Venetië: San Giorgio Maggiore

San Giorgio Maggiore.

Wie vanaf de Piazzetta San Marco in Venetië richting het water loopt, zal bekend zijn met de kerk van San Giorgio Maggiore. Dit prachtige bouwwerk van de architect Andrea Palladio is samen met het aangrenzende kloostercomplex de enige ‘bewoner’ van een klein eilandje in de Venetiaanse lagune. Ik had al dikwijls vanaf de Molo, de kade aan het einde van de Piazzetta, naar de magnifieke witte gevel van Istrische steen gestaard, maar nog nooit de oversteek van het zogenaamde Bacino di San Marco – zoals het water hier officieel heet – gemaakt. Wel had ik het eilandje al vanaf de klokkentoren van de San Marco bestudeerd en geconstateerd dat kerk en kloostercomplex inderdaad vrijwel het gehele eiland beslaan. Nu was de tijd aangebroken om de vaporetto te nemen en de kerk te bezoeken.

Vroege geschiedenis

Het eiland dat nu als San Giorgio bekendstaat, heette ooit het Isola dei Cipressi, het eiland van de cipressen. Het was een van de plekken waar vroeger Arabische slavenhandelaren met hun schepen aanmeerden om zwarte Afrikanen te verkopen aan Venetiaanse kopers.[1] Al in de achtste eeuw stond er een kerk op het eiland, maar het begin van de kerk en het klooster van San Giorgio Maggiore kan op het jaar 982 worden gedateerd. De twee stichters van het complex waren de abt Giovanni Morosini en de doge Tribuno Memmo (979-991). Eerstgenoemde was de schoonzoon van doge Pietro Orseolo, de doge die in 978 besloot af te treden en monnik te worden in de Pyreneeën. In 1731 werd hij zelfs heilig verklaard, als enige doge in de geschiedenis van Venetië. Schoonzoon Giovanni was hem naar Zuid-Frankrijk gevolgd en was vervolgens zelf monnik geworden. Zijn voornemen om een Benedictijns klooster te stichten in Venetië werd vergemakkelijkt doordat doge Tribuno Memmo daarvoor het cipresseneiland beschikbaar stelde.

San Giorgio Maggiore gezien vanaf de klokkentoren van de San Marco.

De nieuwe kerk werd aan de drakendoder Sint Joris gewijd. Zij werd – en wordt – San Giorgio Maggiore genoemd om haar te onderscheiden van de kerk van San Giorgio in Alga, die stond op een ander piepklein eilandje in de lagune, maar inmiddels een ruïne is. Hoewel de wijding aan Sint Joris anders doet vermoeden, was de belangrijkste heilige die in de San Giorgio Maggiore werd vereerd ontegenzeggelijk Sint Stefanus, de eerste martelaar van het nieuwe christelijke geloof. Zijn afschuwelijke dood door steniging in de eerste eeuw van onze jaartelling wordt beschreven in de Handelingen van de Apostelen. Dat de overblijfselen van Sint Stefanus in Venetië terechtkwamen, was een rechtstreeks gevolg van de hulp die de Venetianen onder hun doge Ordelafo Falier (1102-1117) hadden geboden aan de kruisvaarders bij de inname van Sidon (in het huidige Libanon) in 1110. De beloning was fors: naast de kostbare relikwieën kregen de Venetianen ook een deel van de stad Akko toegewezen, waarmee hun aanwezigheid in de Levant was gevestigd.

San Giorgio Maggiore gezien vanaf de vaporetto.

Nadat de overblijfselen van de eerste martelaar in Venetië waren gearriveerd en in de San Giorgio Maggiore waren ondergebracht, werd in de stad een jaarlijkse processie ter ere van de heilige ingesteld. Deze werd gehouden aan de vooravond van de feestdag van Sint Stefanus (26 december). Op 25 december woonden de doge en de Signoria eerst de kerstmis bij in de San Marco, om vervolgens per boot naar de San Giorgio Maggiore over te steken en daar de kerk binnen te treden. Anders dan bij de processies naar de kerken van La Salute en Il Redentore werd er geen gebruik gemaakt van een pontonbrug. Dat zou ook wel erg veel gevraagd zijn, want de afstand tussen de Molo en het eiland bedraagt meer dan 400 meter.[2] Op de 25e december dreven er wel duizenden brandende kaarsen in het Bacino di San Marco. Dit moet een spectaculair gezicht zijn geweest. Helaas betekende het einde van de Venetiaanse Republiek in 1797 ook het einde van de processie naar San Giorgio Maggiore. Waar de processies naar La Salute en Il Redentore werden voorgezet, werd die naar het voormalige cipresseneiland voorgoed gestaakt.

