Op het oostelijkste puntje van de Rialto-archipel staat de kerk van Sant’Elena Imperatrice, gewijd aan Sint Helena, de moeder van de Romeinse keizer Constantijn de Grote (306-337). De kerk staat ingeklemd tussen het stadion van voetbalclub Venezia FC en de Scuola Navale Militare “Francesco Morosini”, een school van de Italiaanse marine die met hekken, gele bordjes en teksten als ‘divieto di accesso’ en ‘sorveglianza armata’ aangeeft dat bezoekers niet welkom zijn. De tocht naar Sant’Elena is lang voor wie ervoor kiest te voet te gaan. Het is niettemin een mooie tocht, door delen van Venetië waar weinig toeristen komen. De kerk zelf trekt ook niet veel bezoekers. Grote kunstwerken zijn afwezig, maar de sfeer is aangenaam en sereen.
Geschiedenis
Sant’Elena was ooit een eiland, maar is tegenwoordig onderdeel van de sestiere Castello. Er stond hier al vroeg een kerk, maar het aan Sint Helena gewijde godshuis werd in 1205 gebouwd tijdens de regering van doge Pietro Ziani (1205-1229). De relikwieën van de moeder van keizer Constantijn werden in 1211 door de monnik Aicardo naar Venetië overgebracht vanuit Constantinopel. Die stad, hoofdstad van het Oost-Romeinse of Byzantijnse Rijk, was in 1204 door de kruisvaarders van de Vierde Kruistocht met behulp van de Venetianen ingenomen en grondig geplunderd. De Venetianen zelf hadden zich daarbij bepaald niet onbetuigd gelaten. Integendeel, bij het plunderen stonden ze vooraan. Denk alleen al aan de beroemde paarden van de San Marco of de beeldengroep van de tetrarchen. Ook de overblijfselen van Sint Helena kwamen op deze wijze in Venetiaanse handen. Ze werden meegenomen uit de kerk van de Heilige Apostelen.
Zo luidt althans de overlevering. In werkelijkheid is het verhaal problematischer. Helena stierf tussen 327 en 330 en werd, zo wordt algemeen aangenomen, in Rome begraven. Daar staat nog steeds haar mausoleum, naast de restanten van een grote circusvormige basilica aan de Via Labicana. De sarcofaag van Helena kan tegenwoordig in de Vaticaanse musea worden bewonderd. Eusebius van Caesarea (gestorven 339) stelt dat haar lichaam naar ‘de stad’ (πόλιν) werd overgebracht, en daarmee kan hij eigenlijk alleen maar op Rome hebben gedoeld. Constantinopel was weliswaar op 11 mei 330 gewijd en door Constantijn bedoeld als nieuwe hoofdstad, maar Rome liet zich niet zomaar van de troon stoten. Constantinopel was bovendien nog lang niet klaar. Constantijn zelf werd na zijn dood in 337 weliswaar begraven in de kerk van de Heilige Apostelen, maar deze was toen nog niet voltooid. Op zichzelf is het denkbaar dat het lichaam van Helena enkele jaren na haar begrafenis in Rome naar Constantinopel is overgebracht, misschien zelfs nog tijdens het leven van Constantijn, maar een (contemporaine) bron waarin dat vermeld staat, ontbreekt. Daar staat overigens tegenover dat er bij mijn weten geen kerk in Rome is die beweert de overblijfselen van Helena te bezitten.
Naast de kerk van Sant’Elena werd in de vijftiende eeuw een klooster van Benedictijnse Olivetanen gesticht. In 1807 werden de kerk en het klooster ontwijd tijdens de Franse bezetting en grondig leeggeroofd. Het complex werd voor verschillende aardse doeleinden ingezet, totdat begin twintigste eeuw werd besloten het opnieuw als kerk en klooster in gebruik te nemen. Daartoe werd de kerk van Sant’Elena vanaf 1915 feitelijk herbouwd en in 1929 opnieuw gewijd. Het klooster werd in hetzelfde jaar toegewezen aan de Orde van de Dienaren van Maria, beter bekend als de Servieten. Ondertussen werd het omliggende gebied ook ontwikkeld. Het stadion van Venezia FC, oorspronkelijk van hout, werd in de jaren 20 van een betonnen tribune voorzien en in 1931 vernoemd naar Pier Luigi Penzo, een gevechtspiloot uit de Eerste Wereldoorlog die weliswaar uit Venetië afkomstig was, maar bij mijn beste weten nooit gevoetbald heeft. In 1937 werd de reeds genoemde marine-school geopend en vernoemd naar een zeventiende-eeuwse doge. De laatste toevoeging was de klokkentoren van de Sant’Elena, gebouwd door de architect Ferdinando Forlati (1882-1975) en voltooid in 1958.
