Venetië: Santa Maria della Salute

Santa Maria della Salute.

Mijn bezoek aan Venetië begon met regen. Dikke druppels boorden zich in het water van het Canal Grande terwijl ik op de vaporetto richting Piazza San Marco voer. Koud was het gelukkig niet, en precies op het moment dat de waterbus langs de basiliek van Santa Maria della Salute voer, keerde de zon voorzichtig terug. Alsof het zo had moeten zijn. De indrukwekkende barokke basiliek, waaraan maar liefst 57 jaar werd gebouwd, behoort tot de beroemdste monumenten die Venetië te bieden heeft. De kerk staat op het oostelijkste puntje van het eiland Dorsoduro. ‘Dorsoduro’ betekent letterlijk ‘harde rug’, een naam die aangeeft dat van alle eilanden in de Rialto Dorsoduro de stevigste grond had. Stevig is in Venetië echter een relatief begrip. Alle zware gebouwen zijn gebouwd op duizenden houten palen om een goede fundering te verzekeren. Voor de bouw van Santa Maria della Salute zouden volgens één bron maar liefst 1.156.627 palen zijn gebruikt.[1]

Geschiedenis

In 1630 was Venetië verwikkeld in de Mantuaanse Successieoorlog (1628-1631), die was ontstaan na de dood van hertog Vincenzo II Gonzaga van Mantova in 1627. Hoewel Venetië de winnende kandidaat steunde – de hertog van Nevers – betaalde ze voor haar deelname aan de oorlog wel een zware prijs. Buitenlandse huursoldaten hadden de pest meegebracht, en kort na het beleg van Mantua in juli 1630 bereikte de ziekte ook La Serenissma. De gevolgen waren net zo verschrikkelijk als bij de eerdere pest in Venetië in 1575-1577. Ruim 46.000 mensen overleden en de bevolking kromp tot slechts 102.243 zielen in 1633.[2] De eerdere pest van de zestiende eeuw had geleid tot de bouw van een schitterende basiliek om Christus te danken voor zijn interventie, de Basilica del Santissimo Redentore van Andrea Palladio. Nog in 1630 beloofden de Venetianen ook een basiliek voor de Heilige Maagd Maria te bouwen als zij de nieuwe pest zou bedwingen. Dit zou de Santa Maria della Salute worden, waarbij salute in deze context zowel ‘gezondheid’ als ‘redding’ betekent.

De kerk gezien vanaf de vaporetto.

Voor de bouw van de kerk werd een wedstrijd uitgeschreven, die elf inzendingen opleverde. Negen ontwerpen vielen af, waarna de strijd tussen het ontwerp van Baldassare Longhena (1598-1682) enerzijds en dat van Antonio Smeraldi en Zambattista Rubertini anderzijds ging. Die laatste twee zouden ongetwijfeld een stuk bekender zijn geweest als ze de wedstrijd hadden gewonnen, maar het was Longhena die er met de prijs vandoor ging. De nieuwe kerk zou worden gebouwd op het terrein van het oude Ospizio della Trinità. Aangezien de kerk aan de Maagd Maria zou worden gewijd, was het de bedoeling om de eerste steen op 25 maart 1631 te leggen, tijdens het feest van de Annunciatie. Het probleem was dat doge Nicolò Contarini ziek was. Omdat deze zeventiger niet door de pest getroffen was en de verwachting was dat hij volledig zou herstellen, werd de ceremonie een week uitgesteld. Op 1 april 1631 legde de doge alsnog de eerste steen. De volgende dag was hij dood.[3]

De kerk gezien vanaf de klokkentoren van de San Marco.

Hoewel Baldassare Longhena nog jong was toen hij de opdracht kreeg en uiteindelijk zo’n 84 jaar oud werd, maakte ook hij de voltooiing van La Salute niet meer mee. De kerk werd voltooid door zijn leerling Antonio Gaspari (1656-1723) en gewijd op 9 november 1687. Ieder jaar op 21 november wordt het Festa della Madonna della Salute gevierd. Onderdeel van het festival is een processie naar en een mis in de basiliek. Om de kerk te kunnen bereiken wordt een pontonbrug over het Canal Grande gebouwd. De traditie is vergelijkbaar met de pontonbrug van de Redentore-kerk. Een belangrijk verschil is dat die laatste brug meer dan 300 meter lang is. Omdat het Canal Grande veel minder breed is, kan bij La Salute met een brug van een meter of 80 worden volstaan.