Uitzicht vanaf San Giorgio Maggiore.

Latere geschiedenis

De kerk van San Giorgio Maggiore werd driemaal herbouwd. De eerste keer gebeurde dat onder doge Pietro Ziani (1205-1229). Een tweede herbouw, in laatgotische stijl, vond plaats in 1461. De laatste herbouw begon in 1566. Deze werd als gezegd geleid door de beroemde architect Andrea Palladio (1508-1580), die eigenlijk Andrea della Gondola heette. Toen Palladio in 1580 overleed, was de nieuwe kerk nog lang niet klaar. Sterker nog, de voltooiing nam nog drie decennia extra in beslag. De leiding kwam op enig moment in handen van de architect Simeone Sorella, over wie weinig bekend is. Sorella begon in 1597 met de bouw van de door zijn voorganger ontworpen gevel en voltooide deze in 1610. Overigens was ook Palladio’s leerling Vincenzo Scamozzi (1548-1616) bij de voortzetting van het project betrokken. De huidige klokkentoren van de kerk, met een hoogte van 63 meter, dateert van 1791. Deze vervangt eerdere torens, die allemaal zijn ingestort. Vanaf de klokkentoren schijn je een prachtig uitzicht op de stad te hebben, maar tijdens mijn bezoek in de zomer van 2026 was de toegang “temporarily suspended due to extraordinary maintenance work”. Wanneer de toren heropent, heb ik helaas niet kunnen achterhalen.

Interieur van de kerk.

Het kloostercomplex is sinds 1951 in handen van de Fondazione Giorgio Cini. Deze stichting organiseert vele culturele en wetenschappelijk activiteiten. Ze werd opgericht door Vittorio Cini (1885-1977), graaf van Monselice. In dit lieflijke stadje in de Veneto had ik al eens met hem kennisgemaakt. Cini, die afkomstig was uit Ferrara, was aanvankelijk lid van de Fascistische Partij en diende in 1943 als minister van Communicatie onder Mussolini. Nog in hetzelfde jaar keerde hij zich van de Duce af, wat uiteindelijk leidde tot zijn arrestatie door de Duitsers en internering in het concentratiekamp Dachau. Gelukkig wist zijn zoon Giorgio hem vrij te krijgen. Daartoe moest hij wel de SS’ers die het kamp bewaakten omkopen met het geld dat hij had verkregen door de juwelen van zijn moeder, de actrice Lyda Borelli, te verkopen.

Giorgio Cini overleed in 1949 bij een vliegtuigongeluk, slechts dertig jaar oud. Zijn vader, die inmiddels niets meer met politiek te maken wilde hebben, richtte een kleine twee jaar later, op 20 april 1951, een naar Giorgio vernoemde stichting op. Vittorio Cini wist vervolgens van de Italiaanse autoriteiten het kloostercomplex op het eveneens naar een Giorgio vernoemde eiland te verwerven en begon aan een grondige restauratie ervan. Dat was hard nodig, want na de val van de Republiek was het complex als kazerne en gevangenis gebruikt. Dankzij Cini’s interventies, en die van zijn architect Ferdinando Forlati (1882-1975), is het hele eiland van San Giorgio Maggiore weer een blikvanger in de lagune.

Bezienswaardigheden

Palladio’s Renaissancistische en duidelijk door de oudheid geïnspireerde gevel is gedecoreerd met enkele beelden. Op het laagste niveau zien we uiterst links een buste van doge Tribuno Memmo, die in zijn eigen tijd vooral bekendstond als deskundige op het gebied van de tuinbouw, maar op deze manier passend geëerd wordt voor de schenking van het eiland aan de Benedictijnen in 982. De heilige rechts van hem is Sint Stefanus, en aan de andere kant van de ingang vinden we Sint Joris. Hij wordt geflankeerd door een tweede doge, Sebastiano Ziani (1172-1178). Tijdens zijn dogeschap werd, in 1177, het Verdrag van Venetië gesloten, waarmee Paus Alexander III en Keizer Frederik Barbarossa zich verzoenden. De Venetianen ontvingen hierop diverse privileges van de keizer. Kort voor zijn dood trok de doge zich terug in het klooster van San Giorgio Maggiore, en na zijn dood werd hij in de kerk begraven. Alle vier de beelden zijn van Giulio del Moro (ca. 1555-na 1618), een beeldhouwer uit Verona. Een niveau hoger staan beelden van de evangelist Marcus en Sint Benedictus, terwijl het fronton wordt verfraaid met beelden van Christus met twee engelen en de koepel met een beeld van Sint Joris. De makers zijn waarschijnlijk anonieme zeventiende-eeuwse kunstenaars.