Bezienswaardigheden
Ik had de kerk van Sant’Elena al een aantal maal gespot vanaf de vaporetto, en het was me al opgevallen dat de klokkentoren een volledig moderne constructie is, terwijl het kerkgebouw nog originele materialen leek te bevatten. Eenmaal aangekomen bij de kerk bleken er zowaar ook andere bezoekers te zijn. Die werden gewezen op de kledingregels: blote benen dienden bedekt te zijn, waarbij heel behulpzaam omslagdoeken werden uitgereikt door de toezichthoudster. Sant’Elena blijft ten slotte een kerk. Grote bezienswaardigheden zijn er als gezegd niet, want de Fransen hebben bijna alles meegenomen. Het is natuurlijk ironisch dat een kerk die werd gebouwd om uit een andere kerk geroofde relikwieën in onder te brengen eeuwen later zelf wordt leeggeroofd. Hier geldt wat mij betreft het bekende spreekwoord “two wrongs don’t make a right”. De relikwieën van Sint Helena zijn overigens nog wel in de kerk aanwezig. Men vindt ze in de kapel aan de rechterzijde. De relikwieën werden na de ontwijding van 1807 weliswaar naar de voormalige kathedraal van San Pietro di Castello overgebracht, maar ze keerden in de twintigste eeuw terug.
Twee kunstwerken, een buiten en een binnen, maken een bezoek aan de Sant’Elena de moeite waard. Boven de ingang vinden we een prachtig beeldhouwwerk van de Venetiaanse vlootcommandant Vettor Cappello met Sint Helena. Cappello streed tijdens de Ottomaans-Venetiaanse oorlog van 1463-1479 met wisselend succes tegen de Turken. In 1467 overleed hij op het eiland Euboea (of Evia), destijds in Venetiaanse handen. In 1470 namen de Turken de hoofdstad Negroponte (Chalcis) in en moordden de stad uit. Negen jaar later eindigde het conflict met een voor Venetië onvoordelige vrede. Vettor Cappello hoefde dit allemaal niet meer mee te maken. Hij werd na zijn overlijden naar Venetië teruggebracht en begraven in de kerk van Sant’Elena. Het beeldhouwwerk in de lunette dient tegelijkertijd als zijn grafmonument en is dan ook voorzien van een sarcofaag (waarin, zo veronderstel ik, hij niet daadwerkelijk zijn laatste rustplaats vond). De prachtige beelden van Vettor Cappello en Helena werden lang toegeschreven aan Antonio Rizzo (1430-1499). Tegenwoordig denken geleerden echter dat ze het werk van Niccolò di Giovanni Fiorentino (ca. 1418-1506) zijn. De mannen waren tijdgenoten en soms lieten ze in dezelfde kerk werk achter.
Het tweede interessante kunstwerk is het altaarstuk in de apsis. Hierop is de Maagd Maria afgebeeld met de stichters van de Orde van de Servieten; de orde was in 1233 in Florence gesticht door zeven Florentijnen die tegelijkertijd een visioen van de Maagd Maria hadden gekregen. Het altaarstuk is een kopie uit 1956 van een werk dat Giuseppe Cassioli (1865-1942) in 1934 schilderde. Het origineel staat volgens een bordje in de Sant’Elena in ‘S. Maria dei Servi a Firenze’. Ik dacht aanvankelijk dat hiermee de Santissima Annunziata in Florence werd bedoeld, de bekendste Servietenkerk in die stad. De bedoelde kerk is echter die van de Sette Santi Fondatori. Net als de Sant’Elena staat die vlak bij een voetbalstadion, te weten dat van Fiorentina.
Bronnen: Capitool reisgids Venetië & Veneto (2012), p. 121, Old Church of Sant’Elena Imperatrice – CHO en The Churches of Venice: Castello