Santa Maria della Salute, zijaanzicht.

Binnenkant van de koepel.

Bezienswaardigheden

Op een zonnige dag maakt het blinkend witte exterieur van de achthoekige basiliek veel indruk. Het aantal beelden van heiligen en engelen is nauwelijks te tellen, dus ik volsta met het noemen van slechts enkele voorbeelden. De centrale gevel met de hoofdingang heeft beelden van de vier evangelisten met hun bekende symbolen. Bovenop staat een beeld van de Madonna met het Kind. Op de secundaire gevel rechts ervan – die met het wat ontsierende bordje met de straatnaam Campo de la Salute – ontwaarde ik Judith met het hoofd van Holofernes. De heilige in harnas die een draak doodt, is Sint Joris. Aan de andere kant treffen we Sint Theodoor aan, de beschermheilige van Venetië voordat de heilige Marcus dat werd. Verschillende beelden werden gemaakt door Tommaso Rues (ca. 1633-1703), een beeldhouwer afkomstig uit Zuid-Tirol. Het belangrijkste beeld werd op de grote koepel geplaatst. Dit beeld van de Maagd Maria wordt ook aan Rues toegeschreven.

Interieur van de kerk.

Het sierlijke interieur van La Salute werd tijdens mijn bezoek enigszins verpest door de aanwezigheid van houten schermen die werkzaamheden (aan de vloer?) aan het zicht onttrokken. Omineuze teksten als ‘non parlare con l’operatore’ (niet praten met de werkman) beloofden niet veel goeds. Op de foto van het interieur van de kerk die ik in deze bijdrage heb opgenomen heb ik de schermen digitaal verwijderd (foto rechts). De lezer zal mij deze ingreep niet euvel duiden.

Een van de mooiste kunstwerken in de basiliek is Longhena’s hoogaltaar, met beelden van de van oorsprong Vlaamse beeldhouwer Giusto Le Court (1627-1679). In het midden zien we de Maagd Maria met het kindje Jezus op de arm. Links knielt een vrouw voor haar, die smekend omhoog kijkt. Het betreft de personificatie van Venetië die de Maagd verzoekt de pest te beëindigen. Dat het gaat om Venetië blijkt ook uit de corno ducale die rechts van de vrouw op een kussen ligt. Dit was het hoofddeksel gedragen door de doge, en daarmee een belangrijk symbool van de Venetiaanse republiek. Rechts wordt een andere vrouw verjaagd door een putto met een brandende fakkel. Zij stelt natuurlijk de pest voor. Een niveau lager zien we nog de evangelist Marcus met zijn leeuw en Sint Lorenzo Giustinian (1381-1456), de eerste patriarch van Venetië, heilig verklaard in 1690.

Longhena’s hoogaltaar (detail).

In het altaar is een Byzantijns icoon geplaatst, de Madonna della Salute of – in het Grieks – de Panagia Mesopanditissa. Volgens de overlevering werd het geschilderd door Lucas de Evangelist, maar in werkelijkheid werd het gemaakt door een onbekende meester in de twaalfde eeuw. Het icoon is afkomstig van Kreta, het strategisch belangrijke eiland in de Middellandse Zee dat in 1204 door de kruisvaarders aan Venetië werd verkocht. De katholieke Venetianen waren niet erg populair onder de orthodoxe Kretenzers, maar toch hielden ze het eiland tot het midden van de zeventiende eeuw in hun bezit. Alles veranderde echter met de invasie van de Ottomaanse Turken in 1645. De Turken liepen het grootste gedeelte van het eiland simpel onder de voet, maar de hoofdstad Candia (tegenwoordig Heraklion) bleek een harde noot om te kraken. Het beleg van de stad begon in 1648 en pas eind september 1669 gaven de verdedigers zich eervol over. De Venetiaanse troepen werden geleid door de latere doge Francesco Morosini, die het icoon na de overgave meenam naar Venetië. Sinds november 1670 staat het op het hoogaltaar van La Salute.

