Venetië: Basilica del Santissimo Redentore (Il Redentore)

Il Redentore.

Tijdens ons allereerste bezoek aan Venetië wandelden we een restaurant binnen om daar een tafel te reserveren voor de lunch. Bij binnenkomst zagen we niemand, maar toen we de toonbank naderden kwam daar heel langzaam de eigenaresse achter vandaan. De vrouw zag eruit alsof ze weinig geslapen of veel gedronken had. Of allebei. Het noteren van onze reservering kostte haar veel moeite. Van 12 uur ’s middags maakte ze aanvankelijk 12 uur ’s nachts. Toen de reservering dan eindelijk correct was opgeschreven, bood ze haar oprechte excuses aan. Het was heel druk geweest. Toen ik zei dat dat vast kwam omdat ze net het Redentore-festival had gevierd, begon ze te glimlachen en kwam er een langgerekt en betekenisvol yeeeeeeeah uit. Het Festa del Redentore is dan ook een van de belangrijkste Venetiaanse festivals. Het festival is nauw verbonden met de Basilica del Santissimo Redentore, doorgaans simpelweg Il Redentore genoemd.

Geschiedenis

Eind 1575 werd Venetië getroffen door een vreselijke pestepidemie. Er was niets tegen te doen en het aantal doden was al snel niet meer te tellen. In de herfst van het volgende jaar werd uit wanhoop zelfs besloten tot een lockdown, waarbij gedurende een volle week geen Venetiaan zijn huis mocht verlaten. Pas op 13 juli 1577 konden de autoriteiten formeel verklaren dat de pest voorbij was. Het aantal slachtoffers was enorm: zo’n 50.000 mannen, vrouwen en kinderen hadden het leven gelaten, op een bevolking van ca. 175.000 zielen.[1] Het bekendste slachtoffer was de al hoogbejaarde schilder Titiaan, die ondanks zijn beroemdheid slechts een simpel graf kreeg in de kerk van de Frari. Pas in de negentiende eeuw werd voor hem het praalgraf opgericht waarop hij zeker recht had.

Il Redentore aan het Canale di Giudecca.

Venetië was ontegenzeggelijk getroffen door een demografische ramp, maar reeds toen eind 1576 het aantal slachtoffers begon te dalen, meenden de Venetianen dat ze weer naar de toekomst konden gaan kijken. En ze keken omhoog, want het langzaam uitdoven van de pest moest natuurlijk aan Jezus Christus de Verlosser worden toegeschreven. Doge Alvise I Mocenigo had al in september 1576 beloofd voor hem een grandioze nieuwe kerk te bouwen op het eiland Giudecca. De eerste steen daarvoor werd op 3 mei 1577 gelegd. Giudecca heette voorheen Spinalunga, ‘lange doorn’ of ‘lange graat’, een benaming die sloeg op de vorm van het eiland ten zuiden van Dorsoduro. Van de latere naam Giudecca werd wel gedacht dat die was afgeleid van de Joden – giudei – die er moesten wonen in de eeuwen voordat ze in het Venetiaanse getto gehuisvest werden, maar waarschijnlijk is die verklaring niet juist. Het is aannemelijker dat Giudecca verwijst naar de giudicati of zudegà, de Venetianen die in een proces waren veroordeeld en naar het eiland verbannen.

De kerk, gezien van de klokkentoren van de San Marco.

Voor de bouw van Il Redentore werd de grote architect Andrea Palladio (1508-1580) aangetrokken. De kerk wordt terecht als een van zijn meesterwerken gezien. Omdat hij al in 1580 overleed, maakte hij de voltooiing van de basiliek echter niet meer mee (wel overigens de grote brand in het Palazzo Ducale op 20 december 1577, de volgende ramp waar de Venetianen mee moesten leren leven). Na Palladio’s dood werd het werk aan de kerk voortgezet door de man die Venetië ook haar Rialtobrug schonk, Antonio da Ponte (1512-1597). Il Redentore werd voltooid in 1592 en op 27 september van dat jaar gewijd.

Il Redentore (linksachter) en Santa Maria della Salute (rechtsvoor).

