangen, maar dat had ongetwijfeld tot veel minder vloeiende overgangen tussen de verschillende onderdelen van het werk geleid (de naden tussen de doeken zijn nog wel zichtbaar, maar storend is het niet). Het verhaal dat de schilder toen het werk bijna klaar was van de steiger viel en overleed, is een broodje aap. In werkelijkheid overleed Fumiani pas zes jaar na voltooiing van dit meesterwerk.

Ik moest bij het zien van Fumiani’s creatie onwillekeurig denken aan het werk van zijn tijdgenoot Andrea Pozzo (1642-1709) in de kerk van Sant’Ignazio di Loyola in Rome. Het martelaarschap en de glorie van Sint Pantaleon vertoont qua compositie gelijkenissen met Pozzo’s plafondfresco van de Apotheose van Sint Ignatius van Loyola – dat is wel een fresco –, maar daarnaast schilderde Pozzo een imitatiekoepel voor de Romeinse kerk, en dat deed hij op doek. Fumiani’s werk is helaas wel tamelijk donker, en het gebrek aan licht in de kerk zelf maakt het lastig alle details goed te zien. De grote lijnen van het verhaal zijn echter wel duidelijk. De arts Pantaleon wordt door de Romeinse keizer (vermoedelijk de christenvervolger Galerius) ter dood veroordeeld, waarna een martelaarschap en een apotheose (in het midden) volgen. Rond de voorstellingen zijn de verschillende deugden geschilderd.

Glorie van San Pantalon.

Glorie van San Pantalon.

Glorie van San Pantalon.

Overige bezienswaardigheden

De kerk heeft een prachtig hoogaltaar van Giuseppe Sardi (1624-1699), dat tussen 1668 en 1671 werd gemaakt. Het hoogaltaar verving een eerder altaar van Andrea Palladio (1508-1580), dat helaas niet bewaard is gebleven. Boven het hoogaltaar hangt een houten crucifix, prachtig beschilderd door een anonieme veertiende-eeuwse kunstenaar die als de Maestro di San Pantalon wordt aangeduid. Aan weerszijden van de gekruisigde Christus zien we, zoals gebruikelijk, de Maagd Maria en Johannes. Boven de Heiland is echter een engel geschilderd met een globus cruciger in de hand, een globe met een kruis. Ik had een dergelijke voorstelling eerder gezien in de kerk van San Giacomo dell’Orio in Venetië. Dat crucifix wordt toegeschreven aan Paolo Veneziano (ca. 1300-1365), en we mogen aannemen dat de anonieme Maestro di San Pantalon door Paolo werd beïnvloed. Het crucifix werd aan het einde van de Tweede Wereldoorlog gestolen en verkocht. Pas in 2012 werd het werk in Duitsland opgespoord. Enkele jaren later keerde het terug op de plek waar het thuishoort.

In de kerk trof ik verder een prachtige buste van Christus de Redder aan. Deze wordt toegeschreven aan Cristoforo Solari (ca. 1460-1527), bijgenaamd Il Gobbo, de gebochelde. Achter diens naam stond wel een vraagteken, dus helemaal zeker weten de beheerders van de San Pantalon het blijkbaar niet. Ondertussen zocht ik naarstig naar een van die beheerders, want ik wilde heel graag de Cappella del Sacro Chiodo zien. Deze was door een van mijn reisgidsen warm aanbevolen. Volgens die reisgids moest je om toegang vragen, terwijl andere bronnen het over het betalen van een toegangsprijs hadden. De ingang van de kapel had ik al gevonden, links achterin, maar die was afgesloten met een lint. Toen ik eindelijk een toezichthouder had gevonden, bleek dat lint een houten balk te zijn, die je als een soort slagboom open kunt draaien. Ik zei al: het is erg donker in deze kerk… Er was sprake van libero ingresso, vrije toegang, maar een gift wordt natuurlijk erg op prijs gesteld.