De zes kapellen van de kerk zijn gedecoreerd met werken van onder meer Luca Giordano (1634-1705) en Titiaan (ca. 1488-1576). Luca Giordano’s Geboorte van de Maagd en Presentatie van de Maagd in de Tempel dateren van ca. 1674, maar de werken van Titiaan zijn uiteraard ouder en oorspronkelijk niet voor deze kerk geschilderd. Zijn Uitstorting van de Heilige Geest (i.e. Pinksteren) dateert van 1555 en werd geschilderd voor de kerk van Santo Spirito in Isola. Deze kerk stond op een piepklein eiland in de lagune. Het complex van Santo Spirito werd beheerd door Heremieten (Augustijnen), maar deze werden in 1656 opgeheven door Paus Alexander VII (1655-1667) om geld vrij te maken voor de oorlog op Kreta. Zoals we nog zullen zien, heeft La Salute nog meer werken van Titaan die na de opheffing vanuit Santo Spirito in Isola naar de basiliek op Dorsoduro werden overgebracht.

Sacristie en museum

Voor een bezoek aan de sacristie en het museum van La Salute moet een kaartje gekocht worden. Echter, wie beschikt over een ticket voor San Marco kan gratis naar binnen. In de sacristie vinden we allereerst een groot olieverfschilderij van Jacopo Tintoretto (1518-1594). Zijn mooie Bruiloft te Kana dateert van 1561 en kan dus ook niet voor deze kerk geschilderd zijn. Het is afkomstig uit de refter van het klooster van de Crociferi (‘kruisdragers’) in het noorden van Venetië. Tintoretto is zelf een van de bruiloftsgasten: hij is de man uiterst links met de witte baard en het opvallende gele gewaad. Het plafond van de sacristie is gedecoreerd met elf werken van Titiaan, allemaal afkomstig uit Santo Spirito in Isola. Op de acht houten tondi schilderde hij de vier evangelisten en de vier kerkvaders. De drie doeken in het midden van het plafond bevatten voorstellingen uit het Oude Testament, te weten David en Goliath, Abraham en Isaac en Kain en Abel. Als gevolg van overschilderingen zijn de heldere kleuren van de originele werken helaas verdwenen.

Bruiloft te Kana – Tintoretto.

In het museum stuiten we vervolgens op de laatste Titiaan van La Salute, een paneelschildering met Marcus de evangelist als centrale figuur. Hij wordt geflankeerd door vier heiligen: Cosmas, Damianus, Rochus en Sebastiaan. De twee eerstgenoemden zijn tweelingbroers en artsen, terwijl de laatstgenoemden pestheiligen zijn. Het schilderij is dan ook gerelateerd aan de pestepidemie van 1510 en werd kort na afloop daarvan geschilderd (ca. 1511-1512). Deze epidemie was lang niet zo ernstig als die van 1575-1577 of die van 1630-1631, maar eiste wel het leven van de nog jonge schilder Giorgione (ca. 1474-1510). Ironisch is dat Titiaan in 1576 zelf ook aan de pest zou bezwijken. In 1511-1512 was hij echter nog erg jong, begin twintig, en zijn Sint Marcus met heiligen is dan ook een heel vroeg werk, waarvan de sprankelende kleuren gelukkig wel bewaard zijn gebleven.

Rechts van Sint Marcus hangt een schilderij van Titiaans grote concurrent, Giovanni Antonio de’ Sacchis, bijgenaamd Il Pordenone (ca. 1483-1539). Wederom zijn Sint Rochus en Sint Sebastiaan afgebeeld, ditmaal samen met Sint Hieronymus. In de volgende zaal vallen vooral de plafondschilderingen van Giuseppe Porta (1520-1575) op. De drie tondi met voorstellingen uit het Oude Testament zijn afkomstig uit Santo Spirito in Isola en werden hier ooit gecombineerd met de tondi van Titiaan die we nu in de sacristie aantreffen. In tegenstelling tot Titiaans tondi zijn de kleuren gelukkig nog helder. Ten slotte zijn de koorbanken die we in het museum kunnen bewonderen zeer de moeite waard.

Plafondschilderingen van Giuseppe Porta.

Koorbanken van de Santa Maria della Salute.

Bronnen: Capitool reisgids Venetië & Veneto (2012), p. 135, Trotter Reisgids Noordoost-Italië (2016), p. 377-378, John Julius Norwich, ‘A History of Venice’ (2012), p. 540-541, The Churches of Venice: Dorsoduro en de informatieborden in de kerk.

Noten

[1] John Julius Norwich, ‘A History of Venice’ (2012), p. 27, noot 1.

[2] John Julius Norwich, ‘A History of Venice’ (2012), p. 540.

[3] Ik ben me ervan bewust dat andere bronnen het leggen van de eerste steen aan Contarini’s opvolger Francesco Erizzo (1631-1646) toeschrijven.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.