Sinds 21 juli 1577, acht dagen nadat de pest officieel beëindigd werd verklaard, wordt elk jaar in het derde weekend van juli het Festa del Redentore gevierd. Een processie en een mis op zondag zijn daarvan het belangrijkste onderdeel. Vanaf de Zattere – de naar de houtvlotten die er vroeger aanlegden genoemde kade van Dorsoduro – wordt een pontonbrug over het Canale di Giudecca gecreëerd, zodat de processie het kanaal kan oversteken, de kerk kan binnengaan en de mis kan bijwonen. Dit gebeurde al voordat Il Redentore voltooid was: toen werd de mis gehouden in een houten constructie. Vroeger werd de processie geleid door de doge en zijn Signoria, maar hun taak wordt tegenwoordig vervuld door de patriarch van Venetië.[2] De zaterdagavond voorafgaand aan de processie en de mis wordt er feestgevierd. Op de Zattere wordt er dan vrolijk gegeten en gedronken. Ook is er vuurwerk. De eigenaresse van ons restaurant had duidelijk actief aan de festiviteiten deelgenomen.

Pontonbrug over het Canale di Giudecca.

Bezienswaardigheden

Interieur van de kerk.

Ik bezocht de kerk op een dinsdag in juli, kort nadat het Redentore-festival was afgelopen. Onderdelen van de pontonbrug over het Canale di Giudecca waren nog duidelijk zichtbaar (foto hierboven). Het middelste gedeelte van de brug was al weggesleept om het scheepvaartverkeer niet langer te hinderen, maar de beide uiteinden lagen nog op hun plek. Enkele dagen later waren die ook verdwenen. Het was uitermate rustig bij de kerk. De massa’s van het festival waren verdwenen, en op een ouder echtpaar en een geestelijke na was ik de enige bezoeker. Normaal gesproken kan de kerk zelf gratis bezocht worden, maar moeten bezoekers voor de sacristie een kaartje kopen. Met een ticket voor de San Marco krijg je ook toegang tot de sacristie, maar in mijn geval bleek dit gedeelte van het gebouw sowieso vrij toegankelijk vanwege een tijdelijke tentoonstelling.

Andrea Palladio heette eigenlijk Andrea della Gondola. Hij werkte aanvankelijk als steenhouwer, maar een ontmoeting met de humanist Gian Giorgio Trissino (1478-1550) veranderde zijn leven ingrijpend. Het was Trissino die bij hem interesse opwekte in de Grieks-Romeinse architectuur. Dezelfde Trissino gaf hem de bijnaam Palladio, een verwijzing naar de Griekse godin Pallas Athene. Dat Palladio bij de bouw van Il Redentore door de klassieke bouwkunst werd geïnspireerd, is evident. Kijk alleen al naar de gevel met haar driehoekige frontons en zuilen met Korinthische kapitelen. De zeven beelden van deze gevel maken echter duidelijk dat we niet een Romeinse tempel binnentreden, maar een katholieke kerk. Aan weerszijden van de ingang staan in nissen beelden van de evangelist Marcus met zijn leeuw en Sint Franciscus van Assisi. Een niveau hoger zien we links Lorenzo Giustinian (1381-1456), de eerste patriarch van Venetië, en rechts Sint Antonius van Padova. Al deze beelden werden gemaakt door Giusto Le Court (1627-1679) en zijn atelier. Nog hoger staan twee engelen en Fides, de personificatie van Geloof. Zij draagt een kruis, een miskelk en een heilige hostie. De hoogste positie is voor Christus de Verlosser weggelegd. Zijn beeld siert de lantaarn van de koepel.

Wederopstanding – Francesco Bassano (de Jongere).