Om heel eerlijk te zijn, ik vond de werken in de Cappella del Sacro Chiodo nog interessanter dan Fumiani’s enorme schilderij. De kapel is volgestopt met werken uit de veertiende en vijftiende eeuw. De drie beschilderde panelen boven de ingang vormden ooit samen een altaarstuk. We zien een Madonna met Kind en vier voorstellingen uit hun beider levens. Volgens het informatiebordje in de kapel worden de panelen op ca. 1330 gedateerd en werden ze geschilderd door Paolo Veneziano, maar de schilder kan ook heel goed een leerling of navolger van Paolo zijn geweest (weer de Maestro di San Pantalon?). Bijzonder kleurrijk en indrukwekkend is de andere paneelschildering in de kapel, een Kroning van de Maagd uit 1444. Deze is een coproductie van Giovanni d’Alemagna (gestorven 1450) en Antonio Vivarini (gestorven rond 1480). Zoals zijn naam al aangeeft, was Giovanni d’Alemagna oorspronkelijk afkomstig uit Duitsland. Hij trouwde met de zuster van Antonio Vivarini en werkte vervolgens tot aan zijn dood geregeld samen met zijn zwager.

Kroning van de Maagd – Giovanni d’Alemagna en Antonio Vivarini.

Onderaan in het midden bevat de paneelschildering een tekst waaruit we mogen opmaken dat er nog een derde persoon bij het vervaardigen betrokken was. Ene Cristoforo da Ferrara sneed het houten frame waarin het paneel geplaatst werd. Dit is helaas verloren gegaan. Vervolgens worden Johannes en Antonius van Murano genoemd, zijnde Giovanni d’Alemagna en Antonio Vivarini, die hun atelier op het eiland Murano hadden. De Kroning van de Maagd vindt plaats op een soort stellage die is geplaatst in een gebouw dat veel weg heeft van een theater met loges. Enkele tientallen heiligen zijn getuige van de plechtigheid, allemaal geschilderd als individuen en ondanks het ontbreken van bijschriften doorgaans goed herkenbaar. Aan de voet van de stellage zijn de vier evangelisten geschilderd, vergezeld van hun bekende symbolen (adelaar, leeuw, mens, os). De evangelisten worden geflankeerd door de vier Kerkvaders, Hieronymus en Gregorius de Grote (links) en Augustinus en Ambrosius (rechts).

De overige kunstwerken in de kapel zijn beeldhouwwerken. Het altaar werd gemaakt door een Venetiaanse beeldhouwer en dateert van ca. 1380-1390. De graflegging die in de voet ervan is verwerkt, werd eind veertiende eeuw door een Franse beeldhouwer gemaakt, net als de Madonna met Kind die we links van de Kroning van de Maagd aantreffen. Achter een deurtje in het altaar wordt de Heilige Nagel bewaard.[1] De Latijnse tekst op het deurtje geeft dat aan: CLAVUS PEDUUM D.N.I.C., oftewel Nagel van de Voeten van Onze Heer Jezus Christus.

De vriendelijke toezichthouder wilde zeker weten dat ik de tweede kapel, de Cappella della Santa Casa di Loreto niet had overgeslagen. Kennelijk gebeurt het nog wel eens dat bezoekers die skippen. Eigenlijk snap ik dat wel, de tamelijk getrouwe replica van het Heilige Huis van Maria is weliswaar aardig, maar zeker niet uniek in Italië (zie bijvoorbeeld Brescia: Santa Maria della Carità). De fresco’s in de kapel – ook replica’s van de werken in Loreto – werden geschilderd door Pietro Longhi (1701-1785).

Bronnen: Capitool reisgids Venetië & Veneto (2012), p. 104, Trotter Reisgids Noordoost-Italië (2016), p. 394, The Churches of Venice: San Pantalon en de informatieborden in de kerk.

Noot

[1] Een van mijn reisgidsen stelt dat de originele nagel in 2010 werd gestolen.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.