De genoemde doge Sebastiano Ziani was de vader van Pietro Ziani, die tijdens zijn regering de kerk liet herbouwen, zoals hierboven reeds werd vermeld. Beiden vonden hun laatste rustplaats in de kerk. Naast vader en zoon Ziani werd ook doge Domenico Michiel (1117-1130) in de San Giorgio Maggiore begraven.[3] Zijn voornaamste prestatie was de introductie van een rudimentaire vorm van straatverlichting in Venetië geweest. De oorspronkelijke grafmonumenten van deze drie doges zijn helaas verloren gegaan bij de herbouw van Palladio. Wel nog aanwezig zijn de latere grafmonumenten van doge Leonardo Donà delle Rose (1606–1612) en diens opvolger doge Marcantonio Memmo (1612–1615). Tijdens de regering van Leonardo Donà werd de San Giorgio Maggiore voltooid, en men vindt zijn grafmonument tegen de binnengevel. Het werd ontworpen door Alessandro Vittoria (1525-1608), die echter eerder overleed dan de doge voor wie hij werkte. Doge Marcantonio Memmo droeg dezelfde naam als Tribuno Memmo, de stichter van San Giorgio. De twee doges waren ongetwijfeld bloedverwanten. Het monument voor Marcantonio Memmo is een werk van de al genoemde Giulio del Moro.

In de kerk vinden we relatief weinig kunstwerken. Belangrijk zijn echter de schilderijen van Jacopo Tintoretto (1518-1594), die hij vaak met hulp van zijn zoon Domenico (1560-1635) vervaardigde. Samen schilderden ze bijvoorbeeld de Steniging van Sint Stefanus, het altaarstuk van de kapel waar de relikwieën van de heilige worden bewaard. Mooier zijn de twee grote doeken in het koor, namelijk het Laatste Avondmaal (1591-1594) en het Volk van Israël in de woestijn (1592-1594). Omdat het om zeer late werken gaat, was de betrokkenheid van Domenico waarschijnlijk groot. Een van de redenen dat de beide schilderijen zo’n indruk maken, zijn de sprankelende kleuren. Dat ze er nog zo goed uitzien, is het resultaat van een restauratie die in de periode 2025-2026 werd uitgevoerd. Ik zocht ook een Graflegging van Tintoretto, die zijn laatste werk zou zijn. Helaas kon ik het schilderij niet vinden, maar de houten koorbanken van de San Giorgio Maggiore zijn ook erg mooi. We zien putti, apostelen en voorstellingen uit het leven van Sint Benedictus.

Het Volk van Israël in de woestijn – Tintoretto.

Laatste Avondmaal – Tintoretto.

Toen ik terugkeerde uit het koor, trof ik aan het eind van een gang nog een opvallend grafmonument aan. Het was duidelijk afkomstig uit de pre-Palladiaanse kerk en gelukkig niet verloren gegaan. Integendeel, het had juist een update ondergaan. Ik heb het over het grafmonument van Pietro Civran (foto hierboven). Hij was een van de aanvoerders van de Venetianen tijdens het beleg van Zara (tegenwoordig Zadar in Kroatië) in 1345-1346. De gisant van de overledene en de sarcofaag zijn origineel veertiende-eeuws. Het gedeelte daarboven met de verrezen Christus is daarentegen zeventiende-eeuws en een werk van Baldassare Longhena (1598-1682).

Koor van de San Giorgio Maggiore.

Houtsnijwerk in het koor.

Bronnen: Capitool reisgids Venetië & Veneto (2012), p. 95, Trotter Reisgids Noordoost-Italië (2016), p. 432-433, John Julius Norwich, ‘A History of Venice’ (2012), p. 48, 84, 91 en 116, The Churches of Venice: San Giorgio Maggiore en The Foundation – Fondazione Giorgio Cini.

Noten

[1] John Julius Norwich, ‘A History of Venice’ (2012), p. 270-271. Het ging volgens de auteur niet om grote aantallen. De Venetianen speelden vooral een grote rol in de slavenhandel via hun kolonies aan de Zwarte Zee, waar tot slaaf gemaakte Georgiërs, Armeniërs en anderen door de Mongolen werden verkocht.

[2] De online wel geuite bewering dat gebruik werd gemaakt van een tunnel is echt een mythe.

[3] Verrassend genoeg werd doge Tribuno Memmo niet in de San Giorgio Maggiore begraven, maar – vermoedelijk – in de kerk van San Zaccaria.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.