Het interieur van de kerk kan in enkele woorden worden samengevat: klassiek, elegant, eenvoudig en wit. Het was een interieur dat paste bij de smaak van Palladio en die van de Kapucijners, de Franciscaanse broeders die de kerk en het naastgelegen klooster beheerden en nog steeds beheren. De beelden van Franciscus van Assisi en Antonius van Padova – de belangrijkste Franciscaanse heiligen – zijn een duidelijke aanwijzing voor hun aanwezigheid (Lorenzo Giustinian was weliswaar een belangrijke Venetiaan, heilig verklaard in 1690, maar geen Franciscaan). In het schip van deze eenbeukige basiliek vinden we eigenlijk geen kunstwerken. Daarvoor moeten we de kapellen, de binnengevel, het hoogaltaar, het koor daarachter en de sacristie bezichtigen. De kerk heeft drie kapellen aan elke zijde. Ze zijn gedecoreerd met schilderijen die gebeurtenissen uit het leven van Christus of na diens dood als thema hebben. De indeling is als volgt:

  • Eerste kapel rechts: een Geboorte van Christus van Francesco Bassano (1549-1592);
  • Tweede kapel rechts: een Doop van Christus uit de school van Veronese (1528-1588);
  • Derde kapel rechts: een Geseling van Christus uit de school van Tintoretto (1518-1594);
  • Eerste kapel links: een Kruisafneming van Palma il Giovane (1548-1628);
  • Tweede kapel links: een Wederopstanding van wederom Francesco Bassano;
  • Derde kapel links: een Hemelvaart toegeschreven aan Tintoretto en medewerkers, tot wie ook zijn zoon Domenico (1560-1635) kan worden gerekend.

De binnengevel heeft ook nog enige interessante decoraties. De schildering in grisaille is van Paolo Piazza (ca. 1560-1620), die als padre Cosimo (of Cosmo) da Castelfranco tot de Kapucijners was toegetreden en dus in het klooster naast de kerk leefde. Het schilderij verwijst naar de bevrijding van de pest en de belofte de kerk te bouwen, iets wat overigens ook de inscriptie daaronder doet. Daar weer onder zien we een tweede schilderij, gemaakt door Pietro della Vecchia (1603-1678), die in het verleden ook wel Pietro Muttoni werd genoemd. Op het eerste gezicht lijkt het weer een Geboorte van Christus te zijn, maar bij nadere beschouwing is dat toch niet het geval. De Maagd Maria geeft het kindje Jezus namelijk niet aan Jozef, maar aan Sint Felix van Cantalice (1515-1587), een prominente Kapucijner broeder die in 1625 zalig was verklaard (en in 1712 heilig, maar dat wist Pietro della Vecchia natuurlijk niet).

Het hoogaltaar werd ontworpen door padre Giuseppe da Vicenza, eveneens een Kapucijner broeder. Het dateert van ca. 1680. Bij de bezichtiging van het koor zag ik op de achterzijde een mooi gebeeldhouwd reliëf van de Kruisafneming, een werk van Tommaso Rues (ca. 1633-1703). Deze beeldhouwer was afkomstig uit Zuid-Tirol, wat zijn nogal on-Italiaanse naam verklaart. Het reliëf met de Beklimming van de Calvarieberg aan de voorzijde is ook van hem. Het crucifix en de beelden van – wederom – de heiligen Marcus en Franciscus werden daarentegen door Girolamo Campagna (ca. 1549-1625) gemaakt. Ten slotte kent ook de sacristie nog enkele hoogtepunten. Naast vele reliekhouders vinden we er werken van Veronese en Alvise Vivarini (gestorven in 1503 of 1505). Omdat het in de sacristie verboden is fotograferen kan ik u helaas niets van deze hoogtepunten laten zien.

Kruisafneming – Tommaso Rues.

Bronnen: Capitool reisgids Venetië & Veneto (2012), p. 154, Trotter Reisgids Noordoost-Italië (2016), p. 431-432, John Julius Norwich, ‘A History of Venice’ (2012), p. 494, The Churches of Venice: Giudecca en de informatieborden in de kerk.

Noten

[1] Zie voor deze cijfers John Julius Norwich, ‘A History of Venice’ (2012), p. 494.

[2] Doge Alvise I Mocenigo stierf op 4 juni 1577, overigens niet aan de pest. Door zijn dood maakte hij niet alleen de voltooiing van de Redentorekerk niet meer mee, maar ook niet het eerste Festa del Redentore. Het was zijn opvolger Sebastiano Venier (1577-1578) die op 21 juli 1577 als eerste het kanaal overstak.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.